Stichting Memorabele Momenten

Podiumkunsten & Letteren
Aangevraagd: € 35.140
Toegekend: € 0
Toegekend '17-'18: n.v.t.

Inleiding

De Stichting Memorabele Momenten (MEMO) verzorgt interactieve en educatieve muziekvoorstellingen voor 0- tot 6-jarigen. De organisatie stamt uit 2004 maar maakte in 2013 een doorstart na een faillissement. De uitvoeringen van MEMO vinden verspreid over heel Amsterdam plaats, hoofdzakelijk op kinderdagverblijven en verder op peuterspeelzalen, voorscholen, basisscholen, spelinlopen en in de openbare bibliotheken. MEMO brengt een serie bezoeken aan iedere instelling. Per bezoek is er telkens een andere muzikant, en incidenteel ook een danser of acteur, die de groepsruimte tijdelijk verandert in een kleine concert- of theaterzaal. Hiertoe werkt MEMO met een pool van veertig professionele freelance artiesten. Deze hebben vooraf een trainingsprogramma gevolgd om te leren werken met jonge kinderen en vervolgens onder begeleiding van deskundigen een twintig minuten durende voorstelling ontwikkeld.

MEMO streeft voor de periode 2019-2020 naar een stabiel activiteitenniveau van 3.000 tot 4.000 voorstellingen per jaar bij de genoemde soorten instellingen. Zij heeft het voornemen om nieuw aanbod te ontwikkelen voor de buitenschoolse opvang.

Er zijn voor deze periode artistieke en zakelijke ontwikkeldoelen geformuleerd. Het artistieke ontwikkeldoel dat MEMO beoogt, is het verrijken van de persoonlijke en artistieke vaardigheden van de artiesten zodat zij beter leren omgaan met belemmerende factoren die zij ervaren tijdens voorstellingen op de kinderopvang. Ook wil zij kinderopvanglocaties aanmoedigen om een goede gastheer voor de spelers en een goede samenwerkingspartner voor het management te zijn. In het kader van de derde artistieke ontwikkeldoelstelling wil de organisatie in samenwerking met basisschoolleerlingen aanbod voor buitenschoolse opvang ontwikkelen. Het zakelijke ontwikkeldoel is om MEMO laten voldoen aan de eisen van de Governance Code Cultuur.

Stichting Memorabele Momenten vraagt aan het AFK voor de periode 2019-2020 een bijdrage van gemiddeld € 35.140 per jaar, welk bedrag geheel bestemd is voor ontwikkeling.

Artistieke kwaliteit

De commissie beoordeelt de artistieke kwaliteit als zwak.

De activiteiten worden naar de mening van de commissie zorgvuldig voorbereid en georganiseerd. MEMO heeft veel ervaring opgebouwd als muziekleverancier voor de allerkleinsten. Het plan stelt dat het daarvoor een pool van professionele, vakkundige artiesten inzet. De commissie kan zich echter geen goed beeld vormen van het vakmanschap van de betrokkenen omdat de meewerkende artiesten niet bij naam genoemd worden en het plan ook geen andere informatie bevat die de commissie inzicht geeft in het vakmanschap van de artiesten die worden ingezet. MEMO heeft in de loop der jaren een programma ontwikkeld dat zich naar het oordeel van de commissie met name lijkt te richten op het basale element van een eerste kennismaking met livemuzikanten. De commissie mist in het plan informatie over of, en zo ja hoe, er ook meer verdiepend en reflectief gewerkt wordt binnen de aangeboden muziekeducatie. Er wordt in de aanvraag niet overtuigend ingegaan op pedagogisch-didactische doelstellingen en werkwijzen binnen het programma. Ook in dat aspect van het vakmanschap van MEMO geeft de aanvraag weinig inzicht.

De commissie constateert dat zij op basis van de in de aanvraag geleverde informatie eveneens moeilijk kan oordelen over de zeggingskracht van de voorstellingen van MEMO. De grote afname van voorstellingen getuigt van belangstelling en waardering voor het initiatief. Uit het bijgevoegde beeldmateriaal ontstaat het beeld dat de voorstellingen aansluiten bij de beleving van de kinderen. Via MEMO-thuis kan het thuisfront met de deelnemende kinderen meekijken, -luisteren en -praten over wat ze in de voorstelling hebben gezien en gehoord. Het plan geeft echter geen analyse of reflectie op de inhoud van de voorstellingen op grond waarvan de commissie kan vaststellen dat deze zeggingskracht hebben. De aanvraag benoemt nauwelijks wat de artiesten gedurende de voorstelling doen en hoe de kinderen daarop reageren.

MEMO merkt in de aanvraag artistieke kwaliteit als ontwikkeldoel aan. Daarom wordt binnen dit criterium tevens de kwaliteit van de ontwikkeling beoordeeld. De beginsituatie wordt beknopt omschreven. Het plan stelt dat het aanbod van MEMO veelzijdig en van hoge kwaliteit is, maar dat bij instellingen voor kinderopvang vaak van alles gebeurt dat onrust veroorzaakt tijdens de activiteiten. Dit lijkt ook de noodzaak voor de gewenste ontwikkeling te zijn, maar het plan benoemt deze noodzaak niet expliciet. De drie einddoelen van de artistieke ontwikkeling die MEMO voor ogen heeft, zijn volgens de commissie weliswaar duidelijk en realistisch beschreven, maar niet direct artistiek van aard.
Als eerste wil MEMO de vaardigheden van de artiesten vergroten, maar niet expliciet de artistieke vaardigheden. Het betreft hier het omgaan met belemmerende factoren als storende omgevingsgeluiden of onbedoeld onhandig gedrag van pedagogisch medewerkers. De commissie vindt dat het in de aanvraag ontbreekt aan reflectie op en verbinding met de artistiek-inhoudelijke aspecten van de uitvoeringen en de groei die daarin mogelijk is. Een tweede doel is het aanmoedigen van de opvanglocaties om een goede gastheer en samenwerkingspartner te zijn. Ook dit doel acht de commissie meer organisatorisch en voorwaardenscheppend dan artistiek van aard; het gaat er hierbij om dat de optimale omstandigheden worden gecreëerd voor de voorstellingen.
Het derde artistieke einddoel is het ontwikkelen van aanbod voor de wat oudere doelgroep in de buitenschoolse opvang. De commissie vindt dat een interessant idee. De noodzaak ertoe wordt echter niet onderbouwd. Zo mist de commissie een inventarisatie van bestaand aanbod op dit vlak. Ook wordt er geen melding gemaakt van de aansluiting op de leerlijnen die kinderen in het Amsterdamse basisonderwijs volgen in het Basispakket Kunst- en Cultuureducatie. Uit het plan blijkt niet dat de organisatie al ervaring heeft met nieuwe media, waarmee MEMO binnen deze nieuw te ontwikkelen voorstelling wil gaan werken. De commissie is er daarom niet van overtuigd dat dit einddoel realistisch is.

De in de aanvraag genoemde instrumenten die hiertoe worden ingezet zijn een samenhangend aanbod van coaching en trainingen, uitbreiding van beeldmateriaal en het digitale feedbacksysteem, brainstorms, ontwikkeling van pilots, uittesten van het materiaal op de doelgroep en evaluatie. De aanvraag gaat nauwelijks in op de artistiek-inhoudelijke inzet hiervan. Deze instrumenten richten zich grotendeels op het ontwikkelen van het probleemoplossend vermogen van de artiesten: intervisie, het bespreekbaar maken van oplossingen en door MEMO zelf ingebrachte casuïstiek en rollenspellen. De commissie ziet binnen deze uitwerking meer nadruk op de ontwikkeling van een professionele houding van de spelers dan op een artistieke doelstelling. De aanvraag biedt naar de mening van de commissie te weinig inzicht in hoe dit de artistieke uitvoering ten goede zal komen en of daar vernieuwing in zal komen. De commissie vindt het een gemiste kans dat er in dit opzicht niet specifieker wordt ingegaan op het potentieel van de artiesten, dat volgens de aanvrager groot is. De commissie is er daarom slechts ten dele van overtuigd dat de instrumenten passend zijn bij het beoogde einddoel.

Ten behoeve van de ontwikkeling van een MEMO-aanbod voor de buitenschoolse opvang wordt een aantal brainstormsessies met een extern adviseur voorgesteld en onderzoek en evaluatie onder begeleiding van een extern deskundige. Dit lijkt de commissie op zichzelf een passend instrument, maar nog weinig gespecificeerd en doelgericht, waardoor zij niet geheel overtuigd is van de artistieke gerichtheid en de bijdrage aan het einddoel. Als ontwikkelinstrumenten om de vaardigheden van de artiesten te vergroten worden coaching en trainingen ingezet. Er wordt daarvoor een overtuigende coach genoemd met een goed profiel. De commissie is van mening dat deze een bijdrage kan leveren aan het beoogde einddoel. De post vinden van workshopleiders en coaches op de begroting impliceert dat er nog meer coaches en workshopleiders gezocht zullen worden. De aanvraag biedt echter geen toelichting over het gebied waarop zij zullen coachen, binnen welke ontwikkeldoelstelling dat past en aan welk profiel de coaches moeten voldoen. Ook de artistiek leider en projectmanager spelen volgens de aanvraag een rol bij de ontwikkeling, maar op basis van de geboden informatie is niet geheel duidelijk welke rol precies.

Zakelijke kwaliteit

De commissie beoordeelt het criterium zakelijke kwaliteit als zwak.
Op organisatorisch gebied is er sprake van een matig gezonde bedrijfsvoering. De commissie vindt het positief dat bij de doorstart van de organisatie het artiestenhonorarium verhoogd is en beschouwt het als een goed teken dat het verloop in de stabiele pool freelancers klein is. Het feit dat de organisatie vanuit een faillissement in relatief korte tijd en zonder subsidie teruggekeerd is in het veld, dwingt respect af. De commissie vindt het daarbij verstandig dat de back-office bewust zo klein en efficiënt mogelijk gehouden wordt. Wel merkt zij op dat de organisatie sterk op één persoon leunt, wat een kwetsbare situatie is. Het meeste werk wordt door de directeur gedaan. MEMO stelt dat in 2019-2020 organisatie en bedrijfsvoering hetzelfde blijven, maar dat er extra mankracht ingezet zal worden op kantoor, zodat de directeur zich kan inzetten voor de ontwikkelingstaken.

Het bestuur is nog niet op orde. De stichting wordt geleid door een directeur/bestuurder zonder Raad van Toezicht of bestuur. MEMO is voornemens om een Raad van Toezicht op te richten maar er wordt geen planning aangegeven voor de uitvoering hiervan. In de huidige opzet van de organisatie is er in feite geen controleorgaan. Het is één van de ontwikkeldoelen om te komen tot een vorm van bestuur en toezicht die voldoet aan de Governance Code Cultuur.

De commissie merkt op dat de jaarrapporten summier toegelicht zijn. Bij verschillende posten ontbreekt een duidelijke toelichting. De begroting 2019-2020 vindt de commissie realistisch en passend bij de activiteiten. MEMO is momenteel niet afhankelijk van subsidie; de reguliere activiteiten worden kostendekkend uitgevoerd. Dit getuigt van goed cultureel ondernemerschap. De kosten voor de verschillende taken van de directeur (directeur, trainer, zakelijk leider) zijn onder verschillende posten in de begroting opgenomen. Deze onduidelijkheid vindt de commissie niet wenselijk. De inkomstenmix vindt de commissie gezond en er is sprake van een hoog percentage eigen inkomsten.

MEMO merkt in de aanvraag zakelijke kwaliteit als ontwikkeldoel aan. Daarom wordt binnen dit criterium tevens de kwaliteit van de ontwikkeling beoordeeld.
De beginsituatie is duidelijk maar beknopt omschreven. Op dit moment leeft de organisatie de Governance Code Cultuur niet na. De noodzaak hier iets aan te doen is voor MEMO gelegen in de wens om bij te kunnen blijven dragen aan de ontwikkelingen in de cultuureducatieve sector en in aanmerking te komen voor (structurele) subsidie voor de beleidsperiode 2021-2024. Het beoogde einddoel is de inrichting van een bestuursvorm die voldoet aan de code. Dit is een duidelijk doel, maar de planning ervan is volgens de commissie niet realistisch. Het hiertoe in te zetten instrument is een traject van zakelijke ontwikkeling in samenwerking met Cultuur & Ondernemen, waar eerder naar tevredenheid mee werd samengewerkt. Het traject wordt echter pas in 2020 gestart. De beoordeling voor het Kunstenplan 2021-2024 vindt dan reeds plaats.

De aanvraag geeft slechts uiterst summiere informatie over hoe het traject met Cultuur & Ondernemen ingevuld zal worden. De commissie onderschrijft dat dit een ervaren en geschikte partij is voor een dergelijk traject, maar mist een uitwerking van de wijze waarop MEMO het einddoel denkt te behalen. Ook mist de commissie een aanpak om de zakelijk-organisatorische structuur van MEMO te versterken en daarmee de kwetsbaarheid van de organisatie te verminderen. De commissie is er daarom niet helemaal van overtuigd dat de instrumenten passend zijn bij het beoogde einddoel.

Publieksbereik

De commissie beoordeelt het criterium publieksbereik als zwak.
Over de omvang van het publieksbereik is de commissie positief. MEMO heeft met jaarlijks een groot aantal korte voorstellingen in een groot aantal groepen een groot bereik onder 0- tot 6-jarigen in de kinderopvang en voorschool. Het bereik acht de commissie passend bij de aard en het niveau van de activiteiten. De daling in de bereikcijfers bij de voorscholen wordt afdoende onderbouwd met de verwijzing naar de gevolgen van de Wet Harmonisatie Kinderopvang. De verdere specificatie van bestaande en beoogde doelgroepen en de toelichting op de diversiteit ervan is minimaal.

De aanvraag gaat niet in op de marketingstrategie. MEMO benadert twee keer per jaar alle kinderdagverblijven en voorscholen van Amsterdam, maar legt niet uit op welke manier dit gebeurt. Een eventuele groei van het publieksbereik omschrijft MEMO als bijvangst van de ontwikkeldoelen. De commissie vindt dat dit getuigt van een weinig concrete visie en een weinig bewuste beleidskeuze. Het ontbreekt aan gedegen informatie op grond waarvan de commissie een onderbouwde beoordeling kan geven van het presteren van MEMO op het punt van het publieksbereik; het onderdeel publieksbereik is zeer beperkt uitgewerkt.

Bijdrage aan de veelzijdigheid van het cultuuraanbod in de stad

De commissie beoordeelt de bijdrage aan de veelzijdigheid van het cultuuraanbod in de stad als voldoende.

Er zijn in het Kunstenplan, waar het cluster cultuureducatie van de Gemeente Amsterdam deel van uitmaakt, diverse organisaties opgenomen die zich bezighouden met muziekeducatie en talentontwikkeling voor kinderen en jongeren, maar weinig die dit voor de voorschoolse jonge doelgroep doen. De commissie stelt vast dat uit de beknopte aanvraag niet duidelijk naar voren komt dat MEMO zich van de andere aanbieders onderscheidt, omdat deze niet uitvoerig ingaat op waar MEMO artistiek-inhoudelijk voor staat en op wat in bredere zin de sociaal-maatschappelijke relevantie van de organisatie is of kan zijn voor Amsterdam.

Conclusie

Op grond van bovenstaande overwegingen adviseert de commissie de aanvraag van Stichting Memorabele Momenten niet te honoreren.

De aanvraag van Stichting Memorabele Momenten is beoordeeld binnen de adviescommissie Podiumkunsten & Letteren.