’t Barre Land

Theater
Aangevraagd: € 120.000
Toegekend: € 0
Toegekend 2013-2016: n.v.t.

Inleiding

De voorstellingen van ’t Barre Land zijn volgens de organisatie een onderzoek naar toneelspelen en naar het wezen van deze tijd. Aan al het werk ligt één gedachte ten grondslag: toneel is ensemblekunst. ’t Barre Land heeft samen met andere autonome toneelspelers, toneelgezelschappen, verwante kunstenaars en gelieerde vakmensen, een samenwerkingspraktijk in Amsterdam. Het gezelschap wil een positie innemen 'tussen' de andere collectieven, tussen de generaties en tussen de toneelscholen en de praktijk. De komende jaren zet ’t Barre Land hierop in, door alle voorstellingen als samenwerkingen en coproducties te organiseren, in het bijzonder met Maatschappij Discordia, de Theatertroep en Tijdelijke Samenscholing en door intensief les te geven.

De komende vier jaar wil het gezelschap zich enkel richten op samenwerkingen met pas afgestudeerde toneelspelers en verwante gezelschappen. De focus ligt daarbij niet meer op het in stand houden van het eigen, vaste ensemble, maar juist op het opzoeken van (nieuwe) artistieke ontmoetingen met andere gezelschappen en kunstenaars, opererend als een flexibel ensemble; waarin het lesgeven een vanzelfsprekend onderdeel is. Doel is hierbij een nieuwe, levendige omgeving te creëren en een nieuw publiek te vinden voor 't Barre Land.

Dit krijgt zijn beslag in 19 concrete nieuwe plannen, die onder te verdelen zijn in een viertal richtingen. Ten eerste wil het gezelschap klassiek repertoire spelen met toneelstudenten en pas afgestudeerde toneelspelers. De komende periode worden specifieke coproducties tussen gezelschappen gerealiseerd, voortkomend uit de directe wens van individuele spelers om samen te werken. Er staan intercollectieve samenwerkingen gepland met de Theatertroep, Tijdelijke Samenscholing, Maatschappij Discordia en onafhankelijke toneelspelers. En tenslotte worden literaire programma’s ontwikkeld voor het literaire circuit in samenwerking met Perdu. Middels deze samenwerkingen en coproducties wil 't Barre Land het onderzoek naar en het spelen van repertoire als ensemblekunst in de kleine zaal blijven stimuleren en ontwikkelen. Een belangrijke rol daarbij speelt het lesgeven aan toneelstudenten op de HKU, HKA en de School-in-Residence (België).

’t Barre Land vraagt voor de activiteiten in het kader van het Kunstenplan 2017-2020 een subsidie van € 120.000 per jaar.

Artistiek-inhoudelijke kwaliteit

De commissie beoordeelt de artistiek-inhoudelijke kwaliteit als zwak. In 2013 verhuisde ’t Barre Land naar Amsterdam, maar in de afgelopen periode is het gezelschap naar het oordeel van de commissie nauwelijks zichtbaar geweest binnen de Amsterdamse cultuursector. Uit het ondernemingsplan blijkt volgens de commissie geen urgentie waarmee het gezelschap zich nu binnen de Amsterdamse cultuursector positioneert. Het gezelschap leunt in de plannen op behaalde resultaten uit het verleden, maar er blijkt geen duidelijke artistieke visie uit de plannen waarmee hierop kritisch gereflecteerd wordt, en waarop voor de komende periode vanuit een artistiek-inhoudelijke motivatie ingezet wordt. Het vakmanschap van ’t Barre Land is overigens onbetwist aanwezig bij de kundige makers en spelers. 

Omdat de activiteiten voornamelijk zijn opgebouwd uit coproducties en samenwerkingen met andere, verwante partners, wordt niet helder waarin ’t Barre Land zich onderscheidt. ’t Barre Land zegt in de plannen niets over wat hun specifieke signatuur als gezelschap is, maar geeft enkel aan binnen welk genre ze zich thuis voelt. Daarbij wordt niet onderbouwd waarin de samenhang in de voorgenomen activiteiten te herkennen is. De veelheid aan activiteiten die ’t Barre Land de komende periode wil ontplooien maakt deze samenhang nog lastiger te vinden. Waar ’t Barre Land vooral een visie op geeft is de vorm die het gezelschap nastreeft, waarbij het onderzoek naar de “pure toneelkunst’ centraal staat. Er wordt nergens duidelijk vermeld hoe dit op aansprekende wijze richting publiek - buiten een kleine groep vakgenoten - wordt gebracht.

Zakelijke kwaliteit

De commissie beoordeelt de zakelijke kwaliteit als voldoende. De bedrijfsvoering oogt gezond, ‘t Barre land heeft het afgelopen jaar een duidelijke verandering ondergaan in de organisatiestructuur. Uit de plannen blijkt te weinig een focus op wat het gezelschap zakelijk voor ogen heeft. De commissie vindt de zakelijke plannen niet overtuigend omdat in de begroting een groot aantal projecten is opgenomen. De commissie vindt het daarom lastig te beoordelen of de begroting realistisch is. ’t Barre Land streeft een stijging van de totale inkomsten na.

Met de beoogde groei in publieksinkomsten wil het gezelschap na een lange periode van afwezigheid echter zo’n grote sprong maken, dat de commissie dit niet haalbaar acht. Het gezelschap geeft in de plannen goed blijk van de eventuele financiële risico’s. De oplossing die voor het opvangen van tegenvallende resultaten wordt gegeven, is de inkomsten zo onafhankelijk mogelijk te maken van de recettes. Hoe deze ambitie zich verhoudt ten opzichte van de wens van de organisatie de publiekinkomsten juist te laten stijgen, blijkt niet uit de aanvraag. In de huidige markt zijn hoge uitkoopsommen vaak lastig haalbaar.

In de mix van financieringsbronnen valt op dat de inkomsten buiten subsidies en publieksinkomsten in omvang beperkt zijn. Het gezelschap voorziet in kostenbesparing op personele lasten door het delen van een publiciteitsmedewerker met Maatschappij Discordia en De Theatertroep. De co'productie-
bijdragen zijn bewust door de organisatie buiten beschouwing gelaten, waarmee echter niet duidelijk wordt gemaakt hoe via de samenwerkingspartners bijgedragen wordt aan de zakelijke continuïteit van de organisatie.

’t Barre Land heeft een organisatiestructuur die past bij de artistieke doelstelling: het is een vereniging, statutair opdrachtgevend aan het bestuur van de stichting die de bedrijfsvoering van het gezelschap op reguliere basis controleert. De stichting draagt volgens regels van de Governance Code Cultuur de formele eindverantwoordelijkheid voor de zakelijke uitvoering van het artistieke beleid van de Vereniging. De organisatie heeft geen concrete visie op en aanpak van de culturele diversiteit van het personeelsbestand en het toezicht geformuleerd.

Publiek

De commissie beoordeelt het criterium publiek als voldoende. Uit de visie van ’t Barre Land, die in het ondernemingsplan wordt beschreven, blijkt dat het gezelschap een gemengd publiek wil aanspreken, maar specifieke doelgroepen zijn niet helder omschreven.

Er is blijkens de plannen ook geen publieksonderzoek gedaan. De commissie krijgt niet het idee dat
’t Barre Land daardoor voldoende zicht heeft op hun publiek en waar nog groei of verbreding te behalen zou kunnen zijn, bijvoorbeeld in het bereiken van een cultureel diverse publieksgroep. Uit de plannen blijkt niet dat ’t Barre Land een urgentie voelt om ter verbreding van het publiek inspanningen te verrichten; concrete plannen voor komende periode ontbreken.

Er wordt door de organisatie veel verwacht van de publiciteitsmedewerker, die in samenwerking met Maatschappij Discordia en De Theatertroep wordt ingezet. De specifieke boodschap die deze publiciteitsmedewerker meekrijgt om specifiek voor ’t Barre Land publieksgroepen aan te spreken of uit te bouwen, wordt uit de plannen niet duidelijk. ’t Barre Land zet voor de komende periode in op een publiek dat het gezelschap in de periode dat het actief was al behaalde. Het gezelschap ’t Barre Land kende in het verleden een trouwe schare bezoekers.

De organisatie heeft in de afgelopen periode niet aan publieksopbouw kunnen werken, waardoor het niet vanzelfsprekend is dat dit publiek daadwerkelijk bereikt ofwel verbreed zal worden. De commissie heeft er wel vertrouwen in dat het gezelschap publiek zal genereren vanuit samenwerking met onder andere De Theatertroep en Perdu. Gelet op de structurele banden van enkele leden met (de nieuwe generatie) theaterstudenten, wordt verwacht dat ook deze groep zal worden bereikt.

Belang voor de stad: verbinding en spreiding

De commissie beoordeelt de verbinding met de stad als zwak. De verhuizing van ’t Barre Land naar Amsterdam in 2013 heeft sindsdien niet aantoonbaar tot veel samenwerking en coalities binnen het culturele veld geleid, behalve met een aantal gezelschappen waarmee het gezelschap zich verwant voelt. Stedelijke actuele thema’s zijn in de plannen niet te herkennen noch verbindingen met bewoners.

De commissie beoordeelt de spreiding als zwak. Alle activiteiten van ’t Barre Land vinden plaats in stadsdeel Centrum. Hiermee draagt het gezelschap weinig bij aan de stedelijke spreiding van het cultuuraanbod en het publieksbereik ervan.

Conclusie

De commissie adviseert de aanvraag van ’t Barre Land niet te honoreren.