If I Can't Dance

BFNA
Aangevraagd: € 140.000
Toegekend: € 87.500
Toegekend 2013-2016: € 69.930

Inleiding

If I Can’t Dance (IICD) focust sinds 2005 op performance en wil vooroplopen in het signaleren van nieuwe ontwikkelingen binnen deze discipline. De organisatie streeft ernaar een voorhoedepositie in te nemen bij het bieden van een podium aan performance, het ontwikkelen van expertise in het produceren en financieren van performance en in het opzetten van internationale partner-netwerken voor de verspreiding van performance. IICD wil de verbindende schakel zijn tussen kunstopleidingen (beeldende kunst, dans en theater) en de grote groep van jonge makers in de stad enerzijds, en de museale instituties en grote theaters anderzijds. Met de producties profileert IICD jonge en mid-career kunstenaars en ook oudere kunstenaars, als hun werk aansluit bij ontwikkelingen in de actuele praktijk.

IICD wil haar positie de komende vier jaar behouden en verstevigen. Daartoe ontwikkelt IICD een programma waarin de organisatie belangwekkende thema’s in performance agendeert, nationale en internationale kunstenaars opdracht geeft om werken te maken, jonge makers voor publieke programma’s en workshops uitnodigt, programma’s aan het publiek aanbiedt en een impuls geeft aan de praktijk van documenteren en publiceren. Daarbij heeft IICD nieuwe programmaformats ontwikkeld, zoals Performance Platform, Performance Days, de Dancing Group en een nieuwe reeks If I Can’t Dance Tonight, om het lokale en (inter)nationale publiek beter te informeren over en gerichter te betrekken bij het programma. IICD wil ook de relatie tussen 'live art & publishing' sterker profileren en de organisatie versterken op het gebied van communicatie en Internationale producties. IICD wordt ondersteund door een netwerk van institutionele partners in Amsterdam en het buitenland, waar de projecten worden gepresenteerd. De komende periode wil IICD in Amsterdam dit netwerk van instellingen uitbreiden naar stadsdelen zoals West, Noord en Zuidoost, en de internationale uitwisseling voorbij West-Europa en Amerika voeren.

IICD ontvangt in de periode 2013-2016 meerjarige subsidie vanuit het Kunstenplan van de gemeente Amsterdam van € 69.930. De meerjarige subsidie die nu van het AFK wordt gevraagd bedraagt
€ 140.000 en is voor het geheel van activiteiten.

Artistiek-inhoudelijke kwaliteit

De commissie beoordeelt de artistiek-inhoudelijke kwaliteit als ruim voldoende. IICD heeft in de ogen van de commissie de afgelopen jaren een onderscheidende programmering laten zien. Daarin stond performancekunst op het snijvlak van beeldende kunst, theater en dans centraal en werd deze discipline gekoppeld aan onderzoek, kritische reflectie en internationale samenwerkingen met diverse topinstituten. De commissie vindt dat de instelling vakmanschap toonde, door professioneel geproduceerde programma's op maat te maken voor diverse locaties in binnen- en buitenland en het Corpus-netwerk uit te breiden. De autonome, flexibele en context gedreven houding die IICD laat zien, vindt de commissie vaak bijdragen aan de kwaliteit van de performances, zoals bijvoorbeeld zichtbaar was bij de presentatie in het Cygnus Gymnasium. Verder constateert de commissie dat er groei zit in samenwerkingen van IICD met de museale sector. De kracht van de organisatie ligt in kennisdeling en samenwerking met anderen.

De visie voor de komende periode wordt met overtuiging gebracht, maar de uitwerking daarvan in een samenhangende programmering vindt de commissie minimaal. De aanvraag beschrijft vooral een heldere structuur van presentatieformats en de plek waar de activiteiten in de stad plaats zullen vinden, maar wordt vrijwel nergens inhoudelijk. Welke artistiek-inhoudelijk keuzes IICD de komende jaren maakt en waarom, is summier uitgewerkt. Er worden twee thema's genoemd en verschillende namen van kunstenaars, maar zowel de inhoudelijke implicaties van de thema's als een motivering voor de gekozen kunstenaars, ontbreekt in de aanvraag. Dat vindt de commissie een gemis. IICD heeft de afgelopen jaren bewezen een kwalitatief hoogstaande, eigenzinnige koers te kunnen varen, maar de inmiddels alomtegenwoordigheid van performance op veel andere plekken in de stad vraagt in de ogen van de commissie om scherpere inhoudelijke stellingname om de verworven onderscheidende positie te kunnen behouden.

Positief vindt de commissie de degelijkheid en rust die de aanpak van IICD uitstraalt; het volledig omhelzen van het vak. Zij constateert dat de zeggingskracht van de activiteiten tot op heden vooral groot is voor een bescheiden, maar trouw vakpubliek. In de programmering zit een mooie gelaagdheid en verdieping. De organisatie deed de afgelopen periode echter weinig pogingen deze voor een breder publiek te ontsluiten. Dat de organisatie in de nieuwe plannen haar aanwezigheid in de stad wil versterken, waardeert de commissie. Tussen de regels door wordt gesuggereerd dat IICD daarmee werkt aan het bereiken van een groter publiek, maar hoe men de zeggingskracht daadwerkelijk voor een bredere doelgroep denkt te vergroten, is niet uitgewerkt in de plannen.

Zakelijke kwaliteit

De commissie beoordeelt de zakelijke kwaliteit als ruim voldoende. De kleine organisatie is flexibel ingericht: alleen de directeur is in vaste dienst en verder wordt de bezetting aangevuld met freelancers. Positief vindt de commissie dat de organisatie passende honoraria voor kunstenaars betaalt. Door een storting uit het weerbaarheidsfonds, in 2015, is inmiddels voldoende weerstandsvermogen opgebouwd. Wel ontbreekt een visie op en aanpak voor het opvangen van risico’s die financiële consequenties kunnen hebben. Activiteiten zijn echter voldoende schaalbaar bij eventuele tegenvallende inkomsten. De commissie is dan ook van mening dat er sprake is van een voldoende gezonde bedrijfsvoering.

De commissie constateert dat de organisatie een mix van inkomsten binnenhaalt, maar dat die wel voor een groot deel bestaat uit lokale, nationale en Europese subsidiegelden. De organisatie is daarnaast bedreven in het aangaan van partnerschappen om producties te realiseren. IICD heeft in de afgelopen jaren goed gepresteerd, door een gemiddeld percentage van 38% aan eigen inkomsten te verwerven en heeft de ambitie dat de komende periode voort te zetten. Er is voor de komende jaren een groei in baten geraamd van gemiddeld 25% ten opzichte van het te verwachten realisatieniveau in 2016. Aan het AFK wordt echter een veel grotere percentuele stijging in subsidie gevraagd. Dit vindt de commissie niet in verhouding tot de totaal beoogde groei. Dit geldt ook voor de activiteiten waarvoor de extra subsidie wordt aangevraagd: IICD zet de aankomende periode weliswaar meer in op Amsterdam, maar de extra baten worden voor een groot deel ook ingezet voor uitbreiding van internationale activiteiten.

De commissie vraagt zich bovendien af in hoeverre de beoogde batenstijging realistisch is. Zo wordt bijvoorbeeld een substantieel bedrag (hoger dan IICD in het verleden kreeg) van het Mondriaanfonds op de begroting opgevoerd, terwijl men tegelijkertijd in de aanvraag de zorg uit over dalende mogelijkheden bij hetzelfde fonds. De commissie heeft, gezien de resultaten in het verleden, overigens wel voldoende vertrouwen in realisering van de EU-subsidies. Verder denkt de commissie dat de inkomsten uit de workshops, die IICD organiseert, meer dan kostendekkend moeten kunnen zijn.

De organisatie hanteert een Bestuur-directiemodel en volgt de Governance Code Cultuur. De commissie kan in de aanvraag geen visie op culturele diversiteit van het personeelsbestand en bestuur terugvinden.

Publiek

De commissie beoordeelt het criterium publiek als voldoende. De organisatie heeft een visie op en investeert in een duurzame opbouw van publiek. In de komende vier jaar ligt de nadruk voor de organisatie op het actiever verbinden van het analoge en digitale domein. IICD wil de website nadrukkelijker inzetten als medium voor het genereren van nieuw en meer publiek. De aanpak is daarnaast deels afhankelijk van de communicatiestrategie van de coproducerende instelling. Er wordt geen publieksonderzoek gedaan. De commissie constateert dat het huidige publieksbereik wisselt per performance. Gemiddeld genomen is het bereik bescheiden, ook in verhouding tot de kosten van de performances.

Het ondernemingsplan bevat een omschrijving van de doelgroepen en de manier waarop die worden benaderd. De toegepaste segmentering is weliswaar scherp voor waar het vakpubliek betreft, maar de doelgroep van een breder publiek wordt zeer algemeen gekwalificeerd als ‘kunstliefhebbers’. Dat biedt voor een op maat gesneden marketing- en communicatieaanpak weinig houvast. De marketingmiddelen die ingezet worden lijken in de basis vooral inhoudelijk gedreven en aansprekend voor een vakpubliek. Het ontbreekt nog aan overtuigende marketingstrategieën, die relevant bereik buiten het bestaande lokale publiek mogelijk maken.

IICD draagt bij aan het bereiken van een cultureel divers publiek door de reizende projecten, het internationale netwerk van makers en de instituten waar men zich aan verbonden heeft (nationaal en internationaal). Er is geen gerichte marketing of programmering specifiek gericht op het bereiken van een cultureel divers samengesteld publiek in de stad.

Belang voor de stad: verbinding en spreiding

De commissie beoordeelt de verbinding als voldoende. IICD heeft een aantal bestaande, intensieve samenwerkingen met partners in de stad, onder andere op het gebied van coproductie. De uitbreiding van samenwerkingen voor de komende periode bestaat nog veel uit intenties. De commissie had deze graag concreter uitgewerkt gezien. In het verleden heeft de organisatie echter voldoende bewezen te kunnen samenwerken en de beoogde uitbreiding naar bijvoorbeeld Zuidoost ziet er serieus uit. De organisatie verbindt zich niet expliciet met maatschappelijke organisaties, de buurt en stedelijke onderwerpen.

De commissie beoordeelt de spreiding als voldoende. Er vinden veel activiteiten plaats in de hele stad, maar het zwaartepunt ligt in stadsdeel Centrum.

Conclusie

De commissie oordeelt grotendeels positief over de plannen voor de komende periode. Tegelijkertijd vindt de commissie dat er sprake is van een onevenwichtige verhouding tussen de hoogte van de gevraagde bijdrage enerzijds en het bescheiden publieksbereik, de totaal beoogde batenstijging en de extra investering in internationale activiteiten anderzijds. Omdat er de komende periode ook extra ingezet wordt op meer aanwezigheid in Amsterdam en de commissie de versterking van deze aanwezigheid waardeert, vindt de commissie het reëel om de subsidie, in aansluiting op de gemiddelde batenstijging die de organisatie voor de komende periode voorziet, met 25% te verhogen ten opzichte van het huidige subsidiepeil. Op grond van bovenstaande overwegingen adviseert de commissie de aanvraag van stichting If I Can't Dance, I Don't Want To Be Part Of Your Revolution gedeeltelijk te honoreren voor € 87.500 per jaar.