Nowhere

Cultuureducatie
Aangevraagd: € 295.000
Toegekend: € 250.000
Toegekend 2013-2016: € 99.890

Inleiding

De in 2005 opgerichte stichting Nowhere is een productiehuis voor talentontwikkeling en cultuuronderwijs voor jongeren tussen de zes en dertig jaar. Ze heeft als doel om jonge mensen te inspireren om zichzelf persoonlijk en artistiek te ontwikkelen. De organisatie wil daarbij zowel voedingsbodem als vertegenwoordiger zijn van actuele culturele ontwikkelingen, ook buiten de klassieke infrastructuur. Kernactiviteiten van Nowhere zijn het ontwerpen en organiseren van jongerenworkshops in en buiten het pand in Amsterdam-Oost, het ondersteunen van de professionalisering van hun talent en het bieden van een podium. De vraag van de jongeren zelf is hierin leidend. In het maken en bedenken van artistieke uitingen is aandacht voor identiteitsvragen in een zeer diverse stad.

In de periode 2017-2020 wil Nowhere zich expliciet profileren als het meest toonaangevende productiehuis voor talentontwikkeling van Amsterdamse jongeren. Met een pand dat volledig is ingericht voor jongeren en cultuur, biedt de organisatie naast talentontwikkeling ook laagdrempelige culturele speelplekken voor nieuwe cultuuruitingen en kunstvormen. In nauwe samenwerking met cultuurnetwerk Oost beoogt Nowhere de mogelijkheden voor talent te vergroten, de kwaliteit van de programma’s te verhogen en een groter publiek te bereiken. Samen met scholen wordt ingezet op structurele programma’s binnen het curriculum. Nowhere wil het landelijke netwerk van Poetry Circles uitbreiden en het programma verder ontwikkelen met de mogelijkheid om producties aan publiek te presenteren. In de creatieve activiteiten van Maakland worden de meer traditionele domeinen van kunst, wetenschapsonderwijs, techniek en natuur met elkaar verbonden. Ook wil Nowhere performers nieuwe podiumprogramma’s en kansen op (betaalde) optredens bieden, om de bij het bekwamen van talent nodige podiumuren te kunnen maken. Concreet vertaalt zich dit naar een talentontwikkelingsprogramma met 7.416 deelnemers, cultuuronderwijs voor 3.250 leerlingen, 54 podiumpresentaties en 126 deelnemers aan Poetry Circle Nowhere, die 85 presentaties en 20 voorstellingen verzorgen.

Nowhere ontvangt in de periode 2013-2016 meerjarige subsidie vanuit het Kunstenplan van de gemeente Amsterdam, voor een bedrag van € 99.890 per jaar. De subsidie die jaarlijks aan het AFK gevraagd wordt voor de functie van Nowhere als grootstedelijk productiehuis voor talentontwikkeling voor de periode 2017-2020, bedraagt € 295.000.

Artistiek-inhoudelijke kwaliteit

De commissie beoordeelt de artistiek-inhoudelijke kwaliteit als zeer goed. Nowhere presenteert, naar mening van de commissie, een onderbouwd en doordacht plan. Hieruit spreekt een sterke artistiek-inhoudelijke visie op de betekenis en de mogelijkheden van cultuur voor jongeren. De organisatie heeft een helder profiel en biedt aanbod binnen de volledige keten van cultuureducatie en alle fasen van talentontwikkeling. Er zijn verschillende laagdrempelige instapmodules, binnen een dynamisch curriculum, met een eigen artistieke signatuur. Het is naar mening van de commissie bijzonder dat jong talent in, bijvoorbeeld, de Poetry Circle ervaring op kan doen, kan experimenteren met diverse artistieke vormen en daarbij ook een podium krijgt. Dit zoeken van jongeren naar hun eigen stem en manier van vertellen brengt wellicht risico's met zich mee in kwaliteit, maar is uitermate belangrijk voor de ontwikkeling van nieuwe, niet opgelegde kunst- en cultuurvormen. Deze manier van werken heeft, naar de mening van de commissie, veel zeggingskracht en zorgt voor een goede verbinding met publiek, dat via de achterban van de makers en schrijvers bereikt wordt. Ook het jonge artiestenprogramma, waarbij een excellent talent naar aanleiding van een specifieke leervraag een maand lang bij Nowhere aan de slag kan, is hier een goed voorbeeld van. In het verlengde van het getoonde vakmanschap in de kwaliteit van de diverse programma’s, onderscheidt Nowhere zich - naar mening van de commissie - eveneens door haar flexibiliteit. De organisatie luistert naar de doelgroep en springt in op nieuwe, vaak urban genres die nog niet tot het curriculum van het kunstvakonderwijs zijn doorgedrongen, zoals Afrohooping en Super Funk.

De educatieve visie van de organisatie op het werken met leerlingen in het voortgezet onderwijs overtuigt eveneens. Het Columnproject, met daarbinnen een interessante samenwerking met de Balie, combineert overtuigend schrijf- en presentatietechnieken in een vernieuwende vorm. De commissie vindt Nowhere een belangrijke aanjager en facilitator in het stimuleren, begeleiden en het bieden van een podium aan scholieren, opdat talent kan uitgroeien. De ambities met betrekking tot structurele programmatische samenwerking met het primair onderwijs, worden in het plan minder uitgewerkt. Met een aanbod gebaseerd op de vraag van jongeren, peer-to-peer docenten en een gebouw dat is toegerust voor jongeren en cultuur, voorziet Nowhere naar de mening van de commissie echter overtuigend in een multidisciplinaire infrastructuur voor jongeren in Amsterdam-Oost. Het aanbod heeft een grootstedelijke uitstraling en potentie tot uitbreiding.

Zakelijke kwaliteit

De commissie beoordeelt de zakelijke kwaliteit als ruim voldoende. De begroting is inzichtelijk en uit de aanvraag blijkt een stabiele financiële positie. Ten opzichte van 2014 voorziet de organisatie een redelijk forse groei van de omzet, die in 2015 reeds is ingezet. Deze lijkt de commissie realistisch, maar zij plaatst wel enkele kanttekeningen. Zo stijgen de personele lasten in de periode 2017-2020 significant ten opzichte van de jaren 2014/2015, zowel als percentage van de totale lasten als in gemiddelde per fte. De groei als gevolg van uitbreiding met 2,1 fte wordt onderbouwd met de benodigde verhogingen in organisatie- en productiecapaciteit en door de stijgende personele beheerslasten ten gevolge van een intensiever gebruik van het gebouw. De commissie vindt de directiekosten ruim berekend. De totale beoogde groei had naar mening van de commissie meer gespecificeerd kunnen worden. De verklaring dat deze groei het gevolg is van uitbreiding van de programma’s, is te algemeen en geeft de commissie onvoldoende inzicht, met name in de stijgende activiteitenlasten.

Er is sprake van een brede financieringsmix. De commissie is positief over de overtuigende toename van publieksinkomsten ten opzichte van 2014. Hoewel het verdienmodel van Maakland weinig inzichtelijk wordt gemaakt, wordt uit de begroting wel duidelijk dat dit model goede inkomsten genereert. Het feit dat de grote stijging van de publieksinkomsten al voor 55% door Maakland en de Poetry Circle in 2015 is gerealiseerd, biedt de commissie het vertrouwen dat deze haalbaar is. Deze inkomsten liggen in het verlengde van de inkomstenstijging zoals deze blijkens de jaarverslagen in 2014 en 2015 gerealiseerd is. De publieksinkomsten uit het aanbod voor scholen en het talentontwikkelingsprogramma zijn lager, maar naar mening van de commissie wel realistisch. De commissie vindt het belangrijk dat het workshopaanbod ook door zijn prijsstelling laagdrempelig is. Mogelijk kunnen voor het naschoolse aanbod nog additionele middelen worden geworven bij bijvoorbeeld het Jongerencultuurfonds voor het naschoolse aanbod, of kan een hogere scholen/voucherbijdrage worden gevraagd voor het binnenschoolse aanbod.

De inkomsten uit private fondsen nemen in de periode 2017-2020 fors af, ten opzichte van 2014. Nowhere stelt in het plan te denken door meerjarige publieke financiering (bestaande uit een eventuele honorering door het Fonds voor Cultuurparticipatie en een verhoogde bijdrage uit het Kunstenplan), minder in aanmerking te komen voor bijdragen uit private fondsen. Deze aanname wordt verder niet toegelicht of onderbouwd. Een bijna halvering van de private middelen ten opzichte van 2014 vindt de commissie dan ook te behoudend ingeschat. De regelmatige ondersteuning door private fondsen van Nowhere, in heden en verleden, biedt naar mening van de commissie meer mogelijkheden dan nu begroot zijn.

De commissie vindt dat het plan een uitstekende risicoanalyse bevat, met concrete oplossingen. Het bestuur van Nowhere volgt de Governance Code Cultuur. De organisatie heeft een concrete visie en aanpak op de culturele diversiteit van het personeelsbestand. Dit is een vanzelfsprekend uitgangspunt, dat zich uit in voor de bevolkingssamenstelling van Amsterdam representatieve workshopmasters, peereducators en rolmodellen als docent. De aanpak ter bevordering van de diversiteit in het bestuur en de vaste personeelskern kan naar mening van de commissie nog sterker worden toegepast.

Publiek

De commissie beoordeelt het criterium publiek als goed. Nowhere heeft een groot, cultureel divers publieks- en deelnemersbereik dat zij met een uitdagend, deels met de jongeren zelf ontwikkeld aanbod en een creatieve aanpak aanspreekt. In het plan wordt kort, maar krachtig, beschreven welke doelgroepen Nowhere bedient en hoe zij oud en nieuw publiek bereikt met overtuigende marketingmethodes. Bij Nowhere staan de jongeren voorop en uit de diverse getuigenissen van deelnemers in het meerjarenplan spreekt een goede aansluiting bij hun leefwereld. Er vindt publieksonderzoek plaats, door regelmatige evaluatie met leerlingen, docenten en directie.

De beoogde deelnemers- en publieksuitbreiding ligt in lijn met de huidige, gestage stijging. Deze wordt algemeen onderbouwd met de uitbreiding in talentontwikkeling – mede door de productiehuisfunctie -, het binnenschoolse aanbod en de verdere ontwikkeling van het Poetry Circle-programma. De bereikcijfers worden gespecificeerd, maar de commissie had graag meer toelichting gezien op de specifieke groei in relatie tot de bereikcijfers van 2015. Gezien de overtuigende realisatie in het verleden en eerdergenoemde voortzetting van de gestage lijn, heeft de commissie wel het vertrouwen dat de beoogde groei haalbaar is, en mogelijk groter zal zijn.

Een belangrijke, moeilijker vooraf in cijfers uit te drukken, publieksfunctie van Nowhere vindt de commissie het inspelen op de vraag van het veld om programma’s of presentaties. Voorbeelden hiervan zijn de Yellow Brick Road op de Uitmarkt en een bijdrage aan het Nazim Hikmet Festival van Podium Mozaïek, waarmee veel extra publiek wordt bereikt. Nowhere heeft een heldere en aansprekende visie op de diversiteit van de Amsterdamse bevolking, en draagt met een gericht en inclusief aanbod op een voorbeeldstellende manier bij aan een betere representatie hiervan in de kunsten. Naast professionals als docenten, worden er ook peers ingezet; voor de deelnemers representatieve rolmodellen. Er is veel aandacht voor de culturele identiteit van de jongeren en de ontwikkeling ervan. De nieuwe cultuuruitingen die hieruit voortkomen trekken weer een nieuw deelnemerspubliek.

Belang voor de stad: verbinding en spreiding

De commissie beoordeelt de verbinding als goed. De meest directe coalitiepartners zijn: Don't Hit Mama, Urban Myth, Podium Mozaïek, Studio 52nd, Oostblok, Studio/K, het Tropenmuseum, en DEGASTEN. Nowhere werkt daarnaast samen met veel andere organisaties en podia op wijk-, stads- en landelijk niveau, en durft daarbij ook buiten de gebaande paden te treden. De organisatie verbindt zich daarbij sterk met maatschappelijke vraagstukken. De verbinding met het cultuurnetwerk Oost overtuigt, evenals stadsbrede samenwerkingen, zoals met de Uitmarkt en de Balie. Ook de toekomstige raad van artistiek leiders van gelijkgestemde culturele organisaties in het partnerprogramma, vindt de commissie een zeer goed initiatief. Mogelijk is het interessant als representanten uit het Amsterdamse kunstvakonderwijs zich ook bij deze raad aansluiten.

De spreiding beoordeelt de commissie als goed. Nowhere is in alle stadsdelen actief, maar de meeste activiteiten zijn in stadsdeel Oost. Daarnaast bereikt de organisatie met de talentontwikkelingsactiviteiten ook andere delen van de stad.

Conclusie

Het door het AFK toe te kennen bedrag is opgebouwd uit de historische kunstenplanbijdrage van
€ 99.890 per jaar, vermeerderd met een bedrag voor de beoogde groei van activiteiten en personeel, en een bedrag gebaseerd op eerdere projectbijdragen die door het AFK zijn toegekend. De commissie ziet voor Nowhere nog opties om meer inkomsten te genereren uit private middelen, en mogelijk uit onderwijsvouchers of bijdragen aan lesgelden via het Jongerencultuurfonds. Gezien de aard van de activiteiten binnen de gehele keten, de overtuigende productiehuisfunctie, de voorbeeldstellende aanpak op het gebied van culturele diversiteit en een bereik van bijna 16.000 Amsterdamse bezoeken per jaar, adviseert de commissie de aanvraag van Nowhere - met in acht name van bovenstaande overwegingen - te honoreren voor een bedrag van € 250.000 per jaar.