Jeugdtheaterschool TIJ

Cultuureducatie
Aangevraagd: € 70.688
Toegekend: € 55.000
Toegekend 2013-2016: € 0

Inleiding

Jeugdtheaterschool TIJ (TIJ) is ruim twaalf jaar actief op IJburg. Zij was een van de eerste aanbieders van culturele activiteiten in dit nieuwe deel van de stad. TIJ brengt kinderen en jongeren met kunst en cultuur in contact en biedt hen de mogelijkheid hun talenten te ontwikkelen, door hen in een veilige omgeving een open houding aan te laten nemen, vrijheid te bieden, hun nieuwsgierigheid te voeden, fantasie te prikkelen en hun voorstellingsvermogen te stimuleren. Hiermee wil de school bijdragen aan de ontwikkeling van de 21e-eeuwse vaardigheden en sociaal-emotionele en culturele vorming van de kinderen in IJburg. De organisatie laat de doelgroep in de vorm van binnen-, buiten- en naschoolse activiteiten kennismaken met het theatervak. TIJ heeft voor talentontwikkeling een uitgebreide doorlopende leerlijn ontwikkeld, waarbinnen leerlingen in een stapsgewijs leertraject verschillende aspecten van theater en theater maken leren. Binnen de leerlijn is er, naast fysieke houding en spelontwikkeling, ook aandacht voor het stimuleren van muzikale, emotionele, verstandelijke en zintuiglijke vaardigheden.

In de periode 2017-2020 wil TIJ de leerlijnen in het onderwijsaanbod op scholen verbeteren en inzetten op de ontwikkeling van een doorlopende leerlijn van binnen- naar buitenschools aanbod. De organisatie wil haar positie in de binnenschoolse cultuureducatie hernemen en uitbreiden en wil daarmee het bereik vergroten. Daarnaast wil de organisatie meer naar buiten treden middels presentaties, een presentatieklas en door hoogwaardige producties op de planken te brengen, gespeeld door leerlingen in theaters met een grote publiekcapaciteit. TIJ wil een groter jongerenbereik realiseren, door nieuwe communicatiestrategieën in te zetten en een uitbreiding in stadsdeel Oost in de vorm van dependances. Om de jongeren beter te bereiken, wordt er in 2016 onderzoek gedaan naar de juiste communicatiestrategie, om met deze nieuwe groep in contact te komen en hen aan de jeugdtheaterschool te binden.

De – licht afbouwende – subsidie die voor de periode 2017-2020 aan het AFK wordt gevraagd in het kader van het Kunstenplan bedraagt gemiddeld € 70.688 per jaar.

Artistiek-inhoudelijke kwaliteit

De commissie beoordeelt de artistiek-inhoudelijke kwaliteit als ruim voldoende. TIJ formuleert een degelijke visie op cultuureducatie. De organisatie is stevig verankerd op IJburg en stimuleert kinderen en jongeren van binnen en buiten de wijk om hun talent als theatermakers en spelers te ontwikkelen. De zelf ontwikkelde doorlopende leerlijn is de kern van alle activiteiten van TIJ. Bij het werken op de scholen neemt TIJ het onderwijs als uitgangspunt. De leerkracht en het curriculum staan centraal, en daarbij biedt TIJ maatwerk. De commissie waardeert het dat de school theater inzet als een middel om andere vakken te verrijken en om specifieke vaardigheden van leerlingen aan te spreken. Hiermee draagt de organisatie bij aan een rijke leeromgeving voor kinderen van 4-12 jaar. De commissie is positief over de aandacht van TIJ voor de aansluiting van binnen-, buiten-, en naschoolse activiteiten. Het aanbod is naar mening van de commissie goed en praktisch opgezet en getuigt in dat opzicht dan ook van vakmanschap.

De commissie mist wel een duidelijke en onderscheidende artistieke visie en weerspiegeling hiervan in de werkwijze en het aanbod van TIJ. Inspiratiebronnen en theatraal materiaal worden niet expliciet in het plan benoemd. Op het gebied van programmering en inhoudelijke koers, hadden er voor de komende periode scherpere keuzes kunnen worden gemaakt. De artistieke visie lijkt van de docenten te komen, maar de wijze waarop deze naar de doelgroep wordt vertaald is in het ondernemingsplan niet uitgewerkt. Wat betreft de professionalisering van de slotvoorstellingen, worden vooral de inzet van een productieleider en verbetering van het toneelbeeld genoemd. Dit vindt de commissie weinig artistiek-inhoudelijk.

TIJ is werkzaam op het gebied van theater en aanverwante disciplines als beweging, dans, mime, stem/zang, musical, media en vormgeving. Dit spreekt een brede groep leerlingen aan, blijkens het groeiend aantal deelnemers dat het programma trekt. Het aanbod is zeer breed opgezet, waardoor leerlingen met veel facetten van theater kennismaken maar zich binnen die facetten minder kunnen verdiepen. De commissie is van mening dat verdieping en versterking van de artistieke component het aanbod nog meer onderscheidend zou kunnen maken en de positionering binnen het brede veld van theatermakers en cultuureducatie zou kunnen versterken. Als de jeugdtheaterschool in toenemende mate van belang wil zijn voor de stad, kan een duidelijke artistieke visie volgens de commissie niet ontbreken. Vanwege de specifieke kwaliteit van het aanbod kunnen dan ook leerlingen uit andere stadsdelen kiezen voor TIJ.

Zakelijke kwaliteit

De commissie beoordeelt de zakelijke kwaliteit als voldoende. De totale begroting groeit in 2017 fors ten opzichte van de voorgaande jaren. Dit is het gevolg van versterking van de organisatie en een forse uitbreiding van de activiteiten. TIJ wil de personele bezetting uitbreiden van 1 naar 2 vaste fte. In de periode 2017-2020 zal gewerkt worden met een zakelijk/artistiek leider en een assistent zakelijk/artistiek leider. De commissie vindt de onderbouwing voor deze keuze niet overtuigend en benadrukt het belang van een sterke artistieke leiding, aangevuld met een sterke zakelijke leiding. Voorts merkt de commissie op dat in de meerjarenbegroting de docentkosten in alle drie de pijlers van TIJ opvallend laag zijn begroot en niet in overeenstemming lijken met de beoogde groei.

TIJ heeft een goed eigen inkomstenpercentage en weet haar activiteiten in de buitenschoolse Opvang (BSO) kostendekkend in de markt te zetten. De commissie vindt de beoogde groei in de naschoolse activiteiten aannemelijk. Dat geldt niet voor de verwachte verveelvoudiging van het aantal leerlingen in het binnenschoolse aanbod, tot 5.373 leerlingen in 2020. Deze enorme groei wordt in het ondernemingsplan niet onderbouwd. Blijkens het organisatieplan heeft TIJ geen strategie bij tegenvallende inkomsten. Wel legt TIJ uit hoe zij in 2014-2015 de halvering van de subsidies van stadsdeel Oost heeft opgevangen. Na twaalf jaar heeft TIJ echter nog onvoldoende eigen vermogen en 2015 werd met een negatief resultaat afgesloten. Financiële tegenvallers kunnen niet kunnen worden opgevangen, wat de organisatie naar mening van de commissie financieel kwetsbaar maakt.

Er blijkt uit het ondernemingsplan geen visie op het genereren van andere geldstromen. Er zijn geen sponsorinkomsten. Wel constateert de commissie dat TIJ gedurende de komende beleidsperiode aan een verminderde subsidieafhankelijkheid werkt, door de groei van publieksinkomsten en gelden uit cultuurfondsen. Hoewel dit om een geringe vermindering gaat, vindt de commissie het een goed uitgangspunt.

Het bestuur volgt de principes van de Governance Code Cultuur. Uit het aanvraagformulier blijkt echter dat het bestuur voor onbepaalde tijd zitting heeft. TIJ stelt zich ten doel dat in de periode 2016-2018 25% van haar vacatures (vaste dienst, bestuur en docententeam) wordt vervuld door personen met een niet-westerse achtergrond en breidt dit in 2018-2020 uit naar 35%.

Publiek

De commissie beoordeelt het criterium publiek als voldoende. De in het plan beschreven kenmerken per leeftijdscategorie zijn een indicatie dat TIJ een goed beeld en kennis heeft van haar doelgroep. De ambitie om de groeiende doelgroep van twaalf jaar en ouder nog beter te bedienen, spreekt de commissie aan. In een sterk veranderende omgeving als die van IJburg en omringende gebieden, liggen hier zeker kansen voor nieuwe aanwas voor TIJ. De mate van groei, zoals deze in het ondernemingsplan geschetst wordt, vindt de commissie echter niet realistisch.

TIJ geeft aan zich naast de huidige doelgroep, ook te willen gaan richten op andere, moeilijker bereikbare doelgroepen. Hoe de organisatie deze doelgroepen wil bereiken, wordt uit de aanvraag niet duidelijk. De marketingstrategie is traditioneel en sluit onvoldoende aan bij de belevingswereld van de nieuwe doelgroepen. Middelen om deze aansluiting te realiseren, worden niet benoemd. De commissie constateert dat TIJ een summier diversiteitsbeleid voert ten aanzien van het publiek. Dit is teleurstellend in een buurt waar kinderen van verschillende culturele achtergronden woonachtig zijn en waar 10% van de leerlingen binnenkomt via regelingen voor minder kapitaalkrachtige verzorgers. In het plan ontbreekt een visie op de omgang met leerlingen met sociaal-maatschappelijke problemen of achterstanden. Om een cultureel meer divers deelnemerspubliek te bereiken, vindt de commissie een betere weergave van diversiteit in het beeldmerk van de school niet afdoende. De commissie is van mening dat TIJ naar meer manieren zal moeten zoeken om deelnemers en publiek te bereiken die een afspiegeling zijn van buurt. De commissie merkt op dat TIJ in de komende periode meerdere marketingvraagstukken onderzoekt. Zo zal er onderzoek worden gedaan naar een gerichte communicatiestrategie voor de jongerendoelgroep, naar samenwerkingen die interessant kunnen zijn voor jongeren en naar de wijze waarop nieuwe doelgroepen kunnen worden aangesproken. De commissie had graag gezien dat deze onderzoeken reeds hadden plaatsgevonden. De vertaling van de uitkomsten hiervan naar de praktijk, had middels het schetsen van een concrete aanpak het ondernemingsplan kunnen versterken.

Belang voor de stad: verbinding en spreiding

De commissie beoordeelt de verbinding als voldoende. De organisatie werkt samen met BSO’s en met aan het Overleg Jeugdtheaterscholen Amsterdam (OJA) gekoppelde partners. Daarnaast worden Stadspas, het Jongerencultuurfonds, IJburg TV en lokale ondernemers genoemd als samenwerkingspartners. De commissie constateert dat TIJ stevig is verankerd in de wijk en een goede naamsbekendheid heeft opgebouwd bij inwoners en scholen op IJburg. Voor het bereik van beoogde nieuwe en cultureel meer diverse doelgroepen, zou echter nog specifieker samengewerkt kunnen worden.

De beginnende samenwerking tussen de jeugdtheaterscholen in het OJA vindt de commissie een goede ontwikkeling. De voorgenomen samenwerkingsactiviteiten vindt zij echter onderdeel van de corebusiness van TIJ en de andere jeugdtheaterscholen. De commissie constateert geen strategisch uitgewerkte vorm van samenwerking op het gebied van zakelijke leiding, marketing en expertise die de reguliere werkpraktijk ontstijgt, en een extra bijdrage onderbouwt.

De spreiding beoordeelt de commissie als goed. TIJ richt zich op IJburg en Oost, met enkele activiteiten in andere stadsdelen.

Conclusie

De commissie adviseert niet bij te dragen aan de samenwerkingsactiviteiten binnen het OJA, en het bedrag voor de activiteiten van TIJ zelf te baseren op het door de commissie realistisch geachte deel van de beoogde groei. De commissie adviseert de aanvraag van Jeugdtheaterschool TIJ op grond van bovenstaande overwegingen gedeeltelijk te honoreren, met een jaarlijks bedrag van € 55.000.