Danstheater AYA

Dans
Aangevraagd: € 210.000
Toegekend: € 0
Toegekend '17-'20: € 169.747

Inleiding

Danstheater AYA (hierna ook: AYA) maakt naar eigen zeggen danstheatervoorstellingen voor een jong, breed en divers publiek. De dans is volgens Danstheater AYA een mix van diverse urban stijlen. De verhalen zijn vaak geïnspireerd op een niet-westerse canon en muziek is een belangrijke factor. De dansers op het podium hebben zeer uiteenlopende culturele achtergronden, net als het jonge publiek in de zaal. De voorstellingen zijn multidisciplinair en interactief. In het huidige Kunstenplan koos AYA voor vernieuwing en artistieke dialoog. In verschillende coproducties werd samengewerkt met andere makers en gezelschappen. 

In de periode 2021-2024 wil Danstheater AYA een volgende stap zetten: de uitwisseling van de kennis en ervaring van artistiek leider Wies Bloemen met een nieuwe generatie. AYA bindt twee huischoreografen aan zich: Ryan Djojokarso en Anne Suurendonk. Naast Bloemen zullen zij nieuwe producties maken, waardoor het aanbod diverser wordt. AYA wil het publiek verbreden door ook voorstellingen voor kinderen en peuters een plaats te geven. De leeftijdsgroepen die bediend worden lopen daardoor van drie tot achttien jaar. AYA schrijft zich ook in voor een plaats in de landelijke culturele basisinfrastructuur. De nieuwe generatie huischoreografen wordt voorbereid op het artistiek leiderschap bij AYA vanaf 2025. 

Danstheater AYA ontvangt een vierjarige subsidie 2017-2020 binnen het Kunstenplan per jaar van € 169.747 (incl. indexatie 2020). 
Voor de periode 2021-2024 vraagt de organisatie bij het AFK een bijdrage van gemiddeld 
€ 210.000 per jaar in het kader van het Kunstenplan.


Artistiek belang

De commissie beoordeelt het artistiek belang als voldoende.
De commissie vindt dat AYA in beginsel een herkenbare artistieke signatuur heeft. De danstaal is volgens de commissie een mix van hedendaagse dans met breakdance, streetdance en andere urban disciplines waaronder spoken word. Deze vorm combineert AYA met onderwerpen als pesten, opkomen voor jezelf, onderdrukking en de liefde, waarbij de performers de thema’s vertalen in groot getoonde emoties. AYA werkt daarbij met een cast van academische en selfmade performers.
De artistieke eigenheid van de plannen voor komende periode vindt de commissie echter nog niet zo overtuigend. Door de samenwerking met uiteenlopende coproducenten in de afgelopen jaren werd de signatuur in de ogen van de commissie minder consistent. Het ontbrak soms aan heldere regiekeuzes, goede teksten en een duidelijke vertaling van vorm naar inhoud. In de nieuwe plannen is het niet duidelijk wat het handschrift van AYA zal worden. Wies Bloemen gaat de artistieke leiding overdragen aan de nieuwe ‘huischoreografen’ Ryan Djojokarso en Anne Suurendonk. Hun artistieke signatuur is nog in ontwikkeling en hun werk kenmerkt zich volgens de commissie door een hoge mate van abstractie en muzikaliteit in tegenstelling tot het werk van Bloemen. De komende periode zullen alle drie de makers voorstellingen uitbrengen. De vraag rijst of met de artistieke input van de nieuwe choreografen het artistiek DNA van AYA wordt voortgezet of juist verandert, en in dat laatste geval wat dat oplevert. De commissie erkent de kwaliteit van Bloemen als talentontwikkelaar maar mist een heldere artistieke visie op de overdracht van haar kwaliteiten en doorvertaling daarvan naar de nieuw voorgenomen activiteiten van de organisatie.

De commissie vindt dat AYA werkt vanuit een duidelijke missie om haar jonge doelgroep een artistieke betekenis mee te willen geven in de boodschap die het werk wil communiceren. Bloemen wil het onderbuikgevoel raken van de (jonge) kijkers en hen meenemen in een wereld waarin zij zichzelf herkennen. De voorstellingen zijn naar het oordeel van de commissie uitdagend door de thematiek en de interactie tussen spelers en publiek. AYA maakt jongeren bewust van de omringende wereld en wat daarin speelt. De voorstellingen in de klas brengen daarnaast dans en de dansers dicht bij hen. De performers zijn daarbij ook rolmodellen op het podium, wat in de ogen van de commissie goed werkt. De commissie mist in de beschrijving van de voorstellingen voor komende periode echter gelaagdheid, waardoor de boodschap door de nadrukkelijkheid belerend kan overkomen en daardoor aan impact voor het publiek in kan boeten. Wat de artistieke betekenis zal zijn van het te creëren werk van de nieuwe makers kan de commissie op basis van het plan nog lastig beoordelen. 

AYA zet volgens de commissie voor de komende periode duidelijk in op artistieke ontwikkeling. Wies Bloemen gaat de komende periode haar ervaring in de podiumkunsten overdragen aan een nieuwe generatie. AYA heeft altijd veel aan talentontwikkeling gedaan, vooral in het begeleiden van performers. Daar wordt nu op voortgebouwd. Vanaf 2021 ligt de nadruk op de talentontwikkeling en coaching van de beoogde opvolgers. Ryan Djojokarso gaat zich vooral richten op een jongere doelgroep en Anne Suurendonk meer op jongeren. Met gastchoreografe Honey Eavis gaat AYA een productie voor peuters maken. Het werk van Eavis is direct en verhalend waarbij urban dans leidend is, en past daarmee binnen de artistieke ontwikkeling van AYA. Positief vindt de commissie dat scholing en ontwikkelmogelijkheden voor personeel een vaste waarde zijn in het beleid van AYA. In hoeverre er ruimte is voor het ontwikkelen van een eigen artistieke visie en lijn van de nieuwe huischoreografen wordt echter niet duidelijk uit de plannen.


Belang voor de stad

De commissie beoordeelt het belang voor de stad als voldoende. 
AYA verbindt zich inhoudelijk met sterk maatschappelijke thema’s die leven bij jonge mensen in de stad en daarbuiten. AYA kiest die thema’s om een jong publiek wakker te schudden en om ze bewust te laten nadenken over wat ze zien in de voorstelling. AYA heeft door jarenlange ervaring een groot netwerk onder de Amsterdamse scholen, waardoor ze in staat is om zeer veel scholieren te bereiken. Door het uitgebreide educatieprogramma en de activiteiten op het gebied van talentontwikkeling wordt daarbij op overtuigende wijze inhoudelijk verbinding gezocht. De commissie is van mening dat AYA daarmee verankerd is in de stad, al rust die verankering vooral op het educatieve netwerk en de jonge bezoekers van de voorstellingen, en niet zozeer op andere maatschappelijke partners of bewoners van de stad. 

De commissie vindt dat AYA een sterke bijdrage levert aan de spreiding van het cultuuraanbod en publiek. AYA is actief in alle stadsdelen, waarvan het merendeel van de activiteiten in Amsterdam buiten het Centrum en Zuid plaats vindt. AYA speelt vrije voorstellingen en schoolvoorstellingen op uiteenlopende podia in de stad waaronder Meervaart Theater, Dansmakers aan het IJ, het Bijlmer Parktheater en CC Amstel. Hierdoor wordt verspreid over de stad publiek bereikt. 

AYA heeft gekozen voor het thema Leefbare stad als eigen accent. Een overtuigende verdiepende visie of uitwerking van het thema in het plan ontbreekt echter. AYA geeft in het plan aan dat zij door de thematiek in de voorstellingen taboes bespreekbaar maakt. De activiteiten en workshops op scholen dagen jongeren uit om een mening te vormen en om met elkaar in gesprek of in discussie te gaan. Door de hoeveelheid en de grote diversiteit aan jongeren die AYA via de scholen en voorstellingen bereikt ziet de commissie indirect een bijdrage aan de leefbaarheid van de stad. Ze merkt wel op dat dit eerder een afgeleide is van de voorstellingen en educatieactiviteiten voor de jonge bezoekers waar het gezelschap zich op  richt, dan een directe relatie met de kwaliteit en aantrekkelijkheid van de leefomgeving voor bewoners. 


Uitvoerbaarheid

De commissie beoordeelt de uitvoerbaarheid als voldoende.
De historie van AYA en de professionele bezetting met vaste medewerkers en een vakkundig productieteam geven voor de commissie het vertrouwen dat de meeste plannen productioneel kunnen worden uitgevoerd. Over het realisme van de nieuwe opgaven die AYA zich stelt heeft de commissie een aantal kanttekeningen. Er staan voor de komende periode veel producties gepland waaronder vier coproducties, met zeer uiteenlopende partners. De commissie ziet een risico in het realiseren van een constant kwaliteitsniveau met deze wisselende partners, temeer omdat de commissie geen inzicht krijgt in de artistieke verantwoordelijkheden en ze de voorstellingen in afgelopen periode van wisselende artistieke kwaliteit vond. AYA heeft daarnaast de ambitie om de doelgroep te verjongen en publiek tussen drie en achttien jaar te bedienen. AYA zal voor de jongere doelgroep ook een nieuw afzetgebied moeten veroveren richting theaters, hetgeen tijd en investering vraagt. Naast dat AYA aangeeft dit samen met Frontaal Theaterbureau en de educatiemedewerkers van de theaters te doen, wordt op de werkwijze hiervoor niet gereflecteerd. De commissie vindt daarmee het realisme van het bereiken van de jongere doelgroep en de coaching activiteiten nog niet overtuigend.

De commissie vindt dat er sprake is van een gezonde bedrijfsvoering waarmee de beoogde plannen kunnen worden uitgevoerd en de organisatie effectief kan functioneren. De organisatie staat er financieel goed voor. Externe risico’s zijn beschreven en voldoende afgedekt, al had de commissie graag meer inzicht willen hebben in de prioritering van activiteiten als het relatief grote aandeel publieke subsidies onverhoopt niet wordt behaald.  

De begroting is naar het oordeel van de commissie realistisch en passend bij de plannen. De uitvoerige toelichting op de begroting is helder. De kosten passen bij de voorgenomen activiteiten en aard en omvang van de organisatie, er is realistisch en enigszins voorzichtig begroot. In de meerjarenbegroting wordt iedereen cao-conform betaald, wat één van de redenen is dat de begroting hoger is dan voorheen. Daarnaast worden er extra mensen aangesteld (zoals de twee huischoreografen), groeit het onderdeel cultuureducatie, en is er budget voor scholing. Deze investeringen zijn duidelijk herleidbaar uit de begroting en vindt de commissie passende kostenposten. Aan de inkomstenkant ziet de commissie dat AYA goede publieksinkomsten haalt, maar er ook verlies aan inkomsten is ingecalculeerd als gevolg van de lagere uitkoopsommen bij het spelen voor kinderen en peuters. Dat vindt de commissie realistisch. 
De financieringsmix is volgens de commissie gezond en passend met - naast de publieksinkomsten - bijdragen van private fondsen, de coproductiebijdragen en publieke middelen. Op de beleidspunten vernieuwing, educatie, participatie en maatschappelijke impact is het AYA in de afgelopen periode gelukt om private inkomsten te werven, wat de commissie een mooie prestatie vindt die ook vertrouwen geeft voor komende periode.

Het marketingplan beoordeelt de commissie als realistisch en passend om het beoogde publiek te bereiken. Het grootste deel van het aanbod wordt gespeeld voor scholen, die de voorstellingen doorgaans in een theater bezoeken. Dit is de grootste afzetmarkt voor AYA en uit het marketingplan blijkt dat er daarom veel tijd en aandacht wordt besteed aan de relaties met scholen. AYA heeft daarin een eigen netwerk opgebouwd. Daarnaast wordt voor de bemiddeling intensief samengewerkt met Frontaal Theaterbureau en de komende jaren ook met Mocca, hetgeen passende partners zijn met ervaring met scholen en de doelgroep. Het marketingplan en educatie-aanbod zijn goed op elkaar afgestemd en worden uitgevoerd door een educatief medewerker en een marketingmedewerker. De vele workshops en nagesprekken en de lespakketten zijn een gewild verlengstuk van de voorstellingen en daarmee indirect ook effectieve marketingmiddelen. Door dit totaalpakket is het werk voor veel afnemers interessant. 
AYA maakt gebruik van de verkoop door Frontaal Theaterbureau voor de voorstellingen, maar daarmee communiceert AYA nog niet direct met de doelgroep jongeren. De beschreven marketingstrategie voor het bereiken van jongeren volstaat volgens de commissie niet. Voor de ondersteuning van de vrije voorstellingen gebruikt AYA een weinig onderscheidende marketingstrategie. Deze wordt uitgevoerd met vrij reguliere middelen, als drukwerk en mailings naar oud-bezoekers en online media, waar AYA volgens de commissie nog een beperkte en weinig specifiek op deze doelgroep gerichte zichtbaarheid heeft. De commissie mist een voor deze doelgroep meer aansprekende aanpak op maat.  


Diversiteit en inclusie

De commissie beoordeelt de bijdrage aan diversiteit en inclusie als voldoende. 
AYA levert naar het oordeel van de commissie een bijdrage aan de culturele diversiteit van het cultuuraanbod. Het is in de ogen van de commissie een wezenlijk onderdeel van de visie en missie van AYA en dit is onder meer terug te zien in de thematiek van de voorstellingen en de cast. Ook in de nieuwe plannen zijn makers betrokken met verschillende culturele achtergronden, zoals huischoreograaf Ryan Djojokarso, componist Kaveh Vares en gastchoreografe Honey Eavis. Bij AYA spelen daarnaast de persoonlijke verhalen van de performers een wezenlijke rol in de voorstelling. Zij fungeren volgens de commissie ook als rolmodellen voor het publiek. De diversiteit van de samenleving is zichtbaar op het podium, maar is ook vaak onderwerp van gesprek na de voorstellingen. 

AYA levert volgens de commissie een bijdrage aan de culturele diversiteit van publiek. AYA bereikt een cultureel divers samengesteld publiek voornamelijk door te spelen op scholen, met de voor Amsterdam kenmerkende diverse leerlingenpopulaties. Met name voor de vrije voorstellingen ontbreekt een meer concrete en onderbouwde keuze voor cultureel diverse publieksgroepen en een effectief plan voor het bereiken daarvan, met name voor de vrije voorstellingen. AYA draagt wel bij aan het vormen van een kritisch jong publiek dat zijn mening weet te verwoorden en aan het denken wordt gezet over de multiculturele samenleving. 

De visie op het diversiteitsbeleid binnen de organisatie is niet specifiek beschreven. 
Er wordt gerefereerd aan de culturele achtergrond van een aantal nieuwe makers waarmee AYA gaat werken, de huidige diverse samenstelling van het personeel op kantoor en in het bestuur. Bij eventuele opvolging wordt bij gelijke kwalificaties prioriteit gegeven aan een kandidaat met een niet-westerse achtergrond. Dat vindt de commissie positief, maar van belang is dat er ook een visie en een overtuigend plan is om de diversiteit binnen de organisatie te blijven ontwikkelen en te behouden.


Conclusie

De commissie adviseert de aanvraag van Danstheater AYA te honoreren met het gevraagde subsidiebedrag van € 210.000 per jaar.  
De commissie constateert dat er na beoordeling van alle aanvragen onvoldoende budget beschikbaar is om de aanvraag te honoreren.

De aanvraag is beoordeeld binnen de adviescommissie Dans.