VET-Producties

Cultuureducatie
Aangevraagd: € 50.000
Toegekend: € 0
Toegekend 2013-2016: n.v.t.

Inleiding

VET-Producties definieert zichzelf als een cultureel maatschappelijk en sociaal ondernemer, die zich op professionele cultuureducatie en talentontwikkeling richt. De organisatie verzorgt de ontwikkeling en uitvoering van educatieve projecten in de vorm van ontwikkeling en onderzoek van theatraal (dans)materiaal en van de inhoudelijke component: de dialoog met en inhoudelijke inbreng van de deelnemers. Stichting VET is in 2006 opgericht. De belangrijkste beleidsdoelstellingen van de stichting zijn: de ondersteuning van de professionalisering van kunstenaars, om zo meer continuïteit in de productie van hun werk te bereiken, en de bevordering van interactie tussen kunstenaars en onderwijsinstellingen. Hierbij is extra aandacht voor leerlingen en studenten met een diverse culturele achtergrond. Basisprincipes zijn het zichtbaar maken van en open staan voor diversiteit in levenswijze en achtergrond, de kruisbestuiving tussen high en low art en amateur en professional, en het activeren van niet ervaren theaterpubliek.

In de periode 2017-2020 wil VET-Producties de kwaliteit en werkwijze verder verdiepen en de resultaten hiervan doorgeven aan leerlingen via scholenprojecten en aan amateurs via wijkprojecten. Een speerpunt hierbij is de verbetering van de vaardigheden van amateurs in een langere lijn, zodat deze een gelijkwaardige rol krijgen in voorstellingen of presentaties. In samenwerking met koren, scholen, cultuurhuizen en festivals wordt gericht aan een authentiek programma gewerkt. VET brengt hierin elementen van een productie samen, die moeilijk samen te brengen zijn.

De beoogde activiteiten voor 2017-2020 zijn:
Close/D
In het reeds uitgevoerde pilotproject met het koor Overhoeks uit Amsterdam-Noord werd met semiprofessionele zangers de angst voor het vreemde op een theatrale manier vormgegeven. De performance zal op meerdere festivals in Nederland en Duitsland te zien zijn, waarvan zes voorstellingen in Amsterdam. Scenes van Close/D worden ook verwerkt in de Bacchanten.

de Bacchanten
In dit community theaterproject wordt de Griekse mythe door verhalen van wijkbewoners over regels en vrijheid in een zich veranderende wijk, herschreven, geactualiseerd en toegankelijk gemaakt voor een hedendaags publiek. Er spelen zes voorstellingen in Amsterdam.

GULLIVER
Met drie basisscholen wordt gedurende een jaar een nieuwe methode van dansonderwijs verder ontwikkeld, toewerkend naar een performance.

De Ander
In dit dansfilmproject wordt het danseducatieproject Schouder aan Schouder uitgebreid en verwerkt tot een dansfilm/dansdocumentaire.

VET-Producties vraagt voor de periode 2017-2020 bij het AFK een bedrag aan van € 50.000 per jaar.

Artistiek-inhoudelijke kwaliteit

De commissie beoordeelt de artistiek-inhoudelijke kwaliteit als zwak. VET-Producties wil kunstenaars verder professionaliseren en een schakel zijn tussen kunstenaars en onderwijs. De inhoudelijke uitwerking van beide componenten vindt de commissie onvoldoende. In de artistieke visie worden vooral vormelementen benoemd met de nadruk op het proces en de maatschappelijke verbinding. De commissie onderschrijft het belang van ontwikkeling en onderzoek, maar mist heldere doelstellingen en een duidelijke visie op cultuureducatie voor de lange termijn. De schrijfstijl van het ondernemingsplan is bij vlagen naar binnen gericht en biedt geen goed zicht op de daadwerkelijke activiteiten of werkwijzen die gerealiseerd zullen worden. Zo wordt gesproken over innovatieve nieuwe ingangen voor het dansonderwijs, die in de uitwerking zullen worden verdiept en vertaald naar een jongere leeftijd. Graag had de commissie teruggezien hoe deze verdieping en vertaling vorm wordt gegeven in een te ontwikkelen lessenreeks in het project Gulliver. Er wordt niet uitgelegd hoe de summier toegelichte werkwijzen zullen worden toegepast in het onderwijs, waardoor de commissie de zeggingskracht van de lessen voor de leerlingen niet kan beoordelen. Ook is niet duidelijk wat de inbreng van scholen is en wat voor hen de meerwaarde van deze activiteiten is. VET-producties wil vanaf 2019 educatieve activiteiten realiseren, maar deze zijn vervolgens niet opgenomen in het activiteitenoverzicht.

Naar de mening van de commissie is hier meer sprake van een project- dan een ondernemingsplan. Zo is de voorstelling Close/D al gemaakt en lijkt de reprise ervan, bestaande uit zes voorstellingen, in 2017 de enige activiteit in Amsterdam te zijn. In relatie tot de doelstelling om de vaardigheden van amateurs een kwalitatieve impuls te geven, vindt de commissie de output van zes voorstellingen per jaar gering. De activiteiten voor amateurs houden in 2019 op, waarna de organisatie zich op cultuureducatie gaat richten. Hier wordt geen toelichting op gegeven. In de aanvraag wordt onvoldoende aandacht besteed aan hoe de organisatie de beoogde losse activiteiten bundelt tot een samenhangende, onderscheidende programmering. De commissie constateert dat met ervaren mensen en instellingen, als bijvoorbeeld het ICK, wordt (samen)gewerkt. De organisatie heeft echter weinig staat van dienst. Over 2013 en 2014 zijn geen jaarverslagen te overleggen, omdat er maar één project is georganiseerd.

Zakelijke kwaliteit

De commissie beoordeelt de zakelijke kwaliteit als zwak. De bedrijfsvoering is niet te beoordelen, omdat er nauwelijks gegevens zijn over de voorgaande jaren. De cijfers die er wel zijn betreffen een projectafrekening over 2014 en de aanvraag voor het Kunstenplan 2017-2020. Dit zijn onvergelijkbare grootheden. De inkomstenmix bestaat uit publieksinkomsten, private middelen en de aan het AFK gevraagde subsidie, met alleen in 2018 een post overige inkomsten. Het verbaast de commissie dat de publieksinkomsten vanaf 2017 jaarlijks afnemen, tot € 0 in 2020. Een toelichting hierop ontbreekt. De vierjarige AFK-subsidie omvat het totaal aan begrote subsidies. Aangezien in 2017 en 2018 minder dan de helft van de verwachte bezoekers uit Amsterdam komt en minder dan de helft van de voorstellingen in Amsterdam zal spelen, staat de aan het AFK gevraagde subsidie niet in verhouding tot de activiteiten en het publieksbereik in de stad.

VET onderschrijft de Governance Code Cultuur. Het bestuur komt een keer per jaar bijeen. De commissie vindt dit minimaal. Hoewel de organisatie diversiteit als speer- en uitgangspunt heeft, is er geen concrete visie op en aanpak van de culturele diversiteit van het personeelsbestand en het bestuur geformuleerd.

Publiek

De commissie beoordeelt het criterium publiek als zwak. In het plan wordt geen aandacht besteed aan marketing en publiciteit. Als beoogde doelgroepen worden schoolklassen en koorleden benoemd, en daaraan gekoppeld ouders en vrienden of buurtbewoners. Het publiek wordt vaak in zijn algemeenheid genoemd, maar nauwelijks gespecificeerd. Er is geen sprake van een periodiek deelnemers- en publieksonderzoek en een visie op een duurzame opbouw van publiek en deelnemers ontbreekt. De projecten lijken incidenteel te zijn; er wordt geen vervolg geschetst waarbinnen het publiek- en/of deelnemersbereik wordt vastgehouden of later terugkeert. De tweedeling tussen het in 2017 en 2018 meer community art-gericht werken en in 2019 en 2020 aan cultuureducatie, lijkt dit ook in de weg te staan. De commissie mist een focus op het publiek en de deelnemers. zowel in bereik als in groei.

De commissie prijst het uitgangspunt van VET-producties om diversiteit in levenswijze, achtergrond en karakterologie zichtbaar te maken. Dit geldt ook voor het streven naar het activeren van niet ervaren theaterpubliek. Zij mist in het plan echter een concrete vertaling naar en toelichting op de wijze waarop de organisatie dit toepast in haar aanbod en werkwijze.

Belang voor de stad: verbinding en spreiding

De commissie beoordeelt de verbinding als zwak. De samenwerking met artiesten en uitvoerenden wordt in het ondernemingsplan summier toegelicht. Met partners, zoals de Theaterschool, Podium Mozaïek en de Tolhuistuin, wordt de samenwerking nauwelijks beschreven. Zonder uitleg over wat de beoogde coalities inhouden en hoe deze worden vormgegeven, kan de commissie niet beoordelen wat de bijdrage ervan is aan artistieke ontwikkeling of stedelijke verbinding. Sommige van deze partners roepen bij de commissie ook vragen op. Zo wordt in het ondernemingsplan gesteld dat er wordt samengewerkt met scholen in het voortgezet onderwijs, als IVKO en OSB, terwijl het vo in de aanvraag niet als publiek of deelnemer voorkomt. De samenwerking met het Lectoraat Kunsteducatie van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten vindt de commissie interessant, maar uit de aanvraag wordt niet duidelijk of er naast het opdrachtgeverschap verdere samenwerking is.

De spreiding beoordeelt de commissie als goed. De activiteiten en voorstellingen zijn evenredig gespreid over de stadsdelen Zuidoost, Noord en West.

Conclusie

De commissie adviseert de aanvraag van VET-Producties niet te honoreren.