Project Wildeman

Muziek/Muziektheater
Aangevraagd: € 90.000
Toegekend: € 0

Inleiding

Project Wildeman maakt absurdistisch en intuïtief muziektheater en heeft de ambitie om rauwe, eigentijdse en performatieve rituelen te maken die laveren tussen primitief en futuristisch, lichamelijk en virtueel. Project Wildeman is naar eigen zeggen diepgeworteld in Amsterdam en op zoek naar nieuwe verbindingen tussen het publiek en de organisatie, alsook tussen het publiek onderling en met de stad. De aanvrager gelooft in een universele, menselijke ‘oervorm’ en groepservaring, waarbij de bezoeker uitgenodigd en uitgedaagd wordt om het contact aan te gaan met een nieuwe groep mensen. Project Wildeman doet dat naar eigen zeggen door het creëren van een tijdelijke ‘stam’ en het gebruik van nieuwe disciplines en technologieën om een nieuwe ervaring aan te gaan. De organisatie is van mening dat deze rituelen een nieuw samenzijn mogelijk maken in een stad waarin de traditionele manieren van groepscohesie zoals binnen de kerk, de buurt en de vereniging steeds minder betekenis hebben.

Als belangrijkste producties voor de komende periode noemt de organisatie: Oerknal, een absurdistisch, hallucinant, soms humoristisch sciencefictionritueel over de maakbaarheid van de werkelijkheid met objecttheater en video art. Droomwaker, een muzikaal tranceritueel, gebaseerd op de Indische en Indonesische cultuur dat gaat over het schemergebied tussen dromen en waken, en het koloniaal verleden. Do Androids Dream of Electric Sheep? is een korte muzikale performance in de vorm van een paringsdans tussen een echte en een virtuele danser voorzien van augmented reality en virtuele kleding die is ontworpen door Iris van Wees. Techno is een ‘rituele trip’, waarin Project Wildeman de essentie wil blootleggen van de samensmelting tussen theater en techno, tussen DJ en publiek en het publiek onderling. Wildeman wordt een onderzoek naar de relatie tussen live performance en cinema, in een serie van drie korte films over de levensloop van de Wildeman in de stad. Dogman is een dierlijke, trance-achtige performance waarin Project Wildeman eigentijdse spirituals en worksongs wil combineren met elektronica, spoken word en beweging.

Stichting Project Wildeman ontvangt een vierjarige subsidie 2017-2020 binnen het Kunstenplan van € 63.125 per jaar (incl. indexatie 2020).
Voor de periode 2021-2024 vraagt de organisatie bij het AFK een bijdrage van gemiddeld 
€ 90.000 per jaar in het kader van het Kunstenplan. 


Artistiek belang

De commissie beoordeelt het artistiek belang als voldoende.
De commissie is positief over de artistieke eigenheid van Project Wildeman en vindt dat de aanvrager een herkenbare artistieke signatuur heeft. Het gezelschap maakt muziektheater en onderzoekt al jaren de rituele functie van deze kunstvorm. De rituelen die Project Wildeman creëert zijn in de ogen van de commissie verrassend en actueel. Ze gaan over eigentijdse onderwerpen zoals fake news en het creëren van een eigen realiteit, het koloniale verleden van Nederland en de relatie tussen mens en technologie. 
Project Wildeman gebruikt repeterende teksten, muziek en beelden die naar het oordeel van de commissie bijdragen aan de meditatieve beleving van de voorstelling. Akoestische instrumenten, de menselijke stem en elektronische muziek worden hierbij gecombineerd. De commissie is van mening dat de aanvrager hiermee onderscheidend muziektheater maakt en een eigen niche heeft gecreëerd in het culturele landschap. De commissie vindt de artistieke voornemens interessant, maar de inhoudelijke uitwerking van de diverse beoogde programma’s wisselend. Het project Droomwaker vindt ze het beste uitgewerkt en het meest verassend. De voorstelling Do Androids Dream of Electric Sheep? sluit naadloos aan bij een van de kernthema’s van Project Wildeman: de hybride mens. Het concept van een liefdesdans tussen een werkelijk en een virtueel mens is spannend en het gebruik van nieuwe technieken kan nieuwe prikkelende vormen opleveren. De programma’s Wildeman en Techno zijn in de ogen van de commissie minder prikkelend. Zo is bij Wildeman niet helder hoe wordt omgegaan met de vertelvorm van cinema en vindt de commissie het bij Techno onvoldoende overtuigend hoe er naar een nieuwe relatie of samensmelting tussen performers en publiek wordt gezocht, terwijl het project juist hierop gericht is. In 2019 maakte Project Wildeman met Woekerpolis zijn debuut voor een kinderpubliek in de Tolhuistuin. Dat was dermate inspirerend dat de organisatie in de komende jaren meer voor kinderen wil gaan spelen. Onder het thema De Jonge Wildeman onderzoekt Project Wildeman hiertoe de mogelijkheden. De commissie vindt dit een interessant plan, maar de uitwerking hiervan is pril, zodat zij zich hier nog geen oordeel over kan vormen.

De commissie vindt dat het plan tamelijk impliciet is over welke producties ze maakt voor welke doelgroepen. Dat is des te opmerkelijker, omdat het publiek een belangrijk onderdeel vormt van de uitvoeringen van Project Wildeman. Daarin wordt de verbinding tussen makers en publiek bewust opgezocht en er wordt geprobeerd om de toeschouwers onderling met elkaar te verbinden. Project Wildeman heeft op zichzelf een goed beeld van de interesses van de bestaande doelgroepen. De huidige doelgroepen zijn cultuurliefhebbers, professionals, vijftigplus-stellen en de achterban van trouwe bezoekers. Bij een deel van de projecten kan de commissie de artistieke betekenis voor het beoogde publiek afleiden uit de inhoudelijke beschrijving van de producties. In Do Androids Dream of Electric Sheep? bijvoorbeeld wordt de toeschouwer in de VR meegenomen in een liefdesdans tussen een virtueel en echt mens waardoor een bijzondere beleving gecreëerd wordt. Project Wildeman maakt voor technofestivals de productie Techno, waarin de relatie tussen techno en theater gelegd wordt. De commissie kan zich voorstellen dat dit project van artistieke betekenis is voor het beoogde techno-publiek. Daarnaast wil de organisatie nieuw publiek bereiken in verschillende stadsdelen, maar zij geeft niet aan welke projecten specifiek voor dat nieuwe publiek gemaakt worden. De commissie is daarom op basis van het plan niet overtuigd van de artistieke betekenis voor dat nieuwe publiek. Als nieuwe doelgroep noemt het plan ook kinderen. Het fysieke spel, de muzikale speelsheid en de absurde humor van Project Wildeman zouden volgens de commissie zeker aansprekend kunnen zijn voor kinderen, maar de plannen daarvoor zijn nog te weinig uitgewerkt om dat te kunnen vaststellen.

De commissie is redelijk positief over de artistieke ontwikkeling van Project Wildeman. De aanvrager reflecteert op de vorige periode en wil met veel nieuwe plannen de gedeelde ervaring van spelers en publiek en het contact met ‘de ander’ nog meer stimuleren en bestuderen. Project Wildeman presenteert een aantal inspirerende projecten voor de toekomst, waarin volgens de commissie de fascinaties van de vier makers afzonderlijk en het onderzoek naar de hybride mens, ofwel de relatie tussen ‘oerkracht’ en hightech elektronica, overtuigend gestalte krijgen. Dat vindt de commissie positief. Project Wildeman wil zich ook  artistiek ontwikkelen door verbindingen aan te gaan met verschillende artistieke partners zoals al eerder is gedaan met kamerkoor Cappella Amsterdam en kledingontwerpster Iris van Wees. In de komende periode zijn in dit verband samenwerkingen voorzien met vakgenoten zoals Tim Hammer, Ulrike Quade, Iris van Wees en Jesús de Vega. Deze samenwerkingen kunnen het vocabulaire van Project Wildeman in de ogen van de commissie uitbreiden en leiden tot nieuwe vorm en inhoud, en daarmee bijdragen aan de artistieke ontwikkeling. De commissie ziet in de veelheid van nieuwe plannen echter geen heldere artistieke visie - waar liggen de prioriteiten en accenten - die de artistieke ontwikkeling ook op langere termijn kan borgen. De aanvraag gaat niet uitgebreid in op mogelijkheden voor de belangrijkste artistiek betrokkenen om zich te ontwikkelen. Wel zijn er voor alle medewerkers persoonsgebonden budgetten voor ontwikkeling, zoals een workshop acteren of regieassistentie.


Belang voor de stad

De commissie beoordeelt het belang voor de stad als goed.
Project Wildeman wil aansluiting zoeken bij de zogeheten Stadsdorpen, een informeel netwerk van een groot aantal buurtgroepen in en om Amsterdam. Doel is van buurt tot buurt korte muziekoptredens te verzorgen om nieuwe voorstellingen aan te kondigen. In het plan wordt dit niet vertaald naar concrete activiteiten. Er worden op verschillende plekken in het ondernemingsplan (maatschappelijke) partners benoemd waarmee de aanvrager wil gaan samenwerken, zoals het Indisch Herinneringscentrum en de Cultuur Connectie Oost. Deze voornemens tot samenwerking komt de commissie weinig doelgericht over en lijkt ook vooral gericht op het werven van publiek voor de voorstellingen. De commissie vindt daarom dat Project Wildeman zich niet overtuigend verbindt met bewoners, maatschappelijke organisaties of de buurt.

Positief is de commissie over de spreiding van activiteiten en publiek in de stad. Project Wildeman voert zijn activiteiten goed verspreid door de stad uit en bereikt zo ook zijn publiek. Het merendeel van de bezoekers wordt buiten de stadsdelen Centrum en Zuid bereikt, in alle overige stadsdelen. De spreiding die de organisatie ook in de komende jaren weer voor ogen heeft vindt de commissie realistisch op grond van de verankering die Project Wildeman nu al in een groot deel van Amsterdam heeft. De commissie plaatst wel een kanttekening bij de intentie om de komende periode ook in Nieuw-West en Oost te spelen, omdat de samenwerking met de beoogde nieuwe partners in het Talentenhuis in Nieuw-West en met Cultuur Connectie Oost in het plan niet wordt uitgewerkt of toegelicht.

Project Wildeman heeft als eigen accent gekozen voor het thema Hightech stad en de commissie vindt dat dit eigen accent aansluit bij de activiteiten van de organisatie en goed is uitgewerkt. Project Wildeman maakt veel gebruik van technologie, zowel muzikaal als visueel. In het nieuwe programma Oerknal worden bijvoorbeeld samplers, Ableton-live-controllers, loopers, drumcomputers, modulaire synths en live-videokunst gebruikt. Ook het programma Do Androids Dream of ElectricSheep? haakt aan bij het thema Hightech stad. Dit uit zich in het gebruik van de Microsoft HoloLens en een samenwerking met virtueel kledingontwerpster Iris Wees. Met name dit laatste programma vindt de commissie een bijzondere toepassing van geavanceerde technologie in artistiek aanbod.


Uitvoerbaarheid

De commissie beoordeelt de uitvoerbaarheid als voldoende.
De commissie vindt het plan realistisch en uitvoerbaar voor wat betreft de organisatie, werkwijze en het daarvoor benodigde vakmanschap. Project Wildeman kiest voor een kleine en flexibele organisatiestructuur waarin iedereen actief betrokken is en waarin taken en verantwoordelijkheden worden gedeeld. Naast de vier kunstenaars van Project Wildeman bestaat het team uit een zakelijk leider/producent en een communicatiemedewerker. De commissie heeft vertrouwen in het vakmanschap en de deskundigheid van de genoemde betrokkenen om de voorgenomen plannen te realiseren. Op basis van het trackrecord en de eerder gerealiseerde producties, verwacht de commissie dat Project Wildeman goed in staat is om de plannen te verwezenlijken.

De commissie is van mening dat de bedrijfsvoering van Project Wildeman verstevigd zou mogen worden, maar wel gezond genoeg is om de plannen uit te voeren. De financiële positie is toereikend voor de dagelijkse bedrijfsvoering. De commissie ziet wel risico’s voor de continuïteit. De organisatie heeft een marginaal eigen vermogen en daardoor weinig buffer om tegenslagen op te vangen. Dit maakt de organisatie kwetsbaar. De aard en omvang van de activiteiten in de komende periode is echter vergelijkbaar met die in het lopende Kunstenplan, aangevuld met een aantal vernieuwingen. Omdat de commissie ziet dat Project Wildeman er tot nu toe in geslaagd is om dat niveau van activiteiten stabiel te realiseren, heeft ze voldoende vertrouwen in de bedrijfsvoering. 

De commissie vindt de begroting realistisch voor wat betreft de opbouw van de kosten, maar niet passend waar het de financieringsmix betreft. De commissie ziet dat de totale lasten voor 2021-2024 min of meer gelijk blijven in relatie tot het verleden, bij een geringe toename van het aantal speelbeurten. Dat vindt zij logisch en passend. De producties van Project Wildeman hebben een experimenteel karakter en zijn kostbaar in materiaal, tijd, voorbereiding en uitvoering. De commissie ziet dit terug in de begroting en vindt dit goed onderbouwd.
Over de financieringsmix is de commissie kritisch. Project Wildeman realiseert zich zelf ook dat de financieringsmix niet in evenwicht is door een sterke afhankelijkheid van subsidies, waaronder een hogere gevraagde subsidie van het AFK. De belangrijkste reden daarvoor is dat de ontwikkel- en uitvoeringskosten van de producties hoog zijn, terwijl de eigen inkomsten laag zijn. De organisatie wil die situatie verbeteren door te werken aan hogere inkomsten van recettes, donateurs en commerciële workshops. De commissie waardeert die ambitie, maar ziet die slechts in geringe mate vertaald in de begroting en werkwijze. Gezien de toegenomen bekendheid van Project Wildeman is de commissie van mening dat Project Wildeman meer mogelijkheden kan aanboren voor het vergroten van publieksinkomsten en andere private inkomsten. Het plan geeft hiervoor nu nog te weinig concrete aanknopingspunten.

De commissie vindt het marketingplan niet in alle opzichten passend om het beoogde publiek te bereiken. Project Wildeman is vanaf 2019 bewust de speelcircuits gaan uitbreiden naar andere locaties zoals festivals, kerken, zalen en broedplaatsen. Hiermee heeft Project Wildeman een groter publiek bereikt. De commissie is daar positief over, maar vindt, met het oog op die prestatie, dat het aantal bezoekers voor de komende periode te voorzichtig begroot is. De commissie meent dat de uitbreiding van de speelcircuits meer zou moeten opleveren dan het beeld dat nu ontstaat uit het begrote aantal bezoekers. In het verlengde daarvan is de commissie kritisch over de marketingstrategie, die kansen laat liggen voor een groter publieksbereik. Project Wildeman heeft de bestaande doelgroepen van onder meer cultuurliefhebbers, professionals en vijftigplus-stellen, duidelijk in beeld. De nieuwe doelgroepen waarop de organisatie zich richt bestaan uit jeugd, en publiek uit de stadsdelen Nieuw-West en Oost. De strategie om die nieuwe doelgroepen te bereiken vindt de commissie weinig concreet. Project Wildeman stelt dat iedere voorstelling zijn eigen benadering per doelgroep vraagt, maar werkt dit nauwelijks uit. Het plan noemt zeven punten die het marketingbeleid richting geven: locatie, individu, donateurs, partners, lokaal, achterban en persoonlijk. De commissie mist hierbij een koppeling tussen de doelgroepen, de op hen gerichte programma’s en de daarbij in te zetten marketingmiddelen. Ze is er daarom niet van overtuigd dat met name het nieuwe publiek, waarmee de organisatie nog weinig ervaring heeft, ook met dit marketingplan bereikt zal worden.


Diversiteit en inclusie

De commissie beoordeelt de bijdrage aan diversiteit en inclusie als zwak.  
In de ogen van de commissie draagt het plan in artistieke zin slechts bescheiden bij aan de culturele diversiteit van het Amsterdamse cultuuraanbod. Project Wildeman stelt in het plan dat diversiteit een inspiratiebron is bij de artistieke keuzes en dat de rituele performances van het gezelschap mensen verbinden. Bij het creëren van hun rituelen laten de makers van Project Wildeman zich ook inspireren door niet-westerse muziek- en dansrituelen uit verschillende culturen. In het huidige plan draagt echter alleen het programma Droomwaker, dat gebaseerd is op de Indische en Indonesische cultuur en het koloniaal verleden, expliciet bij aan culturele diversiteit van het aanbod. 

De commissie vindt dat het plan nauwelijks bijdraagt aan het bereiken van cultureel divers samengesteld publiek in de stad. Diversiteit betekent volgens Project Wildeman dat er door middel van rituelen een plek gecreëerd wordt, waarbij iedereen van welke achtergrond dan ook uitgedaagd wordt om in het moment het contact aan te gaan met een nieuwe groep mensen. Concreet wil Project Wildeman naar eigen zeggen uit de theaterbubbel stappen en door te spelen op openbaar toegankelijke locaties in allerlei stadsdelen de drempel verlagen voor kinderen van gemengde scholen en liefhebbers van cultuur met verschillende culturele identiteiten. Project Wildeman wil dit de komende tijd realiseren door verbinding aan te gaan met voor de organisatie nieuwe speelplekken zoals Podium Mozaïek en het Bijlmerparktheater. Ook wil Project Wildeman investeren in lokale media in de stadsdelen en worden nieuwe partners als het Talentenhuis in Nieuw-West en Cultuur Connectie Oost als samenwerkingspartners genoemd. De commissie is positief over deze intenties om een cultureel divers publiek te bereiken, maar deze intenties zijn in de ogen van de commissie nog onvoldoende omgezet in een effectief plan om te kunnen overtuigen. Zo worden de nieuwe speelplekken benoemd, maar wordt niet toegelicht wat de samenwerking met de nieuwe partners inhoudt en hoe via hen cultureel divers publiek bereikt zal worden. 

De commissie is van mening dat Project Wildeman geen overtuigend plan heeft voor diversiteit van het personeel, en een beginnende aanpak voor diversiteit van bestuur/toezicht. Project Wildeman is een kleine organisatie met weinig verloop. De doelstelling is om het bestaande team te behouden. Het team wordt wel uitgebreid met zzp'ers voor functies als decorontwerp en tourbegeleiding. Bij wervingstrajecten voor deze mensen zal het zoeken naar diversiteit in het team volgens het plan een mogelijkheid zijn. Ook wordt gekeken of vacatures bijvoorbeeld via Colourful People uitgezet kunnen worden. De commissie vindt deze benadering enigszins vrijblijvend. Het bestuur van Project Wildeman heeft een lid met een cultureel diverse achtergrond. Bij het zoeken naar nieuwe bestuursleden wil Project Wildeman actief inzetten op diversiteit in expertise, ervaring, leeftijd, culturele achtergrond en een goede verdeling van mannen en vrouwen. De commissie vindt dit een positief voornemen, al is de aanpak om dit te realiseren nog niet zo concreet.


Conclusie

Project Wildeman vraagt een hogere bijdrage aan het AFK dan in de vorige periode. De commissie is van mening dat Project Wildeman meer mogelijkheden kan aanboren voor het vergroten van publieksinkomsten en andere private inkomsten om de kosten te dekken. Op grond van bovenstaande overwegingen adviseert de commissie het te honoreren bedrag niet te verhogen ten opzichte van de kunstenplanperiode 2017-2020. 
De commissie adviseert daarom de aanvraag van Stichting Project Wildeman gedeeltelijk te honoreren met een bedrag van € 65.000 per jaar. 
De commissie constateert dat er na beoordeling van alle aanvragen onvoldoende budget beschikbaar is om de aanvraag te honoreren.

De aanvraag is beoordeeld binnen de adviescommissie Muziek en Muziektheater.