The Beach

BFNA
Aangevraagd: € 120.700
Toegekend: € 59.940
Toegekend 2013-2016: € 59.940

Inleiding

The Beach zet artistieke processen en ontwerpbenaderingen in voor het maken van een sociale en duurzame stad. De artistieke visie van The Beach is het verbinden van de ambities, het denken en het doen van ontwerpers en kunstenaars met die van de gemeenschap, onderzoekers, beleidsmakers en organisaties. In co-design geeft de organisatie vorm aan omgevingen, infrastructuren & knooppunten, ontwerpprocessen en artistiek onderzoek. De bestaande activiteiten zijn: The Beach Lokaal (kweekvijver), Mooi Wildeman (living lab), Gangmakers (ontwerpen & maken met kinderen) en Nieuw-West Expeditie (routes uitzetten in de stad). The Beach werkt ook mee aan publicaties zoals onder andere de Sustainist Design Guide, The Beach Lokaal Verhaal en diverse online publicaties.

The Beach is werkzaam in Amsterdam Nieuw-West. De kennis die de organisatie op haar eigen locatie opdoet, deelt de stichting met anderen. Zoals bijvoorbeeld op het Makers Festival, maar ook in workshops, publicaties en op conferenties die landelijke en internationale deelnemers trekken.

In de periode 2017-2020 zet The Beach in op verdieping van het onderzoek vanuit de praktijk, breder bereik en continuïteit van activiteiten. Bij deze verdieping is er aandacht voor bestaande interesses van de organisatie, namelijk ‘Stadmaken’: bottom-up ontwikkelingen en aandacht voor het lokale. De komende jaren wil de organisatie onderzoek doen naar de rol van cultuur als verbinder en naar onderliggende artistieke processen, naar wat nodig is voor het maken van gedeelde ‘plekken van betekenis’ in de stad en naar deelbare tools & methodieken.

The Beach ontvangt in de periode 2013-2016 meerjarige subsidie vanuit het Kunstenplan van de gemeente Amsterdam voor een bedrag van € 57.940 per jaar. De meerjarige subsidie die aan het AFK wordt gevraagd voor de periode 2017-2020 bedraagt €120.700 per jaar en is bedoeld voor het geheel van activiteiten.

Artistiek-inhoudelijke kwaliteit

De commissie beoordeelt de artistiek-inhoudelijke kwaliteit als voldoende. Een artistiek-inhoudelijke visie is aanwezig en programmalijnen zijn goed benoemd. De instelling vervult een betrokken sociaal-creatieve en educatieve rol in de Wildemanbuurt. Er spreekt bevlogenheid en enthousiasme uit de aanvraag. De organisatie heeft bewezen in staat te zijn samenwerkingen op te bouwen met: ontwerpers, kunstenaars, studenten, bedrijven, onderwijsinstellingen, buurtbewoners en buurtorganisaties.

De commissie is echter weinig overtuigd van de artistieke kwaliteit van een belangrijk gedeelte van de activiteiten. Sinds de oprichting vindt er in de ogen van de commissie weinig ontwikkeling plaats in het artistieke karakter van de activiteiten. De commissie ziet in de activiteiten van de afgelopen kunstenplanperiode weinig artistiek gelaagde uitkomsten terug. Onvoldoende duidelijk wordt in de ogen van de commissie over het voetlicht gebracht wanneer de programmering uit meer bestaat dan sociale buurtactiviteiten. De commissie begrijpt dat dit deels ondergeschikt is aan de doelstelling van de organisatie, maar The Beach vraagt meerjarige subsidie aan voor de realisering van culturele activiteiten.

Voor de aankomende periode heeft de organisatie verschillende programmalijnen benoemd met daarbij de namen van kunstenaars, vormgevers en samenwerkingspartners. Het ontbreekt in de ogen van de commissie echter aan uitwerking die de werkwijze en de beoogde impact verduidelijken. Hierdoor kan de commissie zich geen goed beeld vormen van de zeggingskracht van de verschillende activiteiten en de relevantie daarvan binnen het geheel aan plannen. Het voorstel lijkt nu vooral uit veel verschillende onderdelen te bestaan en niet een samenhangend geheel te vormen. Gezien de kleine schaal van de organisatie, had de commissie het aannemelijker gevonden als er scherpere keuzes waren gemaakt in de programmering, om beter te kunnen sturen op artistieke kwaliteit van een beperkt aantal kernactiviteiten.

Voor het werk- en onderzoeksprogramma selecteert de organisatie naast afgestudeerde kunstenaars, masterstudenten die reeds begeleid worden door opleidingsinstituten en jonge starters die net van de kunstacademie komen. Uit de plannen wordt echter niet duidelijk welke selectiecriteria toegepast worden en of er begeleiding is voor de deelnemers. De relevantie van deze activiteit binnen het grotere aanbod van activiteiten vindt de commissie, gezien de summiere uitwerking van dit onderdeel moeilijk in te schatten.

De organisatie werkt bewust met de buurt waar ze gevestigd is en de organisatie weet goede inhoudelijke mensen aan zich te binden. Onderscheidend vindt de commissie dat ontwerpend onderzocht wordt hoe de buurt samen met bewoners te ontwikkelen. De commissie vindt de reikwijdte echter nog vooral beperkt tot Nieuw-West, waar de organisatie opereert. Er vindt wel op bescheiden wijze kennisdeling binnen de stad plaats, via bijvoorbeeld stadmakersprogramma’s van Pakhuis de Zwijger, of via samenwerkingspartners.

Zakelijke kwaliteit

De commissie beoordeelt de zakelijke kwaliteit als voldoende. De afgelopen jaren heeft de organisatie een voldoende gezonde bedrijfsvoering laten zien. Liquiditeit en solvabiliteit van de stichting zijn toereikend voor de huidige schaal waarop de organisatie functioneert. Het risico wordt tot op heden beperkt door op projectbasis financiering te zoeken en terug te schalen of te temporiseren, als de bijdragen niet rondkomen.

In de aankomende kunstenplanperiode wil men de organisatie verstevigen door van 2,6, naar 4 fte te groeien. Dat lijkt de commissie gezien de geuite ambities reëel, maar doordat al het personeel op uur basis op de begroting staat, zijn de kosten voor personeel naar het oordeel van de commissie onnodig hoog . Er is een mix van inkomsten, die vooral bestaat uit subsidies uit publieke middelen en inkomsten uit samenwerkingen. Het beoogde percentage eigen inkomsten voor de aankomende periode stijgt naar 51% in 2020. Het percentage is in 2017 lager ten opzichte van 2020, omdat de organisatie er rekening mee houdt dat de inkomsten uit The Beach Lokaal bij de opstart nog niet optimaal zullen zijn. Dat lijkt de commissie op zich een realistische aanname. Tegelijkertijd denkt de commissie dat de sprong in eigen inkomsten richting het jaar 2020 ambitieus zal blijken te zijn. De commissie signaleert in de afgelopen jaren namelijk een dalende trend in het aandeel eigen inkomsten.

Verder constateert de commissie, als naar de totaalbegroting gekeken wordt, dat de organisatie de totale baten meer dan verdubbelen wil ten opzichte van de voorgaande jaren. De commissie zet grote vraagtekens bij de haalbaarheid van die doelstelling. Zo werden er de afgelopen jaren substantieel lagere baten gerealiseerd dan vooraf beoogd. De stichting geeft in haar jaarverslag 2015 echter aan een positieve trend omhoog te zien. De commissie deelt die visie niet, op basis van het geringe verschil in realisatie tussen 2014 en 2015. Tegelijkertijd geeft de stichting in de aanvraag aan dat zij wordt geconfronteerd met zich terugtrekkende investeerders. Ze merkt op dat overheden en bedrijven wel steeds meer geïnteresseerd raken in culturele benaderingen van de complexe leefomgeving en mee willen ontwikkelen, maar daarvoor tijd en expertise aanwenden in plaats van financiële middelen. Ook op grond hiervan heeft de commissie er te weinig vertrouwen in dat de benodigde hogere inkomsten te realiseren zijn. Er worden overigens wel initiatieven genoemd om de eigen inkomsten te vergroten, zoals een samenwerking met Delta Lloyd die uitgebouwd wordt en de ontwikkeling van The Beach Lokaal. Dat vindt de commissie positief, maar onduidelijk is in de begroting naar hoeveel inkomsten de samenwerking met Delta Lloyd zich vertaalt.

Het plan benoemt een visie op vergroting van de culturele diversiteit binnen het personeelsbestand en bestuur/toezicht. Deze visie is op dit moment nog niet terug te zien in de samenstelling van organisatie en bestuur. De organisatie constateert dat zelf ook, maar geeft er geen blijk van de achterliggende oorzaak hiervan te doorgronden. Daarmee vraagt de commissie zich af in hoeverre de visie op culturele diversiteit effectief geïmplementeerd kan worden. De Raad van Toezicht van The Beach bestaat uit drie leden en hanteert de Governance Code Cultuur. Ter ondersteuning van de schaalsprong en aanscherping van het programma van The Beach is besloten de Raad van Toezicht in 2016 uit te breiden tot vijf leden.

Publiek

Het criterium publiek beoordeelt de commissie als voldoende. Zoals eerder gezegd is de commissie van mening dat de activiteiten van de stichting nu vooral een lokaal buurtbereik hebben. In landelijke pers, in het Parool, of op de website van The Beach is geen media-aandacht te vinden. De fotodocumentatie laat doorgaans bescheiden publieksaantallen zien, ondanks de groei in publiek die de afgelopen jaren is gerealiseerd. De doelgroepen worden benoemd per programmalijn en zijn op zichzelf helder in kaart gebracht. De commissie vindt het aannemelijk dat het bestaande, bescheiden bereik ook voor de komende periode geborgd is. Naast de communicatie rond projecten en programma’s, speelt The Beach Lokaal als centrale ontmoetingsplek de komende jaren een rol in het bestendigen van het profiel van de organisatie. Buiten de traditionele marketingmiddelen die worden ingezet, is er de Nieuw-West Express en de jaarlijkse publicatie The Beach Lokaal Verhaal.

Publiek is niet zo zeer consument, maar co-designer en coproducent. De instelling geeft aan dat de communicatie onderdeel is van het ontwerpproces, en dus een taak van de deelnemers aan de projecten; amateurs en professionals samen. Een overkoepelende communicatievisie heeft de commissie echter niet kunnen constateren. Dat vindt de commissie een gemis, gezien het relatief beperkte bereik dat in de afgelopen periode is gerealiseerd en de ambitie om dit de komende periode nog veel harder te doen groeien. De commissie is van mening dat realisatie van een dergelijke groei meer constante en herkenbare kwaliteit in de communicatie vereist. Die kwaliteit is zowel nu als in de voorgenomen plannen, grotendeels afhankelijk van de specifieke communicatie per programmalijn. De inzet van deelnemers past weliswaar goed bij de aard van het werk en zorgt voor bereik onder de achterban van de deelnemers. De kwaliteit van de communicatie is hierdoor per programmalijn echter ook sterk wisselend, met een wisselend effect op het bereik. Om op langere termijn een aanzienlijk groter publiek aan zich te binden, adviseert de commissie The Beach om daarnaast een steviger basis te creëren met een overkoepelende visie en verantwoordelijken, die de kwaliteit en samenhang in alle communicatie van de activiteiten van The Beach garanderen.

Uit de aanvraag blijkt niet dat er publieksonderzoek is gedaan of dat men dat in de toekomst van plan is te gaan doen. Er is binnen het programma van The Beach gericht aandacht voor activiteiten die een cultureel divers publiek trekken.

Belang voor de stad: verbinding en spreiding

De commissie beoordeelt de verbinding als goed. De hoeveelheid samenwerkingen die de organisatie met een kleine staf heeft gerealiseerd valt te prijzen. Men benoemt vier kernpartners die passend lijken bij het profiel van de instelling, maar klein zijn en zelf geen groot podium of bereik hebben. Daarnaast worden nog 11 structurele partners genoemd (waaronder 3 onderzoekspartners). Naar mening van de commissie is dit een divers pakket aan samenwerkingen. The Beach tekende een samenwerkingsintentie met de Waag, Steim en Mediamatic. Vooralsnog ziet de commissie alleen de Waag benoemd als voorbeeld in het verleden waarmee, op het gebied van educatie, werd samengewerkt. Hoe deze instellingen de komende vier jaar de krachten (inhoudelijk nog meer) gaan bundelen, wordt onvoldoende duidelijk uit de aanvraag. De organisatie verbindt zich direct met stedelijke vraagstukken en actuele sociale thema's over wonen, werken, leven. De commissie beoordeelt de spreiding als goed. Het merendeel van de activiteiten van The Beach vindt plaats in stadsdeel Nieuw-West.

Conclusie

De commissie is van mening dat stichting The Beach vanwege haar lokale verbindende kracht en locatie in Nieuw-West van toegevoegde waarde is in de stad. Artistiek-inhoudelijk, financieel en wat betreft publieksbereik, vindt de commissie echter dat er scherpere keuzes gemaakt moeten worden. De commissie adviseert het AFK dan ook om niet extra bij te dragen voor de beoogde groei, maar stichting The Beach wel de ruimte te geven de artistieke waarde van haar kernactiviteiten de aankomende periode beter over het voetlicht te brengen. Op grond van bovenstaande overwegingen adviseert de commissie de aanvraag van stichting The Beach gedeeltelijk te honoreren voor het historische bedrag van € 59.940 per jaar.