Bird Productions

Dans
Aangevraagd: € 65.000
Toegekend: € 0
Toegekend '17-'20: € 0

Inleiding

Dunja Jocic, artistiek leider van Bird Productions, is een exponent van een nieuwe generatie makers in de stad. Jocic speelde structureel in Bellevue, was te zien op het Cinedans Festival en WhyNot. In de komende periode is ze ook te zien in het Muziekgebouw aan het IJ, CC Amstel en op festivals als Julidans en Over het IJ. Met de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten heeft ze afspraken over jaarlijkse audities en stagiairs in haar producties. 

De komende vier jaren wil Dunja Jocic haar artistieke signatuur in Amsterdam verder verstevigen en zich op een authentieke manier positioneren in de Amsterdamse podiumkunsten. Elk voorjaar wil ze in Amsterdam een nieuwe eigen productie realiseren met Theater Bellevue als thuisbasis. Elk najaar gaat ze een coproductie aan die gepresenteerd wordt in een gevarieerd circuit in Amsterdam: in concertzalen, in ruimtes voor beeldende kunst en op festivallocaties. De komende jaren staan twee internationale coproducties op het programma die ook in Amsterdam te zien zijn. Voor elk project gaat Jocic allianties aan met (inter)nationale kunstenaars om zo bij te dragen aan een dynamische uitwisseling.

Bird Productions ontvangt geen meerjarige subsidie binnen het Kunstenplan 2017-2020.
Voor de periode 2021-2024 vraagt Bird Productions bij het AFK een bijdrage van gemiddeld 
€ 65.000 per jaar in het kader van het Kunstenplan.


Artistiek belang

De commissie beoordeelt het artistiek belang als voldoende.
Bird Productions laat met choreografe Dunja Jocic een artistieke eigenheid zien. Jocic maakt interdisciplinaire voorstellingen met een surrealistische invalshoek in een theatrale, sobere scenografie. Vervreemding is een terugkerend thema. De commissie ziet Jocic als een theaterpersoonlijkheid met een eigenzinnige, expressionistische danstaal. Het werk valt op door de fysieke vertaling van vaak heftige gevoelens. In haar ‘danse noire’ visualiseert Jocic psychologisch gedrag van personages in een wereld met een doorgaans sombere of zelfs dreigende sfeer. De choreografieën bevatten heel precieze, hyper-gearticuleerde bewegingen, die technisch veeleisend zijn voor de dansers. Haar filmische benadering vindt de commissie interessant, omdat die de opvatting verruimt over wat dans en beweging is. Ook de stukken met een literaire of muzikale invalshoek vindt de commissie geslaagd. 
De beschreven plannen voor komende producties zijn helder uiteengezet maar spreken vooralsnog minder tot de verbeelding. Dit komt doordat de plannen volgens de commissie zwaar leunen op de vormgeving en er weinig prikkelende dansante en theatrale middelen worden ingezet. Ondanks de onderzoekende houding van Jocic, zoals op het gebied van nieuwe techniek, vindt de commissie de plannen daarom nog wat beperkt in theatrale originaliteit. 

De commissie onderkent dat het werk van Jocic artistieke betekenis heeft voor het beoogde publiek. Het is sterk gebleken in het overdragen van emoties. Door de samenwerking met bijzondere performers verwacht zij dat de aantrekkingskracht voor het publiek wordt vergroot. In de huidige plannen is echter niet concreet terug te vinden of Jocic inzicht heeft in de behoeften van haar publiek, of in het effect van haar werk. De commissie vindt dat Jocic urgente thema’s aansnijdt die invoelbaar zijn, zoals narcisme in de neoliberale samenleving en de spanning van het leven tussen verschillende culturen. De commissie vindt Jocic’ filmtaal wel beter communiceren dan de theatervoorstellingen, die door de grote nadruk op de vorm en de zware thematiek ontoegankelijk kunnen overkomen. 
Het sterke accent op de vormgeving heeft aantrekkingskracht voor publiek met interesse in multidisciplinair vernieuwend danstheater, of in de combinatie met film. Een mooi voorbeeld was Fantasio met Opera Zuid, waarin Jocic overtuigend liet zien wat de meerwaarde was van haar danstaal bij deze opera. 

Hoe de artistieke ontwikkeling van Bird Productions de komende jaren zichtbaar wordt, vindt de commissie beperkt terug in de plannen. Bird Productions heeft zich als jonge organisatie en nieuwe aanvrager bewezen met interessante voorstellingen. De commissie ziet Jocic als een maker die zich gestaag ontwikkelt en daarvoor ook erkenning heeft gekregen in de vorm van grote prijzen en (internationale) opdrachten. De plannen voor de komende periode betekenen een schaalvergroting en lijken een logische nieuwe fase in haar carrière. Thematisch bouwt zij voort op eerder werk. De opzet van de producties is echter zo verschillend dat de commissie graag een toelichting had gelezen hoe deze passen in het potentieel en de artistieke ontwikkeling van Jocic als choreograaf en maker. De nieuwe producties lezen als stappen binnen een onderzoeksperiode. Jocic gaat samenwerken met musici, kunstenaars uit andere disciplines en met schrijvers, om de kracht tussen tekst en dansbewegingen waar mogelijk te versterken. De samenwerking met coproducenten draagt naar verwachting bij aan een verdere ontwikkeling van Jocic’ filmische en muzikale danstaal. De motivatie voor de verschillende artistieke keuzes die ten grondslag liggen aan de beschreven plannen en de artistieke lijn naar de toekomst die Bird Productions daarmee wil uitzetten blijft echter op de achtergrond. 


Belang voor de stad 

De commissie beoordeelt het belang voor de stad als zwak.
De organisatie heeft nog weinig verbinding met de stedelijke samenleving. Bird Productions werkt binnen een netwerk van culturele partners zoals podia, kunstenaars en gezelschappen. Buiten deze artistieke biotoop zijn er geen connecties met maatschappelijke organisaties, bewoners of buurtinitiatieven. De commissie leest evenmin over plannen in die richting. Bird Productions geeft zelf aan dat het geen specifieke educatie- of participatietrajecten ontwikkelt.

De bijdrage van het plan aan de stedelijke spreiding van het cultuuraanbod en het publiek vindt de commissie klein. Bird Productions speelt voornamelijk in de stadsdelen Centrum en Zuid en bereikt het publiek via de daar gevestigde cultuurpodia. Het gezelschap hoopt met de coproducties ook op muziekpodia, in presentatieruimtes voor beeldende kunst en in het filmcircuit buiten het centrum te spelen. Dit is echter nog niet concreet ingevuld. Omdat het totaal aantal geplande speelbeurten beperkt is verwacht de commissie dat er niet of nauwelijks publiek in andere stadsdelen bereikt zal worden.

Bird Productions heeft het thema Wereldstad gekozen als eigen accent. De invulling van het thema is summier uitgewerkt. Jocic richt zich vooral op haar eigen (Oost-)Europese netwerk. Op haar manier wil ze vanuit Amsterdam bijdragen aan grensoverschrijdende uitwisseling tussen kunstenaars. De commissie constateert dat deze samenwerkingen vooral van meerwaarde zijn voor haar eigen werk. Niet duidelijk is hoe deze uitwisseling bijdraagt aan de stad. De impact van Bird Productions in de rol van dansambassadeur voor de stad Amsterdam beoordeelt de commissie met twee internationale coproducties als beperkt. 


Uitvoerbaarheid

De commissie beoordeelt de uitvoerbaarheid als goed.
De commissie heeft vertrouwen in het kernteam met Dunja Jocic en zakelijk manager/producent Frits Selie. Jovana Popovic, die zal worden aangetrokken als medewerker voor acquisitie en marketing, heeft veel internationale ervaring. De commissie ziet een goede verhouding tussen bekende medewerkers en nieuwe teamleden. De professionaliteit van de medewerkers, de eerder opgedane ervaring en de relatieve kleinschaligheid van de meeste plannen wekken vertrouwen in de uitvoerbaarheid.
Jocic weet uitstekende strategische partners te vinden voor het realiseren van haar producties. De komende jaren werkt zij onder andere samen met coproductiepartners als Opera Zuid en Club Guy & Roni, en sterke artistieke partners als Wende Snijders, Diamanda La Berge Dramm en Maxim Shaligyn. In combinatie met de steun van een aantal grote Europese instellingen verwacht de commissie dat ook de complexere producties kunnen worden gerealiseerd.

Bird Productions heeft een gezonde bedrijfsvoering die passend is bij de bescheiden omvang van de organisatie. Bird Productions zal beperkt groeien in fte om de plannen voor de komende periode uit te kunnen voeren. Doordat de begroting laag is en het aantal producties beperkt is, zijn de risico’s hanteerbaar en te overzien. Er is een klein bedrag voor tegenvallers begroot, dat de commissie als passend beoordeelt. 

De commissie vindt de begroting over het algeheel passend bij het plan, maar heeft enkele kanttekeningen. De totale begroting is heel bescheiden. De commissie is er niet van overtuigd dat daarmee alle medewerkers fair betaald kunnen worden. Ook kan de commissie niet uit de begroting opmaken of er bij complexere voorstellingen, zoals die met gebruik van ‘motion capture’ techniek, rekening is gehouden met specifieke ontwikkel- en productiekosten. De private bijdragen en de publieksinkomsten zijn optimistisch ingeschat. De commissie acht deze wel haalbaar door de samenwerking met de coproducenten. Die legt een financiële basis, omdat deze partijen zorgen voor toegang tot een brede afzetmarkt voor haar voorstellingen.

Het marketingplan is in de ogen van de commissie realistisch en passend om het beoogde publiek te bereiken. Bird Productions geeft een goede analyse van de verschillende doelgroepen die ze met de producties wil aanspreken. Die onderscheidt ze voornamelijk in generaties, zoals millennials, babyboomers, generatie X en de pragmatische generatie. De marketingstrategie is duidelijk en wordt per doelgroep uitgewerkt. Er is veel aandacht voor de marketingdoelen. De voorgenomen acties en instrumenten zijn daarbij sterk vanuit de inhoud ingegeven. Bird Productions gebruikt in de communicatie een sterke beeldtaal. Ook de ‘Storytelling campagne’ is passend bij het werk. Het marketingbudget is vrij laag. Bird Productions rekent hier op publicitaire ondersteuning via de publiciteitskanalen van de coproductiepartners. Gezien de beperkte middelen van de organisatie vindt de commissie dat een effectieve constructie. 


Diversiteit en inclusie

De commissie beoordeelt de bijdrage aan diversiteit en inclusie als zwak. 
Het plan draagt bij aan de culturele diversiteit van het Amsterdamse cultuuraanbod door het Slavische accent. In het werk van Dunja Jocic is haar Oost-Europese achtergrond zichtbaar en voelbaar. In de komende periode zal ze werken met een documentairemaker en schrijver met respectievelijk een Bosnische en Kroatische achtergrond. 

Bird Productions gaat beperkt in op de mogelijkheid om met het plan een cultureel divers samengesteld publiek in de stad te bereiken. Bij de producties die met Slavische partners tot stand komen ziet ze kansen om ook een Servisch en/of Kroatisch publiek te betrekken. In hoeverre dit daadwerkelijk haalbaar is en of een nog breder cultureel divers publiek kan worden bereikt, is naar de mening van de commissie niet overtuigend uitgewerkt.

Bird Productions heeft geen overtuigend plan geformuleerd voor het vergroten van de diversiteit van het personeelsbestand en het bestuur. Jocic opereert binnen een internationaal netwerk waarin teamleden naar eigen zeggen automatisch al een diverse culturele achtergrond hebben. Bij de eerstvolgende bestuurswisseling zal het aannemen van iemand met een andere achtergrond aandacht krijgen. De commissie leest nog geen urgentie om op dit gebied meer stappen te zetten.


Conclusie

De commissie adviseert de aanvraag van Bird Productions te honoreren met het gevraagde subsidiebedrag van € 65.000 per jaar. 
De commissie constateert dat er na beoordeling van alle aanvragen onvoldoende budget beschikbaar is om de aanvraag te honoreren. 

De aanvraag is beoordeeld binnen de adviescommissie Dans.