Stichting Van Loon

Erfgoed
Aangevraagd: € 103.125
Toegekend: € 0
Toegekend 2013-2016: n.v.t.

Inleiding

De stichting Van Loon is eigenaar van een ensemble van een 17e eeuws dubbel grachtenhuis met tuin, de bijbehorende inrichting uit de 18e eeuw en een bijzondere portrettencollectie. Dit geheel werd in 1973 opengesteld voor publiek. Door de aankoop van het bijbehorende koetshuis, enkele jaren geleden, is het ensemble gecompleteerd en heeft Museum Van Loon zich kunnen ontwikkelen tot meer dan een huismuseum. Sindsdien programmeert Museum Van Loon ook tentoonstellingen en organiseert het publieks- en educatieactiviteiten. Museum Van Loon heeft als missie om het erfgoed van de regentenfamilie Van Loon te behouden en het publiek kennis te laten maken met de Amsterdamse manier van leven in een dubbel grachtenhuis. De familie Van Loon, authenticiteit, duurzaamheid en gastvrijheid staan daarbij centraal. De kernactiviteiten van het museum zijn instandhouding en toegankelijkheid van het ensemble, presentatie en educatie.

In de periode 2017-2020 wil het Museum Van Loon de huidige programmeringstructuur beleidsmatig inbedden. Men streeft naar een stabiel bezoekersaantal en binding van het bestaande publiek. Het ensemble gaat de laatste restauratiefase in: het herstel van het souterrain. Door de authenticiteit van de personeelsruimtes daar terug te brengen, beoogt het museum de verhoudingen tussen personeel en familie voor het publiek inzichtelijk te maken. Museum Van Loon draagt naar eigen zeggen bij aan de uniciteit die de Amsterdamse grachtengordel tot UNESCO-werelderfgoed maakt en behoort tot de vijf best bezochte historische huizen van Nederland.

Het programma voor de komende jaren valt in vier lijnen uiteen. Onder de noemer Hedendaagse kunst programmeert het museum twee grote tentoonstellingen en de resultaten van een residentie. In de programmalijn Beeldende kunst zijn tentoonstellingen voorzien over de atelierpraktijk van buitenlandse kunstenaars in het Amsterdam van de 17e en 18e eeuw en over pastelportretten uit de 19e eeuw. In de programmalijn Erfgoed is er aandacht voor de relatie van de familie Van Loon met het geloof, de schilderijencollectie van Ferdinand Bol (de eerste bewoner van het huis), de eet- en tafelcultuur van de familie en het gebruik van familiewapens op portretten en objecten. De lijn Vakmanschap en duurzaamheid biedt ruimte aan educatie- en gezinsactiviteiten, residenties en kleine tentoonstellingen waarin het museum wil kunnen inspelen op de actualiteit.

Museum Van Loon vraagt voor de periode 2017-2020 € 103.125 per jaar aan bij het AFK.

Artistiek-inhoudelijke kwaliteit

De commissie beoordeelt de artistiek-inhoudelijke kwaliteit van Museum Van Loon als goed. Zij vindt dat dit nog jonge museum al veel goeds heeft laten zien. 
Binnen de Amsterdamse grachtenmusea neemt Museum Van Loon volgens de commissie door de compleetheid en authenticiteit van het ensemble een unieke plaats in. Het verhaal van de familie Van Loon is nauw verbonden met de sociaaleconomische en politieke geschiedenis van Amsterdam en draagt daardoor bij aan de cultuurhistorische lading van het huis. Daardoor heeft het museum ‘van nature’ de potentie om als museum succesvol te zijn. De commissie constateert dat Museum Van Loon erin slaagt deze potentie te verzilveren. De sterke en consistente artistiek-inhoudelijke visie van het museum speelt daarbij een belangrijke rol. Men huldigt de opvatting dat gastvrijheid, familie en authenticiteit de pijlers zijn waarop het museum rust. Daarom krijgt de bezoeker de gelegenheid om het huis zonder onnodige restricties te beleven.

De programmering blijft dicht bij de geschiedenis van het huis en de interesses van de bewoners en voegt daar een dimensie aan toe. De tentoonstellingen vinden, indien relevant en mogelijk, plaats in de context van het bestaande interieur. Dat verschaft de bezoeker meer dan eens onverwachte ervaringen en nieuwe ontdekkingen. Het museum geeft op die manier daadwerkelijk invulling aan de transhistoriciteit die het zelf als één van de kernkwaliteiten aanmerkt. Daarmee onderscheidt Museum Van Loon zich dan ook van andere Amsterdamse musea.

Hoewel de commissie vindt dat de visie van het museum van vakmanschap getuigt, constateert zij dat deze kwaliteit in de vaste presentatie en de omgang met de collectie minder sterk aanwezig is. De commissie vindt dat de vaste presentatie wat gedateerd oogt en daardoor aan zeggingskracht tekort komt. Door deze een meer hedendaagse uitvoering te geven, kan de presentatie aan kwaliteit winnen. In de tentoonstellingen laat Museum Van Loon zien daar prima toe in staat te zijn. De commissie merkt op dat de aanraakbaarheid van de objecten in het huis, die bijdraagt aan de zeggingskracht, ook risico’s met zich meebrengt op schade en verval van de collectie.

Zakelijke kwaliteit

De commissie beoordeelt de zakelijke kwaliteit van Museum Van Loon als ruim voldoende. Museum Van Loon heeft een gezonde bedrijfsvoering. Het museum behaalt goede exploitatieresultaten, ondanks de hoge beheerslasten die onlosmakelijk verbonden zijn aan een monumentaal pand van deze omvang en allure. De personele bezetting van het museum is bescheiden. Daar staat tegenover dat de kosten per fte bij het museum relatief hoog zijn en de personele lasten als percentage van de totale lasten de komende jaren fors stijgen zonder dat dit wordt verklaard in de aanvraag.

De begroting voor de periode 2017-2020 laat ook voor de komende periode een uitzonderlijk hoog percentage eigen inkomsten en publieksinkomsten zien. Het museum heeft een positieve verwachting over de bezoekersinkomsten die in de meerjarenbegroting verder stijgen. Ook genereert het museum veel opbrengsten uit verhuur en evenementen. Men houdt in de meerjarenbegroting wel rekening met een daling van de indirecte en overige opbrengsten. De oorzaak daarvan is niet nader toegelicht in de aanvraag.

De commissie constateert dat het museum er de afgelopen jaren in geslaagd is om ook zonder structurele overheidssubsidies vrijwel jaarlijks een positief resultaat te behalen en het eigen vermogen jaarlijks te doen toenemen. Het museum beschikt over meer dan toereikende reserves voor onderhoud van het pand, voor restauratie van het meubilair en om calamiteiten op te vangen. Er is bovendien naast de gereserveerde bestemmingsreserve sprake van een aanzienlijk bedrag aan vrij beschikbare overige reserves. Om een sluitende exploitatie te realiseren heeft het museum geen structurele subsidie nodig. Indien de overige inkomsten onverhoopt toch tegen zouden vallen, is de vermogenspositie bovendien voldoende sterk om dit op te vangen.

Het museum wil de gevraagde subsidie aanwenden om de helft van de kosten van de tentoonstellingsprogrammering te dekken en de kwaliteit van de tentoonstellingen te kunnen bestendigen. In het licht van de sterke financiële positie van Museum Van Loon en gezien het feit dat het museum tot dusver steeds in staat is geweest de tentoonstellingen met incidentele gelden en publieksinkomsten te dekken, is de commissie van mening dat het werven van projectsubsidies daarvoor tot de mogelijkheden behoort. De regeling Vierjarige subsidies van het AFK biedt een bijdrage aan de meerjarige exploitatiebegroting van kunst- en cultuurorganisaties. De commissie acht een structurele exploitatiesubsidie voor Museum Van Loon echter niet noodzakelijk.

Op het gebied van bestuur en toezicht constateert de commissie dat de bestuursvoorzitter verschillende petten op heeft: als lid van de familie Van Loon, bewoner van het huis en inhoudelijk betrokkene bij de programmering. Dit is niet strijdig met de Governance Code Cultuur, maar de commissie vindt de mogelijke vermenging van belangen wel een aandachtspunt dat grote zorgvuldigheid vereist van het bestuur van Museum Van Loon. Het ondernemingsplan bevat geen beleid ten aanzien van de culturele diversiteit in personeel en organisatie; het museum geeft aan dat niet nodig te vinden.

Publiek

De commissie beoordeelt Museum Van Loon als ruim voldoende ten aanzien van het criterium publiek. Museum Van Loon kiest er in de komende periode voor vooral in te zetten op de binding van het bestaande publiek. Het museum heeft de bestaande doelgroepen goed in beeld. Daarnaast streeft men naar een bescheiden groei vanuit nieuwe doelgroepen: mensen met een visuele of auditieve beperking en (groot)ouders met kinderen.

Museum Van Loon wil samen met het Van Abbemuseum een permanent publieksprogramma ontwikkelen voor mensen met een visuele of auditieve beperking. De verdere doelgroepenbenadering is alleen op hoofdlijnen beschreven en krijgt in het plan weinig uitwerking. De commissie ziet in de keuze van de programmalijnen wel een logische koppeling met specifieke doelgroepen. Het museum geeft aan dat er per tentoonstelling een marketingplan op maat wordt gemaakt. Het ondernemingsplan refereert aan de resultaten van publieksonderzoek. Het is de commissie niet duidelijk of het museum structureel publieksonderzoek doet.

De keuze voor bestendiging en bescheidenheid vindt de commissie te begrijpen en te billijken. Het huis is kwetsbaar en door de bewegingsvrijheid die Museum Van Loon de bezoeker wil bieden, zijn er grenzen aan de hoeveelheid publiek die nog verantwoord is. Tegen die achtergrond begrijpt de commissie niet goed dat Museum Van Loon wel inzet op evenementen die massaal publiek trekken en daardoor het huis juist zwaar belasten, zoals de Tuinendagen. De commissie vindt het plan op dit punt niet consistent.

Het museum geeft te kennen dat de educatiedoelstellingen beperkt blijven tot vakopleidingen die passen bij de eigen activiteiten en doelstellingen. De commissie vindt die keuze te billijken, maar vindt dat de relatie van (de bewoners van) het huis en het Nederlandse slavernijverleden eigenlijk vraagt om meer.

De commissie stelt vast dat de culturele diversiteit van het publiek in het publieksbeleid van Van Loon geen specifieke aandacht krijgt. Zij constateert echter ook dat het museum in de programmering en de keuze van de samenwerkingspartners wel degelijk gericht is op het aantrekken van een cultureel divers publiek.

Belang voor de stad: verbinding en spreiding

De commissie beoordeelt Museum Van Loon als voldoende ten aanzien van het criterium verbinding. Het museum zegt structureel samen te werken met FOAM, het Nederlands Philharmonisch Orkest, de stichting Opera op Zak en het Hout- en Meubileringscollege. De commissie constateert echter dat deze instellingen, met uitzondering van FOAM, nauwelijks een rol spelen in de programmering in 2017-2020. Voor deze periode worden vooral andere partners genoemd, zoals de Oude Kerk, El Hizjra, het ROC Amsterdam en het Frans Hals Museum. De commissie vindt ook deze partnerschappen interessant en kansrijk, maar moet constateren dat het niet duidelijk is welk beleid Van Loon voert inzake samenwerking.

De commissie beoordeelt Museum Van Loon als zwak ten aanzien van het criterium spreiding. Het museum opereert uitsluitend in de eigen locatie aan de Keizersgracht en levert daarmee geen bijdrage aan de spreiding van culturele activiteiten buiten het centrum van Amsterdam.

Conclusie

Ondanks de over de hele linie ruim voldoende beoordeling adviseert de commissie de aanvraag van Museum Van Loon niet te honoreren.

Museum Van Loon heeft de afgelopen jaren zonder structurele overheidssubsidie goede resultaten behaald en kunnen bouwen aan zijn reserves. De organisatie beschikt naast de gereserveerde bestemmingsreserve over een aanzienlijk bedrag aan vrij beschikbare overige reserves. De vermogenspositie is bovendien voldoende sterk om onverwachte tegenvallende resultaten op te kunnen vangen. Om tentoonstellingsprogrammering te kunnen financieren zijn er ook veel mogelijkheden om projectsubsidies te verwerven. Dit alles afwegende komt de commissie tot de conclusie dat de instelling de aangevraagde subsidie goed beschouwd niet nodig heeft. Daarbij verwijst zij naar artikel 1.6 lid 2 onder c van de regeling vierjarige subsidies. Hierin staat dat het bestuur de subsidie geheel of gedeeltelijk kan weigeren als de aanvrager ook zonder subsidie over voldoende gelden, hetzij uit eigen middelen hetzij uit middelen van derden, kan beschikken om de activiteit te realiseren.