Boost Producties

Theater
Aangevraagd: € 25.000
Toegekend: € 0
Toegekend '17-'20: € 0

Inleiding

Boost Producties produceert en voert circustheatervoorstellingen uit, in het genre nieuw circus. Boost maakt naar eigen zeggen associatief beeldende circustheatervoorstellingen en duidt de signatuur als: beeldend, acrobatisch theater. Boost werkt vanuit NDD532, een eigen studio in Amsterdam-Noord, en geeft lessen voor het middelbaar onderwijs in Amsterdam. Boost wil circustheater innoveren door een hoog niveau circustechnieken te plaatsen in een theatrale context gemixt met livemuziek en projecties. Daarbij is veel aandacht voor het decor waarmee de artiesten tijdens de voorstelling in dialoog gaan: de ‘scenery’. 

Boost produceert en presenteert circustheaterproducties die toegankelijk zijn voor iedereen van 8 jaar en ouder. In de periode ’21-’24 wil Boost Producties zich richten op een aantal kernactiviteiten: Boost Producties wil drie nieuwe voorstellingen maken en één voorstelling in reprise nemen. Per productie worden veertig voorstellingen gespeeld voor 5000 bezoekers met een educatieve omkadering van dertig activiteiten. Daarnaast wil de organisatie toonmomenten organiseren in de eigen studio in Noord en naar aanleiding daarvan het gesprek aangaan en hiervan online verslag doen. Boost wil in de komende periode meer aandacht in de media zoeken en zich meer in lokale media profileren. Daarnaast wil het gezelschap zijn scenografie tonen in expositieruimtes en musea.

Boost Producties ontvangt geen meerjarige subsidie binnen het Kunstenplan 2017-2020.
Voor de periode 2021-2024 vraagt Boost bij het AFK een bijdrage van gemiddeld 
€ 25.000 per jaar in het kader van het Kunstenplan.


Artistiek belang

De commissie beoordeelt het artistiek belang als zwak.
De commissie herkent de artistieke signatuur van Boost Producties in de voorstellingen in de wijze waarop de organisatie het circusgenre sterk koppelt aan vorm, waarbij gebruik wordt gemaakt van abstracte, beeldende verhaallijnen. Eigen is volgens de commissie met name de onderzoekende werkwijze waarbij, vanuit de scenografie, voorstellingen worden ontwikkeld. In het plan voor komende periode ziet de commissie deze signatuur echter niet op een prikkelende manier terug. De commissie leest in het plan vooral losse vormexperimenten, met beschrijvingen van beeldtaal en vormgeving, die geen origineel inhoudelijk artistiek geheel weten te vormen. Er wordt voornamelijk weergegeven hoe de artiesten zich in de voorstellingen over het podium bewegen, wat voor vormen ze maken en met welke materialen. Het plan maakt daarmee niet duidelijk hoe het uitgangspunt, de koppeling van vorm met scenografie, een artistieke inhoudelijke lading krijgt in de voorstellingen. De voorstellingsconcepten voor de komende periode - Interesting mistakes, Solitude en Come Come Complete met als onderliggend thema chaos - zijn erg abstract beschreven. De commissie vindt ze matig uitgewerkt in vorm, dramaturgie en regiekeuzes, alsook in de wijze waarop andere kunstvormen als mime een plek zullen gaan krijgen. De commissie ziet daarmee de artistieke eigenheid niet herkenbaar in het plan voor de komende periode terug.  

De artistieke betekenis voor het beoogde publiek vindt de commissie niet overtuigend. Boost beoogt een publiek te bereiken van acht tot veertig jaar oud en stelt dat de voorstellingen zowel door de thematiek als door de vorm en het niettalige karakter toegankelijk zijn voor een breed en divers publiek. Boost wil expliciet een breed en divers publiek aanspreken door de diversiteit in de circusdiscipline te tonen, met gebruik van beeldende elementen en muziek. Impact ontstaat volgens de commissie in elk geval door de spannende acrobatiek van het circusgenre van Boost, die adembenemend kan zijn. Door de grote nadruk op het interdisciplinaire en de vorm (scenery), krijgt het werk van Boost echter ook een grote mate van abstractie, wat de artistieke betekenis voor een breed publiek naar mening van de commissie in de weg staat. De gekozen verhalen zijn weinig herkenbaar en komen vooral voort uit onderzoeksvragen als: Wat is gezamenlijkheid? en Hoe gaan we herijken? Dit draagt opnieuw niet bij aan de artistieke betekenis voor het publiek. De commissie leest in de voorstellingsconcepten voor komende periode niet terug hoe deze verhalen gaan communiceren met het publiek en zeggingskracht zullen hebben. 

Boost reflecteert in het plan op de gerealiseerde producties in de voorgaande periode en de commissie waardeert de aansprekende wijze waarop dit in het plan is gedaan: met veel fotomateriaal. De commissie herkent daaruit voortkomend een artistieke ontwikkeling en ambitie met zicht op de langere termijn. Boost wil in de komende periode de circustechniek als communicatiemiddel uitbouwen en in het artistieke vocabulaire iedere beweging voort te laten komen vanuit de voorgaande beweging. Tevens wil Boost de expressie uitbouwen, de inleving van de circusartiest en de verbinding met de andere artiesten vergroten. Om hiertoe te komen wil het gezelschap spelverdieping op zoeken in interdisciplinair werken. Boost initieert een klankbordgroep met deskundigen van buitenaf, die een bijdrage kunnen leveren aan verbetering van deze punten. De commissie is positief over de aandacht die er in het plan is voor vaktechnische ontwikkeling. In het plan leest de commissie hiermee wel terug welke artistieke ontwikkeling wordt beoogd voor het gezelschap en de artiesten: in het zoeken naar spelverdieping en samenwerking met een nieuwe generatie circusartiesten, bijvoorbeeld door filmopnames en evaluaties met de artiesten tijdens repetities. Maar over specifieke aandacht voor de ontwikkeling van de artistiek leider leest de commissie niets in het plan. 


Belang voor de stad

De commissie beoordeelt het belang voor de stad als voldoende.
Boost verbindt zich in de ogen van de commissie op een bescheiden, maar bij de organisatie passende wijze met de stedelijke samenleving. Via de lessen die de organisatie geeft aan het Montessori Lyceum Oost worden de scholieren geleerd op elkaar te vertrouwen. Ook is de artistiek leider actief als docent voor nieuwkomers. Verder leest de commissie in het plan geen inhoudelijke of praktische verbinding met buurtinitiatieven of maatschappelijke organisaties en ook in de voorstellingsconcepten herkent de commissie geen verbinding met stadsthematiek. 

De commissie vindt dat Boost bijdraagt aan de spreiding van het cultuuraanbod en het publieksbereik daarvan over de stad. Boost werkt vanuit NDD532, een eigen studio in Amsterdam Noord en speelt in Centrum in Theater Bellevue en CREA. Boost is zichtbaar voor publiek met activiteiten in andere delen van de stad, zoals in het Meervaart Theater in Nieuw-West, het Bijlmer Parktheater in Zuidoost en het Amsterdam Roots Festival in Oost. Via aanbod op maat van workshops en randprogrammering wordt tevens het publiek in die stadsdelen bereikt. 

Boost heeft als eigen accent gekozen voor het thema Leefbare stad. De organisatie geeft hierbij aan dat het educatieve randprogramma een bijdrage levert aan de sociale cohesie, omdat de circustraining aan middelbare scholen die de organisatie geeft, vertrouwen in elkaar als basis heeft en op filosofische wijze wordt besproken met de deelnemers. De commissie vindt dit thema daarmee een logische keuze die aansluit bij de activiteiten van Boost. De uitwerking is echter vooral gericht op de eigen educatieve activiteiten van de organisatie. De commissie vindt de bijdrage die dit levert aan de kwaliteit en aantrekkelijkheid van de leefomgeving van bewoners niet overtuigend. 


Uitvoerbaarheid

De commissie beoordeelt de uitvoerbaarheid als voldoende.
Het plan vindt de commissie realistisch en uitvoerbaar voor wat betreft organisatie, werkwijze en vakmanschap. Het is overzichtelijk in omvang, met drie nieuwe producties en een reprise in de hele periode, en de commissie heeft vertrouwen dat de organisatie dit kan dragen. De artistieke kern van maker Lennie Visser, ontwerper Jelle Engel en componist Jonathan Bonny heeft zijn vakmanschap in de ogen van de commissie bewezen. Boost maakt gebruik van een administratiekantoor dat op zakelijk vlak deskundigheid toevoegt. In het plan ziet de commissie dat Boost daarbij in komende periode kleine, maar realistische stappen zet in het verbeteren van de organisatie. Zo is een nieuw impresariaat aangetrokken dat speelplekken gaat zoeken die inhoudelijk aansluiten bij de voorstelling. 

Boost heeft een gezonde bedrijfsvoering die, in de ogen van de commissie, een stevige basis geeft om de beoogde voornemens tot uitvoering te brengen. Boost heeft in afgelopen periode bewezen zonder structurele subsidie de organisatie draaiende kunnen houden. Er is sprake van reserves waar tegenvallende resultaten mee kunnen worden opgevangen. Ook laat de organisatie zien risico’s van de bedrijfsvoering in kaart te hebben. Zo wordt de blessuregevoeligheid van de artiesten en kans op uitval bij de activiteiten afgedekt door het keuren van decors, het inzetten van understudies en een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering. Een risico dat volgens de commissie nog onvoldoende aandacht krijgt, is het feit dat de organisatie zakelijk en productioneel beperkt wordt ondersteund wordt door inzet van zzp'ers op organisatorisch vlak. De commissie vindt deze concentratie van verantwoordelijkheden een risico voor het effectief functioneren van de organisatie op langere termijn.

De commissie vindt de begroting van Boost over het grote geheel passend en realistisch, maar heeft een aantal kanttekeningen. De commissie vindt de activiteitenlasten en beheerslasten goed in balans. Een kanttekening daarbij is dat de organisatie aangeeft de training- en repetitie uren niet te kunnen tegemoetkomen of te halen uit subsidies, maar wel kan ondersteunen bij het vinden van ander werk. Dit wekt bij de commissie de indruk dat deze kosten niet of slechts gedeeltelijk in de begroting zijn opgenomen, waardoor de commissie niet kan opmaken of de personele kosten realistisch zijn begroot. De financieringsmix vindt de commissie uit verhouding, met een grote subsidieafhankelijkheid van het AFK en FPK. Ze ziet desondanks dat de organisatie zich inspant om die afhankelijkheid te beperken. Gezien het bescheiden formaat van de organisatie vindt de commissie de hoogte van de eigen inkomsten die zijn begroot en in het verleden ook zijn behaald, lovenswaardig. 

Het marketingplan vindt de commissie weinig realistisch en passend om het beoogde publiek te bereiken. Bij de omschrijving van zijn (potentiële) doelgroepen geeft Boost aan dat dit een brede doelgroep is van acht tot veertig jaar, terwijl gezegd wordt dat het overgrote deel van het publiek ouder is dan veertig jaar. Boost geeft, behalve leeftijd, verder geen specificatie aan in deze brede doelgroep. Het marketingplan is erg algemeen. De organisatie wil toonmomenten organiseren in de eigen studio, meer aandacht in de media zoeken en zijn ‘scenery’ tonen in expositieruimtes en musea. Dit vindt de commissie niet erg overtuigende middelen om publiek naar de voorstellingen te leiden. De organisatie geeft aan actief te zijn op social media, maar de commissie constateert dat het aantal volgers op Instagram en Facebook en het aantal abonnees op YouTube erg klein is. 
Boost stelt dat er een belangrijke ontwikkeling moet plaatsvinden in de communicatie vanuit theaters naar publiek en legt daarmee volgens de commissie de verantwoordelijkheid voor marketing te vanzelfsprekend volledig bij de theaters. De commissie ziet niet terug in hoeverre de organisatie daar zelf een rol in neemt of wie daar binnen de organisatie verantwoordelijk voor is. De commissie heeft er daardoor weinig vertrouwen in dat het beoogde publiek effectief kan worden bereikt. 


Diversiteit en inclusie

De commissie beoordeelt de bijdrage aan diversiteit en inclusie als zwak.
Boost schrijft dat inclusie en diversiteit inherent verbonden is aan het circusvak. De commissie herkent dit in de voorstellingsconcepten echter niet terug in de inhoud, vorm of presentatiewijze. Dat  het werk van Boost thematisch universeel is, maakt in de ogen van de commissie nog niet dat er een relevante bijdrage geleverd wordt aan de culturele diversiteit van het Amsterdamse cultuuraanbod. 

De commissie is van mening dat Boost een bescheiden bijdrage levert aan het bereiken van een cultureel divers samengesteld publiek. De commissie ziet dat de organisatie dit voornamelijk doet via haar educatieve activiteiten, met workshops op de cultureel divers samengestelde scholen in Amsterdam. Zo volgen de leerlingen van het Montessori Lyceum in Amsterdam-Oost elk jaar acrobatieklessen en bezoeken ze daarna een voorstelling van Boost. Ook ontvangt de organisatie basisschoolkinderen in haar repetitieruimte om samen met de acrobaten te trainen. Specifiek worden lessen gegeven aan opvangklassen voor nieuw geplaatste Nederlanders: jongeren tussen de twaalf en twintig jaar, vaak getraumatiseerd, die in kleine, veilige klassen worden geplaatst om de Nederlandse taal te leren. Ook met de circusworkshops die Boost geeft aan publiek van het Meervaart Theater en het Bijlmer Parktheater bereikt Boost een cultureel divers samengesteld publiek. 

De organisatie heeft naar mening van de commissie een weinig overtuigende visie op en plan voor culturele diversiteit van het personeelsbestand en bestuur. De huidige kernorganisatie en het bestuur zijn niet cultureel divers van samenstelling en een visie of aanpak om hier verandering in te brengen ontbreken. Artiesten met wie gewerkt wordt komen weliswaar vaak uit het buitenland, maar grotendeels uit Europa. De organisatie geeft aan dat de artiesten binnen het talentontwikkelingsprogramma in 2020 allen niet-Nederlands zijn, maar een meer specifieke culturele achtergrond wordt niet benoemd. Behalve dat het belang ervan in het ondernemingsplan wordt aangestipt, is er geen concreet zicht op dat dit ontwikkelingstraject in komende periode doorgang vindt. 


Conclusie

De commissie adviseert de aanvraag van Boost te honoreren met het gevraagde subsidiebedrag van € 25.000 per jaar. De commissie constateert dat er na beoordeling van alle aanvragen onvoldoende budget beschikbaar is om de aanvraag te honoreren. 

De aanvraag is beoordeeld binnen de adviescommissie Theater.