Museum Het Rembrandthuis

Erfgoed
Aangevraagd: € 995.000
Toegekend: € 886.500
Toegekend 2013-2016: € 924.000

Inleiding

Het Rembrandthuis is gevestigd in het pand waar de schilder halverwege de 17e eeuw bijna twintig jaar woonde en werkte. De inrichting van het huis is een reconstructie. De tentoonstellingen van het museum beogen Rembrandt van Rijn te laten zien te midden van zijn voorgangers, tijdgenoten en leerlingen en tonen werk van hedendaagse kunstenaars die zich door hem hebben laten inspireren. De collectie bevat een bijna complete verzameling etsen van Rembrandt. Het is de missie van Museum Het Rembrandthuis om de uitzonderlijke betekenis van Rembrandt, zijn voormalige huis en de collectie in al zijn facetten te koesteren, verdiepen, actualiseren en delen met een zo groot en breed mogelijk publiek. Het museum kwalificeert zichzelf als lieu de mémoire. Het museum heeft als kernactiviteiten: beheer, behoud en toegankelijkheid van de collectie, presentatie, educatie, wetenschappelijk onderzoek en kennisuitwisseling.

Het Rembrandthuis positioneert zich als een hoogwaardige instelling met een sterke culturele en wetenschappelijke basis enerzijds en een goed ontwikkeld cultureel ondernemerschap anderzijds. Het museum is nauw verbonden met zowel de iconische figuur van Rembrandt als met de 17e eeuw als bloeitijd bij uitstek van Amsterdam. In het Rembrandthuis waant de bezoeker zich volgens het museum in de leefwereld van de Gouden Eeuw.

In de periode 2017-2020 wil het museum verschillende facetten van Rembrandt belichten. Onder de noemer ‘Rembrandts vele gezichten’ wil men met en in het huis het verhaal vertellen van Rembrandt als mens, kunstenaar, leermeester, ondernemer en Amsterdammer. Daarbij richt het museum zich nadrukkelijker dan voorheen op de Nederlandse doelgroep, en daarbinnen specifiek de Amsterdammers. Wisselende tentoonstellingen moeten het museum interessant maken voor herhaalbezoek door stad- en landgenoten. Het Rembrandthuis streeft ernaar een verdiepingsslag in de programmering te maken door lezingen en debatten te programmeren, technische demonstraties te organiseren en de kenniscentrumfunctie van het Rembrandt Informatie Centrum verder te ontwikkelen. Het museum wil tenslotte meer naar buiten treden. Dat zal gebeuren in de vorm van outreach projecten gericht op educatie en ouderenparticipatie, tentoonstellingen in het buitenland, digitale activiteiten en producten en het onderzoeksproject Rembrandt lab in samenwerking met Museum de Lakenhal in Leiden. Het Rembrandthuis voorziet ieder voor- en najaar een wisseltentoonstelling. Elke zomer zal er aandacht besteed worden aan Rembrandt de etser.

Het Rembrandthuis ontvangt in het kader van het Kunstenplan 2013-2016 een subsidie van € 924.000 per jaar. Voor de periode 2017-2020 vraagt het museum € 995.000 per jaar aan bij het AFK.

Artistiek-inhoudelijke kwaliteit

De commissie beoordeelt de artistiek-inhoudelijke kwaliteit van Museum Het Rembrandthuis als ruim voldoende. Het Rembrandthuis legt in zijn ondernemingsplan een heldere artistiek-inhoudelijke visie neer, die echter in de uitwerking op belangrijke punten tekortschiet. De keuze om de verschillende hoedanigheden van Rembrandt te belichten en daarbij ook te trachten de relatie met het heden te leggen, biedt veel kansen voor een programmering die voor brede doelgroepen interessant is. De commissie is echter van mening dat deze keuze juist in de voorgenomen tentoonstellingsprogrammering niet sterk is uitgewerkt.

De focus blijft gericht op het kunstenaarschap, van de manier waarop de relatie met het heden wordt gelegd heeft de commissie in het ondernemingsplan nauwelijks iets terug kunnen vinden. Zij vindt dat het plan daarin overtuigingskracht tekort komt. De vele gezichten van Rembrandt komen vooral naar voren in de randprogrammering en in de marketing en communicatie. De grote tentoonstellingen die het museum voor ogen heeft, zijn in de ogen van de commissie goed gekozen en zijn potentiële blockbusters. De commissie constateert echter dat het Rembrandthuis slechts beperkt ruimte heeft voor tentoonstellingen.

Het ruimteprobleem lijkt de komende periode nog groter te worden doordat het museum ook de workshops in het museum zelf onder dak wil brengen. De in de vorige periode geplande verplaatsing van het Informatie Centrum, de educatieruimtes en enkele kantoorfuncties naar het Pintohuis, is niet doorgegaan. De begroting stipt kort aan dat men verwacht dat door aanpassingen aan het gebouw meer ruimte kan worden toegewezen als publieksruimte en reserveert een voorziening voor bouwkosten. Het ondernemingsplan gaat echter niet niet in op dit voornemen noch op de omgang met de ruimtelijke vraagstukken waar het museum voor staat.

In de samenvatting van het ondernemingsplan stelt het Rembrandthuis dat het museum zich verder wil ontwikkelen als kenniscentrum. In het ondernemingsplan zelf is daarvan geen sprake. De commissie vindt de functie van kenniscentrum meer op de weg van het Rijksmuseum liggen. Als Rembrandt Informatie Centrum vervult het Rembrandthuis, volgens de commissie, een goede functie, maar de noodzaak om dit door te ontwikkelen tot kenniscentrum ziet zij niet.

Als lieu de mémoire en in zijn exclusieve gerichtheid op Rembrandt is het Rembrandthuis onderscheidend. De programmering van de afgelopen jaren heeft het eigen karakter van het museum onderstreept en versterkt. Op het gebied van vakmanschap constateert de commissie dat de inrichting van het museum sterk is verbeterd. De presentatie oogt fris en verzorgd. Wel vindt de commissie dat de zeggingskracht van het huis als lieu de mémoire gebaat is bij een wat minder steriele presentatie. Zij mist ‘de geur van verf’ en vindt de leerlingwerkplaats kaal.

Zakelijke kwaliteit

De commissie Erfgoed beoordeelt de zakelijke kwaliteit van Museum Het Rembrandthuis als ruim voldoende. Het Rembrandthuis heeft zich de afgelopen jaren als een goed cultureel ondernemer betoond. Het museum haalt veel inkomsten binnen uit entreegelden. Het percentage eigen inkomsten ligt ver boven de norm en de inkomstenmix is stabiel.

De commissie vindt wel dat het Rembrandthuis bepaalde posten erg conservatief heeft begroot. Dat levert een begroting op die weliswaar realistisch en haalbaar is, maar ook uitmondt in een geraamde subsidiebehoefte die groter is dan de commissie noodzakelijk acht. In 2015 slaagde het Rembrandthuis erin om ruim € 300.000 meer aan incidentele gelden voor tentoonstellingen binnen te halen dan in voorgaande jaren. Sinds 2015 heeft het Rembrandthuis een fondsenwerver in huis en wordt er binnen de nieuw opgezette afdeling Development structureel gewerkt aan ontwikkeling en verbetering van de verdiencapaciteit van het museum. Tegen die achtergrond acht de commissie de begroting van de overige inkomsten voor de komende jaren te weinig ambitieus. Ook gezien de nu nog lage sponsorinkomsten, afgezet tegen de aantrekkelijkheid voor sponsors van Rembrandt als ‘merk’, is de commissie van mening dat het Rembrandthuis aanzienlijk meer verdiencapaciteit heeft dan het in deze begroting laat zien. Ook de verdiencapaciteit van de buitenlandse prentententoonstellingen is voorzichtig geraamd.

De commissie vindt de bedrijfsvoering van het Rembrandthuis onvoldoende efficiënt. Het museum draait weliswaar goed, maar de commissie constateert dat de beheers- en personeelslasten erg hoog zijn en dat ook de personele lasten per fte ver bovengemiddeld zijn. De cijfers van het Rembrandthuis op dit gebied steken zeer ongunstig af bij die van de gemiddelde aanvrager uit de erfgoedsector. In de komende periode neemt het percentage beheerslasten nog verder toe. De zware overhead wordt deels veroorzaakt door de grote vaste personeelsbezetting, die de afgelopen jaren alleen maar is gegroeid. Dat maakt het museum kwetsbaar: de organisatie is niet wendbaar en kan tegenvallers moeilijk opvangen. Dat klemt des te meer omdat de reserves van het Rembrandthuis beperkt zijn. De commissie vindt deze situatie zorgelijk. Zij vindt het noodzakelijk dat hierin de komende periode verbetering komt. Uit het ondernemingsplan spreekt geen bewustzijn van dit volgens de commissie urgente probleem.

Het museum is pas vrij recent gestart met het werken met vrijwilligers. De commissie vindt het belangrijk dat het Rembrandthuis hiermee doorgaat, zowel met het oog op het maatschappelijk draagvlak als omwille van het ontlasten van de organisatie. 

Bestuur en toezicht van het Rembrandthuis zijn in orde. Het is wenselijk dat de organisatie melding maakt van de nevenfuncties van de leden van de Raad van Toezicht. De culturele diversiteit in personeel en organisatie komt in het plan niet aan de orde.

Publiek

De commissie beoordeelt Museum Het Rembrandthuis als ruim voldoende ten aanzien van het criterium publiek. Het Rembrandthuis is al jaren een grote publiekstrekker. De commissie vindt dat het museum door deze constante goede resultaten laat zien dat het een goed publieksbeleid weet te voeren. Wat betreft de visie op duurzame opbouw van het publiek, is het ondernemingsplan van het Rembrandthuis echter nauwelijks uitgewerkt. Het museum verwoordt weliswaar een duidelijke ambitie – groei van het aandeel van Nederlands en Amsterdams publiek – maar maakt niet duidelijk wat ervoor nodig is om die te verwezenlijken. Het plan maakt geen melding van (de resultaten van) publieksonderzoek, hoewel dat ook ten tijde van het vorige Kunstenplan een punt van aandacht was en het museum dit de afgelopen jaren opgepakt zou moeten hebben.

Zo blijft onduidelijk wat het huidige aandeel van Nederlanders en Amsterdammers is en hoeveel en wat voor inspanningen het museum zal moeten verrichten om dat aandeel naar de beoogde 25% van het totale bezoekersaantal te krijgen. De commissie signaleert dat de audiotour vrijwel uitsluitend basale informatie verschaft en dat deze daardoor met name voor binnenlandse bezoekers weinig te brengen heeft. De technische demonstraties daarentegen zijn voor de Nederlandse doelgroep juist weer hoogdrempelig, doordat de voertaal daar vooral Engels is.

Duidelijk en aansprekend is het museum als het gaat om zijn outreach aanpak en zijn educatiebeleid. De commissie waardeert het dat het museum oog heeft voor vmbo’ers en voor ouderen die niet meer in staat zijn om het museum zelf te bezoeken. Ook gezien de ruimtelijke beperkingen van het museum en met het oog op het belang voor de stad, vindt de commissie het belangrijk dat het museum meer buitenshuis gaat opereren. Het Rembrandthuis bereikt een grote groep scholieren, maar constateert dat het scholenbezoek aan het museum een dalende trend vertoont. Het voornemen om de binding met scholen te versterken door een samenwerkingsverband van partnerscholen te vormen kan daarom zinvol zijn, maar doordat ook dit niet is uitgewerkt heeft de commissie geen beeld van de haalbaarheid hiervan. Het Rembrandthuis besteedt in zijn plannen geen aandacht aan het bereik van een cultureel divers publiek in de stad.

Belang voor de stad: verbinding en spreiding

De commissie beoordeelt Museum Het Rembrandthuis als goed ten aanzien van het criterium verbinding. Het Rembrandthuis stelt zich actief op in de stad. Het participeert in het samenwerkingsverband van de Plantage en in het Amsterdamse netwerk rond museale veiligheidszorg, werkt nauw samen met het Rijksmuseum en het Amsterdam Museum en ontwikkelt outreach- en educatieactiviteiten in samenspel met onderwijs- en welzijnsinstellingen.

De commissie beoordeelt Museum Het Rembrandthuis als zwak ten aanzien van het criterium spreiding. Tot dusver spelen de activiteiten van het museum zich vooral binnenshuis, dus in centrum Amsterdam af. Het museum wil door middel van de outreach activiteiten zijn actieradius in de stad vergroten, maar hierbij gaat het om een relatief klein bereik. Bovendien moeten deze projecten de komende periode hun waarde nog bewijzen.

Conclusie

De commissie adviseert de aanvraag van Museum Het Rembrandthuis gedeeltelijk te honoreren.

De commissie is van oordeel dat het museum meer verdiencapaciteit heeft dan het in zijn begroting laat zien. Ook vindt de commissie dat het nodig is om het museum ertoe te bewegen in te grijpen in de bedrijfsvoering om de hoge beheerslasten structureel omlaag te brengen. Om op een in de museumsector gebruikelijk percentage beheerslasten uit te komen, zou het museum daarop circa 15% moeten besparen. De commissie constateert dat dat op korte termijn niet reëel is, omdat dat het functioneren van de organisatie in gevaar zou brengen en het terugbrengen van de vaste formatie ook geld kost. Daarom adviseert de commissie de subsidie aan het Rembrandthuis vanaf 2018 voorzichtig en geleidelijk af te bouwen met € 25.000 per jaar. Van € 924.000 in 2017 zal de subsidie in 2018 tot
€ 899.000 moeten dalen, in 2019 tot € 874.000 om in 2020 te eindigen op € 849.000. Dat betekent dat het Rembrandthuis in de periode 2017-2020 gemiddeld € 886.500 subsidie per jaar zal ontvangen.