Super-Sonic Jazz

Muziek/Muziektheater
Aangevraagd: € 75.000
Toegekend: € 30.000

Inleiding

Super-Sonic Jazz is een festival dat artiesten presenteert die bewegen op het cross-over gebied van de jazzmuziek. Op het festival treden zowel nationale als internationale artiesten op die invloeden van traditionele jazz combineren met soul, hiphop, elektronische, klassieke en niet-westerse muziek. De organisatie omschrijft het als haar missie om de bloeiende scene en het opkomende talent in Amsterdam en Nederland verder te ontwikkelen. Super-Sonic Jazz zegt dat in praktijk te brengen door de volgende kernactiviteiten: een meerdaags festival, een platenlabel, talentontwikkelingsactiviteiten, evenementen door het jaar heen en educatie in de vorm van masterclasses. De organisatie kiest, naar eigen zeggen anders dan soortgelijke instellingen, expliciet voor een nieuw hybride geluid tussen jazz en hiphop en voor een cultureel divers jong publiek en jonge makers. Tijdens het festival worden op verschillende podia concerten geprogrammeerd waar een aandachtig publiek de muzikanten de kans geeft om tot het uiterste te improviseren.

De komende jaren wil Super-Sonic Jazz verder bouwen aan een levendige, gezonde jazz-scene in Amsterdam en Nederland. De organisatie wil met deze plannen meer investeren in talentontwikkeling van jonge makers, het platenlabel versterken en daarnaast het festival blijven ontwikkelen. Super-Sonic Jazz wordt ondersteund door Paradiso, maar groeit zelfstandig en is formeel onafhankelijk.

Super-Sonic Jazz ontvangt geen vierjarige subsidie 2017-2020 binnen het Kunstenplan.
Voor de periode 2021-2024 vraagt de organisatie bij het AFK een bijdrage van gemiddeld 
€ 75.000 per jaar in het kader van het Kunstenplan.


Artistiek Belang

De commissie beoordeelt het artistiek belang als goed.
De commissie is positief over de artistieke eigenheid van het festival, de programmering en de bijkomende activiteiten. Zij vindt dat talentontwikkeling bepalend is voor de herkenbaarheid en artistieke signatuur van het festival en dat de talentontwikkelingsactiviteiten op scherpzinnige en voorbeeld stellende wijze zijn verweven met de programmering. De gekozen talenten komen aan bod in de voor- en na-programma's, de kelderjams, instore concerten en masterclasses en worden gecombineerd met reguliere en vaak internationale acts. In de ogen van de commissie is de aanvraag daardoor sterk geworteld in de muziekpraktijk en in de connectie met makers en publiek. Een ander aansprekend programmapunt vindt de commissie de Family Nights, waarin de Super-Sonic Jazz talenten de mogelijkheid krijgen om gastmuzikanten uit te nodigen en daarmee te jammen. De commissie is van mening dat de aanvrager op een bijzondere manier programmeert en daardoor uniek is in Amsterdam. De sandwichformule met Paradiso, waarin bekende artiesten worden gekoppeld met jong talent, is heel vruchtbaar. De commissie vindt dat er hierdoor een prikkelende wisselwerking ontstaat tussen bestaand en nieuw aanbod. Het resultaat op het podium houdt het midden tussen optredens en jamsessies, en biedt jong talent de mogelijkheid om zich tijdens het festival te ontwikkelen. 

Super-Sonic Jazz heeft een helder beeld van de manier waarop het festival zich onderscheidt van andere gelijke podia en festivals in Amsterdam en van het publiek dat het wil bereiken. De commissie constateert dat de organisatie expliciet kiest voor een nieuw hybride geluid tussen jazz en hiphop en zich op dat vlak in een paar jaar tijd succesvol heeft ontwikkeld. De recente uitverkochte editie laat volgens de commissie zien dat er in Amsterdam een duidelijke vraag naar hybride jazz is. In Amsterdam en in Nederland groeit de scene van muzikanten die jazz naar hun eigen hand zetten en van tieners en twintigers die daarop willen dansen. Het grootste deel van het publiek van Super-Sonic Jazz is tussen de 15 en 35 jaar en vrijwel geheel van (groot)stedelijke afkomst. Super-Sonic Jazz voorziet volgens de commissie dan ook duidelijk in een culturele behoefte en is daardoor van artistieke betekenis voor zowel een cultureel divers jong publiek als voor jonge makers. Ook vindt de commissie het positief dat de organisatie activiteiten het hele jaar door wil ontwikkelen. Hierdoor blijft het festival en haar activiteiten meer in beeld bij de doelgroep en dat kan de aansluiting met het publiek ten goede komen.

De commissie ziet dat Super-Sonic Jazz zich artistiek gestaag ontwikkelt. Voorheen lag de nadruk van de programmering van het festival meer op de niche van spiritual Jazz in de lijn van jazzfestivals zoals So What's Next, Rockit en Mondriaan Jazz. De ontwikkeling naar een hybride programmering is goed geweest voor de herkenbaarheid en de aansluiting met het publiek. De samenwerkingen met het Amsterdamse hiphop/urban label Top Notch en het label DOX vindt de commissie vooruitstrevend. Daardoor kan het festival connecties aangaan met een nieuw publiek en kennis uit de industrie overbrengen aan de talenten. De commissie vindt daarnaast dat de aanvrager jonge talenten zinvolle ondersteuning biedt bij hun ontwikkeling, bijvoorbeeld bij het organiseren van tours, het maken van hoogwaardige promo-opnames te maken en het op orde te brengen van hun management en marketing. De commissie is kritisch over het plan van de Eigen studio in Podium Noord en het platenlabel. Het plan is op dit punt te globaal waardoor het de commissie niet duidelijk is wat hiervan de toegevoegde waarde is, noch voor de ontwikkeling van de artiesten noch voor het festival. 


Belang voor de Stad

De commissie beoordeelt het belang van Super-Sonic Jazz voor de stad als voldoende
Super-Sonic Jazz heeft vooral op cultureel vlak verbinding met de stedelijke samenleving. De organisatie geeft aan het terugkerende programma Family Nights te willen programmeren in buurthuizen, wat de commissie op zichzelf een goed idee vindt omdat het de maatschappelijke binding met de stad kan versterken. Deze activiteiten, waarbij de band Smanden kopstukken uit de hiphop scene uitnodigt om tijdens deze avonden mee te spelen, worden nu georganiseerd in Podium Noord. De commissie constateert echter dat het plan op dit punt nog niet concreet wordt en geen specifieke buurthuizen noemt waarmee zal worden samengewerkt. Verder zijn er geen maatschappelijke projecten of samenwerkingen in het plan opgenomen. Op grond hiervan vindt de commissie dat Super-Sonic Jazz zich nauwelijks met de bewoners of maatschappelijke organisaties in de stad verbindt.

De commissie stelt vast dat drie kwart van de optredens plaatsvindt in het centrum. Gezien het feit dat de organisatie in belangrijke mate draait om het festival en dat Paradiso als locatie heeft, vindt zij dat begrijpelijk. Een kwart vindt plaats in andere stadsdelen, veelal op locaties die nauw verbonden zijn aan Paradiso, zoals Tolhuistuin en Podium Noord (Dansmakers). De commissie vindt het positief dat de organisatie moeite doet om op die manier bij te dragen aan de stedelijke spreiding van het culturele aanbod en het publieksbereik daarvan.

Het gekozen accent Stad van dag & nacht vindt de commissie passen bij de ambities van Super-Sonic Jazz maar zij is van mening dat dit beter uitgewerkt had kunnen worden in het plan. Het thema is terug te vinden in de gehele programmering omdat nagenoeg alle activiteiten die Super-Sonic Jazz produceert rond dit thema zijn gemaakt. De organisatie noemt het thema alleen expliciet in het programmaonderdeel Dansnachten. De commissie is van mening dat vooral de nacht als rode draad in alle programmaonderdelen, zij het impliciet, aanwezig is. De commissie vindt dat Super-Sonic Jazz zich inzet voor nachtcultuur van hoge artistieke kwaliteit voor een jong en divers publiek. De verbinding van de dag en de nachtcultuur ziet de commissie vooral in de workshops en jams die ook overdag plaatsvinden.


Uitvoerbaarheid

De commissie beoordeelt de uitvoerbaarheid als zwak.
De commissie vindt de deskundigheid en ervaring van de belangrijkste medewerkers van Super-Sonic Jazz op artistiek gebied van niveau. Met de deskundigheid van de artistiek leider, een connaisseur als het gaat om het ontdekken van nieuw Nederlands jazztalent, heeft de organisatie een sterke troef in handen. Ook het vakmanschap van het productionele team om de artistieke leider heen geeft de commissie vertrouwen in de uitvoerbaarheid van het plan. Het bestuur vult de artistieke leiding goed aan met deskundigheid uit de praktijk en ook daar is de commissie positief over. De commissie plaatst een kanttekening bij het feit dat de artistiek leider tevens hoofdprogrammeur van Paradiso is en dat deze situatie in de toekomst mogelijk riskant kan zijn in het kader van belangenverstrengeling. Het festival is, hoewel formeel onafhankelijk, in praktische zin wel degelijk afhankelijk van Paradiso.
De commissie is kritisch over de schaalsprong die de organisatie voor ogen heeft. Zij vindt de grote ambities die uit het plan spreken (year-round programmering, talentontwikkeling, eigen studio in Noord ten behoeve van opnames en kleine concertjes) groot in relatie tot de huidige omvang van de organisatie. Ook heeft de commissie op basis van de tekortschietende financiële onderbouwing van de aanvraag twijfels bij het zakelijk vakmanschap. Zij vindt het van groot belang dat er gestuurd wordt op een betere financiële administratie. De commissie is er niet van overtuigd dat het plan met de huidige organisatie in zijn volle omvang uitvoerbaar en realistisch is.

De commissie vindt de bedrijfsvoering kwetsbaar en niet geheel inzichtelijk. Sinds het ontstaan in 2017 heeft de organisatie drie edities georganiseerd met een kleine, flexibele bezetting en met minimale personele kosten. Super-Sonic Jazz zegt de organisatie klein te willen houden, maar de commissie ziet dat niet terug in de resultatenrekeningen van de afgelopen jaren. Er ontstaat voor de commissie een beeld dat er het nodige in de organisatie is veranderd qua schaalgrootte. Er wordt echter niet op gereflecteerd wat die veranderingen precies inhouden. De organisatie is nog jong, zodat het volgens de commissie niet verwonderlijk en op zichzelf ook niet zorgelijk is dat het eigen vermogen nog beperkt is en de financiële huishouding net in evenwicht is. De commissie merkt op dat het in zo’n situatie essentieel is dat de organisatie klein en wendbaar blijft en minimale personele lasten te dragen heeft. De schaalsprong die het festival wil maken, veronderstelt echter ook een versteviging van de organisatie met alle structurele lasten van dien. De commissie is van mening dat de bedrijfsvoering hierdoor niet gezond genoeg is om de ambitieuze plannen uit te voeren en de organisatie op langere termijn effectief te laten functioneren. 

De commissie is zeer kritisch over de begroting van Super-Sonic Jazz. Bij de verstrekking van projectsubsidies heeft het AFK de afgelopen jaren herhaaldelijk opmerkingen gemaakt over dit onderwerp. De commissie vindt het daarom des te opmerkelijker dat deze meerjarige begroting niet voldoet aan de standaard die gevraagd wordt. Verschillende kosten worden verkeerd gerubriceerd. De personeelslasten stijgen aanzienlijk zonder dat daarvoor een onderbouwing geleverd wordt in het plan. Over het geheel genomen is de hoogte van de begroting volgens de commissie in verhouding met de ambities, maar doordat er alleen een globaal overzicht wordt aangeleverd kan de commissie niet vaststellen dat de begroting op alle onderdelen realistisch is en passend bij het plan. 

Het marketingplan van Super-Sonic Jazz vindt de commissie realistisch en passend om het beoogde publiek te bereiken. De overkoepelende strategie is gericht op samenwerken. De samenwerkingen met onder andere de platenzaak Rush Hour, het festival Summer Dance Forever en het podium Paradiso vindt de commissie duidelijk beschreven. Het is de commissie duidelijk dat Paradiso een belangrijke partner is bij de marketing van Super-Sonic Jazz. De eigen producers van de organisatie werken nauw samen met de publiciteitsafdeling van Paradiso. Hierdoor heeft de het festival toegang tot een breed netwerk en ruime kanalen voor promotie. Dit vindt de commissie positief. Doordat de eigen productiemedewerkers beiden geclassificeerd kunnen worden als influencers dragen zij bij aan het bereik van een grote groep jonge Amsterdammers door middel van Facebook, Instagram en andere sociale media. De commissie vindt het een passende strategie om influencers binnen de organisatie te betrekken waardoor er als het ware een ambassadeurschap ontstaat. Daarnaast probeert de organisatie het lokale publiek via de locatie gestuurde marketingtool Geo-Fencing beter te bereiken en in kaart te brengen. De commissie is enthousiast over de organische manier waarop de organisatie zich heeft verbeterd op het gebied van marketing en communicatie. Door de combinatie van de veranderde programmering, technieken zoals Geo-Fencing en een laagdrempelig prijsbeleid weet het festival de aansluiting met de beoogde doelgroepen goed te maken. De manier waarop Super-Sonic Jazz in korte tijd heeft gezorgd dat zijn publiek een betere afspiegeling van de Amsterdamse bevolking laat zien, vindt de commissie voorbeeld stellend. 


Diversiteit en inclusie

De commissie beoordeelt de bijdrage aan diversiteit en inclusie als goed.
De programmering en de artiesten van het festival dragen volgens de commissie bij aan de culturele diversiteit van het Amsterdamse cultuuraanbod. Super-Sonic Jazz programmeert vanuit de gedachte dat jazz, hiphop en nachtcultuur stromingen zijn die intrinsiek rijk zijn aan culturele diversiteit. Het is volgens de organisatie een feit dat hiphop en urban muziek van nu een grote culturele diversiteit heeft op het podium en ook in het publiek. De artiesten die de komende jaren een rol spelen op het festival en in de overige activiteiten van de organisatie, zoals de band Smandem, Pink Oculus en vele internationale artiesten bevestigen volgens de commissie dat de programmeringskeuzen leiden tot een cultureel divers aanbod. 

Culturele diversiteit zit in het DNA van het genre en de doelgroep, meent Super-Sonic Jazz. De commissie deelt die mening. De organisatie weet daar, zoals hierboven is beschreven, via marketing op sterke wijze gebruik van te maken en bereikt daardoor een jong, cultureel divers en bovendien lokaal publiek dat geen hokjesmentaliteit heeft. Super-Sonic Jazz streeft naar een jong publiek van makers en reguliere bezoekers die door hun autodidacte roots vanuit hiphop of nachtcultuur zich niet altijd thuis voelen in de hoogdrempelige traditionele jazzwereld. De commissie vindt daardoor dat de organisatie flink bijdraagt aan het bereiken van een cultureel divers publiek.

De commissie is kritisch over de visie van de organisatie en de aanpak voor de diversiteit van het personeelsbestand en bestuur/toezicht. Zij merkt op dat er van diversiteit binnen de huidige organisatie en binnen het bestuur nog nauwelijks sprake is en hier dus veel te winnen valt. De commissie begrijpt dat er in een organisatie met een klein team zonder personeel in dienst beperkte mogelijkheden zijn om tot een cultureel meer diverse bemensing te komen. Zij waardeert het voornemen van de organisatie om vanaf 2020 diverser te worden en actief op zoek te gaan naar een bestuurslid met een cultureel diverse achtergrond, maar vindt het plan op dit punt mager.


Conclusie

De organisatie heeft een onduidelijke begroting ingediend, die door onjuiste rubricering van diverse personeelslasten een goede beoordeling van de begroting niet mogelijk maakt. De vraag hoeveel van de in de begroting opgenomen kosten echt noodzakelijk zijn voor de continuïteit van Super-Sonic Jazz is op basis van de ontvangen informatie niet te beantwoorden. Bovendien lijken diverse kostenposten te stevig te worden begroot. Gezien de omvang van de organisatie en activiteiten lijken de beloningen van vooral het ingehuurde personeel erg royaal. De commissie vindt deze beloningen in schril contrast met de beloningen in 2018. Bovendien wordt deze sprong niet gemotiveerd.
De commissie adviseert daarom de aanvraag van Super-Sonic Jazz gedeeltelijk te honoreren met een bedrag van € 30.000 per jaar.

De aanvraag is beoordeeld binnen de adviescommissie Muziek en Muziektheater.