Ongoing

Dans
Aangevraagd: € 23.600
Toegekend: € 0
Toegekend 2013-2016: n.v.t.

Inleiding

De stichting Ongoing heeft sinds de oprichting in 2008 projecten ontwikkeld en uitgevoerd die vallen onder community art, dans en theater in verschillende buurten van Amsterdam. Sinds 2012 richt Ongoing zich expliciet op ouderen en de oudere danser vanaf 45 tot en met 70 jaar. De visie van de stichting gaat uit van een samenleving die het mogelijk maakt te participeren, op een kunstzinnige wijze voor alle lagen van de bevolking. Verbinding is daarbij een rode draad. Hiertoe ontwikkelt de organisatie dansprojecten met oudere dansers voor een breed publiek, met musici en choreografen van de nieuwe generatie. Daarnaast is er een samenwerking met jonge net afgestudeerde choreografen via de Theaterschool in Amsterdam. Zo ontstaat er een cross-over tussen generaties en worden beide werelden zichtbaar. Verbinding en het bevorderen van de sociale cohesie in de buurt zijn onderliggende doelen van de projecten.

In 2016 is door Ongoing een start gemaakt met het leggen van verbindingen met danswerkplaatsen en theaters die ook een jong publiek trekken. Vanaf 2017 wordt deze samenwerking structureel. Ongoing heeft hiertoe binnen Amsterdam de volgende partners gezocht: Dansmakers in Noord, Chassé dansstudio's in West en Cinetol in Zuid. Via voorstellingen, openbare workshops en masterclasses wordt zichtbaar hoe ouderen kunnen participeren en wordt duidelijk dat dans ook bereikbaar is voor deze doelgroep. Door ieder jaar met een productie uit te komen en zo mogelijk locaties uit te breiden, wil de organisatie het concept ontwikkelen en het publieksbereik laten groeien. Ongoing wil daarbij jaarlijks een vast programma realiseren en minimaal één project vormgeven.

De organisatie van de projecten kent steeds dezelfde opbouw, waarvan onder andere voorbereiding met samenwerkingspartners; werving van de dansers, locatieonderzoek en het betrekken van de jonge kunstenaars die deel gaan uitmaken van het artistieke team onderdeel zijn. De evaluatie en de daaruit voortkomende verbeterpunten zijn steeds het uitgangspunt voor het volgende project. De projecten zelf bestaan onder meer uit: improvisatie op muziek, workshops in ‘dans’ maken, het leren creëren; training van de ontwikkelde vaardigheden, repetitiedagen en voorstellingen.

Ongoing vraagt voor de activiteiten in het kader van het Kunstenplan 2017-2020 een subsidie van
€ 23.600 per jaar.

Artistiek-inhoudelijke kwaliteit

De commissie beoordeelt de artistiek-inhoudelijke kwaliteit als zwak. Ongoing heeft als doel ouderen te laten participeren op een kunstzinnige manier. De activiteiten maken deel uit van een onderzoek naar de mogelijkheid tot dansen op latere leeftijd. De artistiek-inhoudelijke motivatie is echter niet duidelijk. Het ondernemingsplan ontbeert een meerjarige artistiek–inhoudelijke visie en beschrijving van de artistieke doelstellingen en werkmethoden. Ondanks dat een aantal mogelijke culturele samenwerkingspartners wordt genoemd, wordt uit de plannen niet duidelijk welke positie de organisatie inneemt in het professionele culturele veld.

Het ondernemingsplan van Ongoing, heeft het karakter van een plan van aanpak, waarin wordt beschreven welke acties worden ondernomen om tot een project te komen. Omdat de verschillende projecten nog niet inhoudelijk zijn omschreven, is aan het plan niet af te lezen in hoeverre de programmering onderscheidend is. Uit het plan wordt bovendien onvoldoende duidelijk wat de artistiek-inhoudelijke vaardigheden zijn van de betrokkenen. In het plan is niet benoemd of de organisatie zich richt op professionele dansers of amateurs. De nadruk lijkt dan ook niet te liggen op het vakmanschap van de deelnemers, maar op de deelname zelf. Omdat niet helder wordt tot wat voor soort presentaties de activiteiten zullen leiden, kan de commissie ook niet inschatten hoe groot de zeggingskracht voor een publiek zal zijn. De commissie krijgt wel de indruk dat, vanuit de participatieve doelstelling van de organisatie, de deelnemers een positieve ervaring wordt geboden.

Zakelijke kwaliteit

De commissie beoordeelt de zakelijke kwaliteit als zwak. Er is geen sprake van een gezonde bedrijfsvoering die voldoende basis geeft om de voorgenomen activiteiten en het beoogde publiek de komende vier jaar te bereiken. De organisatie heeft geen eigen vermogen. Jaarrekeningen over de afgelopen jaren ontbreken. De begroting is niet realistisch; de exploitatie van de organisatie is in het geheel afhankelijk van de subsidie die gevraagd wordt in het kader van het Kunstenplan. Zeker gezien de maatschappelijke opdracht die de organisatie zich stelt is het opvallend dat niet elders fondsen worden geworven. Er is daarbij geen visie op en aanpak geformuleerd voor het opvangen van risico’s die financiële consequenties hebben. De mix van inkomsten is zeer beperkt, waarbij opvalt dat er geen publieksinkomsten zijn. De lage overige inkomsten zijn niet toegelicht, naar alle waarschijnlijkheid zijn dit bijdragen van de deelnemers.

Duidelijk is dat de organisatie ingericht is als een projectorganisatie. Een stabiele meerjarige organisatiestructuur blijkt niet uit de plannen. Het bestuur is compleet, maar de samenstelling geeft de commissie geen beeld over hoe de organisatie zich tot het artistieke werkveld kan verhouden. Daarnaast is het niet conform de Governance Code Cultuur dat de aftreedtermijnen van de bestuursleden niet zijn bepaald. Een toelichting op deze afwijking ontbreekt, evenals een visie op de diversiteit van het personeelsbestand en het bestuur.

Publiek

De commissie beoordeelt het criterium publiek als zwak. De organisatie formuleert geen visie op en investeert niet aantoonbaar in een duurzame opbouw van publiek of deelnemers. Alhoewel de commissie het positief vindt dat de organisatie zich op de doelgroep ouderen richt, is deze doelgroep in de plannen niet nader beschreven. Andere doelgroepen worden niet benoemd en niet duidelijk is of de organisatie zich richt op publiek dat naar het resultaat van de projecten zal komen kijken.

Een marketingaanpak voor het bereiken van de deelnemers of het publiek ontbreekt. Ongoing heeft blijkens de plannen de afgelopen jaren geen publieks- of deelnemersonderzoek gedaan en lijkt ook niet voornemens dat in de periode 2017-2020 te gaan doen. De in de plannen genoemde projectevaluaties, die als uitgangspunt voor volgende projecten dienen, zijn niet inhoudelijk toegelicht. Het beoogde bereik is daarbij opvallend laag. Er is op het eerste gezicht geen samenhang tussen het beoogde bereik van de deelnemers en de voorgenomen programmering. Gerichte inspanningen om een cultureel divers publiek te bereiken, bijvoorbeeld door de inzet van marketinginstrumenten of via de programmering, ontbreken.

Belang voor de stad: verbinding en spreiding

De commissie beoordeelt de verbinding met de stad als zwak. De organisatie heeft de ambitie samen te werken met een aantal culturele partners, maar deze samenwerking wordt nergens concreet. De samenwerking die in het verleden met Dansmakers plaats heeft gevonden wordt niet toegelicht, noch wat in de komende periode met deze partij concreet zal worden ondernomen. Uit de aanvraag valt niet af te lezen of er inhoudelijke verbindingen of coalities gevormd worden. De positie van Ongoing binnen de Amsterdamse cultuursector wordt niet toegelicht en is voor de commissie niet uit de plannen te herleiden. Uit het beschreven programma blijkt ook niet of verbinding gelegd wordt met de stedelijke samenleving. Enkel is duidelijk dat de projecten bij zullen dragen aan participatie en sociale binding van een beperkte groep deelnemers.

De commissie beoordeelt de spreiding als voldoende. De organisatie wil een groot deel van de activiteiten uitvoeren buiten het stadscentrum en draagt daarmee mogelijk bij aan de stedelijke spreiding van het cultuuraanbod en het publieksbereik daarvan. In het plan wordt deze spreiding echter niet verder geconcretiseerd of gemotiveerd, waardoor de commissie het realiteitsgehalte niet heeft kunnen toetsen.

Conclusie

De commissie adviseert de aanvraag van Ongoing niet te honoreren.