Stichting Kleintjekunst

Podiumkunsten & Letteren
Aangevraagd: € 35.767
Toegekend: € 35.767
Toegekend '17-'18: € 27.863

Inleiding

Stichting Kleintjekunst ontwikkelt interactieve kunstprogramma’s voor kinderen van nul tot zes jaar. De stichting werd in 2013 opgericht voor de uitvoering van een interactief en interdisciplinair kunstproject voor jonge kinderen. Sindsdien worden programma's in serievorm aangeboden aan kinderdagverblijven, peuterspeelzalen en het primair onderwijs in Amsterdam en omgeving. Professionele kunstenaars in de disciplines dans, mime, ontwerp, fysiek theater, muziek en (audio)visuele kunst verzorgen de uitvoering. Uitgangspunt hierbij is dat jonge kinderen leren door het opdoen van zintuiglijke ervaringen waarbij het hele lichaam betrokken is en waarbij sprake is van interactie met de omgeving. Kleintjekunst begeleidt ook pedagogisch medewerkers en voert co-creatieprojecten uit in samenwerking met het primair onderwijs.

De afgelopen twee jaar heeft Kleintjekunst haar werkwijze verhelderd en verfijnd in samenwerking met kinderopvangorganisaties, pedagogisch medewerkers, kinderen en (ortho)pedagogen. Dit gebeurde door experiment en de ontwikkeling van kaders voor zelfontdekkend spel en fysieke, non-verbale vormen van overdracht. Kleintjekunst combineert de binnen de organisatie aanwezige expertises en laat kunstenaars uit verschillende disciplines elkaar onderling instrueren. Zo is een eigen multidisciplinaire methode voor jonge kinderen ontwikkeld. In de periode 2019-2020 wil de organisatie deze werkwijze overdragen en openbaar maken. Dat gebeurt in de reguliere activiteiten, door de ontwikkeling en verkoop van een praktijkboek met audiovisuele bijlage en door het delen van documentatie op sociale media. In zakelijk opzicht beoogt de organisatie haar bekendheid te vergroten en haar activiteiten uit te breiden naar delen en organisaties in Amsterdam die nog niet met Kleintjekunst bekend zijn. Kleintjekunst streeft naar een hogere omzet en een diversere inkomstenmix voor een duurzame toekomst. Dit alles zal naar verwachting eveneens resulteren in een groei van het publieksbereik.

Kleintjekunst stelt zich als artistieke ontwikkeldoelstelling om de multidisciplinaire kwaliteit van haar methode en projecten te verdiepen en de continuïteit daarvan te waarborgen. Hiertoe wil zij in de periode 2019-2020 een op de eigen organisatie toegesneden feedbackmethode ontwikkelen. Als zakelijk ontwikkeldoel formuleert de stichting groei van de zichtbaarheid, van het bereik en van de afzet van het in de periode 2017-2018 vernieuwde aanbod. Het praktijkboek dat Kleintjekunst wil maken wordt, samen met het bijbehorende marketing- en distributieplan, integraal onderdeel van de marketingmix.

Stichting Kleintjekunst ontvangt in de periode 2017-2018 tweejarige subsidie van het AFK voor een bedrag van € 27.863 per jaar. Stichting Kleintjekunst vraagt aan het AFK voor de periode 2019-2020 een bijdrage van gemiddeld € 35.767 per jaar, waarvan € 7.675 voor ontwikkeling en € 28.092 voor de reguliere activiteiten.

Artistieke kwaliteit

De commissie beoordeelt de artistieke kwaliteit als goed.
De professionele kunstenaars die bij Kleintjekunst betrokken zijn, hebben ofwel een bachelor- of masterachtergrond in de kunsten ofwel veel kennis en ervaring opgedaan in de praktijk. Door onderlinge uitwisseling en scholing leren zij ook van elkaar en van elkaars disciplines. De commissie vindt dat het plan duidelijk laat zien dat de kwaliteit van de artistieke werkwijze continu wordt aangescherpt en verbeterd met de betrokken partijen. Zij is van oordeel dat dit interactieve werkproces getuigt van artistiek vakmanschap. Dit geldt eveneens voor de begeleidingsprogramma’s voor pedagogisch medewerkers.

Kleintjekunst gebruikt een methode die de grenzen van theater, dans, beeldende kunst en muziek overschrijdt. Deze methode is sterk non-verbaal, en richt zich op zelfexpressie en het onderzoeksproces waarmee kinderen zichzelf op een creatieve manier leren uitdrukken. Dit maakt het aanbod voor heel verschillende kinderen toegankelijk. Het initiatief heeft een duidelijke inhoudelijke impact op de kinderen en verhoogt hun betrokkenheid met elkaar en met hun omgeving. De commissie prijst de artistieke verdieping die heeft plaatsgevonden in de ontwikkeling van de langere voorstelling, van 25 naar 60 minuten. Zij vindt het een knappe prestatie om deze jonge doelgroep zolang enthousiast te houden en te boeien. Organisaties zoals Kindergarden, Impuls en Swazoom erkennen de waarde van de programma’s van Kleintjekunst. De samenwerkingspartners zijn enthousiast en blijven ondanks de hogere prijs de vernieuwde, langere voorstellingen afnemen. De commissie is van mening dat de organisatie in haar werk een kritische houding vol zelfreflectie toont. Kleintjekunst monitort de artistieke werking voor de deelnemers continu en ontwikkelt aanbod en methodiek daar waar dit gewenst is. Daarom beoordeelt de commissie de zeggingskracht van de voorstellingen als overtuigend en duurzaam.

Kleintjekunst merkt in de aanvraag de artistieke kwaliteit als ontwikkeldoel aan. Daarom wordt binnen dit criterium tevens de kwaliteit van de ontwikkeling beoordeeld. Kleintjekunst geeft in de ogen van de commissie een uitgebreid en helder verslag van de beginsituatie vanuit de artistieke ontwikkelingen in de afgelopen twee jaar. De organisatie heeft in 2017-2018 een kwaliteitsslag gemaakt in de aanpak en werkwijze. De commissie constateert dat dit tot meer artistieke en zakelijke continuïteit geleid heeft. Er zijn nieuwe samenwerkingen gerealiseerd met organisaties in andere stadsdelen. Er hebben trainingen voor de kunstenaars plaatsgevonden en er is een feedback-parcours ontwikkeld waarbij zowel deskundigen van buitenaf als collega-kunstenaars feedback geven op de voorstellingen. Naast de bestaande voorstelling is de verlengde voorstelling geïntroduceerd, die succesvol is en ondanks de hogere prijs goed wordt afgenomen.

Kleintjekunst formuleert een helder einddoel voor de beoogde ontwikkeling, namelijk de verdieping van de multidisciplinaire kwaliteit en waarborging van de continuïteit van deze kwaliteit. De commissie vindt dit een passend en haalbaar einddoel voor deze organisatie waar ontwikkeling continu leidend is. Ook constateert de commissie dat de beoogde ontwikkeling goed aansluit op de in 2017 en 2018 ingezette lijn.

De noodzaak voor de ontwikkeling is in de aanvraag duidelijk verwoord. Er zijn weinig educatiemethoden die de interdisciplinaire werkwijze voor de jonge doelgroep ondersteunen. Kleintjekunst heeft zelf een succesvolle werkwijze ontwikkeld voor onderlinge instructie van kunstenaars uit verschillende disciplines en wil deze werkwijze aanscherpen en doorontwikkelen. De commissie onderschrijft dat de continue feedback, die hier onderdeel van uitmaakt, de kwaliteit van de methode en de programma’s ten goede komt. Zij onderschrijft daarom eveneens de noodzaak om dat methodisch uit te werken en te verankeren.

De instrumenten –structurele inzet van de feedback-methode in samenwerking met DAS Theater, een werkbezoek aan en uitwisseling met Segni Mossi en een praktijkboek – worden helder gemotiveerd en omschreven. Deze sluiten naar de mening van de commissie aan bij de beoogde doelen en zijn passend bij de organisatie en haar werkwijze. De kunstenaars en pedagogisch medewerkers die samen de projecten van Kleintjekunst uitvoeren, werken niet in teamverband. Door de instrumenten die Kleintjekunst voor ogen heeft, zorgt de organisatie dat ze op elkaar blijven reflecteren en van elkaar blijven leren en dat alle betrokkenen goed zicht houden op het geheel waar ze samen aan werken. Ten aanzien van de DAS Theater Methode merkt de commissie op dat deze veel tijd in beslag neemt. De commissie is daarom benieuwd welke onderdelen uit de methode ingezet gaan worden en in welke vorm. Gezien de eerdere ervaringen die Kleintjekunst hiermee heeft opgedaan, heeft de commissie er vertrouwen in dat de organisatie hier een werkbare vorm voor weet te vinden en dat de voornemens op dit punt realistisch zijn. Het werkbezoek aan Segni Mossi vindt de commissie een overtuigend ontwikkelinstrument. Deze Italiaanse organisatie heeft ruime expertise op het gebied van multidisciplinair werken met kinderen en volwassenen op een associatieve manier. Dit kan Kleintjekunst een extra impuls opleveren ten aanzien van de inhoudelijke input voor de programma’s en werkprocessen en voor de vertaalslag naar de vloer. Ook dit instrument beoordeelt de commissie daarom als passend en realistisch. De commissie vindt wel dat het plan niet genoeg stilstaat bij de manier waarop de in dit werkbezoek opgedane ervaringen met de rest van de organisatie gedeeld worden. Hier had de aanvraag meer informatie over kunnen bieden.

Zakelijke kwaliteit

De commissie beoordeelt de zakelijke kwaliteit als goed.
Er is naar de mening van de commissie sprake van een gezonde bedrijfsvoering die voldoende basis geeft om de voorgenomen activiteiten te realiseren. De organisatiestructuur is de afgelopen jaren gestabiliseerd. De directie, bestaande uit een creatief en zakelijk directeur, heeft de verantwoordelijkheid voor inhoud, planning en financiën. Voor de uitvoering wordt gebruik gemaakt van een pool van freelancers. Er wordt een betere beloning en efficiëntere inzet van docenten en kunstenaars nagestreefd.

Het bestuur van Kleintjekunst is op orde en de Governance Code Cultuur (GCC) wordt nageleefd. Het bestuur komt minimaal een keer per jaar bijeen voor het goedkeuren van de jaarrekening en geeft daarnaast gevraagd en ongevraagd advies. De commissie heeft voldoende vertrouwen dat het bestuur haar controlerende taak vervult, maar vindt dat de aanvraag op dit punt weinig concrete informatie bevat.

De begroting zoals opgenomen in het aanvraagformulier is iets anders opgezet dan de begroting die daarnaast is aangeleverd, wat enigszins onoverzichtelijk is. De kosten voor ondersteuning bij het marketing- en distributieplan zoals opgegeven in het plan zijn hoger dan in het aanvraagformulier en de begroting. Maar het geheel overziend vindt de commissie de financiële verantwoording over voorgaande jaren en de begroting voor 2019-2020 realistisch, goed onderbouwd en passend bij het voorgenomen activiteitenniveau.
Ook is de mix van inkomsten gezond. De eigen inkomsten zijn reëel, voldoen aan de inkomstennorm van 25% en zijn passend bij de voorgestelde doelen. Kleintjekunst is erin geslaagd de inkomsten te laten stijgen en is minder afhankelijk van subsidies dan voorgaande jaren. Ook 2018 verwacht men met een groeiende omzet te kunnen afsluiten. Dat er voor de komende periode in verhouding tot de periode 2017-2018 meer subsidie wordt aangevraagd voor reguliere activiteiten, vindt de commissie helder toegelicht. Door de Wet harmonisatie kinderopvang hebben grote afnemers als Swazoom en Combiwel minder middelen om de activiteiten te bekostigen.
De formatie voor de directie gaat van 0,5 naar 1 fte. Dit acht de commissie nog steeds in verhouding tot de grootte van de organisatie. Ook stijgen de personele lasten vanwege aandacht voor fair practice. De commissie vindt dit voldoende onderbouwd vanuit de keuze voor betere artiestenvergoedingen.

Kleintjekunst merkt in de aanvraag de zakelijke kwaliteit als ontwikkeldoel aan. Daarom wordt binnen dit criterium tevens de kwaliteit van de ontwikkeling beoordeeld.
De beginsituatie wordt duidelijk omschreven: er is de afgelopen jaren een kwalitatief kunsteducatief aanbod voor jonge kinderen ontwikkeld dat aansluit bij de pedagogische visie van de samenwerkingspartners en klanten van Kleintjekunst. Dit aanbod voorziet in een behoefte en genereert een duurzaam verdienmodel. Het doel van de zakelijke ontwikkeling is de groei van de zichtbaarheid, het bereik en de afzet van het vernieuwde aanbod en de werkwijze. De commissie acht dit realistisch, aangezien de organisatie in 2017-2018 een ondernemende aanpak heeft getoond door met grote afnemers samen te werken en zij met deze aanvraag een gedegen businessplan voorlegt.

Kleintjekunst weet ook de noodzaak voor deze ontwikkeling goed te onderbouwen. Het feit dat de activiteiten van de organisatie voornamelijk binnenschools plaatsvinden, maakt de zichtbaarheid in Amsterdam beperkt. Daar wil de organisatie verandering in aanbrengen. De commissie begrijpt en onderschrijft deze noodzaak. Door de werkwijze beter communiceerbaar en overdraagbaar te maken, kunnen ook nieuwe afnemers en doelgroepen bereikt worden. De verwachting is dat daardoor niet alleen de bekendheid en het bereik maar ook de omzet zal toenemen.

De gekozen instrumenten worden duidelijk omschreven in relatie tot het doel: Kleintjekunst ontwikkelt een educatief praktijkboek dat de basis vormt voor trainingen aan pedagogisch medewerkers. Dit zal, ondersteund door een marketing- en distributieplan, een integraal onderdeel worden van de marketingmix. De commissie onderschrijft dat het boek het bereik en de bekendheid van Kleintjekunst en haar aanpak kan vergroten en daarmee een goede aanvulling vormt op de bestaande producten die de organisatie aanbiedt. De integrale aanpak van reguliere activiteiten en nieuwe instrumenten door Kleintjekunst draagt naar mening van de commissie bij aan een duurzamer businessmodel. Het profiel van de begeleidster voor het maken van het boek is goed gekozen en beschreven. Omdat de beoogde begeleidster tevens bestuurslid van Kleintjekunst is, merkt de commissie op dat een eventuele betaling of vergoeding voor deze werkzaamheden strijdig zou zijn met de Governance Code Cultuur. Hier lijkt echter geen sprake van te zijn. Het stimuleren van de verspreiding en verkoop van het boek door een adequaat marketingplan vindt de commissie verstandig. Hetzelfde geldt voor het voornemen om voor het opstellen van dit plan een coach in te schakelen. Het profiel van deze coach is in de ogen van de commissie overtuigend beschreven.

Publieksbereik

De commissie beoordeelt het publieksbereik als voldoende.
Het plan beschrijft helder op welke doelgroepen Kleintjekunst zich richt en hoe deze zijn samengesteld. Kleintjekunst richt zich met de programma’s op baby's, peuters en kleuters, maar ook op medewerkers van opvangorganisaties, docenten, pedagogen en kunstenaars. De commissie is positief over de speciale aandacht die er is voor kinderen met een doelgroepindicatie op voorscholen, kinderen die van huis uit niet in aanraking komen met kunst, vluchtelingenkinderen, kinderen met opvoedingsproblematiek, kinderen die leven in armoede en kinderen met een achterstand in de Nederlandse taal. De commissie constateert op basis van het plan dat met al deze doelgroepen een goede relatie bestaat en dat er sprake is van een voldoende bereik. Het plan schetst dat ten gevolge van de Wet harmonisatie kinderopvang ouders vanaf begin 2018 meer moeten betalen voor het voorschoolse aanbod. Dit heeft geleid tot een daling van het aantal kinderen, met name kansarme kinderen, op de voorschool. Daardoor komen via de voorschool ook minder kinderen in aanraking met het aanbod van Kleintjekunst. De commissie vindt dit -evenals Kleintjekunst zelf- een zorgelijke ontwikkeling.

Kleintjekunst bereikt een cultureel divers samengesteld publiek in de stad. Door de activiteiten in de verschillende kinderopvangcentra en op enkele scholen wordt een voor het betreffende stadsdeel representatieve afspiegeling van de Amsterdamse bevolking bereikt. De commissie constateert dat culturele diversiteit voor de organisatie een vanzelfsprekendheid is; ook qua achtergrond van de kunstenaars wordt gestreefd naar diversiteit.

Het plan voor de komende twee jaar zet niet specifiek in op vergroting van het publieksbereik maar wel op vergroting van de afzet, dus op afname van het aanbod bij een groter aantal groepen en locaties. De verwachting is wel dat vanaf 2019 weer meer kinderen bereikt worden. Dit wordt naar de mening van de commissie voldoende onderbouwd vanuit de veranderde groepssamenstelling in de voorscholen. Kleintjekunst bedient vanuit de basis in Zuidoost inmiddels meerdere stadsdelen, waar in 2019-2020 Noord aan wordt toegevoegd. Deze ambities acht de commissie passend en realistisch.

De marketingaanpak wordt per doelgroep omschreven. De bestaande aanpak, waarin het klantenbestand en een persoonlijke benadering een belangrijke rol spelen, wordt uitgebreid met het te ontwikkelen educatief praktijkboek. Ondanks de nog summiere inhoudelijke uitwerking van dit boek, vindt de commissie dit een slimme marketingtool die de werkwijze en filosofie van Kleintjekunst overdraagbaar maakt. Het speciaal daarop toegesneden marketing- en distributieplan vindt zij een goede aanvulling hierop. Ook dit marketing- en distributieplan moet nog opgezet en uitgewerkt worden met hulp van externe expertise. De commissie vindt het verstandig dat hiervoor externe deskundigheid wordt ingezet, omdat het ontwikkelen en vermarkten van een dergelijk boek echt iets anders is dan de reguliere activiteiten van de organisatie. Ook al laat Kleintjekunst zich in dit traject goed ondersteunen en begeleiden door deskundige mensen, de onervarenheid op dit vlak en het feit dat dit allemaal in betrekkelijk korte tijd opgezet en uitgewerkt moet worden, brengt naar mening van de commissie een risico op onvoorziene zaken met zich mee.

Bijdrage aan de veelzijdigheid van het cultuuraanbod in de stad

De bijdrage aan de veelzijdigheid van het Amsterdamse cultuuraanbod beoordeelt de commissie als goed.
Er zijn in het Kunstenplan diverse organisaties opgenomen die zich bezighouden met cultuureducatie voor kinderen en jongeren, maar er zijn er maar weinig die dit voor de voorschoolse doelgroep doen. Kleintjekunst laat kinderen vanaf zeer jonge leeftijd kennismaken met en deelnemen aan kunstbeoefening. Daarnaast vindt de commissie dat de stichting zich onderscheidt door een sterke interdisciplinaire benadering, die overtuigend bijdraagt aan artistieke variëteit. Ook verzorgt de organisatie activiteiten in een aantal stadsdelen buiten het centrum waar het cultuuraanbod schaarser is.

Conclusie

Op grond van bovenstaande overwegingen adviseert de commissie de aanvraag van Stichting Kleintjekunst volledig te honoreren voor een bedrag van gemiddeld € 35.767 per jaar, waarvan € 7.675 voor de uitvoering van de ontwikkelactiviteiten en € 28.092 voor de reguliere activiteiten.

De aanvraag van Stichting Kleintjekunst is beoordeeld binnen de adviescommissie Podiumkunsten & Letteren.