Van Eesterenmuseum

Erfgoed
Aangevraagd: € 90.000
Toegekend: € 0
Toegekend 2013-2016: n.v.t.

Inleiding

Het Van Eesterenmuseum vertelt het verhaal van de Amsterdamse tuinsteden en de stedelijke ontwikkelingen, architectuur en bewonersgeschiedenis van de jaren ’50 en ’60 van de vorige eeuw. Inmiddels beschikt het ook over een informatie- en documentatiecentrum met tentoonstellingen en activiteiten en over een museumwoning die is ingericht in de stijl van Goed Wonen. Het museum heeft een breed en divers publiek voor ogen en wil bewoners en bezoekers uitdagen om hun band met de stad, en in het bijzonder Nieuw-West, te versterken.

Het museum heeft als kernactiviteiten het ontwikkelen en toegankelijk maken van kennis over thema’s en stromingen die relevant zijn voor de stedelijke ontwikkeling, het fungeren als platform op datzelfde gebied, het promoten van de stedenbouwkundige en culturele kwaliteiten van Nieuw-West, de andere Amsterdamse tuinsteden en wederopbouwgebieden van nationaal belang en het bevorderen van het bewustzijn van bewoners van de tuinsteden ten aanzien van hun leefomgeving. Het museum beschikt over een kleine betaalde staf en draait grotendeels op vrijwilligers.

In de periode 2017-2020 wil het Van Eesterenmuseum een nieuw paviljoen openen aan de Sloterplas. Daar denkt het museum zich sterker te kunnen profileren en een groter publieksbereik te kunnen realiseren. Op die manier wil het museum zich naar eigen zeggen ontwikkelen van buurtmuseum tot ‘krachtcentrale’. Met name de platform- en podiumfunctie zullen daarin een grote plaats moeten innemen.

In het paviljoen is een nieuwe vaste opstelling voorzien waarin men ruim aandacht wil besteden aan naamgever Van Eesteren, die hoofdontwerper was van het Algemeen Uitbreidingsplan van Amsterdam. Ook De Stijl en Goed Wonen moeten in de vaste opstelling een plaats krijgen. In het programma voor 2017-2020 zijn de activiteiten en evenementen leidend en de tentoonstellingen ondersteunend bedoeld. Onder de noemer ‘kijken en ervaren’ wil het museum onder meer wandelingen, boot- en fietstochten en kleinschalige thema-exposities organiseren. Onder de noemer ‘verdieping’ zullen gesprekken, cursussen, voorstellingen en educatie-activiteiten plaatsvinden en wil men publicaties uitgeven. Het ondernemingsplan beschrijft zes tentoonstellingen in de periode tot 2021 over uiteenlopende onderwerpen met een relatie tot architectuur, stedenbouw, design en kunst in de jaren ’50 en ’60.

Het Van Eesterenmuseum vraagt voor de periode 2017-2020 een bedrag van € 90.000 per jaar voor de programmering in het nieuwe paviljoen, waartoe men ook de nieuwe vaste opstelling rekent.

Artistiek-inhoudelijke kwaliteit

De commissie beoordeelt de artistiek-inhoudelijke kwaliteit van het Van Eesteren Museum als voldoende. Het Van Eesterenmuseum wil de naoorlogse tuinsteden als belangrijk nationaal cultuurgoed op de kaart zetten. In deze thematiek is het museum volgens de commissie onderscheidend en kan het van toegevoegde waarde zijn voor het museale aanbod van Amsterdam en voor de verbreding van de cultuurtoeristische profilering van de stad.

De artistiek-inhoudelijke visie van het museum op de uitbreiding aan de Sloterplas en de programmering in het nieuwe paviljoen getuigt van ambitie en creativiteit. De programmering bestrijkt de volle breedte van (het denken over) stedenbouw, architectuur, design en kunst in de jaren ’50 en ‘60. Niet alle onderdelen van het programma ogen echter even sterk. Het tentoonstellingsprogramma is weinig samenhangend en heeft te weinig focus. De voorgenomen tentoonstelling Van Haarband tot Hoofddoek bijvoorbeeld, heeft in de ogen van de commissie een te zwakke relatie met de thematiek van het museum. De commissie vindt dat sommige onderdelen, zoals het Muziekpodium, te hoog gegrepen zijn. Om de grote en gewaagde schaalsprong te maken die het museum voor ogen heeft, acht de commissie realistische ambities nodig en focus op de inhoudelijke programmering en de exploitatie van het museum

De commissie constateert dat er tussen de grootse en op zich interessante plannen uit het meerjarenplan enerzijds en het huidige functioneren van het museum anderzijds een grote kloof gaapt. Het Van Eesterenmuseum is momenteel een klein buurtmuseum dat weinig vakmanschap uitstraalt. De presentatie en inrichting zijn inhoudelijk weliswaar goed, maar de commissie vindt dat deze onvoldoende verzorgd zijn. De vaste en tijdelijke tentoonstellingen bestaan voornamelijk uit teksten en foto’s en zijn erg statisch. De schotten waarop deze materialen worden gepresenteerd ogen verouderd en detoneren in de ruimte. In de museumwoning is de authentieke Bruynzeelkeuken kapot en ontbreekt het kenmerkende rekje onder de gootsteen. Het wandrek van Tomado mist de originele dragers. Dergelijke tekortkomingen zijn een professioneel museum onwaardig en gaan zeker voor de kenners van het Nieuwe Wonen ten koste van de zeggingskracht, die juist het sterke punt is van de museumwoning. Het plan maakt onvoldoende duidelijk hoe het museum de professionaliseringsslag denkt te maken die hoort bij de voorgenomen schaalsprong.

Zakelijke kwaliteit

De commissie Erfgoed beoordeelt de zakelijke kwaliteit van het Van Eesteren Museum als voldoende. De bedrijfsvoering oogt gezond voor het museum in de huidige omstandigheden. De formatie is klein, de kosten zijn laag en de inkomsten toereikend. De commissie moet echter constateren dat de begroting voor de periode 2017-2020 niet realistisch is. De commissie vindt het begrijpelijk dat de nieuwe plannen een verdrievoudiging vragen van de personeelslasten, die dan ook in de begroting zijn opgenomen. Hoe het museum een verdrievoudiging van de inkomsten uit private middelen denkt te verwerven, maakt het plan echter niet duidelijk. De begroting maakt niet duidelijk wat men verwacht van de verdiencapaciteit van het nieuwe paviljoen, waar volgens het ondernemingsplan wel ruimte is voor cultureel ondernemerschap in de vorm van bijvoorbeeld de exploitatie van een B&B.

Hoewel het museum een grote stijging van de bezoekersaantallen voorziet, laat de begroting slechts een marginale stijging zien van de publieksinkomsten en zelfs een drastische daling van de inkomsten per bezoeker. De commissie vindt dat een zorgwekkende ontwikkeling. Het aandeel publieksinkomsten in de inkomstenmix bedraagt slechts 10%. Dankzij de bijdrage van de Van Eesteren Fluck Van Lohuizen Stichting, komt het museum net aan de vereiste 25% private inkomsten. Een verbetering van de inkomstenmix is volgens de commissie nodig om de begroting minder kwetsbaar te maken.

De commissie is van mening dat de grote schaalsprong die het museum voor ogen heeft aanzienlijke risico’s met zich meebrengt, ook gezien het feit dat de algemene reserve bescheiden is en het museum nauwelijks beschikt over eigen vermogen. De risico’s zijn in de aanvraag echter niet in kaart gebracht. Ook laat het museum zich niet uit over de manier waarop men de risico’s denkt te kunnen beheersen.

Welke consequenties de schaalvergroting en de daarmee gepaard gaande professionalisering zullen moeten hebben voor de inrichting van management en bestuur, blijft in het plan onbesproken. De commissie signaleert dat het museum in de aanvraag aangeeft nog te werken aan de implementatie van de Governance Code Cultuur. Het museum heeft de wens om allochtone bewoners en nieuwkomers uit de buurt en van elders als vrijwilliger te betrekken bij het museum, maar beschrijft niet hoe men dat wil doen. De commissie vindt het van belang dat het museum daar een aanpak voor ontwikkelt, omdat de omvorming van buurtmuseum naar ‘krachtcentrale’ anders een loze ambitie blijft.

Publiek

De commissie beoordeelt het Van Eesteren Museum als voldoende ten aanzien van het criterium publiek. Het museum trekt in zijn huidige gedaante weinig publiek. De bezoekersaantallen dalen bovendien al sinds 2012 licht, maar gestaag. Ogenschijnlijk was 2015 een beter jaar, maar de stijging van het publieksbereik was toen grotendeels terug te voeren op de Open Monumentendag. Van de ‘spontane inloop’ waar het plan over spreekt, is volgens de commissie geen sprake. Het museum is een fremdkörper in de wijk en zal moeite moeten doen om de buurt te bereiken en te betrekken. Wel slaagt de organisatie er al in om regelmatig en positief in de pers te komen.

De commissie vindt het plan niet getuigen van een heldere visie op de duurzame opbouw van publiek. Het hinkt op twee gedachten: enerzijds wil men een krachtcentrale in de wijk zijn en anderzijds richt men zich op professionals en kenners van architectuur, stedenbouw, design en kunst in de jaren ’50 en ’60. Deze doelgroepen vereisen ieder een totaal andere aanpak. De commissie constateert dat die in het plan ontbreekt. Ook ontbreekt de basis van een doordacht publieksbeleid: er is geen sprake van publieksonderzoek. Tegen die achtergrond acht de commissie de geraamde groei van het publieksbereik niet realistisch, ook al zal een paviljoen aan de Sloterplas op zichzelf al een bepaalde aantrekkingskracht hebben.

Het Van Eesterenmuseum is met aansprekende programma’s actief op educatiegebied en bereikt langs die weg een cultureel divers publiek. De commissie constateert echter dat de samenstelling van het publiek in het plan weinig expliciete aandacht krijgt, al zegt het museum wel te streven naar een groter bereik onder allochtone bevolkingsgroepen en nieuwkomers.

Belang voor de stad: verbinding en spreiding

De commissie beoordeelt het Van Eesteren Museum als voldoende ten aanzien van het criterium verbinding. Het museum heeft veel en goede samenwerkingspartners in de hele stad en zelfs ver daarbuiten. De commissie constateert dat de samenwerking in de buurt zelf daar enigszins bij achterblijft, terwijl dat voor het draagvlak van het museum en het functioneren als ‘krachtcentrale’ wel van groot belang is.

De commissie beoordeelt het Van Eesteren Museum als goed ten aanzien van het criterium spreiding. Het museum is gelegen in Nieuw-West en organiseert daar zijn activiteiten.

Conclusie

De commissie adviseert de aanvraag van het Van Eesteren Museum niet te honoreren.