Roze Filmdagen (Stichting Pink Media)

Film
Aangevraagd: € 34.525
Toegekend: € 25.000
Toegekend 2013-2016: n.v.t.

Inleiding

Stichting Pink Media toont tijdens de Roze Filmdagen een breed aanbod aan arthouse films en documentaires met een LGTBQ-context. Ontstaan als kleinschalig filmfestival voor liefhebbers, is het de afgelopen jaren uitgegroeid tot een filmfestival met een vaste schare bezoekers. Het festival besteedt aandacht aan grote en kleine films. Sinds 2011 vindt de Roze Filmdagen plaats in bioscoop Het Ketelhuis op het Westergasterrein.

In 2017 wordt de 20ste editie van het filmfestival georganiseerd. Stichting Pink Media wil meer thema’s oppakken die nu nog onderbelicht zijn. De organisatie heeft verder de ambitie om de ondersteuning van jonge filmmakers uit te bouwen door voor de post-productiefase jaarlijks een budget beschikbaar te stellen. Men wil het festival uitbreiden door naast het Ketelhuis ook films te programmeren in het Westergastheater. Hier komt extra programmering in de vorm van Q&A’s en talkshows, een openlucht fototentoonstelling en meer aandacht voor Nederlandse en internationale makers. Pink Media wil groeien naar een 11-daags filmfestival met 130 films in 4 zalen met meer dan 10.000 bezoekers in Amsterdam, en met op termijn parallelle festivals in andere steden, zoals bijvoorbeeld Rotterdam en Enschede.

De meerjarige subsidie die nu van het AFK gevraagd wordt bedraagt gemiddeld € 34.525 per jaar en is bedoeld voor het geheel aan activiteiten.

Artistiek-inhoudelijke kwaliteit

De commissie beoordeelt de artistiek-inhoudelijke kwaliteit als ruim voldoende. Het festival De Roze Filmdagen is de belangrijkste programmeringsplek voor LGTBQ -films in Nederland en is daarmee ook in Amsterdam onderscheidend ten opzichte van andere aanbieders in de stad. Men programmeert een breed aanbod films en documentaires, waarin met name de eigen achterban, de LGTBQ-community, zich kan herkennen. De programmering is divers wat betreft land van herkomst en thematisch opgebouwd. De nadruk ligt op arthouse films en documentaires die veelal niet of slechts sporadisch elders te zien zijn. Soms worden ook “grotere” films geprogrammeerd, die op het IFFR of IDFA zijn vertoond.

De commissie is van oordeel dat de aanvraag van de Pink Media summier is uitgewerkt en weinig gedetailleerd ingaat op de diverse thema’s. Het voorliggende plan geeft weinig helder inzicht in de visie van de Roze Filmdagen en de ontwikkelingen die de organisatie op de langere termijn beoogt en doet daarmee volgens de commissie niet helemaal recht aan wat de stichting feitelijk in de praktijk realiseert. De commissie vindt het festival in de praktijk namelijk artistiek-inhoudelijk gezien van goede kwaliteit binnen de specifieke context van de programmering. De artistieke visie in de aanvraag ontbeert volgens de commissie scherpte en diepgang. Pink Media geeft aan “te balanceren tussen filmcultuur (cinematografisch aansprekende films) en emancipatie”, maar het is niet altijd duidelijk welke kwaliteitscriteria men precies hanteert bij de selectie van films. Ook wordt er gesproken over een aantal ambities, bijvoorbeeld de ondersteuning van jonge filmmakers en een meer themagerichte programmering, terwijl de organisatie niet formuleert hoe zij dit wil aanpakken. De feitelijke programmering oogt echter voldoende vakkundig samengesteld, met zeggingskracht voor de doelgroep. Wel lijkt de programmering in de loop der jaren minder “activistisch” en experimenteel geworden en daardoor, volgens de commissie, behoudender.

Wat betreft de ambities op het gebied van talentontwikkeling, het begeleiden van jonge makers door een adviseur en een extra budget, is de commissie kritisch. Het zou meer voor de hand liggen, mede gezien het beperkte aantal (vaste) medewerkers van de stichting, om bestaande educatieve activiteiten uit te bouwen en/of het eigen internationale netwerk te gebruiken ter promotie van (films van) jonge makers. De commissie ziet weinig in het opzetten van een nieuw specifiek traject voor de ondersteuning in de post-productie, temeer daar in de aanvraag niet duidelijk wordt wat dat traject inhoudelijk en praktisch precies gaat betekenen.

Zakelijke kwaliteit

De commissie beoordeelt de zakelijke kwaliteit als ruim voldoende. Met relatief weinig middelen heeft Pink Media de afgelopen 20 jaar een kwalitatief goed festival weten neer te zetten. De begroting bevat een realistische mix van inkomsten uit diverse bronnen: sponsoring, donateurs, vrienden, recettes en subsidies. Hoewel een risicoanalyse ontbreekt, blijkt uit het trackrecord van de stichting dat de organisatie vaste partners aan zich weet te binden, flexibel is en in staat is om te gaan met eventuele tegenvallers. De commissie prijst het ondernemerschap van Pink Media en is met name te spreken over de hoge percentages eigen inkomsten en inkomsten uit recettes.

Het valt de commissie op dat er hoge kosten worden gemaakt voor filmhuur en zij vraagt zich daarbij af of de hoeveelheid films die gehuurd wordt passend is voor de schaal van het festival. De commissie is van oordeel dat de organisatie naar mogelijkheden zou kunnen zoeken om die kosten te drukken, bijvoorbeeld door het vaker tonen van dezelfde films. Zoals eerder aangegeven is de commissie van mening dat ambitie op het gebied van talentontwikkeling, zoals beschreven in het plan, weinig concreet is en daarom ook financieel gezien weinig prioriteit heeft voor de commissie.

Pink Media heeft een bestuur dat de richtlijnen van de Governance Code Cultuur volgt. De organisatie heeft een directie en een (onbezoldigd) meewerkend bestuur. In hoeverre er sprake is van culturele diversiteit in bestuur en personeel wordt in de aanvraag niet nader omschreven, een visie hierop evenmin.

Publiek

De commissie beoordeelt het criterium publiek als voldoende. De Roze Filmdagen hebben in de afgelopen jaren een trouw en voor de schaal van het festival behoorlijk grote publieksgroep opgebouwd vanuit de eigen LGTBQ -gemeenschap. Men kent het publiek en weet het goed te bereiken. Pink Media geeft aan ook een breder publiek te willen trekken met het festival, maar het wordt de commissie niet duidelijk wat de visie op die potentiële doelgroep is. De organisatie vermeldt in de aanvraag “te zoeken naar een balans tussen films die een (op een subcultuur gericht) beperkt publiek zullen aanspreken en films die een groot publiek zullen aanspreken”. Uit wie de bredere doelgroep bestaat en hoe deze via marketing en communicatie benaderd gaat worden, is in de aanvraag niet uitgewerkt. Pink Media levert geen gegevens uit publieksonderzoek aan.

De organisatie besteedt zowel in hun aanvraag, als in de recente programmering expliciet aandacht aan het bereiken van een cultureel divers publiek. Men programmeert films uit landen en regio’s waar homoseksualiteit problematisch is (zoals Afrikaanse landen en het Midden-Oosten) en het festival heeft een diversiteitsprogramma in samenwerking met HIVOS, dat een van de “routes” vormt die het publiek kan volgen tijdens het festival. Ook wil Pink Media - in de lijn van haar scholenprogramma - samen met het COC een voorlichtingsprogramma voor migrantengroepen gaan samenstellen.

Men geeft aan inspanningen te verrichten om een jonger publiek naar het festival te trekken, bijvoorbeeld door samenwerking met CJP. Dit blijft wat betreft de commissie ondanks dit voornemen een belangrijk punt van aandacht voor de nabije toekomst. De commissie is van mening dat er in een stad als Amsterdam publiek is en ruimte moet zijn voor een LGTBQ-filmfestival. De Roze Filmdagen vult deze plek naar behoren, maar Pink Media kan er meer aan doen om nieuwe publieksgroepen aan te boren.

Belang voor de stad: verbinding en spreiding

De commissie beoordeelt de verbinding als goed. Pink Media heeft coalities met diverse Amsterdamse en landelijke partners, zowel culturele als maatschappelijke organisaties. Men werkt intensief samen met het Ketelhuis en EYE, waar men in overleg de tweemaandelijkse klassiekenreeks THE GAZE organiseert. Bij de programmering stemt men af met andere festivals in de stad. De organisatie verbindt zich expliciet aan maatschappelijke vraagstukken en werkt voor de invulling van de programmering samen met organisaties als HIVOS, CJP en Aidsfonds. Met het COC organiseert Pink Media een scholenprogramma, mede gericht op voorlichting over homoseksualiteit. De partnerschappen ogen solide en toekomstbestendig.

De commissie beoordeelt de spreiding als goed. De kernactiviteiten vinden hoofdzakelijk plaats in het Ketelhuis en EYE, in respectievelijk de stadsdelen West en Noord.

Conclusie

De commissie adviseert op grond van bovenstaande overwegingen om de plannen van stichting Pink Media op het gebied van talentontwikkeling niet te honoreren. Verder is de commissie van mening dat de hoogte van filmhuur onvoldoende in verhouding staat tot de schaal van het festival. Om bovengenoemde redenen adviseert de commissie de aanvraag van stichting Pink Media gedeeltelijk te honoreren voor een bedrag van € 25.000 per jaar.