AFK & Kunstenplan: Verslag ronde tafelgesprekken

02/07/2015
Meerjarige subsidies

Binnen de uitvoering van het Kunstenplan 2017-2020 krijgt het AFK een nieuwe, uitgebreide rol. Naast de huidige incidentele kunstfinanciering gaat het fonds ook meerjarige subsidies verstrekken. Om de sector en overige belanghebbenden zo goed mogelijk te informeren, doet het AFK geregeld verslag van de stappen in dit transitieproces. Zo hield het AFK op 9, 10 en 11 juni een reeks ronde tafelgesprekken die waardevolle informatie opleverden vanuit de sector. We noemden deze al in onze vorige nieuwsflits, en doen er nu uitgebreider verslag van.

Met de gesprekken heeft het AFK zich verder geïnformeerd over de behoeften en visies in de sector, in het licht van de nieuwe meerjarige regeling en ons beleid. In de serie zijn wisselende thema’s behandeld: van spreiding in de stad en nieuw stedelijk publiek tot talentontwikkeling, van nieuwe visies op ondernemende kunst tot de kunstfinanciering van de toekomst en het profiel van het AFK. Aan de gesprekken namen vertegenwoordigers van grote en kleine, producerende en presenterende instellingen uit diverse disciplines deel. Van de reikwijdte aan suggesties en handreikingen die zij ons deden, sprong onder meer het volgende in het oog:

Een stad in beweging

Een sterke kunstsector is een dynamische sector die aansluit bij de bewegingen in de stad en daar voortdurend op inspeelt. De deelnemers aan het gesprek vinden het belangrijk om beweging aan te jagen van onderaf, via kleinere gespecialiseerde instellingen en nieuwe initiatieven. Maar ze vinden het net zo belangrijk dat innovatie een vanzelfsprekend onderdeel is van de bedrijfsvoering van instellingen in het Kunstenplan, en daarom door het hele systeem heen gestimuleerd wordt.

Voor instellingen is het van waarde om over de eigen grenzen heen te kijken omdat het de functie van de organisatie in de stad bestendigt en versterkt. Een vernieuwende blik kan innovatief aanbod opleveren dat aansluit bij een ander publiek omdat het een nieuw verhaal vertelt; een ander beeld van de stad laat zien. Aanbod voor het nieuwe grootstedelijke, cultureel diverse publiek, toepassing van nieuwe media en e-cultuur, en kunst in de rol van ‘stedelijk laboratorium’ zijn prioriteiten die worden gesignaleerd. Crossovers met andere maatschappelijke terreinen, bedrijven of overheden leveren nieuwe inzichten op voor beide partijen.

Innoverend denken en buiten de deur kijken, aldus de sectorvertegenwoordigers, zou onderdeel moeten zijn van de basishouding van elke Kunstenplan-instelling. Bij het ontvangen van subsidie hoort tenslotte een verantwoordelijkheid om waarde toe te voegen aan de stad, die verder reikt dan zich alleen te richten op het bestaande publiek. De ene organisatie is daar beter in dan de andere, ‘innoveren om te innoveren’ schiet dan ook het doel voorbij. Uitgaan van de kracht van de instelling en waar mogelijk kiezen voor samenwerking met partijen die relevante ervaring hebben, lijkt effectiever. Bij die samenwerkingen is vervolgens gelijkwaardigheid belangrijk. Tweerichtingsverkeer in het delen van kennis en inzet is het uitgangspunt; met name omdat de teruglopende budgetten van afgelopen jaren ten koste lijken te zijn gegaan van innovatieve doelstellingen. In het verlengde daarvan klonk de oproep voor het creëren van een ‘vrije ruimte’ binnen de meerjarige subsidie; om naar eigen inzicht - zonder harde prestatieafspraken - te besteden.

Ondernemende kunst

Ondernemerschap wordt aan de tafels gezien als een wat ongemakkelijk begrip. In het verleden is ondernemerschap te sterk aan cijfers gekoppeld, terwijl het in essentie juist verbonden is met de innovatieve en maatschappelijke rol van kunst. Ondernemen gaat over waarde toevoegen. Tijdens de tafels komt naar voren dat het zinnig is een onderscheid te maken tussen enerzijds de bedrijfsmatige kant van ondernemerschap – een gezonde onderneming als basisvoorwaarde om je artistieke ambities te kunnen verwezenlijken, en anderzijds de zakelijk creatieve kant van ondernemerschap. Zakelijke creativiteit gaat niet alleen over verdienmodellen, maar in bredere zin over een toekomstgerichte relatie tussen een instelling en zijn directe periferie: met zijn publiek, stakeholders en samenwerkingspartners.

De wens vanuit het veld om meer te differentiëren met betrekking tot de eigen inkomstennorm en gesteld publieksbereik klinkt als een logische. Van een gevestigde instelling die meerdere ‘blockbusters’ programmeert zijn andere cijfers te verwachten dan van een nieuwkomer met een programma waarin experiment de boventoon voert. Daarbij is het zaak om succesvol ondernemerschap en bijbehorende ‘winst’ niet af te straffen door het korten van subsidie. Ook is er aandacht gevraagd voor het ‘wensdenken’ dat in meerdere jaren van bezuinigingen zowel aan de beleidskant als bij de instellingen zelf is ontstaan: Er wordt veel gedaan met weinig geld, en de verwachtingen daarbij zijn niet altijd reëel. Er wordt gesuggereerd dat het wellicht nodig is om scherpere keuzes te maken; het ambitieniveau aan te passen aan het budget of het budget minder te versnipperen zodat organisaties steviger voor hun taken zijn toegerust. Dat vraagt des te meer om een visie op wat er nodig is in de stad.

Nieuw talent en het publiek van de toekomst

Een levendig kunstklimaat kan niet zonder nieuw bloed. Voeling houden met de toekomst begint tenslotte bij contact met nieuwkomers en hun constant veranderend perspectief op de stad. De vierjarige ondersteuning binnen het huidige kunstenplan, met alle eisen en prestatieafspraken die daarbij horen, is voor kleine of nieuwe initiatieven en een eigentijdse, meer flexibele manier van werken soms teveel een keurslijf. Een meer flexibele basis met variatie in de termijn zou voor deze groep maatwerk kunnen bieden, afgestemd op hun werkpraktijk.

Waar het talentontwikkeling betreft pleiten de aanwezigen ervoor om vanuit de behoefte van het talent te denken en niet vanuit de instelling, ook in de te stellen criteria. Zo is het proces voor jonge makers even belangrijk als het eindresultaat dat getoond wordt. Te midden van alle aandacht voor jong talent klinkt de aanbeveling door om daarbij de ‘mid-careers’ niet te vergeten. Juist deze groep is ook essentieel voor voldragen Amsterdams kwaliteitsaanbod.

Een cultureel diverse stad vraagt bovendien om een gevarieerd aanbod voor een gedifferentieerd publiek. Wil je een publiek dat meer divers is, dan moet het aanbod ook groeien in differentiatie en scherper toegespitst zijn op de desbetreffende doelgroep en diens culturele interesse. Dit vraagt gedegen beoordelingsvermogen en andere keuzes van programmeurs, artistiek leiders en van het fonds zelf. Waar liggen de interesses van deze hybride, cultureel diverse middenklasse? De aanwezigen noemen het een noodzaak voor instellingen om snel een goede strategie te ontwikkelen voor dit publiek.

Voeling ontwikkelen en houden met deze groep jonge Amsterdammers begint en eindigt niet bij cultuureducatie. Binnen de diversiteitsproblematiek van dit moment is het juist de marketing- en aanbodkant die alle aandacht verdienen. De stadsdelen spelen daarin eveneens een belangwekkende rol; zowel voor het bereiken van een bredere groep Amsterdammers als voor de spreiding van toerisme.

Profiel van het nieuwe AFK

Om goed in te kunnen spelen op bovengenoemde inzichten is het belangrijk voor het AFK om voldoende toegerust te kunnen starten in de nieuwe rol. De adviseringstaak maakt daar een wezenlijk onderdeel vanuit. Wat zijn de benodigde capaciteiten en kwaliteiten voor een beoordelingscommissie die zich richt op de mogelijke fonds gefinancierde instellingen? De sector meent dat een beoordelingscommissie een helikopter view nodig heeft; het zicht op de grotere maatschappelijke ontwikkelingen. Deze expertise kan grotendeels liggen bij mensen van binnen het kunstenveld maar ook of juist, bij een aantal specialisten van buiten de sector. Een frisse benadering en toegespitste expertise kunnen tenslotte van meerwaarde zijn. Er wordt gepleit om deze benadering te borgen in bijvoorbeeld het kiezen van technische voorzitters ‘van buiten’.

Zakelijke deskundigheid is in commissies cruciaal om de haalbaarheid van plannen te beoordelen. Kloppen de cijfers met de inhoud? De waarde van een culturele onderneming schuilt daarnaast ook in de sociale impact die een organisatie heeft en die in de beoordeling dient te worden meegenomen. Voldoende uitwisseling tussen verschillende beoordelingscommissies, voorzitters en het bureau zou het multidisciplinair denken moeten borgen. Het is daarnaast noodzakelijk om secretarissen / adviseurs te blijven betrekken bij de monitoring van instellingen.

Punt van aandacht is om te waken voor een (te) nauwe kijk op kwaliteit en artistieke innovatie, waardoor bredere opvattingen van wat kwaliteit is, of de relatie tussen de kunstuiting en het publiek in het gedrang kunnen komen. Instellingen willen graag de ruimte krijgen om toe te lichten wat hun kwaliteitsopvatting is en op wie ze zich richten. Dat vraagt niet alleen competenties van de beoordelaar, maar ook van de meerjarige aanvrager, die in staat dient te zijn om zijn positionering binnen het veld helder uiteen te zetten.

Dat wat binnen het huidige profiel van het AFK als positief wordt ervaren, wil de sector graag behouden. Het toegankelijke karakter van het AFK wordt vanuit het kunstenveld gezien als een groot goed; het fonds is geen loket maar een gesprekspartner. Ondanks de toename van juridische druk door de grotere belangen bij een meerjarige regeling, is het AFK er dan ook veel aan gelegen dit open karakter te bewaren. De aanjagersfunctie van het fonds wordt eveneens gewaardeerd. Ook in de nieuwe rol zouden de gesprekspartners graag zien dat het AFK zich actief opstelt als het leemtes signaleert binnen de systematiek, bijvoorbeeld in het stimuleren van (gelijkwaardige) samenwerking tussen instellingen omdat daar veel meerwaarde te halen is.

Tijdspad van het AFK in transitie

Op dit moment werkt het AFK onder leiding van de Kwartiermaker meerjarige subsidies aan het concept van de nieuwe regeling en het adviesproces. Samen met de hoofdlijnennota wordt deze opzet begin september besproken door het college van Burgemeesters en Wethouders. Hierop volgt in het najaar het advies van de Kunstraad en de uiteindelijke bespreking en vaststelling in de gemeenteraad.

Vragen?

Voor alle specifieke vragen en opmerkingen rondom de rol van het AFK in het komende Kunstenplan en kunt u zich tot het fonds richten per e-mail via: kunstenplan@afk.nl. Om zoveel mogelijk culturele organisaties te woord te staan en voldoende tegemoet te komen aan de informatiebehoefte vanuit het kunstenveld, organiseert het AFK komend najaar een serie bijeenkomsten rond de nieuwe regeling. Wanneer u zich inschrijft voor onze Nieuwsflits blijft u op de hoogte van deze, en andere activiteiten vanuit het AFK.

Klik hier voor een overzicht van de deelnemers aan de ronde tafelgesprekken en hier voor het verslag van de gesprekken, opgeslagen als PDF.