Amsterdams Filmhuis

Film
Aangevraagd: € 780.000
Toegekend: € 620.000
Toegekend '17-'20: € 520.518

Inleiding

Amsterdams Filmhuis (hierna: Rialto) heeft zich naar eigen zeggen de afgelopen veertig jaar ontwikkeld tot een grootstedelijk filmtheater met een duidelijke focus op artistieke Europese en niet-westerse cinema. Jaarlijks organiseert Rialto het filmfestival World Cinema Amsterdam. Daarnaast biedt de organisatie ruimte aan jong filmtalent, korte films, kunstfilms en biculturele makers. Rialto ziet het als haar missie de blik op de wereld te verbreden. Tot 2032 groeit het aantal inwoners van Amsterdam naar verwachting tot meer dan een miljoen. Rialto wil op deze veranderingen inspelen, door twee nieuwe duurzame locaties te openen in wijken waar het culturele aanbod nu nog beperkt is. In 2021 start Rialto VU in Buitenveldert bij de Zuidas. In 2022 start Rialto Silo op Zeeburgereiland. Daarnaast deelt Rialto kennis met het initiatief Oxville in Osdorp en onderzoekt zij de mogelijkheden voor een filmtheater in het stationsgebied Bijlmer Arena. 

In de periode 2021-2024 heeft Rialto de volgende doelstellingen: continuïteit bieden voor de presentatie van de artistieke film in het algemeen, en het introduceren van nieuw filmtalent uit niet-westerse landen, Nederland en Europa in het bijzonder, voor een zo breed en divers mogelijk publiek; het uitbreiden naar drie locaties, Rialto De Pijp, Rialto VU en Rialto Silo, in combinatie met een toename van 110.000 betalende bezoekers in 2019 naar ruim 300.000  in 2024; het verder verbreden en nog meer cultureel divers maken van de publieksgroepen van Rialto op basis van een naar eigen zeggen heldere marketing en communicatie strategie; het neerzetten van een solide organisatie ten behoeve van de drie Rialto locaties; het leveren van een bijdrage aan Amsterdam Klimaatneutraal 2050 door de realisatie van duurzame nieuwe vertoningslocaties voor de activiteiten met een zo laag mogelijk exploitatie- en onderhoudsniveau.

Amsterdams Filmhuis ontvangt een vierjarige subsidie 2017-2020 binnen het Kunstenplan van € 520.518 (incl. indexatie 2020).
Voor de periode 2021-2024 vraagt de organisatie bij het AFK een bijdrage van gemiddeld 
€ 780.000 per jaar in het kader van het Kunstenplan.


Artistiek belang

De commissie beoordeelt het artistiek belang als goed. 
Uit het ondernemingsplan van Rialto spreekt veel ambitie en een volgens de commissie duidelijke artistieke signatuur. Rialto biedt sinds jaar en dag een huis aan onafhankelijke films met een sterke artistieke eigenheid, en richt zich daarbij op niet-westerse cinema. In de reguliere programmering van Rialto de Pijp is er deels overlap met andere niet-gesubsidieerde filmtheaters, maar de commissie vindt dat Rialto zich voldoende van hen onderscheidt door vooral commercieel kwetsbare films te programmeren en deze relatief lang een podium te geven in vergelijking met andere filmhuizen. Daarnaast continueert Rialto met het eigen festival World Cinema Amsterdam en speciale programma’s als Docupodium en LA Riot een reeks prikkelende activiteiten, die naar het oordeel van de commissie een duidelijke aanvulling vormen op het filmaanbod in de stad. Verder biedt Rialto een podium aan tal van kwalitatieve festivals, veelal met een niet-westerse focus. Het geheel aan activiteiten dat Rialto initieert en faciliteert vertoont een sterke samenhang, die goed is onderbouwd in het plan. In de ogen van de commissie biedt Rialto daarmee een programmering die prikkelend en origineel is.

De commissie is positief over de artistieke betekenis van Rialto’s programmering voor het beoogde publiek. In 2021 en 2022 wil Rialto nieuwe vestigingen openen in Buitenveldert en op Zeeburgereiland. In het plan legt Rialto een scherp bewustzijn aan de dag wat betreft de relatie tussen de programmering en het publiek. De organisatie heeft de doelgroepen goed in beeld en zorgt dat de programmering aansluit op deze doelgroepen. Rialto doet samen met SOLVE publieksonderzoek en wil via een aantal pop-up events onderzoeken hoe het programma kan worden afgestemd op het publiek. De commissie vindt het een goede zaak dat Rialto bij de ontwikkeling van de programmering op deze nieuwe locaties nadrukkelijk publiek uit de omliggende wijken wil betrekken, zodat de programmering zal aansluiten op hun culturele interesses. Rialto stelt dat het haar missie is om films te tonen die de blik van de kijkers verbreden. Dat leidt tot een divers aanbod aan veelal niet-westerse cinema dat in de ogen van de commissie goed aansluit bij de avontuurlijke en open-minded doelgroepen die Rialto heeft. 

Rialto reflecteert in de aanvraag goed waar zij artistiek gezien staat en waarom het vanuit de bestaande situatie twee nieuwe locaties wil openen. Met de beoogde nieuwe locaties in Buitenveldert en op Zeeburgereiland breidt het aanbod van Rialto zich de komende jaren flink uit. Tegelijkertijd stelt Rialto dat de nieuwe locaties wat betreft de programmering voor minimaal vijftig procent overeen zal komen met die van Rialto De Pijp. Daarnaast zal Rialto de te vertonen genres verbreden en het aantal Engelstalige films vergroten. Deze verbreding vindt de commissie op zichzelf begrijpelijk, omdat op de nieuwe locaties forse publieksaantallen nodig zijn om deze rendabel te maken. Het roept echter vragen op over de artistieke ontwikkeling van Rialto ten aanzien van deze locaties, omdat het aanbod meer zal gaan overlappen met dat van niet-gesubsidieerde bioscopen in de stad. De aanvraag maakt niet duidelijk in hoeverre het aanbod op de nieuwe locaties wezenlijk zal verschillen met dat van niet-gesubsidieerde filmhuizen in de stad. 
Voor de artistieke ontwikkeling van de medewerkers biedt de uitbreiding overigens goede mogelijkheden. De organisatie wordt uitgebreid, waardoor de mogelijkheden voor bijvoorbeeld programmeurs om door te stromen binnen de organisatie toenemen. 


Belang voor de stad

De commissie beoordeelt het belang voor de stad als goed. 
De commissie vindt de verbinding van Rialto met de stad sterk. Rialto toont in het plan een scherp bewustzijn van haar maatschappelijke rol en positie in de stad. Een belangrijk doel van de organisatie is om cultuur toegankelijk te maken in verschillende delen van de stad waar het cultuuraanbod nog relatief beperkt is. Rialto pakt de plannen voor de nieuwe locaties op een consciëntieuze en grondige manier aan, door met kwartiermakers te werken die op basis van publieksonderzoek van onderzoeksbureau SOLVE de wijken ingaan om in gesprek te gaan met bewoners en organisaties in de verschillende buurten, om een beeld te krijgen van de behoeften in de buurt. Rialto lanceert een nieuwe bioscoop ‘bottum-up’, door deze in samenspraak met buurtbewoners vorm te geven. De commissie vindt het positief dat Rialto wil dat de nieuwe locaties nadrukkelijk een buurtfunctie krijgen: het moeten huiskamers voor de buurt worden. Overigens laat Rialto ook op de locatie in de Pijp zien dat zij zich bewust is van haar maatschappelijke rol in de stad. Zo kaart het via het nieuwe programma Queer Pioneers thema’s aan die aansluiten bij de stedelijke samenleving, en biedt het in samenwerking met The Buddy Film Project het komende jaar een podium aan het werk van statushouders. 

De commissie constateert dat Rialto op basis van de nieuwe plannen bijdraagt aan de spreiding van het culturele aanbod en het publieksbereik daarvan buiten de stadsdelen Zuid en Centrum. Met de opening van Rialto Silo breiden de activiteiten en het publieksbereik van Rialto zich uit van Amsterdam-Zuid naar Amsterdam-Oost. Op Zeeburgereiland zijn de culturele voorzieningen vooralsnog beperkt en een nieuw filmtheater is vanuit dat licht bezien een welkome aanvulling op het cultuuraanbod in de stad. Daarnaast onderzoekt Rialto met een aantal partijen de mogelijkheden voor een nieuw filmtheater in Amsterdam-Zuidoost, maar de plannen daarvoor bevinden zich nog in een pril stadium. Verder toont Rialto ook betrokkenheid bij het stadsdeel Nieuw-West, door haar kennis te delen met het initiatief Oxville, dat films programmeert in De Meervaart. Hoe deze kennisdeling de komende tijd precies vorm krijgt wordt niet duidelijk uit de aanvraag.

Hoewel Rialto in het plan ingaat op de thema’s Leefbare stad en Groene stad, heeft het in het aanvraagformulier gekozen voor het eigen accent Wereldstad. Dit thema sluit volgens de commissie naadloos aan bij de activiteiten van Rialto. Met World Cinema Amsterdam biedt Rialto een podium aan makers uit verschillende werelddelen, die doorgaans nauwelijks een podium krijgen in Amsterdam. Daarnaast draagt Rialto bij aan internationale kennisuitwisseling, bijvoorbeeld door het geven van workshops en lezingen aan jonge filmtheaters in verschillende werelddelen. Ook is zij betrokken bij de opzet van een Chileens centrum voor film, opgezet door Chileense filmmakers. 


Uitvoerbaarheid

De commissie beoordeelt de uitvoerbaarheid als voldoende. 
De commissie vindt de plannen van Rialto realistisch en uitvoerbaar. De huidige programmering komt met vakmanschap tot stand en de verschillende activiteiten van Rialto zijn doorgaans goed georganiseerd. De commissie is er niet zonder meer van overtuigd dat de organisatie voldoende is toegerust om de enorme groei aan te kunnen die het voorziet in de plannen. Rialto is nu een organisatie met bijna 25 fte (inclusief vrijwilligers) en wil in anderhalf jaar tijd doorgroeien naar een organisatie met ruim 60 fte. Om de nieuwe locaties tot een succes te maken, vereist dit een flinke dosis commercieel denken en ondernemerschap, onder andere om de horeca tot een succes te maken. Deze zijn immers de financiële kurk waar de nieuwe locaties grotendeels op drijven. Deze meer commerciële benadering zou een belangrijke aanvulling kunnen zijn op de huidige organisatie. Rialto heeft in artistieke zin een succesvol filmhuis opgebouwd, dat tegelijkertijd ook in behoorlijke mate afhankelijk is van subsidie. Juist de horecacomponent is in de ogen van de commissie niet de huidige kracht van Rialto. De commissie acht een versterking van het zakelijke en commerciële vakmanschap noodzakelijk om de plannen succesvol uit te kunnen voeren. Ze vindt het positief dat er een hoofd Horeca zal worden aangesteld, omdat een bedrijfsmatig voorstel dat ingaat op de grote groei van het horecaoppervlak nu ontbreekt. Daarnaast ziet de commissie een risico in het feit dat de organisatie van Rialto in anderhalf jaar moet worden verdrievoudigd. Het is in de ogen van de commissie niet eenvoudig om in deze relatief korte tijd zoveel kwalitatief goed personeel te vinden. De commissie vindt dat daar in de aanvraag nadrukkelijker op had kunnen worden gereflecteerd.   

De commissie vindt de bedrijfsvoering van Rialto gezond, al is er in relatie tot de beoogde uitbreiding in de ogen van de commissie wel enige reden tot zorg. Rialto heeft in de afgelopen subsidieperiode te kampen gehad met een forse financiële tegenvaller door het wegvallen van stadsdeelgelden. Daardoor heeft de organisatie in 2017 en 2018 negatieve exploitatieresultaten behaald, wat negatieve gevolgen heeft gehad voor de bedrijfsvoering. Dat is niet zozeer te wijten aan gebrekkig financieel beleid, maar het is in de ogen van de commissie een wankele basis voor de zeer forse uitbreiding die Rialto voor ogen staat. Te meer daar in de periode 2021-2023 ook wordt gerekend op negatieve exploitatieresultaten. In 2024 voorziet Rialto voor het eerst in deze periode een positief resultaat. Rialto schetst in het plan een duidelijk beeld van de mogelijke risico’s die de opening van twee nieuwe locaties met zich meebrengt en heeft een helder plan van aanpak om deze risico’s te ondervangen. Rialto stelt uit te gaan van conservatieve prognoses wat betreft de bezoekersaantallen en heeft de risico’s wat betreft horeca-inkomsten gedekt. Toch vormt de exploitatie van met name Rialto Silo in de ogen van de commissie een risico, omdat de organisatie in grote mate afhankelijk wordt van de recette en horeca-inkomsten die daar worden gerealiseerd. De commissie vindt dat in de aanvraag nadrukkelijker had moeten worden gereflecteerd op de vraag wat het voor de bedrijfsvoering betekent als Rialto Silo geen succes wordt.

De begrote kosten voor de periode 2021-2024 vindt de commissie realistisch en passend. Over de dekking van de kosten, die voor een groot deel rusten op de inkomsten van Rialto Silo, heeft de commissie twijfels, zoals hierboven beschreven. De begrote baten en lasten laten een ruime verdrievoudiging zien ten opzichte van de begroting in 2017 en 2018. Maar gezien de omvang van de uitbreidingsplannen vindt de commissie dit begrijpelijk en redelijk. De geraamde kosten acht de commissie realistisch. Aan de inkomstenkant ziet de commissie, zoals gezegd, vooral een risico in de voorziene inkomsten van Rialto Silo. In de begroting wordt uitgegaan van een fors aandeel eigen inkomsten en de afhankelijkheid van subsidie wordt in de jaren 2021-2024 procentueel gezien minder. De commissie is positief over de financieringsmix die Rialto voor ogen staat. Dat neemt niet weg dat de commissie de gevraagde subsidie zeer fors vindt en ook voor de nieuwe locaties afhankelijk blijft van subsidie, terwijl het aanbod op de nieuwe locaties meer overlap zal vertonen met niet-gesubsidieerde filmhuizen in Amsterdam. 

De commissie vindt het positief dat Rialto in de afgelopen jaren met bureau Vruchtvlees een strategisch marketingplan heeft opgesteld, waarin naast de staande organisatie de beoogde uitbreiding met twee locaties is meegenomen. De commissie vindt dat Rialto een heldere missie en visie heeft geformuleerd om de beoogde doelgroepen te bereiken. Daarnaast wordt er helder gespecificeerd welke doelgroepen Rialto wil benaderen. Hoe de verschillende doelgroepen concreet worden benaderd wordt echter niet duidelijk uit het plan.


Diversiteit en inclusie

De commissie beoordeelt de bijdrage aan diversiteit en inclusie als voldoende. 
De commissie vindt dat Rialto in het plan een sterk bewustzijn toont van het belang van een cultureel divers aanbod in Amsterdam. Op het vlak van de programmering slaagt de organisatie erin om een divers palet aan films aan te bieden, dat diverse culturen over de hele wereld bestrijkt. Het aanbod vormt in die zin, volgens de commissie, een mooie spiegel van de vele culturen die Amsterdam rijk is. Positief is dat Rialto specifiek een podium biedt voor biculturele jonge makers en daar in de komende jaren nog nadrukkelijker op wil inzetten. 

Rialto heeft de ambitie om zowel in de Pijp als op de nieuwe locaties een cultureel zo divers mogelijk publiek te bereiken. Een van de doelgroepen is dan ook de ‘biculturele cultuurliefhebber’. In de Pijp slaagt Rialto er al in een cultureel divers publiek te bereiken, bijvoorbeeld tijdens World Cinema Amsterdam. Wat betreft de nieuwe locaties stelt Rialto dat Zeeburgereiland cultureel gezien een behoorlijk diverse populatie heeft. Hoe zij deze cultureel diverse doelgroep wil bereiken en wil verleiden om het filmtheater te bezoeken, wordt niet duidelijk in het plan. 

Wat betreft de culturele diversiteit van het personeel kan Rialto nog een flinke slag slaan. Rialto geeft in de aanvraag aan dat het door het beperkte verloop binnen de organisatie tot nu toe moeilijk is geweest om het personeelsbestand cultureel diverser te maken. Rialto stelt dat het met name op MT-niveau moeilijk is om de gewenste culturele diversiteit te bereiken, omdat het qua salaris niet kan concurreren met het bedrijfsleven en het ingewikkeld is om iemand te vinden met de gewenste ervaring. De commissie vindt dat het in het plan teveel bij alleen deze constatering blijft, en dat er een strategie ontbreekt om er toch voor te zorgen dat het personeelsbestand, op het niveau waar de beslissingen worden gemaakt, cultureel diverser wordt. Het is wel positief dat Rialto concrete doelen stelt wat betreft de diversificatie van het personeelsbestand als geheel, waar de uitbreiding ook goede mogelijkheden toe biedt. 


Conclusie

De commissie adviseert op grond van bovenstaande overwegingen de aanvraag van Rialto gedeeltelijk te honoreren met een bedrag van € 620.000 per jaar.
Rialto is veruit de grootste aanvrager binnen de discipline film. De organisatie vraagt 45 procent van het totaal voor film beschikbare budget. Het gaat daarbij uit van een scenario waarin het uitbreidt met twee nieuwe locaties. Volledige honorering van de aanvraag zou de pluriformiteit van het Amsterdamse filmaanbod zeer onder druk zetten. Daar komt bij dat het filmaanbod op de nieuwe locaties meer overlap zal vertonen met niet-gesubsidieerde filmhuizen in de stad, dan het huidige Rialto in de Pijp. Tegelijkertijd waardeert de commissie het dat de commissie filmtheaters wil brengen naar plekken, waar nog weinig aanbod is op het gebied van arthousefilms. De commissie gaat daarom ten dele mee in de gevraagde verhoging en wil met de verhoging Rialto extra toerusten om vanuit een centrale regie de uitbreiding in goede banen te leiden.

De aanvraag is beoordeeld binnen de adviescommissie Film.