Dancing on the Edge

Dans
Aangevraagd: € 67.500
Toegekend: € 67.500
Toegekend '17-'20: € 53.046

Inleiding

Dancing on the Edge is een festival en platform met als focus de podiumkunsten uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika (MENA-regio) en haar diaspora. Sinds 2007 faciliteert Dancing on the Edge artistieke uitwisseling met deze regio. Zij presenteert een tweejaarlijks festival in Amsterdam en enkele andere steden. Daarnaast ontplooit zij ook andere activiteiten zoals residenties, coproducties, training, cultuureducatie/participatieprojecten en programmering door het jaar heen. Daarmee wil de organisatie zowel bijdragen aan artistieke uitwisseling, versterking van het kunstveld ‘daar’ en ‘hier’ als aan het artistiek-maatschappelijke discours en debat in Nederland.

In de komende periode verzorgt Dancing on the Edge internationale residenties, beurzen voor aanstormend danstalent uit de MENA-regio in Amsterdam, Meet-the-Artist-programma’s, een open studioroute met work-in-progress, workshops en voorstellingen voor nog niet-gevestigd talent uit het Midden-Oosten, het Dancing on the Edge Lab, internationale coproducties, tournees en uitwisselingsprojecten en twee edities van het Dancing on the Edge Festival: een breed, actueel, multidisciplinair kunstenfestival met een focus op podiumkunsten. Door het jaar heen organiseert Dancing on the Edge een programma met nieuwe presentatievormen en makers. Dancing on the Edge biedt reflectie via onder andere het Online Magazine en onderzoek.

Dancing on the Edge ontvangt een vierjarige subsidie 2017-2020 binnen het Kunstenplan van € 53.046 per jaar (incl. indexatie 2020). 
Voor de periode 2021-2024 vraagt de organisatie bij het AFK een bijdrage van gemiddeld 
€ 67.500 per jaar in het kader van het Kunstenplan.


Artistiek belang

De commissie beoordeelt het artistiek belang als voldoende.
De artistieke signatuur van Dancing on the Edge wordt vooral bepaald door de unieke positie van het festival om werk te tonen uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika (MENA-regio) en haar diaspora. De commissie vindt dat Dancing on the Edge zich daarnaast onderscheidt doordat veel producties een actuele politieke lading hebben. Het plan geeft echter niet weer welke concrete artistieke criteria Dancing on the Edge aanhoudt bij het kiezen van de makers die op het festival te zien zijn. De aanvraag geeft geen overstijgende visie van de ontwikkeling van het theater uit deze regio, en hoe die zich verhoudt tot het Nederlandse veld of tot makers in Nederland. Omdat de artistieke invulling van de programmering voor de komende jaren nog niet concreet is, had de commissie graag inzicht willen hebben in de uitgangspunten voor de voorgenomen keuzes in de programmering. Nu het plan die niet beschrijft, is de commissie er niet van overtuigd dat de programmering prikkelend of onderscheidend zal zijn. Temeer daar er steeds meer Nederlandse festivals zijn die makers uit deze regio presenteren.

De artistieke betekenis voor het beoogd publiek van theaterbezoekers enerzijds en professionals anderzijds krijgt in de ogen van de commissie in de plannen minder de nadruk dan de meer maatschappelijke doelen zoals interculturele dialoog en het bouwen van een gemeenschap die de organisatie koppelt aan het presenteren van makers uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika. De artistieke betekenis voor het beoogde publiek ziet de commissie vooral in de ontmoeting die Dancing on the Edge tot stand weet te brengen tussen makers en publiek, met verdiepende programma’s waar participatie centraal staat en veel ruimte om met elkaar in gesprek te gaan. De programmering wordt opgehangen aan politiek-maatschappelijke thema’s, zoals in afgelopen periode ‘community’ over de dynamiek tussen individu en collectiviteit en voor de komende periode ‘untamed ideas and resilience’. Deze thema’s vindt de commissie extra inhoudelijke lading geven voor de bezoekers. Dancing on the Edge faciliteert in de programmering een betekenisvolle dialoog over cultuur uit de MENA-regio en de diaspora. Ook is er veel aandacht voor bewustwording van de eigen referenties en die van de ander, door de interculturele dialoog die in contextprogramma’s vorm krijgt. Het publiek kan zich hierdoor verdiepen in bijzonder podiumkunstaanbod waarbij actuele verhalen van de makers uitgangspunt vormen om te komen tot uitwisseling en reflectie. De commissie ziet Dancing on the Edge daarin als een inspirerend platform voor zowel makers als publiek. 
Voor het beoogde publiek van dansers, makers en andere professionals beschouwt de commissie de residenties, coproducties, trainingen en research van belang om culturele en artistieke perspectieven uit te wisselen, zowel lokaal als internationaal. De talentontwikkelingstrajecten vindt de commissie daarom goed passen bij het artistiek profiel van Dancing on the Edge. Dancing on the Edge beschrijft niet in hoeverre deze trajecten verdere doorgroei van de makers of meer verdieping mogelijk maken. Inzicht in wat Dancing on the Edge als platform voor talentontwikkeling voor de makers heeft opgeleverd, zou volgens de commissie nog meer zicht geven op de artistieke betekenis van deze trajecten voor de makers. 

Dancing on the Edge reflecteert in het plan helder op de artistieke ontwikkeling van de organisatie in de afgelopen jaren. In de werkwijze is een aantal veranderingen doorgevoerd zoals het werken met co-curatoren in plaats van een programmaraad, meer interdisciplinair programmeren, een grotere nadruk op participatie boven cultuureducatie en de ontwikkeling van een online magazine. Deze ontwikkelingen worden de komende periode verder verstevigd. De commissie waardeert dat Dancing on the Edge met de thematische werkwijze meer de diepte in wil dan de breedte. De samenwerking met co-curatoren vindt zij een goede keus als aanvulling op de expertise in de organisatie. 
Dancing on the Edge gaat vaker op locatie in de wijken werken. De plannen leggen daarom veel nadruk op publieksparticipatie en randprogrammering. De aanpak om meer verbinding teweeg te brengen en te streven naar toegankelijkheid vindt de commissie goed aansluiten bij de ontwikkeling van Dancing on the Edge. Het wordt de commissie echter niet duidelijk waar het festival en platform als geheel in artistieke zin heen bewegen en wat de grotere nadruk op participatie betekent voor de artistieke ontwikkeling van de programmering. De aanvraag gaat daarnaast niet in op het effect van alle plannen op de artistieke ontwikkeling van de medewerkers. 


Belang voor de stad

De commissie beoordeelt het belang voor de stad als zeer goed.
De verbinding van Dancing on the Edge met de stedelijke samenleving is zichtbaar door de vele samenwerkingen met maatschappelijke organisaties die de afgelopen jaren tot stand zijn gekomen en zijn uitgebouwd. Dancing on the Edge organiseert (participatie)activiteiten die resulteren in ontmoetingen tussen bewoners. Daarvoor is een toegankelijk aanbod van activiteiten ontwikkeld dat geschikt is voor jong en oud. Een goed voorbeeld zijn de Table Talks, waarbij het publiek actief betrokken wordt bij de inhoud van de gesprekken. Dancing on the Edge ziet voor zichzelf een brugfunctie in de verbinding tussen makers en publiek, om zo tot een gemeenschap te komen. Ze werkt samen met maatschappelijke organisaties zoals Grey Vibes voor ouderen, migranten en vluchtelingen via het Wereldhuis, Stichting de Vrolijkheid, Ondertussen, Selwa en OnFile, en buurthuizen zoals Huis van de Wijk de Meeuw. Participatie van bewoners vindt ook plaats onder de noemer Artivism, waarbij makers hun licht laten schijnen op kunst en activisme. De commissie constateert dat het Dancing on the Edge uitstekend lukt om met de talrijke samenwerkingspartners heel doelgericht groepen bewoners te bereiken met haar activiteiten. 

Dancing on the Edge draagt overtuigend bij aan de spreiding van het cultuuraanbod en publiek in de stad. Veel van de (presenterende) activiteiten en bezoeken vinden plaats in het Centrum, maar Dancing on the Edge organiseert ook projecten vanuit de eigen basis in West, evenals in Oost. Dancing on the Edge zet zich daarbij actief in om in verschillende buurten aansluiting te vinden en daar publiek te bereiken. Met de participatieprojecten richt ze zich nadrukkelijk op bezoekers in de stadsdelen die niet snel naar het theater gaan. Sleutelfiguren uit de stadsdelen en presentatieplekken zoals Tugela85, Podium Mozaïek en Mezrab zijn daarbij belangrijke partners om dit publiek te bereiken. 

Dancing on the Edge heeft gekozen voor het thema Wereldstad als eigen accent, wat de commissie passend vindt bij de internationale programmering, de residenties en de uitwisselingsprogramma’s met makers uit het MENA-gebied. Dancing on the Edge is ook actief op Europees niveau. In de programma’s is ruimte voor gesprek over en onderzoek naar gelaagdheid van culturele identiteit en daaraan gerelateerde onderwerpen. De commissie waardeert dat internationale uitwisseling bij Dancing on the Edge écht uitwisseling is en niet alleen 'brengen' of 'halen'. De organisatie toont een internationaal perspectief via de uiteenlopende, gelaagde verhalen. Dancing on the Edge geeft de ruimte aan een alternatieve (artistieke) dialoog. De aanvrager geeft volgens de commissie ook blijk van de sensitiviteit die nodig is om intercultureel te opereren. 


Uitvoerbaarheid

De commissie beoordeelt de uitvoerbaarheid als voldoende.
Het plan is in werkwijze en organisatie naar de mening van de commissie realistisch en uitvoerbaar. De commissie beschouwt Dancing on the Edge als een kleine organisatie met een competent kernteam. Uit de aanvraag spreekt een helder inzicht in de eigen capaciteiten. Dancing on the Edge wil de organisatie strategisch versterken en de formatie uitbreiden met een zakelijk leider, hetgeen de adviescommissie een logische keuze vindt. De commissie constateert dat Dancing on the Edge heeft laten zien dat zij de complexe internationale projecten kan uitvoeren, hiervoor het vakmanschap bezit en de juiste partners en stakeholders aan zich weet te binden. De commissie heeft het vertrouwen dat de uitvoering van het programma - met elke twee jaar het festival en daarnaast de doorlopende activiteiten - organisatorisch haalbaar is. 

De organisatie heeft een redelijk gezonde bedrijfsvoering, waarbij de commissie ook enkele risicofactoren aanmerkt. Dancing on the Edge werkt als een projectorganisatie. Alle medewerkers zijn freelancers. Dit maakt de organisatie volgens de commissie flexibel, maar geeft ook nadelen voor de continuïteit, al kan de organisatie wel bouwen op het feit dat het om een vaste poule freelancers gaat . Ook het beperkte eigen vermogen is een kwetsbare factor voor de organisatie. Dancing on the Edge opereert in een lastige niche omdat de financiële draagkracht van de partners in de MENA-regio doorgaans zeer beperkt is. Daardoor neemt Dancing on the Edge veel kosten op zich bij uitwisselingen en coproducties. Dancing on the Edge is zich bewust van de risico's en heeft ervaring in het opvangen van financiële tegenvallers. Tot nu toe lukt het goed om door de jaren heen inkomsten uit verschillende bronnen te genereren. Bovendien heeft de organisatie meerdere partners die al langere tijd investeren, zoals Stadsschouwburg Utrecht, Het Huis en Theater Rotterdam. De commissie is positief over het draagvlak bij de Nederlandse samenwerkingspartners, die financieel mede risico willen dragen voor onder andere het internationale residentieprogramma. 

De totale begroting is bescheiden. De kosten vindt de commissie niet erg realistisch en passend bij de hoeveelheid geplande activiteiten in de komende jaren. Dancing on the Edge beargumenteert helder dat de stijging in de personeelskosten noodzakelijk is om ook in de niet-festivaljaren door te kunnen werken en het personeel fair te betalen. De organisatie is gewend om veel te doen met relatief weinig geld. Maar de commissie ziet de beschreven ambities en de beoogde professionaliseringsslag niet evenredig terug in de begroting. Ook de kosten die voor onderzoek staan genoteerd lijken erg bescheiden. Er is wel een goede financieringsmix met publieksinkomsten, private en publieke middelen. De commissie ziet dat Dancing on the Edge afhankelijk is van een grote hoeveelheid fondsen. Omdat de verwachte inkomsten daaruit gebaseerd zijn op eerder behaalde resultaten, gaat de commissie ervan uit dat de resultaten uit fondsenwerving ook haalbaar zijn voor de komende jaren. 

Het marketingplan is realistisch en passend om het beoogde publiek te bereiken, maar de uitwerking had naar de mening van de commissie sterker gekund. Dancing on the Edge beschrijft met haar vier Unique Selling Points helder waar de organisatie voor staat en wat ze wil bereiken. Ook de doelgroepen zijn duidelijk gespecificeerd. Dancing on the Edge onderscheidt publieksdoelgroepen en professionele bezoekers die op de programmering afkomen. Voor de benadering van de publieksdoelgroepen is een strategie beschreven, die onder andere leunt op intermediairs. De aanpak voor ‘Community building’ vergt volgens de commissie dat er continu met de volgers contact gehouden wordt. Dat acht zij vrij arbeidsintensief en geen gemakkelijke opgave voor een festivalorganisatie die niet het hele jaar door op sterkte is. 
De strategie om zowel professionals als bezoekers te bereiken vindt de commissie niet overtuigend per doelgroep uitgewerkt. Dancing on the Edge wil gaan werken met ‘unieke content’, onder andere in het online magazine, maar niet duidelijk wordt wat die content inhoudt. 
Met het beperkte beschikbare marketingbudget lijkt het de commissie noodzakelijk om scherpere keuzes voor een doelgerichte marketingaanpak voor zowel professionals als bezoekers te maken.


Diversiteit en inclusie

De commissie beoordeelt de bijdrage aan diversiteit en inclusie als goed. 
Dancing on the Edge is cultureel divers in haar aanbod vanwege de focus op makers met roots in de MENA-regio waarvan het werk wordt gepresenteerd. Dancing on the Edge is bovendien actief in het faciliteren van gesprekken en ontmoeting tussen verschillende (culturele) groepen. De programmering agendeert thema’s die gekoppeld zijn of voortkomen uit de (culturele) achtergrond van de makers. Het aanbod wordt gecreëerd vanuit inhoudelijke gelaagdheid, zonder stereotypen. Dancing on the Edge draagt hiermee in artistieke zin bij aan de culturele diversiteit van het Amsterdamse cultuuraanbod.

De plannen dragen bij aan het bereiken van een cultureel divers samengesteld publiek in de stad. Dancing on the Edge heeft verschillende werkwijzen om dit publiek te bereiken. Er wordt veel samengewerkt met sleutelfiguren en organisaties die hierbij ondersteunen en die al een cultureel diverse achterban hebben zoals Mezrab, Podium Mozaïek, vluchtelingenorganisaties en buurthuizen. Dancing on the Edge is alert op cultuursensitieve communicatie, organiseert participatieprojecten en doet mee aan acties zoals Geef een Toegift om nieuw cultureel divers publiek te bereiken. Deze strategieën hebben zich in de ogen van de commissie deels al bewezen. Dancing on the Edge bouwt hierop voort en streeft ook naar overlap tussen verschillende doelgroepen. 

Dancing on the Edge heeft momenteel een cultureel divers samengesteld kernteam, maar het bestuur is niet cultureel divers. Gezien de focus van het festival op de MENA-regio, vindt de commissie het opmerkelijk dat hiervan geen vertegenwoordiging in het bestuur te zien is. Er is echter wel een overtuigend plan om de diversiteit van het personeelsbestand en het bestuur te vergroten. De personele samenstelling krijgt namelijk permanent aandacht door specifieke wervingsstrategieën te gebruiken, aangevuld met interculturele training en open communicatie naar makers toe. Medewerkers in alle lagen van de organisatie worden begeleid op cultuursensitiviteit. Voor de komende periode wil Dancing on the Edge het team aanvullen met mensen met een andere cultureel diverse achtergrond dan het Midden-Oosten en Noord-Afrika, en wil ze twee nieuwe bestuursleden met een cultureel diverse achtergrond aanstellen. Daartoe moeten nog stappen worden gezet.


Conclusie

De commissie adviseert de aanvraag van Dancing On The Edge te honoreren met het gevraagde subsidiebedrag van € 67.500 per jaar.

De aanvraag is beoordeeld binnen de adviescommissie Dans.
Daarbij is mede gebruik gemaakt van een co-advies van de adviescommissie Theater.

Adviseur Hildegard Draaijer heeft niet deelgenomen aan de beraadslaging.