Stichting Het Ketelhuis

Film
Aangevraagd: € 300.000
Toegekend: € 211.000
Toegekend 2013-2016: € 139.850

Inleiding

Sinds 1999 is Het Ketelhuis, gevestigd op het Westergasfabriekterrein, een locatie voor vertoning van en bezinning op de Nederlandse film. De aandacht gaat uit naar artistiek en/of maatschappelijk belangwekkende, commercieel veelal fragiele Nederlandse films. Naast de kernactiviteit van het tonen van Nederlandse film – speelfilms, documentaires, jeugdfilms en korte films – is er ruimte voor niet-Nederlandse jeugdfilms en documentaires en Europese arthouse films. Het publiek van Het Ketelhuis loopt uiteen van de reguliere filmbezoeker tot de Nederlandse filmvakwereld en van scholieren tot festivalgangers. Met de film- en randprogrammering, de festivals, de bijeenkomsten van filmsectorverenigingen, de persvoorstellingen, de industrial screenings en de besloten premières van (lowbudget)filmproducties wil Het Ketelhuis een ontmoetingsplaats zijn voor de film.

Het Ketelhuis is een vaste festivallocatie voor onder andere Cinekid, het IDFA, de Roze Filmdagen en het Holland Festival. Verder zijn er samenwerkingen met Amsterdamse instellingen op het gebied van educatie.

De komende kunstenplanperiode wil Het Ketelhuis nieuwe programma’s introduceren, die andere invalshoeken bieden (filosofische bijvoorbeeld) of nieuwe dwarsverbanden leggen (met onder andere literatuur) en nieuwe publiekssegmenten aanspreken. Kennisoverdracht, debat, reflectie, duiding en verdieping blijven daarnaast de sleutelwoorden in de waaier van context genererende en expertise bevorderende programma’s in Het Ketelhuis. Daarbij wil Het Ketelhuis de huidige programmering aanscherpen en verdiepen. De komende jaren wil de organisatie steviger inzetten op communicatie en marketing, de band met huidige bezoekers bestendigen en een nieuw publiek aantrekken. Het Ketelhuis wil dit onder meer bereiken door het filmhuis aan te bieden als podium voor buurtinitiatieven; met speciale aandacht voor jongeren, de filmtheaterbezoekers van de toekomst. Ook zal de stichting zich de komende jaren richten op de nieuw te ontwikkelen delen van het verzorgingsgebied, waaronder De Houthavens, het voormalige Foodcenter en Sloterdijk.

Stichting Het Ketelhuis ontving in de periode 2013-2016 meerjarige subsidie vanuit het Kunstenplan van de gemeente Amsterdam voor een bedrag van € 139.850 per jaar. Voor de aankomende periode vraagt Het Ketelhuis een meerjarige subsidie van € 300.000. De subsidie is bedoeld voor het geheel van de activiteiten.

Artistiek inhoudelijke kwaliteit

De commissie beoordeelt de artistiek-inhoudelijke kwaliteit als goed. Het Ketelhuis profileert zich met de specifieke focus op de artistieke en maatschappelijk belangwekkende Nederlandse film en biedt een vakkundig samengesteld, samenhangend programma van filmvertoningen met een context van debat, educatie en crossovers. Het is voor niet-commerciële Nederlandse film bijna onmogelijk in het reguliere vertoningscircuit voldoende ruimte te krijgen om haar publiek te vinden. Het Ketelhuis voorziet op overtuigende en verbindende wijze in deze behoefte en richt zich daarbij zowel op het algemene publiek als op de filmprofessional.

De programmering is kwalitatief hoogwaardig en getuigt van vakmanschap. Het onderscheidt zich van andere vertoners door haar duidelijke profiel. Naast een vertoningsplek voor de kwetsbare Nederlandse film, is Het Ketelhuis de thuisbasis voor een aantal festivals en voor de Nederlandse filmindustrie, aan wie Het Ketelhuis een podium biedt voor debatten van en over de sector.

Ook hierin vervult Het Ketelhuis een relevante, actieve en onderscheidende functie. Het voor de doelgroep goed herkenbare – en voor Amsterdam waardevolle – aanbod van Het Ketelhuis heeft genoeg zeggingskracht en wordt door publiek en sector als zodanig erkend. Men weet de weg naar Het Ketelhuis te vinden: het is duidelijk wat het theater doet, voor wie en waar ze voor staat.

Het ondernemingsplan van Het Ketelhuis getuigt van zelfreflectie en helderheid over de eigen positionering in het veld. Hoewel door de komst van EYE de unieke positie van Het Ketelhuis enigszins bedreigd leek te gaan worden, heeft Het Ketelhuis daar in de praktijk relatief weinig hinder van ondervonden en lijkt de positie ten opzichte van EYE voldoende uitgekristalliseerd.

De artistieke visie op zich is in het plan helder verwoord, echter de uitwerking ten aanzien van de toekomst had in de ogen van de commissie concreter gemogen. De visie op en het waarom van de genoemde activiteiten, samenwerkingsverbanden of programmeringsinitiatieven is voor de commissie niet op alle vlakken even helder. Verder merkt de commissie op dat de plannen voor de toekomst eerder consoliderend zijn, dan heel verrassend of vernieuwend. Op zich begrijpt de commissie deze insteek. Tegelijkertijd is het specifieke profiel van Het Ketelhuis naast een grote kracht, ook een mogelijke kwetsbaarheid. Bij een minder goed aanbod van Nederlandse films of terugloop van publiek door concurrentie van andere vertoners van Nederlandse films, heeft dat direct consequenties voor Het Ketelhuis die lastig op te vangen zijn. In dat licht is het volgens de commissie van belang te blijven innoveren en de visie en invulling daarvan ten aanzien van de toekomst scherp te houden.

Zakelijke kwaliteit

De commissie beoordeelt de zakelijke kwaliteit als ruim voldoende. Het Ketelhuis heeft, ondanks het feit dat zij zich vanaf het begin in het commercieel lastige segment van de Nederlandse film profileerde, de afgelopen jaren een geslaagd zakelijk beleid gevoerd, met een goede mix van inkomstenbronnen. De commissie prijst het cultureel ondernemerschap van Het Ketelhuis en met name het grote aandeel eigen inkomsten dat men weet te genereren (89,5%).

Wel signaleert de commissie een risico in de bedrijfsvoering en de beoogde zakelijke ambitie. Het Ketelhuis voorspelt een groei van publieksinkomsten, van horeca- en bioscoopomzet. Echter, de inhoudelijke visie op hoe men deze groei wil bewerkstelligen – behalve door de uitbreiding van het caféoppervlak – ontbreekt in het plan. Ook een financiële onderbouwing hiervan ontbreekt, evenals een gedegen risicoanalyse. Opvallend is dat Het Ketelhuis zelf in het ondernemingsplan aangeeft dat het publiek juist enigszins is teruggelopen de laatste jaren in verband met de opening van de Filmhallen. Doordat een artistiek uitgangspunt en concreet plan voor het consolideren en de groei van het publiek ontbreken, vraagt de commissie zich af hoe realistisch en haalbaar deze uitdagende ambitie is, die Het Ketelhuis zichzelf heeft gesteld.

Het Ketelhuis geeft in het ondernemingsplan aan extra budget nodig te hebben om personele inzet op het gebied van marketing en communicatie en speciale programma’s te versterken. In het verleden heeft Het Ketelhuis een zeer (kosten)efficiënt personeelsbeleid gevoerd. De commissie begrijpt dat de rek eruit is en onderschrijft het belang van personele uitbreiding en professionalisering, zeker in het licht van de nieuwe plannen. Wel denkt de commissie dat Het Ketelhuis een gedeelte van die uitbreiding zelf kan dragen als gekeken wordt naar de positieve financiële resultaten ten aanzien van de exploitatie die de afgelopen jaren zijn gerealiseerd en het ruime weerstandsvermogen dat is opgebouwd.

Het Ketelhuis past de Governance Code Cultuur toe. De Stichting heeft een eenkoppige directie en een (onbezoldigd) bestuur bestaande uit een representatieve vertegenwoordiging uit de Nederlandse film- en televisiesector. De Stichting geeft in het ondernemingsplan geen visie op culturele diversiteit ten aanzien van personeel en medewerkers.

Publiek

De commissie beoordeelt het criterium publiek als ruim voldoende. Het Ketelhuis onderscheidt in haar ondernemingsplan als doelgroepen primair “het publiek” en “de vakwereld”. Deze laatste weet Het Ketelhuis volgens de commissie goed te bereiken door in te spelen op de behoefte van de sector om meer met elkaar in gesprek te gaan, te verbinden en kennis te delen. Ook heeft het Ketelhuis bewezen een algemener en behoorlijk trouw publiek te kunnen vinden voor films, die elders slecht bezocht worden. Dat op zich vindt de commissie een prestatie. Volgens het publieksonderzoek dat het Ketelhuis heeft verricht, is dit publiek door de variëteit in programmering (jeugd, fictie, documentaire, randprogrammering en festivals) zeer gemêleerd, zowel qua leeftijd als qua achtergrond.

Het publiek weet Het Ketelhuis nu vooral te vinden door de heldere profilering met betrekking tot de Nederlandse film en de overige programmering. Het Ketelhuis heeft weliswaar een helder beeld van (potentiële) doelgroepen (bijvoorbeeld buurtinitiatieven, jongeren, educatie). Echter de visie op het toekomstige publiek is in de ogen van de commissie nogal generiek. De specifieke afstemming van het aanbod op de doelgroepen, door middel van gerichte marketinginspanningen, is volgens de commissie onvoldoende uitgewerkt. Zoals eerder opgemerkt heeft Het Ketelhuis bijvoorbeeld te kampen met enigszins dalende bezoekcijfers als gevolg van de opening van de Filmhallen. In het ondernemingsplan mist een heldere marketingbenadering op de wijze waarop Het Ketelhuis met dergelijke tegenslagen kan omgaan en het publiek kan laten groeien. Ook ten aanzien van het bereiken van een cultureel divers(er) publiek heeft men geen duidelijk beleid geformuleerd. Het Ketelhuis onderkent het probleem echter deels en geeft zelf aan behoefte te hebben aan een marketingmedewerker.

Belang voor de stad: verbinding en spreiding

De commissie beoordeelt de verbinding als goed. Het Ketelhuis werkt intensief samen met diverse instellingen in Amsterdam, zowel op maatschappelijk als cultureel vlak. De directie beschikt over een groot netwerk en is in staat gebleken veel partijen aan zich te binden en kruisbestuivingen met andere instellingen te kunnen organiseren. Het Ketelhuis is sterk verankerd in de culturele en educatieve ketens in de stad, maakt deel uit van alle relevante filmcoalities (bv Amsterdams Filmmenu, ACI, Cineville) en vervult in al deze coalities een verbindende en proactieve rol.

Het Ketelhuis is locatie voor diverse festivals (Cinekid, Roze Filmdagen, Deaf in the Picture, IDFA) en er wordt intensief samengewerkt op het Westergasfabriekterrein zoals bijvoorbeeld met het Holland Festival. Het Ketelhuis verbindt zich niet expliciet met stedelijke vraagstukken, maar is toch geregeld podium en aanjager van maatschappelijk en cultureel debat of randprogrammering, zoals bij de genoemde festivals. Dit geldt met name ook met betrekking tot de Nederlandse (en Amsterdamse) filmsector en de diverse belangenorganisaties, voor wie Het Ketelhuis een spilfunctie vervult als podium bij uitstek voor de Nederlandse (artistieke) film en het debat hieromtrent.

De commissie beoordeelt de spreiding als goed. Het Ketelhuis bevindt zich op het Westergasfabriekterrein in Amsterdam-West. Alle activiteiten vinden daar plaats.

Conclusie

De commissie is over de hele linie positief over Het Ketelhuis. De commissie is van mening dat versterking en professionalisering van de organisatie een logische ambitie is. Tegelijkertijd is de commissie niet overtuigd van het realisme van de voorgenomen omzetstijging op basis van publieksgroei. Daarbij is de commissie van mening dat een gedeelte van de geraamde kosten ook goed door de organisatie zelf gedragen kan worden vanwege substantiële positieve financiële resultaten die de afgelopen periode zijn gerealiseerd. De commissie wil dan ook gedeeltelijk meegaan in de beoogde groei en de professionalisering die Het Ketelhuis voorstelt. Op grond van bovenstaande overwegingen adviseert de commissie de aanvraag van stichting Het Ketelhuis gedeeltelijk te honoreren voor € 211.000 per jaar.