Museum Ons’ Lieve Heer op Solder

Erfgoed
Aangevraagd: € 594.927
Toegekend: € 570.000
Toegekend 2013-2016: € 499.450

Inleiding

Museum Ons’ Lieve Heer op Solder maakt deel uit van de Amsterdam Heritage Museums (AHM). Deze musea willen de geschiedenis van Amsterdam tot leven wekken, inzicht geven in de identiteit van de stad en bewoners en bezoekers uitdagen hun relatie tot de stad te verdiepen. Ons’ Lieve Heer op Solder richt zich in dit samenwerkingsverband op de voor Nederland en Amsterdam kenmerkende religieuze diversiteit in de Gouden Eeuw. Vanuit die historische invalshoek wil het museum het thema tolerantie belichten in relatie tot de actualiteit. Daarbij kiest het de identiteit van Amsterdam als ‘meest vrijzinnige stad ter wereld’ als uitgangspunt. Ons’ Lieve Heer op Solder is een musée de site dat is gehuisvest in de gelijknamige katholieke schuilkerk die zich bevindt achter de gevel van een grachtenpand uit de 17e eeuw. Het museumgebouw is recent ingrijpend verbouwd, gerestaureerd en uitgebreid. Het museum zegt daarmee niet alleen zijn eigen functioneren een impuls te hebben gegeven, maar ook zijn plek in en bijdrage aan de buurt waar het zich bevindt. De kernactiviteiten van het museum zijn presentatie, beheer, behoud en educatie.

In de periode 2017-2020 blijft het bezoek aan en de beleving en betekenis van de authentieke schuilkerk centraal staan. Het nieuwe entreegebouw biedt het museum, naar eigen zeggen, mogelijkheid de informatie over het monument te verdiepen. De randprogrammering en de activiteiten op het gebied van publieksparticipatie, dienen datzelfde doel. Centraal daarin staat het programma Voices of Tolerance: een reeks van reflecties, gesprekken en presentaties over de actuele waarde van tolerantie.
Ons’ Lieve Heer op Solder wil zich in zijn educatiebeleid concentreren op het VMBO, omdat het met zijn thematiek goed aansluit op de burgerschapsthema’s die daar in zijn visie relevant zijn. Ons’ Lieve Heer op Solder ontwikkelt een methodiek voor tolerantie-educatie die breed toepasbaar wordt, zowel nationaal als internationaal. Het museum blijft daarnaast participeren in de familie- en scholenprogrammering rondom religieuze feesten die men samen met onder andere Museum Catharijneconvent en het Bijbels Museum heeft opgezet. Ook ontwikkelt het museum activiteiten voor ouderen en mensen met een beperking.

De AHM willen de komende jaren een gedifferentieerde marketingstrategie uitwerken, toegespitst op specifieke doelgroepen van de deelnemende musea. Het doel is de samenwerking tussen de musea uit te breiden en te intensiveren op het gebied van bestuur en directie, gebouwenbeheer en faciliteiten en verhuur en evenementen.

Ons’ Lieve Heer op Solder ontvangt in de periode 2013-2016 een jaarlijkse subsidie van € 499.450 per jaar van de gemeente Amsterdam. Voor de periode 2017-2020 vraagt het museum een gemiddeld jaarlijks bedrag van € 594.927.

Artistiek-inhoudelijke kwaliteit

De commissie beoordeelt de artistiek-inhoudelijke kwaliteit van Ons’ Lieve Heer op Solder als goed. De commissie vindt de inhoudelijke lijnen die het museum voor de komende jaren uitzet sterk en passend voor een musée de site. Het verhaal van tolerantie sluit naadloos aan bij de geschiedenis van de plek en legt meteen de relatie met de actualiteit. Het programma Voices of Tolerance onderstreept en verdiept de actuele betekenis van het verhaal dat de schuilkerk te vertellen heeft. Binnen de AHM heeft Ons’ Lieve Heer op Solder daardoor een heldere positie die van eigenheid getuigt en onderscheidend is. De commissie merkt op dat deze positie en de visie van het museum in het gezamenlijke meerjarenplan van de AHM slechts summier beschreven wordt. De commissie is positief over de samenwerking tussen deze musea en over het uitgangspunt dat elke deelnemende instelling zijn eigen profiel behoudt. Zij is echter van mening dat het ingediende plan geen recht doet aan dit uitgangspunt. De commissie constateert dat er, behalve in het educatieprogramma Feest!, geen inhoudelijke samenwerking is tussen Ons’ Lieve Heer op Solder en het Bijbels Museum. De samenwerking tussen de AHM concentreert zich vooral op de bedrijfsvoeringsaspecten en is inhoudelijk niet overtuigend uitgewerkt.

Het vernieuwde museum is volgens de commissie een toonbeeld van museaal vakmanschap. De inrichting is zeer verzorgd en het informatieaanbod is rijk en gelaagd. Het oorspronkelijke pand en de schuilkerk daarbinnen komen nu optimaal tot zijn recht. Daarmee heeft het museum sterk aan zeggingskracht gewonnen. Er is een goede samenhang tussen de museale presentatie en de inhoud van de programmering. De commissie vindt de uitwerking van het programma Voices of Tolerance echter mager: het ondernemingsplan vermeldt slechts de frequentie van activiteiten maar weidt niet uit over de inhoudelijke invulling daarvan en de doelgroepen daarvoor.

Zakelijke kwaliteit

De commissie beoordeelt de zakelijke kwaliteit van Ons’ Lieve Heer op Solder als goed.De bedrijfsvoering van het museum oogt gezond. Het museum heeft de laatste jaren, en zeker in het heropeningsjaar 2015, goed gedraaid. De samenwerking met de AHM geeft aanzienlijke efficiencyvoordelen die de komende jaren naar verwachting nog verder zullen toenemen.

De commissie vindt de begroting realistisch. De exploitatielasten van Ons’ Lieve Heer op Solder zijn als gevolg van de uitbreiding toegenomen. Dit is voor het museum mede aanleiding geweest een hoger subsidiebedrag aan te vragen. De commissie vindt dat de kostenstijging adequaat is onderbouwd in het geactualiseerde Meerjarenonderhoudsplan en in de toelichting op de begroting. De publieksinkomsten zijn, gelet op het succes van het museum sinds de heropening, voorzichtig geraamd. Gezien het feit dat het groeieffect van een heropening meestal na een jaar grotendeels wegebt, kan de commissie deze voorzichtigheid begrijpen en billijken.

Ons’ Lieve Heer op Solder heeft een percentage eigen inkomsten dat aanzienlijk boven de daarvoor gestelde norm uitkomt. De AHM streven naar het verhogen van de inkomsten uit verhuur en sponsoring. De commissie is van mening dat dit streven ook voor Ons’ Lieve Heer op Solder haalbaar moet zijn omdat de nieuwbouw meer mogelijkheden biedt voor verhuur en een sterk merk als dit gerenommeerde museum in staat moet zijn om sponsors aan te boren. Niettemin zijn er voor Ons’ Lieve Heer op Solder geen sponsorinkomsten begroot.

De structurele verhoging van de beheerslasten, als gevolg van de uitbreiding, vormt volgens de commissie een risico. In het ondernemingsplan wordt echter geen aandacht besteed aan mogelijke risico’s.

De organisatie staat op het punt over te gaan op een ander besturingsmodel met een Raad van Toezicht. De AHM geven aan door bezuinigingen op personeel niet veel mogelijkheden te hebben om invulling te geven aan diversiteit op het gebied van personeelsbeleid.

Publiek

De commissie beoordeelt Ons’ Lieve Heer op Solder als ruim voldoende ten aanzien van het criterium publiek. Het publieksbereik van Museum Ons’ Lieve Heer op Solder vertoont sinds 2010 een stijgende lijn. De organisatie maakt voor de komende periode een voorzichtige inschatting en rekent op stabilisering van het in 2015 behaalde bereik. 

De AHM doen structureel publieksonderzoek. De AHM hebben daardoor goed zicht op hun publiek en maken heldere keuzes in hun publieksbeleid. De commissie constateert echter dat dit niet gedifferentieerd is voor de deelnemende musea. De commissie vindt dan ook dat het gezamenlijke ondernemingsplan te weinig blijk geeft van een visie op de duurzame opbouw van het publieksbereik rondom de thematiek van religie, tolerantie en de maatschappelijke vertaling daarvan. Uit de gestage stijging van de publieksaantallen over de afgelopen jaren blijkt niettemin dat het museum op dat gebied succesvol is.

Ons’ Lieve Heer op Solder werkt samen met zorginstelling Amsta om een interactief bezoek van mobiele en immobiele bezoekers samen mogelijk te maken; daarvoor heeft de commissie veel waardering. Educatie is een speerpunt van het museum. Het ontwikkelt daarvoor in samenwerking met ouders, docenten, vmbo-leerlingen en maatschappelijke organisaties een methode van ‘tolerantie-educatie’, waarin de nadruk ligt op meningsvorming, debattechnieken en kritisch denken. De commissie vindt deze manier van ontwikkelen en de methode die daaruit voortvloeit aansprekend en voorbeeldstellend. Het bereik van scholen en scholieren is de afgelopen jaren desondanks achtergebleven bij de doelstellingen. Het plan gaat niet expliciet in op de oorzaken daarvan en evenmin op de manier waarop dit in de toekomst kan worden verbeterd.

De programmering biedt inhoudelijk veel aanknopingspunten voor het bereiken van een cultureel divers publiek. Het plan gaat echter niet in op de manier waarop men dit publiek daadwerkelijk denkt te bereiken, anders dan via met name het op vmbo-scholen gerichte educatiebeleid.

Belang voor de stad: verbinding en spreiding

De commissie beoordeelt Ons’ Lieve Heer op Solder als voldoende ten aanzien van het criterium verbinding. Zij is, met het oog op de professionaliteit van de participanten, positief over de nauwe samenwerking in het kader van de AHM. De manier waarop deze samenwerking wordt uitgewerkt vergt echter, zowel op inhoudelijk als op zakelijk gebied, nog de nodige verbeteringen. Wederkerigheid is daarbij essentieel. De commissie vindt de herkenbaarheid van de deelnemende musea essentieel en meer transparantie op financieel gebied noodzakelijk. Het museum geeft een kwaliteitsimpuls aan het Wallengebied en is ook in die zin van belang voor de stad. De (voorgenomen) samenwerkingen met instellingen voor onderwijs, ouderenzorg en de cultuurhuizen onderstrepen de maatschappelijke functie van Ons’ Lieve Heer op Solder, maar moeten zich deels nog uitkristalliseren.

De commissie constateert dat Ons’ Lieve Heer op Solder zwak is ten aanzien van het criterium spreiding. De activiteiten vinden tot dusver vrijwel uitsluitend plaats in het centrum. De AHM hebben weliswaar het voornemen om de actieradius, met name door samenwerking met de cultuurhuizen, uit te breiden naar andere stadsdelen, maar in het ondernemingsplan is niet terug te vinden met welke activiteiten men dat doel wil bereiken. Evenmin maakt het plan duidelijk of Ons’ Lieve Heer op Solder een deel van zijn activiteiten in de wijken zal organiseren en daar een deel van zijn publieksbereik zal weten te bereiken.

Conclusie

De commissie adviseert de aanvraag van Ons’ Lieve Heer op Solder gedeeltelijk te honoreren.

Het museum vraagt bijna € 95.000 meer aan dan vorige periode, waarvan € 70.000 voor beheerslasten van het (uitgebreide) pand. De commissie vindt de begrote toename van beheerslasten een logisch uitvloeisel van de verbouwing en vergroting van het museum. De beheerslasten worden onderbouwd in een herzien Meerjarenonderhoudsplan. Het museum geeft het resterende bedrag van de gevraagde verhoging van de subsidie nodig te hebben voor indexatie van personeels- en andere kosten. Een subsidieverhoging hiertoe kan echter niet plaatsvinden binnen het niet-geïndexeerde budget van het AFK. De commissie is bovendien van mening dat het museum in staat geacht moet worden om inkomsten uit sponsoring te verwerven. Dit afwegende komt de commissie tot het advies de subsidie van museum Ons’ Lieve Heer op Solder vast te stellen op € 570.000 per jaar.