Theater Na de Dam

Theater
Aangevraagd: € 30.000
Toegekend: € 30.000
Toegekend 2013-2016: n.v.t.

Inleiding

Het verdiepen en verpersoonlijken van de Nationale Dodenherdenking, door het programmeren van (muziek)theater dat gerelateerd is aan de Tweede Wereldoorlog, is vanaf de eerste editie op 4 mei 2010 het doel van Theater Na de Dam. Op 4 mei nemen stadsgezelschappen door heel het land deel, met eigen voorstellingen en theatrale lezingen. Van alle Amsterdamse stadsdelen tot in Groningen, Middelburg, Den Haag, Arnhem en andere steden vormen speciaal gemaakte voorstellingen en theaterroutes met jongeren een wezenlijk onderdeel van het programma op die herdenkingsavond. Op verzoek van Theater Na de Dam, maken jonge theatermakers speciaal voorstellingen om te reflecteren op de betekenis van de Tweede Wereldoorlog en het herdenken daarvan nu.

Voor de komende edities tot aan het bijzondere herdenkingsjaar 2020 heeft Theater Na de Dam een aantal ambities geformuleerd. Het uitgangspunt van de programmaonderdelen is de periode van de Tweede Wereldoorlog, waarbij actuele relevantie en kritische reflectie steeds meer van belang moeten zijn. In de komende periode wil de organisatie de naamsbekendheid vergroten en meer publiek trekken naar Theater Na de Dam. Een intensievere samenwerking met theaters, gezelschappen, maatschappelijke organisaties, structurele financiers, buurthuizen, publieksgroepen en mediapartners moet hieraan bijdragen.

Theater Na de Dam wil de komende periode eveneens voorstellingen presenteren tijdens de International Holocaust Remembrance Day op 27 januari. Hiermee wil de organisatie, via theater, de betekenis van herdenken voor Europa meer actuele relevantie geven. De overeenkomsten én verschillen tussen lidstaten in het denken daarover, kunnen zo leiden tot een Europees publiek debat over ons gemeenschappelijke verleden, heden en onze toekomst.

Theater Na de Dam wil enerzijds landelijk een nieuwe traditie op gang brengen en in stand houden die door theatermakers, artiesten, theaters én met name jong publiek de komende jaren opgepakt en zelfstandig doorgezet wordt. Anderzijds wil de organisatie jaarlijks op 4 mei voorstellingen in coproductie in verschillende theaters initiëren, organiseren, programmeren, ondersteunen en communiceren, waarbij het programmateam zorg draagt voor de artistieke en inhoudelijke kwaliteit.

Theater Na de Dam vraagt voor de activiteiten in het kader van het Kunstenplan 2017-2020 een subsidie van jaarlijks € 30.000.

Artistiek-inhoudelijke kwaliteit

De commissie beoordeelt de artistiek-inhoudelijke kwaliteit als ruim voldoende. Theater Na de Dam is het enige podiuminitiatief op de avond van 4 mei; hierdoor neemt de organisatie een eigen positie in binnen de sector en brengt het op deze avond een breed publiek op de been. Met de thematiek van het programma en een landelijk gedeeld ritueel als kompas, is het initiatief onderscheidend. Artistiek gezien is de kwaliteit vooral in de breedte van het programma te vinden, niet zozeer in de verdieping.

De commissie is overigens wel van oordeel dat uit de plannen van Theater Na De Dam geen heldere artistiek-inhoudelijke motivatie blijkt om – zoals in het ondernemingsplan is opgenomen- voor alle voorstellingen de periode van de Tweede Wereldoorlog als uitgangspunt voor het theaterprogramma te kiezen. Theater kan een uitstekend middel zijn om vanuit ervaringen uit het verleden te reflecteren op hedendaagse verschijnselen en situaties. De commissie vindt het daarom een goed en onderscheidend initiatief om aan jonge schrijvers opdrachten te geven om hier een invulling aan te geven. De commissie is van mening dat de organisatie hierbij niet strikt vast hoeft te houden aan de opdracht om een thematische verbinding te leggen met de periode van de Tweede Wereldoorlog.

Door theatermakers te vragen enkel vanuit de periode van de Tweede Wereldoorlog te reflecteren op het heden, wordt volgens de commissie een beperkte dimensie gegeven aan problematiek die in de actualiteit leeft. 

Een eng gedefinieerd uitgangspunt voor het programma van Theater Na De Dam kan volgens de commissie de zeggingskracht beperken voor een bredere en met name jongere en cultureel diverse doelgroep, die zich nog steeds geconfronteerd ziet met oorlog en vluchtelingenproblematiek. De organisatie benoemt zelf immers ook dat de roep om het karakter van de herdenking algemeen te houden, in de hoop iedereen, waaronder nieuwe Nederlanders te blijven betrekken, aanwezig blijft. De organisatie geeft daarmee nog niet aan hoe de verbinding wordt gelegd met problematiek waarmee jongeren nu geconfronteerd worden in de actualiteit. Naar mening van de commissie is een breed moreel ijkpunt nodig om een bredere zeggingskracht te behouden. De commissie ziet wel dat er in de afgelopen periode voorbeelden van voorstellingen zijn geweest waarin de actualiteit een rol speelde.

De organisatie fungeert als curator, niet alle voorstellingen worden voor Theater Na de Dam geproduceerd. Doordat de voorstellingen ook in aantal groeien en steeds meer verspreid over het land geprogrammeerd staan, zal het voor de organisatie meer inzet kosten om grip te houden op de kwaliteit van de programmering en de keuze van de makers.

Zakelijke kwaliteit

De commissie beoordeelt de zakelijke kwaliteit als zwak. Theater Na de Dam weet met relatief weinig middelen een beweging op gang te brengen en loopt daarmee weinig financiële risico’s. De subsidie die in het kader van het Kunstenplan wordt aangevraagd is vooral bedoeld om een kleine kern van medewerkers structureel te belonen. Helaas krijgt de commissie geen helder beeld hoe de organisatie er met de beperkte inkomsten in zal slagen een bedrijfsvoering te realiseren die voldoende professionele basis geeft voor de voorgenomen programmering en het beoogd publieksbereik. De organisatie geeft aan de subsidie die in het kader van het Kunstenplan wordt gevraagd met name in te willen zetten voor het thematisch verdiepen, uitbreiden en communiceren van de jongerenprojecten, programmeren in andere Europese hoofdsteden, het inhoudelijk begeleiden van de televisie uitzendingen en het betrekken van een jong Amsterdams publiek. Zeker gezien de bescheiden subsidieaanvraag wordt de noodzaak voor de ontwikkeling naar een vaste structuur hiervoor niet aangetoond in de plannen. De activiteiten zijn gericht op een zeer beperkte periode per jaar en de groei die de organisatie voorziet is ook niet zonder meer af te lezen in meer financiële verplichtingen bij samenwerkingspartners.

De begroting geeft een beeld van de kosten en baten in een jaar, maar geeft naar het oordeel van de commissie onvoldoende inzicht of deze op meerjarige basis haalbaar en realistisch is. Waar de plannen en activiteiten namelijk een groeimodel aangeven, is dit niet in een meerjarenbegroting vertaald, waaruit de financiële consequenties van een dergelijke groei niet af te lezen is. De opbouw van kosten en baten in meerjarig perspectief is daarmee niet inzichtelijk. De mix van inkomstenbronnen is realistisch, maar het aandeel  subsidies is daarin hoog. Wat opvalt is dat Theater Na de Dam heel weinig publieksinkomsten verwacht; er zijn gratis toegankelijke activiteiten en de makers mogen de recettes van hun voorstellingen zelf behouden. Waar Theater Na de Dam in het ondernemingsplan aangeeft een initiërende rol te hebben bij het realiseren van coproducties, is dit niet in inkomsten terug te zien, met uitzondering van de voorstelling in Theater Carré. De organisatie geeft ook in het ondernemingsplan aan dat de publieksinkomsten doorgaans niet Theater Na de Dam ten goede komen. De aanvrager heeft wel goede financiële partners gevonden, die voor een aandeel particuliere bijdragen zorgen. Het bestuur is op orde, er wordt voor de komende periode voorzien in een meer cultureel divers samengesteld bestuur. Een omschreven visie op de diversiteit van het personeelsbestand en bestuur/ toezicht ontbreekt echter. Zeker gezien het feit dat bijna het voltallige bestuur in 2016 zou aftreden, werd hier door de commissie reflectie op verwacht.

Publiek

De commissie beoordeelt het criterium publiek als ruim voldoende. De organisatie heeft met het brede programma - en het momentum van 4 mei - bewezen een breed publiek te kunnen bereiken. Het theaterbezoek na de herdenking wordt steeds meer onderdeel van het jaarlijks ritueel van een vaste groep bezoekers. Voor het bereiken van nieuwe groepen worden volgens het plan verschillende inspanningen geleverd: de betrokken partners investeren in de marketing en via goede mediapartners wordt veel free publicity gegenereerd en is er veel media-aandacht op televisie. Met activiteiten in de wijken zet Theater Na de Dam ook in op het bereik van jongeren en buurtbewoners in de stad, al zijn deze activiteiten in aantal erg beperkt. In de door aanvrager genoemde voorbeelden van voorstellingen die de actualiteit raken, mist naar het oordeel van de commissie, een directe link tussen de belevingswereld van de beoogde cultureel diverse doelgroepen door de thematische focus op de periode van de Tweede Wereldoorlog. Een betere aansluiting bij een cultureel diverse en ook jonge doelgroep, voor wie oorlog niet in het verleden maar in het heden speelt, vraagt in de ogen van de commissie om een bredere benadering van het onderwerp met oog voor de actualiteit. Hierom acht de commissie, op basis van de voorgenomen programmering, de beoogde groei in publieksbereik een uitdaging.

Belang voor de stad: verbinding en spreiding

De commissie beoordeelt de verbinding met de stad als voldoende. De afgelopen jaren is gebleken dat het Theater Na de Dam voorziet in een behoefte: theaters hebben de mogelijkheid zinvolle activiteiten te programmeren op een avond waarop ze voorheen gesloten waren. Blijkens de goede bezoekcijfers, vindt het publiek zijn weg naar de verschillende podia in Amsterdam. Uit het grote aantal betrokken partners blijkt het verbindende aspect van het initiatief. De commissie is van oordeel dat de motivatie voor deze samenwerkingen in het plan inhoudelijk meer onderbouwd hadden kunnen worden.

De commissie onderkent het belang dat de aanvrager hecht aan de herdenking van de Tweede Wereldoorlog als ijkpunt van de activiteiten, maar mist in de visie een verbinding met actuele stedelijke vraagstukken waarmee Amsterdam te maken heeft, zoals de vluchtelingenproblematiek.

De commissie beoordeelt de spreiding als voldoende. De meeste activiteiten vinden plaats in het centrum, waar ook het grootste deel van het publiek wordt bereikt. De organisatie is in aanvulling daarop echter actief in alle stadsdelen.

Conclusie

De commissie adviseert de aanvraag van Theater Na de Dam te honoreren met het gevraagde subsidiebedrag van € 30.000,- per jaar.

De aanvraag is beoordeeld binnen de adviescommissie Theater.