De Nieuwe Kerk

Erfgoed
Aangevraagd: € 100.000
Toegekend: € 0
Toegekend '17-'20: € 0

Inleiding

De Nationale Stichting De Nieuwe Kerk (hierna: De Nieuwe Kerk) realiseert in de monumentale kerk een naar eigen zeggen laagdrempelige culturele programmering met een idealistische signatuur. De organisatie beschouwt de locatie als de essentie van haar activiteiten. Zij ziet de kerk als nationale culturele ontmoetingsplaats, waar culturen elkaar treffen. Behalve het organiseren van tentoonstellingen, concerten, lezingen, debatten en educatie, behoren ook het beheer, de instandhouding en de toegankelijkheid van de kerk als cultureel erfgoed tot de kerntaken van de organisatie.
In de periode 2021-2024 handhaaft De Nieuwe Kerk de bestaande programmeringscyclus. Een grote Wintertentoonstelling, aansluitend de vertoning van een enkel Meesterwerk, gevolgd door de World Press Photo tentoonstelling en in de zomer de Reis in de tijd, waarin het verhaal van de kerk, haar geschiedenis en (koninklijke) functie centraal staat. De Wintertentoonstellingen laten de veranderingen in Nederland zien in de eeuw van Juliana, vertellen verhalen over respectievelijk Indonesië en Joods Amsterdam en belichten Muhammad Ali als icoon van sportiviteit, islam en mensenrechten. Voor de serie Meesterwerk wordt onder andere een werk van Titiaan uit de Vaticaanse musea verwacht en een werk van Marina Abramović getoond. 
De grote tentoonstellingen gaan volgens de Nieuwe Kerk altijd vergezeld van educatieve activiteiten en producten. De Nieuwe Kerk maakt educatief lesmateriaal en ontvangt scholen in groepsverband. De stichting kiest er bewust voor om niet de wijken in te gaan, omdat zij dat voor tijdelijke projecten niet mogelijk acht en omdat ze de totaalbeleving in de kerk onvervangbaar vindt. Nieuw is het initiatief voor de reizende tentoonstelling Restauratie in de Etalage. Daarin vraagt De Nieuwe Kerk samen met diverse partners aandacht voor restauratieambachten om leerlingen voor mbo-opleidingen te enthousiasmeren op het gebied van ambachten en restauratie.

Nationale Stichting De Nieuwe Kerk ontvangt geen meerjarige subsidie binnen het Kunstenplan 2017-2020. 
Voor de periode 2021-2024 vraagt de organisatie een bijdrage aan van gemiddeld € 100.000 euro per jaar in het kader van het Kunstenplan.


Artistiek belang

De commissie beoordeelt het artistiek belang als goed.
De titel van het ondernemingsplan - Hedendaagse programmering in een eeuwenoud monument - geeft volgens de commissie zowel de artistieke eigenheid van De Nieuwe Kerk weer als het spanningsveld waarbinnen de organisatie opereert. Enerzijds toont de organisatie de monumentale kerk met zijn historische, religieuze en staatkundige betekenis. Anderzijds staat zij voor de uitdaging om in, en met respect voor, dat iconische gebouw een prikkelende en herkenbare artistieke programmering te verzorgen. De commissie vindt dat De Nieuwe Kerk aan die tweeledige aard een uitgebalanceerde invulling geeft. De organisatie gebruikt de kerk als meer dan een kunsthal. Zij kiest ervoor het gebouw te laten fungeren als ontmoetingsplaats waar verschillende culturen elkaar treffen zodat ze elkaar beter gaan begrijpen. De organisatie is sinds 2017 bezig met een transitie naar een meer laagdrempelige, voor een breed en cultureel divers publiek toegankelijke programmering die ruimtelijk en inhoudelijk goed samengaat met de kerk waarin deze plaatsvindt. De commissie stelt vast dat de organisatie die koers voortzet in de komende periode en deze verder versterkt door steeds meer in cocreatie te werken, zodat er meer en diepgaandere interactie tussen met de samenleving ontstaat. De commissie vindt dat De Nieuwe Kerk door deze heldere koers en de consequente uitwerking daarvan een eigen, herkenbare artistieke signatuur laat zien. Die signatuur is volgens de commissie met name terug te zien in de ideeënrijke programmering van de grote Wintertentoonstellingen, die steeds gericht zijn op wisselende gemeenschappen in combinatie met maatschappelijk relevante en actuele onderwerpen. De geplande Wintertentoonstellingen besteden aandacht aan de islamitische, Indische en Joodse gemeenschap en cultuur. Op deze manier wil De Nieuwe Kerk bezoekers uit cultureel diverse groepen trekken en de kennis van alle bezoekers over deze culturen verrijken. De commissie vindt dat die opzet in 2017-2020 goed is uitgepakt en verwacht dat ook voor de komende periode. De jaarlijks terugkerende tentoonstelling in samenwerking met World Press Photo voegt volgens de commissie in zin minder toe aan de artistieke eigenheid dan de rest van de programmering. Het is duidelijk, en in de ogen van de commissie acceptabel, dat deze activiteit primair een zakelijk belang dient. De serie Meesterwerk daarentegen is volgens de commissie een sterke artistieke formule, waarbij de meesterwerken en de kerk een bezielende en soms prikkelende interactie aangaan. Werken van Titiaan en Abramović lenen zich hier goed voor. Positief is de commissie ook over de programmering in de zomerperiode onder het motto History & Royalty. Die past goed binnen de artistieke signatuur van De Nieuwe Kerk, omdat het programma de monumentale kerk en zijn bouwkundige en gebruiksgeschiedenis centraal zet en de komende jaren gepaard gaat met het openstellen van nog meer historische ruimtes voor het publiek. 

In de artistieke visie van De Nieuwe Kerk is een centrale plek ingeruimd voor de impact op het publiek. De organisatie doet per project uitvoerig vooronderzoek, ook naar de behoeften en culturele interesses van de doelgroepen. De Nieuwe Kerk wil dat brede groepen worden aangesproken door de programmering en dat de activiteiten bijdragen aan ontmoeting en begrip. De commissie constateert dat de werkwijze van de organisatie, met name voor de Wintertentoonstellingen, daar steeds meer op toegesneden is. De Nieuwe Kerk is van plan voor de grote Indonesië-tentoonstelling samen te werken met maatschappelijke partijen die inhoudelijk veel bij te dragen hebben en nauw verbonden zijn aan de doelgroep van de Indische en Indonesische gemeenschap. Daardoor verwacht de commissie dat de programmering van artistieke betekenis zal zijn voor het beoogde publiek. Met de Grote Suriname-tentoonstelling heeft De Nieuwe Kerk laten zien hoeveel impact deze werkwijze kan hebben. De tentoonstelling was de best bezochte expositie van de kerk ooit en ook de randprogrammering werd enthousiast onthaald. De commissie merkt wel op dat de tentoonstelling zich op het gebied van de politiek gevoelige actualiteit van Suriname op de vlakte hield. Gezien de ambitie van De Nieuwe Kerk om actueel en maatschappelijk relevant te programmeren en aan te sluiten op wat het beoogde publiek bezighoudt, vindt de commissie dat de organisatie gevoeligheden en discussies niet uit de weg moet gaan. 

De Nieuwe Kerk is met het vorige beleidsplan weloverwogen een nieuwe artistiek inhoudelijke richting in geslagen. De organisatie reflecteert in haar ondernemingsplan op de transitie waarin zij zich bevindt en blijft bevinden: de stad verandert en de kerk verandert mee. Vanuit deze benadering heeft De Nieuwe Kerk zich volgens de commissie de afgelopen jaren ontwikkeld tot een artistieke aanjager en partner in interessante en productieve cocreaties die voor vele stadgenoten en ook dagjesmensen uitnodigend en verrassend zijn. De organisatie van De Nieuwe Kerk speelt in toenemende mate een faciliterende en coördinerende rol en geeft nieuwe makers uit verschillende culturen kansen om zich artistiek te ontwikkelen en hun verhalen te vertellen aan een groot publiek. De commissie verwacht op basis van het ondernemingsplan dat de organisatie zich de komende jaren verder zal ontwikkelen in deze rol.


Belang voor de stad

De commissie beoordeelt het belang voor de stad als voldoende.
De manier waarop De Nieuwe Kerk te werk gaat, steeds meer in cocreatie met veel culturele en maatschappelijke partners, laat volgens de commissie zien dat De Nieuwe Kerk de verbinding met de stedelijke samenleving wil aangaan. Met de keuze voor een gedeeltelijk meer maatschappelijke en op de actualiteit gerichte programmering adresseert De Nieuwe Kerk onderwerpen die mensen in de stad bezighouden. Amsterdam is een stad van vele culturen, met een koloniaal verleden dat het heden van de stad als totaal en van individuele inwoners nog steeds beïnvloedt. Daar speelt De Nieuwe Kerk volgens de commissie goed op in, met name met de geplande Wintertentoonstellingen over Indonesië, Joods Amsterdam en Muhammad Ali. De commissie stelt wel vast dat deze tentoonstellingen slechts een kwart van de programmering uitmaken. Daarom is zij niet onverdeeld positief over de verbinding van De Nieuwe Kerk met de stedelijke samenleving, al waardeert zij het dat de organisatie het wijkteam huisvesting biedt en meehelpt om de steegjes rond de kerk te vergroenen. 

De commissie constateert dat het ondernemingsplan van De Nieuwe Kerk niet bijdraagt aan de stedelijke spreiding van het cultuuraanbod. De organisatie kiest ervoor om alle activiteiten in de kerk te laten plaatsvinden. De organisatie beargumenteert dat door te stellen dat de locatie de essentie is van wat zij doet. Ook het educatieprogramma veronderstelt dat scholen naar de kerk toekomen, al is het lesmateriaal bij de tentoonstellingen online beschikbaar en ook los van en na afloop van de tentoonstellingen te gebruiken. Anders dan het ondernemingsplan vermeldt, blijkt uit de bestuursverslagen over 2017 en 2018 dat het beoogde aantal van 5.000 leerlingen niet gehaald is. De commissie vraagt zich af of de locatie daarbij een rol speelt. De organisatie reflecteert echter niet op de tegenvallende resultaten van het educatieprogramma. Het ondernemingsplan vermeldt wel de ambitie om rondom de Indonesië-tentoonstelling 10.000 leerlingen te bereiken, maar het plan beschrijft niet hoe men dat denkt te bewerkstelligen. 

De Nieuwe Kerk wil met haar programmering een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van Amsterdam als Wereldstad. De commissie vindt het plan op dat punt passend en overtuigend. De Nieuwe Kerk manifesteert zich met een deel van de voorgenomen programmering daadwerkelijk als ontmoetingsplaats van culturen. De organisatie werkt internationaal samen en zoekt actief de verbinding met bij de tentoonstellingen passende migrantengroepen en hun herkomstlanden. 


Uitvoerbaarheid 

De commissie beoordeelt de uitvoerbaarheid als goed.
De voorgenomen programmering is in grootte en complexiteit vergelijkbaar met de tentoonstellingen en activiteiten die De Nieuwe Kerk in de afgelopen jaren heeft georganiseerd. De organisatie laat jaar na jaar zien dat zij een dergelijke programmering aan kan en zet deze naar het oordeel van de commissie op alle vlakken - artistiek, zakelijk en productioneel - met vakmanschap neer. Met een relatief kleine vaste bezetting wordt veel werk verzet en de organisatie kan makkelijk op- en afschalen al naar gelang de behoefte. Met de nieuwe koers die vanaf 2017 is ingezet, is de rol van de organisatie veranderd omdat zij veel meer in cocreatie is gaan werken. De resultaten tot dusver tonen aan dat De Nieuwe Kerk die rol en werkwijze goed aankan. De commissie vindt het ondernemingsplan zeer realistisch en verwacht dat De Nieuwe Kerk zonder meer in staat is om dat uit te voeren.

De organisatie heeft volgens de commissie een zeer gezonde bedrijfsvoering die een stevige basis geeft om zowel de beoogde voornemens ten uitvoer te brengen als de organisatie op langere termijn effectief te laten functioneren. De Nieuwe Kerk slaagt er structureel in meer middelen uit de markt te halen dan de meeste erfgoedinstellingen. De bedrijfsvoering wordt in de aanvraag goed toegelicht. Ook laat De Nieuwe Kerk duidelijk zien met welke risico’s men te maken heeft en hoe daarmee wordt omgegaan. De organisatie beschikt over een aanzienlijk eigen vermogen. Ook de liquiditeitspositie is buitengewoon goed; het museum is ruimschoots in staat aan alle betalingsverplichtingen te voldoen. Zelf geeft De Nieuwe Kerk aan dat het weerstandsvermogen lager is dan de Museumvereniging adviseert. Navraag door de commissie leert dat de Museumvereniging op dit gebied geen norm hanteert, maar het verstandig acht dat een museum bij totale sluiting in staat is om een jaar lang de vaste personeelskosten te kunnen betalen vermits eventuele subsidies doorlopen. De commissie stelt vast dat het weerstandsvermogen van De Nieuwe Kerk zo bezien toereikend is.

De commissie beoordeelt de meerjarenbegroting die De Nieuwe Kerk heeft aangeleverd over het algemeen als realistisch en passend bij de plannen. De verwachte bescheiden stijging van zowel beheers- als activiteitenlasten wordt vooral gedekt door een toename van de publieksinkomsten. De commissie vindt de inschattingen van bezoekersaantallen en de daaraan gekoppelde begrote inkomsten plausibel. De organisatie heeft een goede financieringsmix met verschillende bronnen van inkomsten, zodat risico’s worden gespreid. 
De Nieuwe Kerk is in de ogen van de commissie te pessimistisch over toekomstige sponsorinkomsten. Om onzekerheid inzake de sponsorinkomsten op te vangen, vraagt de kerk om een structurele bijdrage van het AFK. De organisatie geeft aan dat een sponsorcontract is gestopt in 2019 en dat voortzetting van de afspraken met een andere sponsor na 2020 onzeker is. Voor veruit het grootste aandeel van de sponsorinkomsten loopt het contract echter nog tot 2025 door. De commissie vindt daarom het risico op tegenvallende sponsorinkomsten in de planperiode niet bijzonder groot. Zij stelt ook vast dat de kerk beschikt over een ruime bestemmingsreserve voor projecten. Daarnaast heeft De Nieuwe Kerk een groot bestemmingsfonds waarin reeds ontvangen sponsorgelden zijn vastgelegd voor tentoonstellingen en manifestaties. De omvang van het bestemmingsfonds is vele malen het bedrag van de aangevraagde jaarlijkse subsidie. In de jaarrekeningen 2017 en 2018 is te zien dat dit bestemmingsfonds conform begroting is benut, voor zowel Wintertentoonstellingen als edities van Meesterwerk. Desondanks teerde De Nieuwe Kerk de afgelopen jaren niet in op dit bestemmingsfonds. Voor de komende jaren begroot de Nieuwe Kerk voor de Wintertentoonstellingen jaarlijks een lager bedrag aan in te zetten sponsorgelden uit het bestemmingsfonds dan de voorgaande jaren. Voor de serie Meesterwerk wordt juist een groter bedrag ingezet. De commissie maakt daaruit op dat de Nieuwe Kerk een zekere vrijheid heeft om binnen de generieke bestemming van dit fonds de hoogte van de in te zetten bedragen te bepalen.
De commissie vindt de marketingkosten in vergelijking met andere erfgoed-aanvragers erg hoog. Per project besteedt de organisatie gemiddeld zo’n 20% aan marketing, communicatie en educatie.

Het ondernemingsplan van De Nieuwe Kerk blijft volgens de commissie op het punt van marketing en communicatie erg algemeen. Zij vindt dat De Nieuwe Kerk zijn activiteiten doorgaans uitstekend in de markt zet en stelt vast dat de organisatie er jaar na jaar in slaagt flinke bezoekersaantallen te trekken. In die zin heeft zij voldoende vertrouwen dat de marketingaanpak van De Nieuwe Kerk realistisch en passend is. De forse uitgaven aan marketing zijn volgens De Nieuwe Kerk nodig omdat de doelgroepen voor vooral de Wintertentoonstelling nogal kunnen verschillen. Marketingplannen worden na elk project geëvalueerd en weer aangepast aan nieuwe doelgroepen. De commissie begrijpt dat wisselende doelgroepen extra inspanningen vergen, maar vindt dat het ondernemingsplan niet inzichtelijk maakt wat deze behelzen en vergen. 


Diversiteit en inclusie 

De commissie beoordeelt de bijdrage aan diversiteit en inclusie als voldoende.
De commissie stelt vast dat de voorgenomen programmering ruimte biedt voor representatie van cultureel diverse gemeenschappen en verhalen die de stad rijk is, zodat de totale Amsterdamse bevolking zich nog beter zal kunnen herkennen in het cultuuraanbod van De Nieuwe Kerk. Her en der vindt de commissie de draai die de organisatie aan een thema heeft wat vergezocht. Zo vindt de commissie het niet realistisch om te verwachten dat de tentoonstelling over de Eeuw van Juliana grote aantallen migranten zal trekken die in haar regeerperiode in Nederland kwamen wonen. 
De commissie verwacht dat de (voorgenomen) samenwerkingen met Julius Leeft! en City Collective Amsterdam zullen bevorderen dat ook de randprogrammering rondom de tentoonstellingen van toegevoegde waarde is voor de culturele diversiteit van het Amsterdamse cultuuraanbod. Julius Leeft! is een theatergezelschap dat producties maakt over pijnpunten in de geschiedenis die Nederland deelt met andere landen, waaronder de voormalige koloniën. Het City Collective Amsterdam is een collectief in oprichting van cultureel diverse Amsterdamse makers. 

Met de Suriname-tentoonstelling heeft De Nieuwe Kerk goed laten zien waartoe zij in staat is als zij intensief samenwerkt met organisaties uit andere culturele gemeenschappen. De toestroom van de Surinaamse gemeenschap was massaal. Als deze werkwijze voor de komende Wintertentoonstellingen wordt voortgezet en de gemeenschappen die daarin centraal staan nauw worden betrokken, verwacht de commissie dat De Nieuwe Kerk opnieuw een cultureel divers publiek zal weten te bereiken. Voor de Grote Indonesië-tentoonstelling vermeldt het ondernemingsplan duidelijk dat er sprake zal zijn van cocreatie. Of dat ook voor de andere tentoonstellingen geldt, is op basis van het plan niet duidelijk. Ook zijn de marketingplannen ten aanzien van de cultureel diverse doelgroepen niet concreet. De commissie vindt het plan daarom niet geheel overtuigend als het gaat om het bereiken van een cultureel divers publiek.

Om ook op het gebied van de bemensing diverser te worden, moet er volgens de commissie bij De Nieuwe Kerk nog heel wat gebeuren. Zij is echter niet ten volle overtuigd door de visie en de aanpak van De Nieuwe Kerk op dit gebied. Zowel het management als de medewerkers en de raad van toezicht zijn momenteel overwegend wit en westers. Het diversiteitsplan is realistisch in die zin dat het aangeeft dat de organisatie tijd nodig heeft om dit te veranderen. De Nieuwe Kerk kent weinig personeelsverloop, waardoor er maar mondjesmaat gelegenheid is om medewerkers met een andere cultureel diverse achtergrond aan te nemen. Daarom formuleert de organisatie een bescheiden streven van 20% cultureel diverse medewerkers in 2024. Met het oog op de gewenste verjonging van de raad van toezicht ontstaan daar in 2020 twee vacatures waarin men wil voorzien door de werving van nieuwe leden met een biculturele achtergrond. De commissie vindt dat te voorzichtig en is van mening dat het profiel van de nieuwe toezichthouders scherper als cultureel divers zou moeten worden gedefinieerd. Positief is de commissie over het feit dat al wordt samengewerkt met gespecialiseerde partners in werving en het voornemen om gespecialiseerde HR-capaciteit in te zetten om de diversiteit en inclusie van de organisatie te versterken.


Conclusie

De commissie beoordeelt de aanvraag van De Nieuwe Kerk in beginsel als subsidiabel. De organisatie geeft aan te verwachten dat sponsorinkomsten de komende jaren lastiger te verwerven zullen zijn en daarom subsidie nodig te hebben van het AFK. De commissie constateert dat de afspraken met de belangrijkste sponsor tot 2025 doorlopen, zodat het overgrote deel van de sponsorinkomsten tot en met 2024 gegarandeerd is. De algemene reserve is samen met de bestemmingsreserve voor projecten groot genoeg om tegenvallers te kunnen opvangen en de continuïteit van de organisatie te waarborgen. De Nieuwe Kerk beschikt bovendien over een omvangrijk bestemmingsfonds met voor de programmering geoormerkte sponsorbijdragen. Dit bestemmingsfonds is de afgelopen jaren voortdurend aangevuld zodat er ondanks de uitgaven niet op ingeteerd is. De commissie maakt uit de stukken op dat de organisatie enige mate van vrijheid heeft om, indien nodig, een ander bedrag dan begroot uit dit fonds te putten. Ook meent de commissie dat de begroting op de post marketing, communicatie en educatie dusdanig groot is, dat dit De Nieuwe Kerk ruimte laat om indien nodig andere keuzes te maken. Dat alles leidt de commissie tot de conclusie dat de noodzaak van subsidieverlening onvoldoende is aangetoond. Zij verwijst daarbij naar artikel 1.6 lid 2 sub a van de subsidieregeling.

Op grond van bovenstaande overwegingen adviseert de commissie de aanvraag van De Nieuwe Kerk niet te honoreren. 

De aanvraag is beoordeeld binnen de adviescommissie Erfgoed.