Dutch National Portrait Gallery

Visuele kunsten
Aangevraagd: € 25.000
Toegekend: € 25.000
Toegekend '17-'18: n.v.t.

Inleiding

Stichting Dutch National Portrait Gallery (DNPG) organiseert tentoonstellingen waarin portretkunst centraal staat. In de tentoonstellingen worden portretten uit museum-, bedrijfs- en particuliere collecties en nieuwe opdrachten aan kunstenaars samengebracht. DNPG heeft onder meer als missie om via portretkunst begrip voor de ander te genereren. Herkenbaarheid, identificatie, imago, identiteit, inclusiviteit, diversiteit en begrip zijn hierbij uitgangspunten. DNPG wil vooroordelen aan de orde stellen zonder een mening op te dringen. De afgelopen jaren realiseerde DNPG tentoonstellingen zoals Ode aan een Amsterdammer, FACE TIME en Europe by People. Jaarlijks reikt de organisatie de Dutch Photographic Portrait Prize uit.

Op artistiek gebied wil de organisatie de samenwerkingen met culturele instellingen, verzamelaars en kunstenaars de komende jaren voortzetten, bestendigen en uitbreiden. DNPG heeft hiervoor concepten geformuleerd die in de komende twee jaar worden uitgewerkt en gerealiseerd. Voorbeelden hiervan zijn 'M/V' (werktitel) in samenwerking met het Frans Halsmuseum en het Gemeentemuseum Den Haag, en 'Mens op Zee' (werktitel) in het Scheepvaartmuseum in Amsterdam.

DNPG wil zich ontwikkelen op het gebied van de zakelijke kwaliteit en het publieksbereik. De zakelijke ontwikkeldoelen zijn de professionalisering van de organisatie, de opbouw van duurzame samenwerking met de cultuurfondsen en zakelijke partners en onderzoek naar een vaste locatie. Op het gebied van publieksbereik streeft DNPG naar een breed publiek, waarin elke sociale klasse en leeftijdscategorie is vertegenwoordigd. DNPG geeft aan veel leermomenten te hebben ervaren in de afgelopen jaren. De organisatie wil op basis van deze ervaringen een leertraject inzetten met nieuwe en bestaande (media)partner en denkt daarmee vooral efficiencywinst te kunnen boeken.

Stichting Dutch National Portrait Gallery vraagt voor de periode 2019-2020 een bijdrage van gemiddeld € 25.000 per jaar, waarvan € 15.000 per jaar voor ontwikkeling en € 10.000 voor de reguliere activiteiten.

Artistieke kwaliteit

De commissie beoordeelt de artistieke kwaliteit als voldoende. DNPG werkte in de afgelopen jaren samen met diverse, vaak grote en professionele partijen als het Scheepvaartmuseum en de NS. De organisatie slaagt er keer op keer in succesvol dergelijke samenwerkingen aan te gaan. De betrokken curatoren, fotografen en bestuurders zijn goed op de hoogte van wat er met name in de fotografische portretkunst speelt. De gerealiseerde programma’s zijn artistiek hoogwaardig en worden met vakmanschap gemaakt. De commissie is op het gebied van vakmanschap wel kritisch op de conventionele en weinig verrassende blik van DNPG op de portretkunst als genre. Deze beperkte zich de afgelopen jaren voornamelijk tot het betrekken van gearriveerde makers en het samenstellen van tentoonstellingen waarin het fotografische portret vaak leidend is en wordt aangevuld met schilderijen en tekeningen. Portretkunst is in de ogen van de commissie echter aanwezig binnen veel meer media en in veel meer vormen. Verder constateert de commissie een gebrek aan diepgang bij sterke - maar ook voor de hand liggende - actuele onderwerpen als het zelfbeeld, representatie, of de toekomst van portretkunst.

De commissie constateert dat het programma van de afgelopen jaren zeggingskracht had voor een breed publiek, maar tegelijkertijd blijk geeft van een beperkte inhoudelijke benadering van het genre portretkunst. DNPG koppelt op een logische manier de rijke portrettraditie uit het verleden aan de actuele stand van zaken van het genre, met als beroemde voorbeelden Rineke Dijkstra, Koos Breukel en Marlene Dumas. Het portret is een kader dat toegankelijk en aansprekend is voor een breed publiek. Het menselijk gezicht maakt het voor bezoekers eenvoudig om zich te identificeren en zich betrokken te voelen bij de onderwerpen die DNPG aansnijdt. De individuele werken van de deelnemende kunstenaars zijn doorgaans van hoge kwaliteit en weten het publiek te raken en te boeien.

De tentoonstellingsplannen voor de komende twee jaar geven de commissie vooral op basis van het trackrecord en de samenwerkingspartners vertrouwen in het vakmanschap. De voornemens zijn inhoudelijk summier uitgewerkt. De insteek van de aanstaande projecten ‘M/V’ en ‘Mens op Zee’ passen goed bij de doelstelling van DNPG om begrip voor de ander te creëren via portretkunst. Ook wordt er weer samengewerkt met vakkundige partners als het Scheepvaartmuseum, het Frans Hals Museum en het Gemeentemuseum in Den Haag. De commissie vindt dat de doelstelling om aandacht te besteden aan inclusiviteit en culturele diversiteit in het geval van de tentoonstelling ‘Mens op Zee’ niet goed tot zijn recht komt: de voorlopige kunstenaarsselectie is daarvoor te West-Europees.

Zakelijke kwaliteit

De commissie beoordeelt de zakelijke kwaliteit als voldoende. Tot op heden is DNPG een kleine en wendbare organisatie die gericht is op de projecten en de uitvoering ervan. Uit de overgelegde stukken blijkt dat er nauwelijks weerstandsvermogen is en dat DPNG op dit moment voor een belangrijk gedeelte leunt op vrijwilligers.

De voorgestelde omvang en indeling van de formatie vindt de commissie passend voor de beoogde grotere ambities, maar de commissie betwijfelt of voor het begrote bedrag de juiste hoeveelheid fte-capaciteit kan worden ingehuurd. De opgevoerde personeelskosten zijn naar het oordeel van de commissie laag in verhouding tot de beoogde samenstelling van het betaalde personeel. De personele lasten zijn bovendien onjuist toegedeeld aan beheer- en activiteitenlasten. De kosten op de begroting vindt de commissie daarmee niet geheel passend bij de voorgenomen ontwikkel- en reguliere activiteiten. Gezien het voorgaande betwijfelt de commissie tevens of de bedrijfsvoering voldoende basis geeft om de voorgenomen programmering en het beoogde publieksbereik te realiseren. De organisatie past de Governance Code Cultuur op de juiste wijze toe. Het bestuur wordt uitgebreid met extra expertise en heeft de vorm van een meewerkend bestuur. Gezien de opbouwfase waarin de organisatie zich bevindt, vindt de commissie dit een logische keuze.


De begroting is sluitend en naar het oordeel van de commissie aan de inkomstenkant realistisch. Inkomsten komen behalve uit subsidies vooral voort uit samenwerkingen en sponsors. DNPG heeft onlangs een hoofdsponsor gevonden voor de portretprijs en ook voor het haalbaarheidsonderzoek naar een permanente ruimte is sponsoring toegezegd. Deze ondernemende houding biedt de commissie vertrouwen dat de beoogde inkomsten haalbaar zijn. Er zijn nauwelijks publieksinkomsten voorzien, omdat DNPG de activiteiten laagdrempelig wil houden. Gezien de doelstelling van DNPG begrijpt de commissie die keuze. Evengoed wordt de norm van 25% eigen inkomsten ruimschoots gehaald. Gezien het voorgaande concludeert de commissie dat er sprake is van een realistische mix van inkomsten.

DNPG wil haar zakelijke kwaliteit met deze aanvraag verder ontwikkelen. De beginsituatie is helder beschreven, evenals de noodzaak voor de ontwikkeling: de organisatie moet professionaliseren om haar inhoudelijke ambities te kunnen waarmaken en heeft daarvoor meer inkomsten nodig en op termijn een vaste presentatieruimte. De commissie onderschrijft de noodzaak om de organisatie te professionaliseren en duurzame samenwerking met de cultuurfondsen en met zakelijke partners op te bouwen. Wel vindt de commissie de einddoelen erg breed en daarmee weinig toetsbaar beschreven. In hoeverre ze realistisch zijn, is dan ook lastig te beoordelen.


Van de noodzaak van een permanente presentatieruimte op het Marineterrein en een haalbaarheidsonderzoek naar die mogelijkheid, is de commissie niet geheel overtuigd. Zij ziet juist meerwaarde in de huidige nomadische aanpak, met presentaties bij grote en zichtbare partners. De aanvraag van DNPG heeft de commissie er niet van overtuigd dat een eigen locatie beter zal zijn voor de impact en zichtbaarheid van de organisatie.

Coaching van Cultuur + Ondernemen is een van de beoogde ontwikkelinstrumenten. Dit instrument is beknopt uitgewerkt. De commissie acht Cultuur + Ondernemen wel een passende partner om de organisatie verder te professionaliseren en om te adviseren over versterking van de binding met fondsen en partners.

Het voorgenomen werkbezoek aan de National Portrait Gallery in Londen kan de organisatie helpen om zich een beeld te vormen van het werken met een eigen collectie op een vaste locatie, zoals DNPG in de toekomst beoogt. Van een dergelijke grote instelling kan veel geleerd worden. Hieraan kleeft volgens de commissie echter ook een risico. De keuze voor de National Portrait Gallery als belangrijkste rolmodel kan een te conventionele blik opleveren en DNPG het zicht ontnemen op de hedendaagse rol en positie die de organisatie zou kunnen innemen.

Publieksbereik

De commissie beoordeelt het publieksbereik als voldoende. DNPG wil een divers publiek uit alle lagen van de bevolking bereiken en aanspreken. Die ambitie wist de organisatie in het verleden waar te maken door samen te werken met grote partners als het Scheepvaartmuseum en de NS. De aard en omvang van het bereik past bij de laagdrempelige benadering en de zichtbare locaties van presentatie, zoals treinstations.


Diversiteit en inclusiviteit maken onderdeel uit van de doelstellingen van DNPG. Gezien het tot nu toe grote gerealiseerde publieksbereik is het aannemelijk om te verwachten dat een gedeelte van het publiek een cultureel diverse achtergrond heeft. De organisatie werkt echter niet concreet uit hoe zij het bereik van publiek met een cultureel diverse achtergrond denkt te vergroten. Dit vindt de commissie een gemis.


De toekomstige samenwerkingen met de NS, Rabobank en het Scheepvaartmuseum sluiten goed aan bij de ambitie om een groot en breed publiek te bereiken. De bezoekersaantallen voor 2019 zijn aannemelijk met een beoogde tentoonstelling in het Scheepvaartmuseum. In 2020 is er een samenwerking voorzien met het Frans Halsmuseum en het Gemeentemuseum in Den Haag. Concrete activiteiten in 2020 in Amsterdam moet DNPG nog ontwikkelen. Hoe DNPG in 2020 het beoogde aantal Amsterdamse bezoekers wil realiseren, is de commissie daarom niet duidelijk en lijkt ook niet realistisch.

Het plan geeft onvoldoende blijk van een heldere en overtuigende (marketing-)aanpak om de verschillende doelgroepen te bereiken. Het plan gaat vooral in op de relevantie voor het publiek en niet over hoe DNPG het publiek wil gaan bereiken. Doelgroepen zijn naar het oordeel van de commissie te algemeen beschreven om een scherpe marketingstrategie op te kunnen baseren. Dit gebrek is ten dele te verklaren doordat de partners waarmee DNPG samenwerkt meestal verantwoordelijk zijn voor de marketing en de expertise hierover bij DNPG ontbreekt. De organisatie merkt terecht op dat het op het gebied van marketing zelf ook een taak en verantwoordelijkheid heeft.

DNPG wil het publieksbereik met deze aanvraag verder ontwikkelen. De beginsituatie is helder. Op het gebied van publieksbereik wil DNPG de PR en communicatie professionaliseren door uiterlijk vanaf 2020 een PR- en communicatiemedewerker aan te stellen. De commissie onderschrijft de noodzaak van deze ontwikkeling. Het ontwikkelen van een eigen communicatie- en marketingstrategie vindt de commissie van belang om het profiel van DNPG sterker neer te kunnen zetten binnen de samenwerkingen die aangegaan worden. Het aanstellen van een communicatiemedewerker is in de ogen van de commissie een noodzakelijke eerste stap. De commissie acht het aannemelijk dat het einddoel van professionalisering daarmee gerealiseerd kan worden.

Als tweede ontwikkeldoel geeft DNPG aan van de samenwerkingspartners te leren hoe de publiekscommunicatie efficiënt georganiseerd kan worden. Om dit doel te realiseren zijn samenwerkingen met verschillende partners en musea binnen en buiten Amsterdam gepland. DNPG heeft in het verleden bewezen deze samenwerkingen tot een succes te kunnen maken en zo een zichtbaar portretkunstplatform voor een breed publiek te kunnen realiseren. De commissie heeft vertrouwen in deze aanpak, maar beoordeelt dit onderdeel niet als een ontwikkeldoel, maar als voortzetting van een bestaande samenwerkingsmethode. Doel en instrument zijn bovendien vooral gericht op vallen en opstaan en al doende leren. Er is geen concreet ontwikkeltraject beschreven.

Veelzijdigheid van het cultuuraanbod in de stad

De bijdrage aan de veelzijdigheid van het Amsterdamse cultuuraanbod beoordeelt de commissie als voldoende. De commissie constateert dat er in het Kunstenplan veel andere organisaties opgenomen zijn die zich bezighouden met beeldende kunst. In vergelijking met deze andere organisaties onderscheidt DNPG zich door haar focus op het genre portretkunst. De organisatie maakt daarbij mooi gebruik van de collecties van anderen en voegt daar waarde aan toe door nieuwe combinaties van werk te maken.

Conclusie

De commissie is grotendeels positief over de aanvraag van DNPG. De commissie is zoals gezegd daarentegen weinig enthousiast over het ontwikkeldoel om van de samenwerkingspartners van DNPG te leren hoe de publiekscommunicatie efficiënt georganiseerd kan worden. DNPG vraagt echter voor dekking van de kosten van alle ontwikkelinstrumenten samen minder dan 50% van het benodigde bedrag bij het AFK aan. Verder maken de kosten voor het ontwikkelinstrument effectievere organisatie van de publiekscommunicatie een klein aandeel van de totale kosten voor ontwikkeling uit. Om deze redenen adviseert de commissie de aanvraag van Stichting Dutch National Portrait Gallery volledig te honoreren voor een bedrag van gemiddeld € 25.000 per jaar, waarvan € 15.000 per jaar voor ontwikkeling en € 10.000 voor de reguliere activiteiten.

De aanvraag van stichting Dutch National Portrait Gallery is beoordeeld binnen de adviescommissie Visuele kunsten.