Stichting Plan d- / andreas denk

Dans
Aangevraagd: € 64.075
Toegekend: € 0
Toegekend 2013-2016: n.v.t.

Inleiding

Stichting plan d- is een dansgezelschap dat voorstellingen maakt die speciaal op een jeugdige doelgroep gericht zijn en die door thematiek en vorm ook een volwassen publiek aanspreken. De stichting wil met haar stukken thema’s of verhalen herbergen die in de maatschappij en dicht bij de mens geworteld zijn. Altijd met een gezonde dosis humor.

Er wordt gebruik gemaakt van elementen uit theater, mime en livemuziek. De organisatie achter stichting plan d- vertegenwoordigt Andreas Denk, tot op heden het artistieke en organisatorische brein. Aansluitend op de onzekerheden, de verwarring en veranderingen van de moderne tijd gaat plan d- zich de komende jaren focussen op de geschiedenis.

De stichting ziet dit als een belangrijke bouwsteen voor de toekomst. Het werk van de stichting is in Amsterdam te zien in scholen en theaters als De Krakeling, Van Ostadetheater, Bijlmer Parktheater en op festival Julidans. Met scholen uit verschillende wijken in Amsterdam heeft Andreas Denk (in samenwerking met Dansmakers Amsterdam) contact over het aanbieden van randprogramma’s.

In de periode 2017-2020 wil de stichting zich richten op het verder doorspelen en ontwikkelen van de Buurmanvoorstellingen en het produceren van een voorstelling per jaar met een actueel thema. plan d- zet in op het verstevigen van de bestaande publieksopbouw en publieksbinding en het bereiken van nieuw jong publiek van cultureel diverse afkomst. Met universeel werk wil Andreas Denk deze groep aanspreken en in aanraking brengen met theater en dans. De voorgenomen activiteiten voor de komende vier jaar zijn: tweejaarlijks een nieuwe Buurmanvoorstelling, die in eerste instantie in Nederland op de festivals of in de theaters speelt en daarna in het buitenland verder toert, een jaarlijkse nieuwe jeugddansvoorstelling en het spelen van repertoire stukken.

Andreas Denk zal niet meer in alle stukken meedansen, om meer tijd en energie te hebben voor het verstevigen van zijn signatuur en te waarborgen dat de stichting duurzaam voort kan bestaan. Zo wil de stichting de bewegingstaal en het gedachtegoed van plan d- doorgeven.

plan d-/Andreas Denk vraagt in het kader van het Kunstenplan voor de periode 2017-2020 een bedrag aan van gemiddeld € 64.075 per jaar.

Artistiek-inhoudelijke kwaliteit

De commissie beoordeelt de artistiek-inhoudelijke kwaliteit als voldoende. Uit het ondernemingsplan komt een samenhangende thematiek naar voren die als overkoepelende motivatie voor de producties dient. In het ondernemingsplan wordt door de commissie echter een duidelijke artistiek-inhoudelijke visie of koers voor de komende periode gemist. De voorstellingen voor de jeugd komen, naar de commissie meent, voort uit een geëngageerde en maatschappelijke kijk op kunst, dans en de jeugdige doelgroep van de organisatie. Door de thematiek van de angst voor het falen aanboren te boren, is er volgens de commissie een mooi samenhangend perspectief voor de voorstellingen in de komende periode die aansluit bij de jonge doelgroep.

Gezien de jonge doelgroep van plan d-, die veelal via scholen wordt bereikt, mist de commissie in de plannen een duidelijke cultuureducatieve visie. Andreas Denk is als maker bepalend voor de artistieke producties van plan d- en heeft daarmee een herkenbaar artistiek-inhoudelijk profiel en daaruit voortvloeiende repertoire opgebouwd. Denk is een vakkundige, ervaren maker die, in de ogen naar het oordeel van de commissie, de magie van objectmanipulatie tot in de finesses beheerst. De doorgaans verhalende voorstellingen hebben door hun toegankelijkheid een zekere zeggingskracht voor de jonge doelgroep. Denk maakt in zijn voorstellingen echter al langer gebruik van dezelfde technieken en dramaturgische opbouw.

De commissie mist artistieke vernieuwing en urgentie, waardoor de voorstellingen wisselend van kwaliteit zijn. Daarbij ademt het plan een besef dat er een cultureel diverse doelgroep te bereiken valt, maar blijkt uit het plan weinig in hoeverre dit besef zich vertaalt in de manier van voorstellingen maken of thematiek. De commissie is dan ook niet overtuigd van de zeggingskracht van de voorstellingen voor nieuwe en cultureel diverse doelgroepen.

Uit het plan blijkt dat de organisatie de door choreograaf Andreas Denk ontwikkelde stijl wil behouden en door wil geven. De commissie vindt het jammer dat er uit de plannen weinig blijkt in hoeverre plan d- deze stijl zal doorontwikkelen. Niet duidelijk wordt hoe de beoogde overdracht plaats zal vinden. Er is volgens de commissie weinig verbinding naar andere makers die de erfenis van plan d-, ten aanzien van jeugddans, kunnen bestendigen en, met eigen inspiratiebronnen, door kunnen ontwikkelen.

Zakelijke kwaliteit

De commissie beoordeelt de zakelijke kwaliteit als voldoende. Of de begroting van plan d- realistisch is, is voor de commissie lastig te beoordelen. Er is incongruentie tussen cijfers in het aanvraagformulier en het ondernemingsplan waardoor er weinig conclusies zijn te trekken uit de begroting aangaande de activiteitenkosten. Zo neemt de aanvrager een groot aantal producties per jaar op in het aanvraagformulier, dat niet overeenkomt met de cijfers in het ondernemingsplan. Ook het aantal voorstellingen in Amsterdam dat in het aanvraagformulier is opgenomen bij de activiteiten, matcht niet met het aangegeven aantal voorstellingen dat buiten Amsterdam plaatsvindt.

De commissie vindt de begroting daarnaast in vorm onoverzichtelijk en onvoldoende getuigen van een professionele standaard. Plan-d geeft aan dat het doel voor de komende periode is te waarborgen dat de stichting duurzaam voort kan bestaan. Dit wordt ingevuld door het aantrekken van een zakelijk leider. De commissie mist echter een duidelijke visie op de bedrijfsvoering en continuïteit van de organisatie, waarmee duidelijk wordt dat hiermee een solide zakelijke structuur kan worden neergezet. Naar de commissie meent, brengt het aanstellen van een zakelijk leider niet automatisch met zich mee dat zo een structuur ontstaat.

Het doelpercentage eigen inkomsten ligt in de ogen van de commissie (bewonderings-waardig) hoog. Wat betreft de inkomstenmix ziet de commissie dat plan d- bouwt op een groot aandeel van publieksinkomsten, subsidies en private bijdragen. Alles wat de organisatie investeert in de producties, lijkt te worden terugverdiend met het grote aantal reprise- en schoolvoorstellingen. plan d- lijkt daarmee ondernemend te zijn en grotendeels kostendekkend te kunnen werken. Omdat in de begroting de inkomsten niet zijn uitgesplitst, krijgt de commissie echter geen zicht op de concrete invulling van de verwachte bijdragen ofwel inzicht in de kosten per productie. Er is daarbij geen visie op het opvangen van risico’s met financiële consequenties geformuleerd.

De organisatie heeft een bestuur. Opvallend is dat de aftreedtermijnen van de bestuursleden niet zijn bepaald. Dit is niet conform de Governance Code Cultuur. Er is geen specifieke visie op de culturele diversiteit van het personeel en het bestuur geformuleerd.

Publiek

De commissie beoordeelt het criterium publiek als voldoende. Plan d- richt zich met de voorstellingen met name op de jeugd, een specifieke publieksgroep die de organisatie via bestaande contacten met de scholen goed weet te bereiken. Het publieksbereik van plan d- is stabiel. De commissie verwacht dat plan d- haar vaste publieksgroep ook in de komende periode zal weten te bereiken, gezien de vele jaren die plan d- aan publieksopbouw heeft kunnen doen. Het aandeel voorstellingen dat in Amsterdam wordt gespeeld is 20%, hetgeen bescheiden is. Het publiek is echter gestaag gegroeid in de laatste jaren en plan d- kent een goede bezettingsgraad van de voorstellingen.

Waar de organisatie haar bestaande doelgroep goed in beeld lijkt te hebben en met passende thematiek weet te bereiken, ontbreekt een heldere visie op hoe een nieuwe cultureel diverse doelgroep bereikt moet worden. Volgens de plannen is dit laatste een belangrijke ambitie voor de komende jaren. In het plan ziet de commissie echter weinig terug met welke specifieke inspanningen deze doelgroep wordt bereikt. Er is hier door de organisatie geen speciaal beleid voor ontwikkeld, noch worden hier actief samenwerkingspartners voor ingezet. Met de verschillende samenwerkingspartners die zijn benoemd, ziet de commissie wel potentie om een nieuw publiek te kunnen bereiken. Dit is in de plannen echter nog te weinig concreet uitgewerkt. De marketinginspanningen die worden benoemd, zijn volgens de commissie vrij algemeen en behouden. Ze richten zich op de geëigende kanalen als drukwerk, mailings en social media, en zijn niet specifiek op doelgroepen gericht.

Belang voor de stad: verbinding en spreiding

De commissie beoordeelt de verbinding met de stad als zwak. Plan d- werkt weinig samen in Amsterdam en is weinig zichtbaar in de culturele sector binnen de stad. Dit komt mede doordat 80% van de voorstellingen buiten Amsterdam plaatsvindt. Met de partners die benaderd zijn is een intensievere verbinding met Noord en andere delen van Amsterdam zeker mogelijk. De commissie is echter van mening dat de plannen daar nu te weinig blijk van geven. De thematiek van plan d- kent engagement, maar is volgens de commissie niet direct verbonden met stedelijke vraagstukken.

De commissie beoordeelt de spreiding als goed. Plan d- is gevestigd in Noord. Het grootste deel van de activiteiten in Amsterdam vindt in Noord en Oost plaats. Verder is de organisatie in alle stadsdelen actief. Hiermee draagt de organisatie goed bij aan de stedelijke spreiding van het cultuuraanbod en het publieksbereik daarvan.

Na toepassing van de van de vier hoofdcriteria, zijn op de aanvraag van plan d- ook de aanvullende criteria toegepast. De aanvullende criteria worden toegepast wanneer aanvragen gelijk eindigen en het budget ontoereikend is om al deze aanvragen te honoreren.

Bijdrage aan veelzijdigheid van het cultuuraanbod in de stad

De bijdrage aan veelzijdigheid van het cultuuraanbod in de stad beoordeelt de commissie als voldoende. De commissie constateert dat er naast plan d- veel andere organisaties in de Amsterdamse basisinfrastructuur zijn dan wel organisaties die in beginsel voor honorering van hun aanvraag bij het AFK in aanmerking komen, die zich bezig houden met hedendaagse dans. Echter, in vergelijking met deze andere organisaties onderscheidt plan d- zich doordat het voorstellingen maakt in theaterdans voor een jeugdige doelgroep.

Bijdrage evenwicht en samenhang in de keten

De bijdrage aan het evenwicht en samenhang in de keten beoordeelt de commissie als voldoende. plan d- is een producerend dansgezelschap. De commissie constateert dat er naast plan d- veel andere producerende organisaties zijn in de Amsterdamse basisinfrastructuur dan wel organisaties die in beginsel voor honorering van hun aanvraag bij het AFK in aanmerking komen. In vergelijking met deze andere aanbieders onderscheidt plan d- zich voldoende, doordat het ook een aanbieder is van binnenschoolse cultuureducatie.

Conclusie

De commissie is van oordeel dat de gevraagde subsidie in het kader van het Kunstenplan niet in verhouding is met het aantal activiteiten in Amsterdam. De commissie adviseert de aanvraag van
plan d- / andreas denk gedeeltelijk te honoreren voor zover het budget dat toelaat, voor ten hoogste € 50.000.