Club Classique

Muziek/Muziektheater
Aangevraagd: € 40.000
Toegekend: € 0
Toegekend '17-'20: € 0

Inleiding

Club Classique presenteert klassieke muziek op zeer uiteenlopende locaties zoals in het theater, in het café of op een stadsplein. Het ensemble speelt geen volledige muziekstukken, maar kiest voor behapbare delen uit grote meesterwerken en combineert die met verhalen en uiteenlopende kunstdisciplines. Op die manier wil Club Classique een dimensie toevoegen aan de beleving van de muziek. Met een grote groep musici levert het ensemble aanbod op maat waardoor het ensemble naar eigen zeggen voor programmeurs met een gelijkgestemde missie interessant is om mee samen te werken.

Voor de komende periode wil Club Classique een aantal programmaonderdelen presenteren. 4X4 is een concertserie langs vier verschillende stadsdelen in Amsterdam en combineert klassieke kamermuziek met persoonlijke verhalen, anekdotes, film, literatuur en beeldende kunst. Iedere keer kiest Club Classique een ander thema, waardoor de muziek steeds op een nieuwe wijze wordt belicht. Bij de Clubavonden vinden maandelijks klassieke jamsessies in Ten Club plaats. Tijdens het programma Classical Soundtracks vertellen mensen op het podium over hun liefde voor een bepaald muziekstuk dat het ensemble vervolgens speelt. In de reeks Muziekverhalen presenteert Club Classique elk jaar een andere muziektheatervoorstelling, waarin de organisatie verhalen en muziek met elkaar verbindt aan de hand van de emoties die ze oproepen. Voor die reeks gaat het ensemble in de periode 2021-2024 samenwerken met schrijver Abdelkader Benali, dichter Gershwin Bonevacia en pianist Mike Boddé.

Club Classique ontvangt geen meerjarige subsidie binnen het Kunstenplan 2017-2020.
Voor de periode 2021-2024 vraagt de organisatie bij het AFK een bijdrage van gemiddeld 
€ 40.000 per jaar in het kader van het Kunstenplan.


Artistiek Belang

De commissie beoordeelt het artistiek belang als voldoende.
De artistieke eigenheid van Club Classique stoelt in de ogen van de commissie op de persoonlijke aanpak en het enthousiasme waarmee het ensemble klassieke muziek op laagdrempelige wijze deelt met mensen. De voorstellingen houden het midden tussen een concert en een theatervoorstelling, waarbij het persoonlijke verhaal en de herkenbaarheid daarvan steeds de focus krijgen. Door in combinatie met dans, poëzie, jazz, film en andere kunstvormen voorstellingen te presenteren, creëert het ensemble een ontspannen sfeer op diverse locaties zoals popfestivals, geïmproviseerde buitenpodia en stadspleinen. Club Classique onderscheidt zich naar de mening van de commissie vooral door deze manier van presenteren en niet zozeer op muzikaal vlak. Het ensemble maakt in de ogen van de commissie tamelijk veilige keuzes door delen van vertrouwde klassieke composities van bekende oude meesters te spelen. De selecties die gemaakt worden binnen het klassieke repertoire vindt de commissie niet verrassend of prikkelend en het ensemble speelt ook weinig muziek van nieuwe componisten.

Club Classique richt zich volgens de commissie met zijn werkwijze op een groot publiek dat zich minder thuis voelt in de officiële concertzalen. Door in nieuwe omgevingen een ongedwongen sfeer te creëren en daarbinnen fragmenten van meesterwerken te spelen, is de programmering van het ensemble erg toegankelijk voor deze doelgroep. Hierdoor is de artistieke betekenis voor deze publieksgroep volgens de commissie groot. De voorstellingen van Club Classique spreken overigens ook reguliere concertbezoekers aan die zeer gesteld zijn op de aangename manier van presenteren en de spontane interactie waarderen die het ensemble met het publiek heeft. Verder vindt de commissie dat de aanvrager met succes een jonger publiek weet te bereiken door specifieke programma’s aan te bieden op (pop)festivals zoals Down The Rabbit Hole en Wonderfeel.

Naar de mening van de commissie gaat Club Classique in de komende periode verder met waar ze goed in zijn, maar blijft de artistieke ontwikkeling beperkt. De nadruk ligt op het voortzetten van een toegankelijke programmering waarbij het ensemble klassieke muziek op verschillende manieren koppelt aan overkoepelende thema’s en verhalen. De commissie ziet dat terug in programmaonderdelen zoals 4X4 en Classical Soundtracks die op verschillende locaties in de stad klassieke muziek, persoonlijke verhalen en uiteenlopende kunstvormen met elkaar in verband brengen. Muzikaal gezien is er volgens de commissie echter weinig reflectie op het repertoire dat gespeeld wordt en blijft het ensemble zich richten op populaire klassieke muziek die een groot publiek aanspreekt.


Belang voor de stad

De commissie beoordeelt het belang voor de stad als voldoende.
De verbinding die Club Classique met de stedelijke samenleving heeft is in de ogen van de commissie bescheiden, maar wel aanwezig in het plan. De aanvrager werkt niet samen met maatschappelijke organisaties in Amsterdam, maar verbindt zich wel met de bewoners van de stad door middel van buurtactiviteiten. Een voorbeeld daarvan is de serie Classical Karaoke waarin amateurmusici de kans krijgen om met de musici van Club Classique en het Koninklijk Concertgebouw te spelen in de wijk de Baarsjes.

De commissie vindt dat de activiteiten van Club Classique voldoende zijn verspreid over de stad. De helft van de concerten vindt plaats in de stadsdelen Centrum en Zuid en de rest is verdeeld over de overige stadsdelen. Voor de komende periode wil de aanvrager door middel van de reeks 4X4 programma’s presenteren in de Bethlehemkerk in Noord, Meneer de Wit in West en Hotel Arena in Oost.

Club Classique kiest voor het eigen accent Wereldstad en werkt het thema volgens de commissie summier uit. De aanvrager wil inhaken op de positie van Amsterdam als een bruisende stad waar iedereen welkom is en koppelt dat aan het programma Verhalen maken de Wereld waarin verhalen centraal staan van mensen die zich in Amsterdam hebben gevestigd. Op zich ziet de commissie de aansluiting hiervan bij het geheel van activiteiten van Club Classique. Bij het accent Wereldstad gaat het echter in de eerste plaats over internationale uitwisselingen of samenwerkingen en de commissie merkt op dat die niet voorkomen in het ondernemingsplan.


Uitvoerbaarheid

De commissie beoordeelt de uitvoerbaarheid als goed.
Het plan is volgens de commissie realistisch en uitvoerbaar op basis van de ervaring van de organisatie. Club Classique heeft bewezen met een bescheiden organisatie een grote programmering aan te kunnen en dat geeft vertrouwen voor de realisatie van de plannen in de komende vier jaar. Dat er ook sprake is van een kleine uitbreiding van de back office vindt de commissie een positieve ontwikkeling omdat de organisatie daarmee nog daadkrachtiger wordt. Verder zijn er geen grote veranderingen en bouwt het plan logisch en natuurlijk voort op de ontwikkeling van de organisatie.

De bedrijfsvoering is in de ogen van de commissie gezond, wat blijkt uit de goede reserves die Club Classique heeft opgebouwd en waarmee kleine financiële tegenslagen opgevangen kunnen worden. Het valt de commissie op dat het personeelsbestand erg klein is, maar desondanks veel resultaten behaalt. Het helpt daarbij dat de organisatie de steun heeft van een grote groep vrijwilligers, die een substantiële bijdrage leveren aan de producties. Hoewel de commissie voor de continuïteit ook risico’s ziet in de grote mate van afhankelijkheid van vrijwilligers, biedt hun stabiele inzet in de afgelopen periode voldoende vertrouwen dat de toekomstige plannen op deze wijze uitvoerbaar zijn.

De begroting is volgens de commissie realistisch in relatie tot de voorgenomen activiteiten. De publieksinkomsten verdubbelen de komende jaren. Gezien de populariteit en laagdrempeligheid van de programmering vindt de commissie dit een zinvol en naar verwachting haalbaar streven. Club Classique vraagt daarnaast structurele ondersteuning van het AFK en het Fonds Podiumkunsten (FPK). De commissie is van mening dat er daarmee sprake is van een goede en realistische financieringsmix. Tegenover de toename van de inkomsten staan kosten die verband houden met de lichte uitbreiding van de organisatie en een toename van de activiteitenkosten personeel en materieel. De commissie vindt de onderbouwing van deze meerkosten overtuigend. Ze meent bovendien dat de organisatie ervaren genoeg is om de koers bij te stellen indien er minder geld beschikbaar is.

Het marketingplan van Club Classique vindt de commissie degelijk. De aanvrager leunt op het gebied van marketing deels op de PR van de festivals waar Club Classique optreedt zoals Down The Rabbit Hole, het Grachtenfestival en Wonderfeel. De commissie vindt dat een efficiënte strategie die in de regel goed blijkt te werken voor de organisatie. De commissie vindt het echter riskant om nagenoeg de hele verantwoordelijkheid voor publieksbereik bij theater- en concertzalen te leggen wanneer Club Classique daar zijn producties brengt, omdat de aanvrager maar beperkt richting kan geven aan de publiciteitsuitingen van de podia. Volgens de commissie is het belangrijk dat Club Classique in nauwe samenspraak met het betreffende podium zijn eigen ingangen en inhoud benut om publiek te informeren en te verleiden. De commissie is wel positief over de media-aandacht die Club Classique genereert dankzij optredens in tv-programma’s zoals Podium Witteman en door de video’s van voorstellingen en evenementen die Club Classique post op social media.


Diversiteit en inclusie

De commissie beoordeelt de bijdrage aan diversiteit en inclusie als zwak.
De commissie vindt dat Club Classique een zeer beperkte bijdrage levert aan de culturele diversiteit van het aanbod. Het repertoire bestaat voornamelijk uit westerse klassieke muziek in verschillende verschijningsvormen. Bij sommige projecten werkt Club Classique wel samen met kunstenaars met een biculturele achtergrond, zoals Abdelkader Benali, maar het valt de commissie op dat de muzikale invulling van die voorstellingen westers blijft. Verder vermeldt het ondernemingsplan alleen een afgeronde samenwerking met de Turkse componist Fazil Say in het project Muziek & de Kosmos, maar voor de komende periode staan geen projecten met biculturele musici of componisten vermeld.

Uit het ondernemingsplan maakt de commissie op dat Club Classique denkt dat het door samenwerkingen met kunstenaars zoals Abdelkader Benali en Gershwin Bonevacia een cultureel divers publiek kan bereiken. De commissie ziet daarin wel kansen, maar merkt ook op dat de beoogde publieksgroepen daarmee niet vanzelf bereikt worden. Ze vindt het een te beperkte basis voor verandering in de samenstelling van het publiek, en mist daartoe in het plan samenwerkingen met bijvoorbeeld gespecialiseerde culturele instellingen en maatschappelijke organisaties, en gerichte marketinginspanningen. De commissie concludeert op basis van het plan dat het bereiken van een cultureel divers publiek nog niet voldoende prioriteit heeft binnen de organisatie.

De commissie maakt uit het plan op dat Club Classique de intentie heeft om in de komende periode te werken aan de culturele diversiteit binnen de organisatie, maar vindt dat de organisatie hier nog een slag heeft te slaan. Culturele diversiteit is in enige mate terug te zien in de kunstenaars en gasten met wie het ensemble samenwerkt. Verder hoopt de commissie dat met de aangekondigde komst van een nieuw bestuurslid dat een speciaal diversiteits- en inclusietraject gaat opzetten, de diversiteit binnen het personeelsbestand daadwerkelijk zal toenemen.


Conclusie

De commissie adviseert de aanvraag van Club Classique te honoreren met het gevraagde subsidiebedrag van € 40.000 per jaar. De commissie constateert dat er na beoordeling van alle aanvragen onvoldoende budget beschikbaar is om de aanvraag te honoreren.

De aanvraag is beoordeeld binnen de adviescommissie Muziek en Muziektheater.