Verzetsmuseum Amsterdam

Erfgoed
Aangevraagd: € 450.000
Toegekend: € 450.000
Toegekend 2013-2016: € 379.500

Inleiding

Het Verzetsmuseum Amsterdam werkt aan het levend en relevant houden van de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog door deze te belichten vanuit uiteenlopende persoonlijke perspectieven. Het museum wil inzicht geven in de dilemma’s die het leven onder oorlog, dictatuur en vervolging met zich meebrengt en aanzetten tot nadenken over waarden als solidariteit, tolerantie en democratie. Het museum zegt te streven naar museale en educatieve producties van topkwaliteit en steeds te zoeken naar nieuwe manieren om zijn zware thematiek toegankelijk te maken. Kernactiviteiten van het museum zijn: beheer, behoud en de toegankelijkheid van de collectie, presentatie aan het publiek, educatie, onderzoek en kennisuitwisseling.

In de periode 2017-2020 wil het Verzetsmuseum de vaste presentatie vernieuwen, de entree verbeteren en een reizende expositie ontwikkelen waarmee het Verzetsmuseum Junior de wijken in kan. Men zet in op gestage groei van het publieksbereik. Inhoudelijk gaat het museum meer focussen op Nederlandse en specifiek Amsterdamse tentoonstellingsthema’s. Het museum streeft ernaar het publiek daar actief bij te betrekken. Het doel is de samenwerking met andere oorlogsmusea en herinneringscentra te intensiveren. Het Verzetsmuseum stelt dat het een essentiële aanvulling vormt op de Hollandsche Schouwburg en het Anne Frank Huis, die elk één aspect van de bezetting belichten, terwijl het Verzetsmuseum gaat over de hele bevolking en de dilemma’s waar die voor kwam te staan.

Het Verzetsmuseum heeft het voornemen om jaarlijks minimaal één grote tentoonstelling in eigen beheer te maken over thema’s die dichtbij het dagelijks leven staan. Een tweede jaarlijkse tentoonstelling zal ofwel worden overgenomen van derden ofwel zal op een eenvoudige manier en met een bescheiden budget in eigen beheer of in coproductie tot stand moeten komen. In samenwerking met verschillende inhoudelijke en mediapartners organiseert het museum lezingen en debatten. Men gaat experimenteren met Engelstalige theatrale voorstellingen in coproductie; daarvan zijn er voorlopig vijf per jaar gepland. Daarnaast zijn er wisselende zaalactiviteiten voorzien en buurtgerichte activiteiten voor jong en oud. Het doel is om de wisseltentoonstellingen gepaard te laten gaan met digitale tentoonstellingen die een blijvende plek krijgen op de website. Educatie blijft een speerpunt, zowel in het kader van onderwijs als in het kader van inburgering. Het Verzetsmuseum wil specifieke programma’s ontwikkelen voor mensen met een beperking.

Het Verzetsmuseum Amsterdam ontvangt in de periode 2013-2016 een subsidie van € 379.590 van de gemeente Amsterdam. Voor de periode 2017-2020 vraagt het museum bij het AFK een bedrag van
€ 450.000 per jaar aan.

Artistiek-inhoudelijke kwaliteit

De commissie beoordeelt de artistiek-inhoudelijke kwaliteit van het Verzetsmuseum als goed. Het Verzetsmuseum heeft een duidelijke en gedegen visie waarin de persoonlijke invalshoek en de dilemma’s en belevenissen van gewone mensen centraal staan. De commissie vindt dat de kracht van de benadering van dit museum besloten ligt in de vraag ‘wat had jij gedaan?’, die centraal staat in het Verzetsmuseum Junior. Daarmee weet het museumbezoekers te raken. Deze benadering geeft betekenis aan de verhalen die weliswaar in de tijd steeds verder van ons af komen te staan, maar anno nu nog steeds relevant zijn. De zeggingskracht van met name het Verzetsmuseum Junior is groot. Het maakt veel indruk als de vier kinderen, die in de presentatie van het kindermuseum centraal staan, uiteindelijk aan het woord komen als hoogbejaarde mensen die het echt allemaal hebben meegemaakt. De commissie constateert dat deze kwaliteit ook in de volwassenenafdeling van het museum aanwezig is, maar dat de presentatie daar minder goed ontwikkeld is en toe is aan modernisering. De commissie mist in de vaste presentatie voor volwassenen de spannende, prikkelende nieuwe invalshoeken die passen bij deze tijd. Zij beoordeelt het vakmanschap dan ook als degelijk. De commissie vindt het een goede zaak dat de vaste presentatie wordt vernieuwd. Daarvoor is volgens de commissie meer nodig dan in het plan is opgenomen: inhoudelijk zou hier een slag gemaakt kunnen worden. Het feit dat de oorlog ‘oude geschiedenis’ wordt, noopt tot een inhoudelijke heroriëntatie op de vaste opstelling en de inhoud van de tentoonstellingen voor volwassenen.

Het accent op het persoonlijke en alledaagse maakt de programmering van het museum in de ogen van de commissie onderscheidend. Zij heeft echter de afgelopen jaren ervaren dat de relatie met de actualiteit in de tentoonstellingen nauwelijks gelegd wordt en vindt dat een gemiste kans. De commissie constateert dat het museum zich ook in zijn ondernemingsplan niet duidelijk positioneert ten opzichte van verwante musea in de stad. De komst van het Nationaal Holocaust Museum bijvoorbeeld is een belangrijke ontwikkeling in de onmiddellijke nabijheid van het Verzetsmuseum en kan het Joods Cultureel Kwartier in de Plantagebuurt versterken. Het Verzetsmuseum benoemt echter vooral de bedreigingen die van deze ontwikkeling uitgaan: het ondernemingsplan spreekt van de mogelijkheid dat dit nieuwe museum bezoekers weg zal trekken. De commissie vindt dat het museum er vooral goed aan doet te zoeken naar complementariteit en wederzijdse versterking vanuit de sterke eigen identiteit en invalshoek.

Zakelijke kwaliteit

De commissie beoordeelt de zakelijke kwaliteit van het Verzetsmuseum als ruim voldoende. Het museum heeft goede jaren achter de rug. De commissie vindt de bedrijfsvoering redelijk gezond. De personele situatie baart enige zorgen. Het museum werkt met een vrijwilligersploeg die tien keer zo groot is als de kleine staf van betaalde krachten. Deze situatie verergert door het wegvallen van gesubsidieerde banen. De balans tussen ambities en mogelijkheden is fragiel. De geplande (bescheiden) uitbreiding van de personele omvang acht de commissie dan ook reëel. Wel vindt de commissie het wenselijk dat het museum op zoek gaat naar nieuwe mogelijkheden om door samenwerking met andere musea te komen tot versterking en efficiencyverbeteringen.

De commissie vindt de begroting ambitieus. Het museum denkt ondanks de geplande verbouwing een gestage stijging van de bezoekersaantallen te kunnen realiseren, onder andere door meer buurtactiviteiten te ondernemen. De commissie constateert dat het museum in staat is om eventuele tegenvallers op dit vlak tijdelijk op te vangen, maar vindt wel dat het museum te weinig zichtbaar anticipeert op de structurele toename van exploitatielasten die een verbouwing doorgaans met zich meebrengt. De zeer succesvolle fondsenwerving voor het Verzetsmuseum Junior geeft de commissie het vertrouwen dat ook de financiering van de nieuwe vaste presentatie en de reizende tentoonstelling van het kindermuseum vanuit fondsen gerealiseerd kan worden.

Het Verzetsmuseum weet een hoog percentage eigen inkomsten te verwerven, ondanks het feit dat de thematiek zich niet goed leent voor sponsoring en men met het wegvallen van de verzetsgeneratie op minder particuliere giften kan rekenen. De publieksinkomsten en de opbrengsten uit verhuur zijn aanzienlijk. De commissie is dan ook van mening dat het museum een goede mix van inkomsten heeft. Het museum heeft een duidelijk beeld van de risico’s waaraan de organisatie bloot staat, maar beschrijft minder duidelijk hoe het deze denkt te beheersen.

Personeel en bestuur van het Verzetsmuseum zijn cultureel divers samengesteld. Het museum voldoet aan de Governance Code Cultuur.

Publiek

De commissie beoordeelt het Verzetsmuseum als goed ten aanzien van het criterium publiek. Vooral dankzij het grote succes van het Verzetsmuseum Junior heeft het museum in de afgelopen jaren een grote stijging van de bezoekersaantallen weten te realiseren. De commissie heeft veel waardering voor deze prestatie en constateert dat het museum voor de komende jaren met een duidelijke en overtuigende visie verder werkt aan de groei van het publieksbereik.

Met de keuze voor binnenlandse en specifiek Amsterdamse thema’s voor de tentoonstellingsprogrammering, richt het museum zich met name op de nabije doelgroepen waarin nog veel winst te behalen is. Het museum levert op educatief gebied structureel goede prestaties en bereikt daarmee een indrukwekkend aantal scholieren. Door het populaire Juniormuseum de wijken in te laten trekken, omzeilt het museum zijn ruimtelijke beperkingen en verhoogt het zijn maatschappelijke impact. De commissie vindt dat een uitstekende en slimme keuze. Waardering heeft zij ook voor de inspanningen die het museum zich getroost om ouderen en mensen met een visuele en auditieve beperking te bereiken.

Het museum doet structureel publieksonderzoek. De commissie constateert dat de marketingstrategie degelijk is, maar niet specifiek toegesneden op de nieuwe doelgroepen van de binnenlandse en Amsterdamse bezoekers. De commissie constateert dat culturele diversiteit een speerpunt van het beleid is. Dit wordt, vooral in het educatiebeleid, uitstekend uitgewerkt. Zo zijn de buurtactiviteiten van Junior met name gericht op de veelkleurige wijken Nieuw-West en Zuidoost en speelt het museum een actieve rol in de inburgering van nieuwe Nederlanders.

Belang voor de stad: verbinding en spreiding

De commissie beoordeelt het Verzetsmuseum als voldoende ten aanzien van het criterium verbinding. Het museum neemt deel aan landelijke samenwerkingsverbanden van oorlogsmusea en herinneringscentra en participeert in de museale samenwerking in De Plantage. De commissie vindt echter dat het ondernemingsplan geen duidelijke visie verwoordt op de samenwerking met en positionering ten opzichte van vooral het Anne Frank Huis en het nabijgelegen Nationaal Holocaust Museum. Inhoudelijk, met betrekking tot publieksbereik en wellicht ook organisatorisch, liggen daar kansen die het museum niet moet willen missen.

De commissie beoordeelt het Verzetsmuseum als voldoende ten aanzien van het criterium spreiding. De activiteiten vinden momenteel vrijwel uitsluitend plaats in het centrum. Voor de komende jaren heeft men echter, met name voor het kindermuseum, concrete en overtuigende voornemens om het kindermuseum meer de wijken in te brengen.

Conclusie

De commissie adviseert de aanvraag van het Verzetsmuseum Amsterdam te honoreren.

De gevraagde verhoging van de subsidie houdt gelijke tred met de groei van het museum en de toename van de personele, beheers- en activiteitenlasten die daarbij hoort. De commissie constateert dat het museum te kampen heeft met personele krapte die de organisatie kwetsbaar maakt en acht het wenselijk dat daarin verbetering komt. Dat overwegende komt de commissie tot de conclusie dat het Verzetsmuseum in aanmerking komt voor het gevraagde subsidiebedrag van € 450.000 per jaar.