Rialto

Film
Aangevraagd: € 660.000
Toegekend: € 490.628
Toegekend 2013-2016: € 299.520

Inleiding

De programmering van stichting Amsterdams Filmhuis (hierna te noemen: Rialto) is gericht op Europese en niet-westerse artistieke films. Rialto wil een betrokken filmpodium zijn en legt verbindingen met zoveel mogelijk van de 180 nationaliteiten die samen de stad uniek maken. Daarnaast presenteert Rialto festivals en speciale programma’s voor specifieke doelgroepen met films uit de hele wereld, zoals Rialto Podium, Rialto Klassiek en Rialto Wereld. In deze programma's gaat de filmvertoning vaak samen met een inleiding, interview en/of afterparty. Ook biedt Rialto de vele expats in de stad de mogelijkheid om films uit de hele wereld te zien met Engelse ondertiteling.

Rialto is een presenterende instelling, maar heeft als organisator van haar eigen festival World Cinema Amsterdam en speciale programma’s tegelijk de rol van festivalproducent. Rialto treedt als coproducent en/of partner van diverse kleine Amsterdamse filmfestivals op zoals Cinéma Arabe, IFFR LIVE & Preview, Cinema Asia, TranScreen: Amsterdam Transgender Filmfestival en Seret Film Festival. Rialto en World Cinema Amsterdam leveren daarnaast via geldprijzen en het GO CUBA! project een bijdrage aan de productie van films van jonge niet-westerse makers.

Voor de komende periode wil Rialto continuïteit bieden voor de presentatie van de artistieke film in het algemeen, en het introduceren van nieuw filmtalent uit Nederland, Europa en niet-westerse landen in het bijzonder. Een ander doel is het versterken van de nationale uitstraling en de internationale positie van World Cinema Amsterdam. Verder wil Rialto de nieuwe locatie Rialto VU Campus vanaf 2018 tot een succes maken. Vanaf het voorjaar van 2018 gaat Rialto op de VU Campus vier multifunctionele filmzalen exploiteren. Ook zet Rialto in op het verjongen van de bezoekers en stapsgewijs toewerken naar een verdubbeling van het aantal bezoekers in 2020, met name door de uitbreiding van de vier zalen op de VU Campus. Daarnaast beoogt de instelling de samenwerking met diverse partners in Amsterdam en elders verder te versterken en de samenwerking met De Balie te continueren. Rialto wil verder de eigen inkomsten vergroten op basis van een gezonde bedrijfsvoering en vermogenspositie.

In de periode 2013-2016 ontvangt Rialto een subsidie van € 299.520 per jaar vanuit het Kunstenplan van de Gemeente Amsterdam. In dezelfde periode ontvangt Rialto daarnaast structureel € 249.000 per jaar van stadsdeel Zuid. De meerjarige subsidie die nu aan het AFK gevraagd wordt, bedraagt
€ 660.000 per jaar en is bedoeld voor het geheel van activiteiten.

Artistiek-inhoudelijke kwaliteit

De commissie beoordeelt de artistiek-inhoudelijke kwaliteit als goed. De commissie is te spreken over de heldere positionering van Rialto, de artistieke visie en de focus die het filmtheater legt, zowel in de huidige praktijk als in de voorliggende aanvraag. Rialto is volgens de commissie voor het publiek een bekend filmtheater dat zich op wereldcinema richt en heeft daarmee zijn bestaansrecht bewezen. Het filmtheater heeft zijn naam gevestigd als vertoningsplek voor kwalitatief hoogwaardige, onafhankelijk geproduceerde films, die deels niet of moeilijk elders te zien zijn.

De programmering van Rialto is volgens de commissie samenhangend en heeft zeggingskracht voor haar publiek. Naast niet-westerse cinema heeft Rialto ook specifieke aandacht voor de Nederlandse creatieve documentaire en weet daar een publiek voor te vinden. Door de heldere visie onderscheidt Rialto zich ten opzichte van andere aanbieders. De intensivering van de programmering is in de ogen van de commissie positief. Een gedeelte van Rialto’s programmering is ook elders te zien. De context, randprogrammering (debatten, Q & A’s) en inhoudelijke focus die Rialto aanbrengt via bijvoorbeeld themaprogramma’s, versterken echter het eigen artistieke profiel van het filmtheater. Daarnaast is Rialto thuisbasis voor een aantal festivals, waaronder het eigen World Cinema Festival. Het festival toont in de ogen van de commissie een kwalitatief goede en onderscheidende selectie van de wereldcinema en past goed bij een multiculturele stad als Amsterdam.

Rialto werkt op programmatisch vlak succesvol samen met de Balie en met VU cultureel centrum de Griffioen. Deze laatste samenwerking wil Rialto in de komende periode gaan uitbreiden naar vier zalen tot “Rialto VU-campus”. Welke rol Rialto daar precies inhoudelijk in de programmering gaat spelen en hoe, wordt de commissie niet volledig duidelijk uit de aanvraag. De uitwerking daarvan is summier. Volgens de commissie doet Rialto dat wat ze al doet goed. Wel acht de commissie het van belang dat Rialto inhoudelijk blijft innoveren en de grenzen blijft opzoeken, ook richting “cutting edge” cinema en vernieuwende programma’s, zodat ze aansluiting blijft houden bij de actualiteit van de filmproductie, filmvertoning en verjonging/verbreding van het publiek. Ook ziet de commissie de waarde van onafhankelijke (wereld)films die het filmtheater blijft vertonen en ondersteunen en de bredere maatschappelijke betrokken programma’s die in vorm en inhoud de blik op de wereld verruimen.

Zakelijke kwaliteit

De commissie beoordeelt de zakelijke kwaliteit als ruim voldoende. De bedrijfsvoering van Rialto oogt gezond en de financiële status quo en ambities worden in de aanvraag helder uiteengezet. Tevens is de commissie te spreken over de goede samenwerking met de Balie en VU, ook op zakelijk vlak, waardoor (kosten)efficiënt gewerkt kan worden.

Rialto beschikt over een redelijk gespreide en realistische mix van inkomsten. De commissie signaleert wel dat de subsidieafhankelijkheid relatief groot is. Tevens valt op dat de inkomsten uit horeca aan de lage kant zijn. Hier liggen in de ogen van de commissie nog kansen voor de toekomst. Naast de directe eigen opbrengsten weet Rialto goed de toegang tot financiële regelingen (stadsdeel, Sargentiniregeling) en subsidiekanalen te vinden. De commissie vindt het prijzenswaardig dat Rialto de expertise heeft om succesvol gebruik te maken van deze regelingen. Tegelijkertijd ziet de commissie hier ook een risico, namelijk dat veel van deze regelingen vaak tijdelijk en enigszins grillig zijn en het voor Rialto lastig is te anticiperen op veranderingen hierin. Hoewel het eigen vermogen substantieel is, is twee derde deel daarvan vastgelegd in bestemmingsreserves die in de komende jaren besteed worden. Rialto geeft aan meer gericht te willen werken aan het werven van sponsors, vrienden, en andere private inkomsten. De commissie juicht dit toe.

Een belangrijke ontwikkeling voor Rialto de komende periode is de realisering van de VU-campus. De gevraagde bijdrage aan het AFK is gedeeltelijk hoger vanwege de kosten voor deze nieuwe activiteiten. De commissie is positief over het ondernemerschap en de ambitie die Rialto met deze plannen laat zien om het publieksbereik te vergroten en te verbreden. Voor de initiële investering in de campus is voor een gedeelte een bestemmingsreserve opgebouwd. De rest wordt geleend bij een bank. De commissie ziet in de begroting dat de prognose uit gewone bedrijfsvoering voor de VU-campus, AFK-subsidie meegerekend, in 2019 en 2020 positief is. De plannen voor de VU-campus zijn naar de commissie meent ambitieus. Het ontbreken van een risico-analyse bij de business case ervaart de commissie juist om die reden als een groot gemis. Op organisatorisch vlak vraagt de commissie zich af of het verdubbelen van de vertoningen (Rialto inclusief de VU-campus) niet een te grote belasting voor hetzelfde management wordt. In het plan wordt hier geen aandacht aan besteed.

Rialto wordt bestuurd door de Stichting Amsterdams Filmhuis en past sinds 2009 de Governance Code Cultuur toe aan de hand van het bestuursmodel. Rialto streeft naar diversiteit en evenwichtigheid in de samenstelling van bestuur en personeel. Dit vindt momenteel voornamelijk zijn weerslag in cultureel diverse gastprogrammeurs en vooralsnog minder in het management en vaste personeelsbestand.

Publiek

De commissie beoordeelt het publieksbereik als goed. Rialto kent haar eigen publiek, heeft daar binding mee en weet dit publiek goed te bereiken. Naast de eigen programmering, bereikt Rialto het publiek met de festivals die ze een podium biedt. Rialto investeert volgens de commissie overtuigend in de duurzame opbouw van haar publiek. Naast de bestaande trouwe bezoekers, richt Rialto zich via een concrete marketing- en communicatiestrategie en specifieke campagnes bewust op verschillende doelgroepen. Kanttekening hierbij is in de ogen van de commissie dat, ten aanzien van minder voor de hand liggende doelgroepen, buiten de vanzelfsprekende actieradius van hoogopgeleid en cultureel geïnteresseerd publiek, Rialto in de ogen van de commissie nog wat grotere en duidelijkere ambities mag hebben.

Rialto doet regelmatig (uitgebreid) publieksonderzoek en de aanvraag geeft helder inzicht in de publiekssamenstelling. Het publiek is divers en gespreid over verschillende leeftijdsgroepen. Opvallend vindt de commissie dat de bezoekers van World Cinema gemiddeld iets jonger zijn en vaker van buiten de stad komen dan de reguliere bezoekers. Dit duidt mogelijk op een (nationaal) aanzuigende werking van het programma. Dat Rialto inhoudelijk ook aansluiting vindt bij doelgroepen met een bi-culturele achtergrond, blijkt mede uit het feit dat festivalbezoekers uit de herkomstlanden van films “hun” films hoog waarderen in publieksonderzoek.

Belang voor de stad: verbinding en spreiding

De commissie beoordeelt de verbinding als goed. Rialto heeft zich als filmtheater, vanuit een inhoudelijk profiel, stevig verankerd in de culturele en maatschappelijke sectoren van de stad. Volgens de commissie heeft Rialto daarmee het belang voor de stad overtuigend bewezen. De commissie prijst de gedrevenheid waarmee Rialto actief verbindingen zoekt en weet te bewerkstelligen met diverse organisaties en instellingen in de stad, zowel zakelijk als inhoudelijk. Rialto vervult een actieve rol in samenwerkingsverbanden als Amsterdams Filmmenu, ACI en Cineville en stemt programmatisch af met andere vertoningsplekken en podia als bijvoorbeeld de Balie, Ketelhuis en EYE.

Inhoudelijk verbindt Rialto zich met de stedelijke samenleving en de vraagstukken en thema’s die daar leven. Het zijn speerpunten in visie en beleid van de organisatie. Rialto presenteert zichzelf nadrukkelijk als betrokken filmpodium en wil een verbindende functie vervullen tussen de verschillende nationaliteiten in de stad. Het eigen World Cinema Festival draagt daar duidelijk aan bij alsmede de debatten en de diverse festivals aan wie Rialto een podium biedt (Cinéma Arabe, Camera Japan, et cetera). Tevens vervult zij een rol als toegankelijk “buurttheater” voor de Pijp. Rialto geeft aan in de toekomst de samenwerking met het Bijlmerparktheater en de Meervaart te willen intensiveren. De commissie staat positief tegenover deze ontwikkelingen. Hoe Rialto dit concreet wil gaan invullen, wordt uit het voorliggende plan echter niet geheel duidelijk.

De commissie beoordeelt de spreiding als zwak. Alle activiteiten vinden plaats in stadsdeel Zuid. Ook de uitbreiding op de VU Campus betreft stadsdeel Zuid.

Conclusie

Rialto vraagt meer subsidie aan ten opzichte van de lopende Kunstenplanperiode voor intensivering van de reguliere programmering en voor ontwikkeling van de VU Campus (€ 411.000), daarnaast vraagt de organisatie aan voor dekking van de structurele subsidie van Stadsdeel Zuid (€ 249.000), totaal aangevraagd bedrag € 660.000.

Concluderend stelt de commissie dat er in een stad als Amsterdam ruimte is en moet zijn voor een sterk geprofileerd filmtheater als Rialto. De commissie is van mening dat een verhoging van de Kunstenplansubsidie gezien de plannen en ambities op zijn plek is. De commissie signaleert wel dat de subsidieafhankelijkheid relatief groot is en dat de inkomsten uit horeca aan de lage kant zijn. Op grond van bovenstaande redenen adviseert de commissie de aanvraag gedeeltelijk te honoreren en in totaal maximaal € 370.000 per jaar te honoreren.

Binnen de regeling meerjarige subsidie van het AFK kunnen wegvallende structurele stadsdeelbijdragen worden gecompenseerd, voor zover dit vierjarige middelen betreft en voor zover het betreffende stadsdeel de middelen overdraagt aan het AFK. In dit kader is voor stichting Amsterdams Filmhuis jaarlijks € 120.628 beschikbaar aan middelen die stadsdeel Zuid overhevelt naar het AFK. Dit bedrag wordt opgeteld bij het door de commissie geadviseerde subsidiebedrag. Inclusief de overgehevelde structurele stadsdeelbijdrage van € 120.628 komt daarmee de totale jaarlijkse bijdrage op € 490.628.