Stichting Urwald - Collectief Walden

Podiumkunsten & Letteren
Aangevraagd: € 93.018
Toegekend: € 0
Toegekend '17-'18: € 54.869

Inleiding

Stichting Urwald is de statutaire naam voor Collectief Walden, een groep kunstenaars en denkers met uiteenlopende achtergronden. Ook de vorm van hun werk is divers: ze maken voorstellingen, performances, (rand)programma’s, installaties en beeldende werken. Het werk is altijd ‘site-responsive’: het reageert op de natuurlijke en maatschappelijke context waarin het staat.

De komende twee jaar wil Collectief Walden zich in zijn artistieke ontwikkeling meer richten op installatie-producties. De inhoud en vorm, kern en context, onderzoek en presentatie van de werken zullen daarbij integraal met elkaar verweven zijn en het onderzoeksproces zal zichtbaarder zijn. Collectief Walden wil twee nieuwe werken realiseren: IJLAND voor het Over het IJ festival en OP EIGEN KRACHT voor het Oerol festival. Ook wil Collectief Walden een installatie maken voor Zone 2 Source in het Amstelpark. Met een nieuwe website zal het onderzoeksproces tot kunstuiting worden verheven.

De beoogde ontwikkeling in 2019-2020 ligt op het zakelijk vlak en op het gebied van publieksbereik.
De aanvraag legt de nadruk op versterking op zakelijk en organisatorisch vlak, met een betere verdeling van taken en verantwoordelijkheden als doel. Het bestuur zal aangepast en actiever betrokken worden. Voor het leren kennen en integreren van alternatieve financieringsmodellen wordt een sponsor- en fondsenwerver aangetrokken. In de komende twee jaar wil Collectief Walden met de veranderende artistieke signatuur een diverser en groter publieksbereik realiseren. Ook wil Collectief Walden werken aan een visie op publiek en met behulp van een expert een publiciteits- en marketingplan uitstippelen. De vernieuwde website zal een belangrijke rol gaan spelen in het contact leggen en houden met het publiek.

Stichting Urwald vraagt aan het AFK voor de periode 2019-2020 een bijdrage van gemiddeld € 93.018 per jaar. Hiervan is gemiddeld per jaar € 33.759 bestemd voor ontwikkeling en gemiddeld € 59.259 voor reguliere activiteiten.

Artistieke kwaliteit

De commissie beoordeelt de artistieke kwaliteit als voldoende.
Het collectief van vijf kunstenaars met uiteenlopende achtergronden brengt interdisciplinaire podiumkunsten en zoekt daarbij de grenzen op. In de voorstellingen op het snijvlak van wetenschap en kunst komen de verschillende achtergronden van de makers naar het oordeel van de commissie goed en sterk tot uiting. Uit de werken van afgelopen periode ontstaat het beeld van zorgvuldige, elegante en esthetisch uitgevoerde werken. De werken worden voorafgegaan door processen van gedegen vooronderzoek. Ze houden inhoudelijk verband met elkaar en hebben zodoende een herkenbare signatuur. Dit alles overtuigt de commissie van het vakmanschap van Collectief Walden.

Collectief Walden geeft in de plannen aan een artistieke koers te zullen gaan varen waarin de makers een andersoortige rol krijgen in het werkproces. Dit zal leiden tot producties die het karakter van een installatie hebben. De plannen voor deze koerswijziging zijn maar summier uitgewerkt. Zo ontbreekt een reflectie op de artistieke vaardigheid die nodig is om deze koers verder te ontwikkelen. De commissie krijgt daardoor te weinig beeld van het werkproces en van de eindproducten van deze vernieuwde koers om te kunnen beoordelen of de toekomstige programmering met net zo veel vakmanschap als in de afgelopen periode zal worden uitgevoerd.

De zeggingskracht voor het publiek is volgens de commissie duidelijk uitgangspunt voor het werk van Collectief Walden. De ogenschijnlijk simpel geënsceneerde producties zijn gelaagd maar toch toegankelijk en worden met droogheid en humor gebracht. Walden heeft met haar intensieve voorbereiding en ideeën voor 'ecologische artisticiteit' een manier gevonden om spannend theater te maken dat toeschouwers beeldende ervaringen geeft en direct aankomt bij het publiek. In de toekomstige koers zal Collectief Walden ook het onderzoeksproces meer zichtbaar maken voor het publiek. De commissie heeft vertrouwen dat hierdoor de zeggingskracht voor het publiek groot zal blijven.

Zakelijke kwaliteit

De commissie beoordeelt de zakelijke kwaliteit als onvoldoende.
Zij acht de bedrijfsvoering van Collectief Walden niet voldoende gezond om de voorgenomen plannen te kunnen verwezenlijken. De vele projecten die afgelopen periode zijn gerealiseerd, hebben de kwetsbaarheid van de bedrijfsvoering aan het licht gebracht, zoals uit de sterke zelfreflectie in de aanvraag blijkt. De organisatie heeft haar plannen tot nu toe door een hoog doe-het-zelf-gehalte gerealiseerd. Omdat de makers binnen het collectief meerdere functies vervullen, staat of valt het gezond functioneren van het collectief bij een hechte samenwerking. Dit is afgelopen periode niet altijd even effectief gebleken. De leden liepen tegen hun grenzen aan en een lid heeft het collectief verlaten. De leden van het collectief hebben nauwelijks tijd om eigen inkomsten te verwerven.

Zoals de aanvrager zelf al aangeeft, zijn bestuur en toezicht op dit moment niet op orde. De commissie constateert dat het bestuur deels bestaat uit familieleden van de leden van het collectief.  Dit is niet overeenkomstig de Governance Code Cultuur.

De begroting is volgens de commissie niet realistisch en onvoldoende onderbouwd. Vergeleken met afgelopen periode is de begroting sterk gewijzigd. Het aantal activiteiten wordt flink teruggeschroefd, wat de benodigde tijdswinst voor de organisatie oplevert. Tegen die achtergrond vindt de commissie de groei in de tijdsbesteding van het collectief en de daarvoor opgenomen kosten niet realistisch en niet passend bij de voorgenomen activiteiten. De begroting leunt zwaar op subsidie van het AFK. De organisatie verwacht weinig publieksinkomsten. Dit komt volgens Collectief Walden door de aard van het werk, dat als gevolg van de nieuw ingezette artistieke koers grotendeels bestaat uit installaties in de openbare ruimte waarvoor vaak geen toegangsprijs voor kan worden gevraagd. Het percentage eigen inkomsten blijft gelijk en voldoet ruim aan het doelpercentage van 25%. De organisatie wil het terugvallen van publieksinkomsten opvangen met sponsoring en private middelen. Uit de aanvraag blijkt echter dat niet onderzocht is of dit haalbaar is. De commissie beoordeelt de mix van inkomstenbronnen als niet realistisch.

Collectief Walden merkt in de aanvraag zakelijke kwaliteit als ontwikkeldoel aan. Daarom wordt binnen dit criterium tevens de kwaliteit van de ontwikkeling beoordeeld.                    
De aanvraag geeft deels een duidelijke beschrijving van de beginsituatie van Collectief Walden: het schetst een beeld van een organisatie die, zeker na het vertrek van een van de leden van het collectief, zoekende is. Het plan beschrijft dat er op dit moment niet of nauwelijks onderscheiden verantwoordelijkheden zijn. Daar wil het collectief de komende jaren verandering in brengen. De aanvraag getuigt daarmee in de ogen van de commissie van zelfreflectie. Tegelijkertijd ontbreekt in de beschrijving van de beginsituatie wat Collectief Walden op zakelijk en organisatorisch vlak heeft geleerd uit de ontwikkelopdracht die het zichzelf gesteld had in 2017-2018 en die het met steun van het AFK heeft uitgevoerd. Hetzelfde geldt voor de trajecten vanuit de Nieuwe Makersregeling van het Fonds Podiumkunsten en de Metselarij voor zakelijk leiders. De commissie is van mening dat in de beschrijving van de beginsituatie duidelijker naar voren had moeten komen wat deze trajecten de organisatie hebben gebracht en geleerd. 

Uit de zelfanalyse blijkt een duidelijke noodzaak voor de beoogde ontwikkeling. Collectief Walden wil meer duidelijkheid over de rollen en verantwoordelijkheden in het collectief en inzetten op zakelijk leiderschap en coaching. Het einddoel is zeer algemeen geformuleerd: “een zelfstandig opererende, goed lopende en duurzaam gelukkige organisatie zijn”.  De commissie is er daardoor niet van overtuigd dat dit realistisch is. Het collectief geeft niet aan hoe het de organisatie en de werkprocessen denkt te gaan herstructureren en de lange lijnen gaat bewaken. Bovendien is de ingezette artistieke koers, waarbij er weinig publieksinkomsten te verwachten zullen zijn, niet op zakelijk vlak vertaald. Waar die gestructureerde organisatie toe moet leiden, bijvoorbeeld qua inkomstenverwerving of afzet, is niet vermeld.

Collectief Walden beschrijft helder welke ontwikkelinstrumenten zullen worden ingezet, maar deze zijn niet overtuigend gericht op de beoogde zakelijke versterking van de organisatie. Een groot deel van de Atelierdagen is bijvoorbeeld bestemd voor artistieke verdieping en onderzoek en niet gericht op de zakelijke aspecten. De commissie vindt de werkwijze en de gekozen instrumenten daarom niet realistisch en passend bij het beoogde einddoel.

Ook twee van de coaches zijn qua expertise meer gericht op de ontwikkeling van de artistieke inhoud voor de werken van Collectief Walden. De commissie is er niet van overtuigd dat deze zullen bijdragen aan de ontwikkeling die op zakelijk vlak wordt beoogd. Een van de aan te stellen coaches is een bestuurslid van het collectief, die overigens ook een artistieke achtergrond heeft. Dat vindt de commissie geen goede keuze: op deze manier vraagt Collectief Walden te veel binnen eigen kring om advies. Collectief Walden stelt zichzelf een aantal vragen ten aanzien van de Fair Practice Code, maar doet ook dit erg intern gericht. Een kritische blik van buiten zou voor de herstructurering van de organisatie relevanter kunnen zijn. Het begeleidingstraject van een organisatorisch expert bij de gewenste betere verdeling van taken binnen het collectief vindt de commissie wel nuttig.

Publieksbereik

De commissie beoordeelt het publieksbereik als onvoldoende.
Uit de aanvraag komt naar het oordeel van de commissie niet naar voren dat Collectief Walden een goed beeld heeft van de aard en diversiteit van hun publiek. Het ontbreekt in het plan aan informatie over hun huidige publiek en een specificatie van de bestaande en beoogde doelgroepen. Daarmee kan niet worden vastgesteld of het beoogd publiek aansluit op de aard en omvang van de activiteiten. Ook is niet duidelijk in hoeverre Collectief Walden bijdraagt aan het bereik van een cultureel divers publiek. Het publieksbereik is nu vooral afhankelijk van de partners (veelal festivals) waar het collectief mee samenwerkt. 

De commissie constateert dat het plan geen blijk geeft van een heldere en overtuigende (marketing)aanpak om de verschillende doelgroepen te bereiken. Collectief Walden geeft zelf ook aan dat een gedegen marketingaanpak ontbreekt en stelt meer kennis in huis te willen halen om zichzelf beter in de markt te zetten. Wat Collectief Walden vervolgens beoogt te doen met de opgedane kennis, maakt de aanvraag niet duidelijk. Walden geeft aan dat ze komende jaren deels kunnen blijven profiteren van het publieksbereik van het Over het IJ festival en het Oerol festival. Daarnaast zal de vernieuwde website van het collectief een belangrijke rol gaan spelen in het contact zoeken en houden met het publiek. De aanvraag vermeldt echter niet hoe dit nieuwe publiek naar de website wordt getrokken. Collectief Walden streeft naar incidentele samenwerkingsverbanden met inventieve platforms zoals De Correspondent en De Groene Amsterdam online, maar zegt nergens hoe het dat gaat doen of wat het daarmee wil bereiken.

Collectief Walden merkte in de aanvraag publieksbereik als ontwikkeldoel aan. Daarom wordt binnen dit criterium tevens de kwaliteit van de ontwikkeling beoordeeld.                     
Anders dan een vermelding van cijfers over de publieksaantallen is er geen beschrijving van de beginsituatie op gebied van publieksbereik in de aanvraag te vinden. De noodzaak van ontwikkeling op gebied van publieksbereik is gelegen in de gebrekkige visie ten aanzien van publiek en doelgroepen bij het collectief. De commissie vindt dit opmerkelijk, gezien het feit dat Collectief Walden met subsidie vanuit de tweejarige regeling 2017-2018 juist hieraan heeft kunnen werken. Het einddoel is vrij algemeen omschreven. Het collectief vermeldt enkel dat het als doel heeft een gedegen visie te vormen op de eigen doelgroep en het ontwerpen van goede communicatiekanalen met het publiek. De commissie vindt in de aanvraag echter geen plan van aanpak of werkwijze beschreven dat blijk geeft van een realistische aanpak ten aanzien van het ontwikkeldoel op publieksbereik.

De commissie vindt de instrumenten waarmee Collectief Walden de ontwikkeling op publieksbereik wil inzetten niet overtuigend passen bij het einddoel. De aanvrager stelt dat het op lange termijn een diverser en groter publieksbereik kan realiseren dankzij de keuze voor het produceren van meer installaties die gekoppeld worden aan een randprogrammering en gedragen worden door diverse samenwerkingen. De aanvrager reflecteert daarbij niet op de rest van het veld, haalt geen voorbeelden aan van andere organisaties of instellingen, noch van mogelijke samenwerkingen omwille van een groter en diverser publieksbereik. Het plan noemt instrumenten als web-beheer en marketing en publiciteit. Een lid van het collectief wordt verantwoordelijk gemaakt voor de externe communicatie. Een plan van aanpak hiervoor ontbreekt echter. De aanvrager geeft aan dat een zakelijk strateeg als coach een aantal sessies met het collectief zal doen, waarna de aanvrager een publiciteits- en marketingplan wil uitstippelen. Niet duidelijk is wat het profiel van deze coach is of waar deze de focus op zal gaan leggen. Ook hier ontbreekt het aan concrete doelen. De commissie is dan ook van oordeel dat de werkwijze en instrumenten niet passend zijn in relatie tot het beoogde einddoel.

Bijdrage aan de veelzijdigheid van het cultuuraanbod in de stad

De bijdrage aan de veelzijdigheid van het Amsterdamse cultuuraanbod beoordeelt de commissie als voldoende.

De commissie constateert dat er in het Kunstenplan meerdere organisaties zijn opgenomen die producties tonen in de vorm van installaties. In vergelijking met deze andere organisaties onderscheidt Collectief Walden zich doordat het als multidisicplinair podiumkunstgezelschap niet alleen verbindingen legt met de visuele kunsten maar ook met wetenschap en filosofie.

Conclusie

Op grond van bovenstaande overwegingen adviseert de commissie de aanvraag van Collectief Walden niet te honoreren.

De aanvraag van Collectief Walden is beoordeeld binnen de adviescommissie Podiumkunsten & Letteren.