Stichting Don’t Hit Mama

Dans
Aangevraagd: € 145.000
Toegekend: € 0
Toegekend 2013-2016: € 93.900

Inleiding

Stichting Don’t Hit Mama onderzoekt urban dance en richt zich hierbij op het ontwikkelen van jong talent en vernieuwende danstheater formats. De stichting wil een brugfunctie zijn tussen urban dance, het theater en dansopleidingen. Op het gebied van talentontwikkeling houdt de stichting zich onder andere bezig met: informele initiatieven uit de urban scene, particuliere scholen, dansinitiatieven in het voortgezet onderwijs, voortrajecten en kunstvakopleidingen (mbo, hbo). Er wordt contact gelegd met jonge dansers uit verschillende sub-cirkels, crews, professionaliserende autodidacten, dansers en dansmakers uit de hele stad. Vanuit het cultuurpand Nowhere gaat de stichting verbindingen aan met culturele spelers in Amsterdam en maatschappelijke instellingen, waarbij gefocust wordt op transculturele ontwikkeling en diversiteit.

In de periode 2017-2020 wil de stichting zich richten op de verdieping van visie en kennis en deze verdieping zichtbaar maken en overdragen aan de nieuwe generatie. Stichting Don’t Hit Mama wil fungeren als een mobiel laboratorium, waar nieuwe talenten, jonge dansers en oude meesters elkaar ontmoeten. Het interne ontwikkeltraject zal geïntensiveerd worden door middel van een digitaal platform, maar ook door het ontsluiten naar een breder publiek via ontmoetingen, lezingen, masterclasses, workshops en demo’s. Een clubevent format komt in handen van de jonge generatie makers. Voor de productie van Clubevents en andere projecten zal er samengewerkt worden met Het Productie Collectief. Met dit format wordt er met jonge en meer ervaren dansers en makers gericht op theaterpubliek, scholieren en festivals.

De stichting beoogt een nieuwe generatie dance practitioners te begeleiden, die op hun eigen manier zullen voortzetten waar zij mee zijn begonnen en die een aandeel zullen vormen van de nieuwe dansesthetiek die nu ontstaat. Hiervoor wordt samengewerkt met instellingen uit de urban cultuur, gebundeld in de Urban Support Group. De veranderingen vragen in de ogen van de stichting om een organisatie die anders communiceert en zichtbaarder is. Om die reden wordt voorzien in verzwaring van de communicatie in de komende periode en ingezet op continue bemanning van artistieke leiding, zakelijke leiding en coördinatie van alle talentontwikkeling activiteiten.

Stichting Don’t Hit Mama was in de periode 2013-2016 opgenomen in het Kunstenplan van de Gemeente Amsterdam met een bedrag van € 93.900 per jaar. In het kader van het Kunstenplan 2017-2020 vraagt Stichting Don’t Hit Mama een subsidiebedrag van € 145.000 per jaar.

Artistiek-inhoudelijke kwaliteit

De commissie beoordeelt de artistiek-inhoudelijke kwaliteit als voldoende. Don’t Hit Mama heeft jarenlang een onderscheidende functie vervuld in de urban dansscene. 

Het gezelschap werkt met diversiteit - en daarmee met een mix van verschillende culturele achtergronden - als uitgangspunt. Het heeft in de afgelopen periode een belangrijke rol gespeeld in de verdiepingsslag van urban danstheater. Don’t Hit Mama heeft een bijzondere positie in de sector opgebouwd als een belangrijke bruggenbouwer tussen straat en theater. Het heeft een community gebouwd waar cross culturele en disciplinaire uitwisseling plaatsvindt. De urban scene heeft zich in de afgelopen jaren rap verder ontwikkeld. Het is gegroeid met interessante nieuwe initiatieven en gezelschappen.

Don’t Hit Mama neemt naar oordeel van de commissie niet meer dezelfde onderscheidende positie in als voorheen. In artistiek opzicht hebben beide makers van Don’t Hit Mama jarenlang gewerkt aan een geheel eigen onderzoek en methodiek. Het vakmanschap is daarbij volgens de commissie onbetwist aanwezig. In de plannen voor de komende periode wordt, naar de commissie meent, juist meer afstand genomen van het oude artistiek makers-profiel en lijkt Don’t Hit Mama in te willen zetten op een nieuwe vorm en verdieping van onderzoek voor de artistiek leiders enerzijds en een breed en 'mobiel laboratorium' met een brede pool aan talenten anderzijds.

De commissie betreurt dat uit de plannen te weinig blijkt dat uitwisseling van het jarenlange onderzoek en de methodiek heeft plaats gevonden met andere makers en dansers. Zeker gezien Don’t Hit Mama aangeeft de komende periode in te willen zetten op overdracht aan de nieuwe generatie en verdieping van visie en kennis. Uit de plannen wordt niet duidelijk welke visie op talentontwikkeling ten grondslag ligt aan de ambitie voor verdere ontwikkeling van urban en participatieve projecten met jongeren. Noch wordt onderbouwd welke artistieke ontwikkeling en kwaliteit precies worden nagestreefd.

De commissie verwacht dan ook niet dat de aanpak van Don’t Hit Mama voldoende zeggingskracht zal hebben voor de dansers en aankomende makers die de organisatie wil aanspreken ofwel dat met de aanpak aansluiting gevonden zal worden bij het kunstvakonderwijs. Hoe de ambities zich verder vertalen naar een samenhangend programma voorstellingen in de komende periode, met heldere artistieke keuzes, wordt uit de aanvraag voor de commissie eveneens niet heel helder. De commissie ziet de plannen daarmee teveel leunen op twee trajecten die onderling te weinig samenhang tonen; de talentontwikkeling enerzijds en het faciliteren van de verdere ontwikkeling van beide artistieke leiders anderzijds. De nieuwe stappen die Don’t Hit Mama wil maken zijn volgens de commissie nu te weinig artistiek- inhoudelijk onderbouwd.

Zakelijke kwaliteit

De commissie beoordeelt de zakelijke kwaliteit als voldoende. Don’t Hit Mama oogt vanuit de gegevens uit de afgelopen periode als een stabiel opgebouwde organisatie met een stabiele bedrijfsvoering. De plannen voor uitbreiding van de organisatie zijn echter niet goed onderbouwd. Het wordt de commissie niet duidelijk waar de in de aanvraag genoemde extra functies in het personeelsbestand concreet voor worden ingezet.

De begroting is naar de commissie meent in grote lijnen haalbaar. De kosten en baten voor met name de clubevents zijn echter niet met elkaar in verhouding. Dit concept realiseert volgens de commissie, gezien de kosten, te weinig publieksinkomsten. Daarnaast is een dergelijk concept vanuit de meer commerciële circuits al opgepakt, waardoor de commissie verwacht dat hier niet veel groei mee te behalen zal zijn.

De mix van inkomsten is realistisch, maar vrij conventioneel: de mix bestaat voornamelijk uit publieksinkomsten en publieke subsidies. Zeker gezien de doelstellingen en doelgroepen van Don’t Hit Mama moet er meer diversificatie van financieringsbronnen mogelijk zijn, waarbij de commissie bijvoorbeeld denkt aan meer sponsorinkomsten. De mix van inkomsten is ook niet in balans; het percentage publieksinkomsten is laag ten opzichte van het verwachte aandeel aan subsidiebijdragen.

Het bestuur is op orde; de Governance Code Cultuur wordt nageleefd. De commissie is wel van mening dat het bestuur zich sterker had moeten maken voor een stevigere koers. Er is in het plan geen visie op de Code Culturele Diversiteit geformuleerd, maar diversiteit ligt wel duidelijk in de kern van de organisatie.

Publiek

De commissie beoordeelt het criterium publiek als voldoende. Don’t Hit Mama wist in de afgelopen periode een jong, zeer cultureel divers publiek te bereiken, ook met name jongeren met een kwetsbare sociale achtergrond. Het programma dat Don’t Hit Mama voor de komende jaren wil realiseren, past ook inhoudelijk bij deze doelgroep. De commissie vindt echter niet aannemelijk gemaakt dat met de beschreven aanpak deze doelgroep daadwerkelijk aangesproken zal worden, omdat Don’t Hit Mama nog erg op het eigen circuit is gericht. De commissie mist uit de plannen het besef dat met de vernieuwde koers die Don’t Hit Mama wil varen ook een andere publieksbenadering nodig is.

De commissie krijgt uit de beschreven visie op publiek de indruk dat Don’t Hit Mama onvoldoende zicht heeft op de veranderde urban community. Don’t Hit Mama kan in haar plannen bouwen op haar opgebouwde publiek, maar de plannen geven weinig blijk van een visie op nieuwe doelgroepen. Dat is te meer van belang nu Don’t Hit Mama voor komende jaren meer participatieve activiteiten wil ontwikkelen.

De marketingstrategie is summier uitgewerkt en wordt voornamelijk concreet ten aanzien van de online activiteiten. De commissie had meer concrete uitwerking van de marketinginspanningen verwacht om te kunnen beoordelen of ze aansluiten bij het beoogde bereik van publiek en deelnemers. Ook de partnerschappen die Don’t Hit Mama aangaat in de komende periode hebben potentie om het publiek uit te breiden, maar worden in de plannen onvoldoende concreet gemaakt. Er zal in de periode 2017-2020 wel publieksonderzoek plaatsvinden. De commissie onderschrijft het belang hiervan, maar betreurt dat dit niet voorafgaand aan de planontwikkeling voor 2017 - 2020 heeft plaatsgevonden om zo meer gericht op (nieuwe) doelgroepen marketing in te kunnen zetten.

Belang voor de stad: verbinding en spreiding

De commissie beoordeelt de verbinding met de stad als zwak. Don’t Hit Mama verbindt zich van oudsher met actuele thema's en specifiek de plek van migrantengroepen in de samenleving met urban dance als emancipatoir instrument. De urban supportgroep zou kansen voor een platform en vernieuwing kunnen bieden, met directe connectie naar diverse jonge bewoners in de stad, maar de verbindende kracht daarvan is in de plannen onvoldoende belicht. Er is bij de commissie geen zicht op verbinding met de culturele sector in Amsterdam in brede zin.

De commissie beoordeelt de spreiding als voldoende. Don’t Hit Mama trekt haar publiek vooral uit het centrum en ontplooit de meeste activiteiten in stadsdeel Oost. Verder is de stichting op kleinere schaal in een paar andere stadsdelen actief. Hiermee draagt de organisatie voldoende bij aan de stedelijke spreiding van het cultuuraanbod en het publieksbereik daarvan.

Conclusie

De commissie oordeelt dat de gevraagde subsidie niet in verhouding is met de beoogde publieksinkomsten en overige inkomsten. De commissie adviseert de aanvraag van Don’t Hit Mama gedeeltelijk te honoreren voor zover het budget dat toelaat, voor ten hoogste € 75.000.