Theater De Roode Bioscoop

Muziek/Muziektheater
Aangevraagd: € 110.000
Toegekend: € 0

Inleiding

De Roode Bioscoop afficheert zich als een klein en intiem theater waar aanstormend talent en gevestigde podiumkunstenaars de kans krijgen om te experimenteren en nieuwe concepten te onderzoeken. Het theater wil een vrijplaats zijn waar zeer diverse makers kunnen afwijken van gebaande artistieke paden en in alle vrijheid nieuwe concepten kunnen ontwikkelen. Muziek en literatuur zijn de disciplines waar de Roode Bioscoop zich voornamelijk op richt. De aanvrager streeft ernaar om die kunstvormen te vermengen. Daarnaast wil het theater een nieuwe laag toevoegen aan de programmering waarin ruimte wordt gecreëerd voor reflectie die de betrokkenheid bij cultureel-maatschappelijke thema’s bevorderd.

Voor de komende periode slaat de Roode Bioscoop een nieuwe weg in, waarbij verbreding, vernieuwing en het experiment de nadruk krijgen. De Roode Bioscoop wil hier vorm aan geven via drie hoofdlijnen: Laboratorium, Stadsgeluiden en Gedachtegoed. Laboratorium staat onder meer voor talentontwikkeling. Het theater wil een vrijplaats zijn waar ruimte is voor experiment en nieuwe programma’s kunnen worden uitgewerkt. Stadsgeluiden geeft een stem aan de buurt en aan nieuwe stemmen in de stad. De programmalijn Gedachtegoed bouwt ruimte in voor reflectie binnen de programmering. De Roode Bioscoop ontwikkelt deze lijnen met nieuwe partners. Het theater gaat de komende tijd duurzame samenwerkingen aan met andere organisaties om in de programmering een brede afspiegeling te tonen van het Amsterdamse cultuurlandschap.

De Roode Bioscoop ontvangt een vierjarige subsidie 2017-2020 binnen het Kunstenplan van gemiddeld € 74.264 per jaar (incl. indexatie 2020).
Voor de periode 2021-2024 vraagt de organisatie bij het AFK een bijdrage van gemiddeld 
€ 110.000 per jaar in het kader van het Kunstenplan.


Artistiek Belang

De commissie beoordeelt het artistiek belang als voldoende.
De commissie ziet de Roode Bioscoop als een vrijplaats waar gevestigd en nieuw talent op kleine schaal, in vrijheid en ten overstaan van het publiek kan experimenteren op het gebied van (literair) muziektheater. Het maakt programma’s zoals Laboratoire Artistique sans Limite, waar bezoekers ter plekke getuige zijn van een uniek ontwikkelproces. Naast deze laboratoriumfunctie voor makers is de Roode Bioscoop een laagdrempelig podium met een open-huis-functie voor de buurt. Deze eigenzinnige mix is in de ogen van de commissie bepalend voor de specifieke en herkenbare artistieke signatuur die het theater onderscheidt van andere evenementenlocaties in de stad.

De Roode Bioscoop houdt volgens de commissie voornamelijk rekening met de culturele interesses van een publiek dat in het ondernemingsplan wordt omschreven als hoogopgeleid en boven de vijftig. Door een gevarieerd aanbod van bekende artiesten en aankomend talent te presenteren trekt het theater binnen deze leeftijdscategorie publiek aan dat is geïnteresseerd in de genres muziektheater en jazz. In de ogen van de commissie wordt de aantrekkingskracht versterkt door de uitzonderlijke en intieme locatie die het theater in Amsterdam heeft waarbij artiesten het directe contact met de bezoeker aan kunnen gaan. Het ondernemingsplan geeft aan dat het theater zich ook richt op een breder en jonger publiek, dat onder meer bestaat uit studenten. De commissie kan uit de aanvraag echter niet duidelijk opmaken hoe deze groep bereikt wordt en op welke manier de Roode Bioscoop concreet inspeelt op de interesses van deze publieksgroep.

De artistieke ontwikkeling die de aanvrager voor de komende periode ambieert, is erop gericht om een diverser publiek te bereiken en een diverser aanbod te presenteren. De commissie vindt dat deze ontwikkeling niet overtuigend wordt onderbouwd en dat er maar in beperkte mate wordt gereflecteerd op de voorgaande artistieke koers. De commissie concludeert uit het ondernemingsplan dat de Roode Bioscoop vooral voortbouwt op bestaande programmaonderdelen, zoals de programmalijn Laboratorium die een bredere voortzetting is van Laboratoire Artistique sans Limite. Binnen deze programmalijn zal het muziekensemble Snowapple specifieke programma’s voor de aanvrager samenstellen, waaronder een festival rond een politiek thema. De commissie vindt deze plannen nog te weinig uitgewerkt en is er daarom niet van overtuigd dat ze daadwerkelijk een artistieke ontwikkeling impliceren. Verder gaat de aanvraag niet in op mogelijkheden voor de belangrijkste artistiek betrokkenen om zich te ontwikkelen. Wel ziet de commissie het belang in van het podium als een plek waar artiesten kunnen experimenteren en vrij zijn om nieuw werk te ontwikkelen.


Belang voor de stad

De commissie beoordeelt het belang voor de stad als voldoende.
Het ondernemingsplan van de Roode Bioscoop laat volgens de commissie zien dat de organisatie werk maakt van de verbinding met de stedelijke samenleving. Het theater heeft een buurtfunctie in de vorm van de nieuwe programmalijn Stadsgeluiden. De aanvrager werkt binnen die lijn samen met het buurtcomité Stadsdorp Dijk & Plein voor de talkshow Stadsdorp Live. Door op die manier een stem te geven aan bewoners zorgt de Roode Bioscoop volgens de commissie voor een verbinding met de stad. In de ogen van de commissie zou de verbinding wel sterker kunnen, door in de toekomst met meer maatschappelijke organisaties samen te werken.

Volgens de commissie dragen de activiteiten van de Roode Bioscoop niet bij aan de stedelijke spreiding van het cultuuraanbod en het publieksbereik daarvan. Alle activiteiten vinden plaats in stadsdeel Centrum, waar het theater is gevestigd. De aanvrager heeft ook niet de intentie om in andere delen van de stad activiteiten te organiseren en geeft in het ondernemingsplan aan dat een eerdere samenwerking met Blijburg aan Zee in stadsdeel Oost voor verwarring zorgde.

De Roode Bioscoop kiest voor het eigen accent Leefbare stad. De commissie vindt dat de aanvrager een bijdrage levert aan de aantrekkelijkheid van de leefomgeving doordat het theater een vertrouwde ontmoetingsplek in Amsterdam is waar een directe verbondenheid ontstaat tussen artiesten en de bezoekers. Daarmee wordt er volgens de commissie op een intieme locatie een buurtgevoel voor de hele stad gecreëerd. De commissie stelt echter vast dat het accent slechts beperkt uitwerking krijgt in de voornemens voor de programmering en activiteiten in de komende jaren. Dat de aanvrager stelt dat zijn pluriforme programmering ook bijdraagt aan dit eigen accent overtuigt de commissie niet: het ondernemingsplan bevat geen namen of voorbeelden die dit illustreren.


Uitvoerbaarheid

De commissie beoordeelt de uitvoerbaarheid als zwak.
Het plan is volgens de commissie realistisch en uitvoerbaar in organisatie, werkwijze en vakmanschap. Het theater heeft de afgelopen jaren bewezen met een minimum aan professionals en veel vrijwilligers op vakkundige wijze een programmering op poten te kunnen zetten, waarmee ze op jaarbasis veel bezoeken weet te genereren. De Roode Bioscoop heeft de ambitie om fors te groeien in staf en wil tegelijkertijd het aantal programma’s reduceren om de kwaliteit te kunnen blijven waarborgen. Die voornemens maken de plannen volgens de commissie haalbaar, waarbij zij wel opmerkt dat nog moet blijken of de onlangs gestarte debatfunctie van het theater op voldoende publieke belangstelling kan rekenen omdat het afwijkt van het reguliere muzikale programma.

De bedrijfsvoering vindt de commissie kwetsbaar, vanwege de vele wisselingen binnen de zakelijke directie en de onduidelijkheid over de taakverdeling. Volgens het ondernemingsplan lagen er veel verschillende taken en verantwoordelijkheden bij te weinig personen wat heeft geleid tot een hoge werkdruk en onrust. Deze ontwikkelingen hebben naar de mening van de commissie een negatieve impact op de continuïteit van de Roode Bioscoop als organisatie en het uitvoeren van de voornemens voor de komende periode. De commissie merkt verder op dat aanvrager over een krap eigen vermogen beschikt waardoor er slechts beperkt financiële tegenslagen kunnen worden opgevangen.

De commissie vindt dat de Roode Bioscoop voor een kleine organisatie een relatief hoge begroting presenteert en daarbij een grote bijdrage aan het AFK vraagt. De organisatie begroot aanzienlijk meer voor de beheerlasten; een op zich niet onlogische consequentie van de beoogde uitbreiding van het team. Maar door de beperkte zaalcapaciteit en het voornemen minder programma’s te maken, zit er volgens de commissie wel een natuurlijk plafond aan de maximaal te bereiken inkomsten. In dat licht vindt de commissie de begroting van de verwachte recettes erg ambitieus en niet in lijn met de begrote bezoekersaantallen. Andere financiering is er in de vorm van sponsoring door de verhuurder van het pand en commerciële verhuur van de ruimte, alhoewel de aanvrager er voor kiest om daar in de komende periode in algemene zin minder op in te zetten. Al met al leunt de Roode Bioscoop volgens de commissie erg sterk op de bijdrage van het AFK, waarbij de organisatie niet ingaat op het eventuele risico van het niet (volledig) toewijzen van de gevraagde subsidie.

In het ondernemingsplan stelt de Roode Bioscoop dat het marketing- en pr-beleid in de afgelopen periode geen publieksgroei en verandering in de publiekssamenstelling heeft opgeleverd. Voor de komende periode zet de organisatie daarom in op een nieuw aan te stellen freelance communicatiemedewerker en op publicitaire samenwerking met partners. De commissie mist echter een concrete nieuwe strategie op basis waarvan verwacht mag worden dat de aanvrager structureel een groter publiek kan bereiken. Verder valt het de commissie op dat de kosten voor communicatie en marketing vanaf 2018 zijn verlaagd terwijl de organisatie aangeeft juist daarin te willen investeren om meer bezoekers te genereren. De commissie concludeert daarom dat het marketingplan niet realistisch is en niet passend om het beoogde publiek te bereiken.


Diversiteit en inclusie

De commissie beoordeelt de bijdrage aan diversiteit en inclusie als zwak.
Het programma van de Roode bioscoop draagt in de ogen van de commissie in artistieke zin slechts in beperkte mate bij aan de culturele diversiteit van het Amsterdamse cultuuraanbod. Via een samenwerking met het cultureel-literair platform El Hizjra wil de aanvrager makers met een biculturele achtergrond een podium bieden, maar het plan geeft verder geen informatie over wie deze makers zijn noch over hoe het programma er vanaf 2021 concreet uit gaat zien. De Roode Bioscoop geeft verder aan dat het in de komende periode talenten uit allerlei windstreken wil presenteren als aanvulling op de bestaande programmering, maar noemt afgezien van de artiesten Layba Diawara, James Oesi en het trio Bio Akih geen cultureel diverse genres en muziekstijlen waar de programmering zich op gaat richten.

In het ondernemingsplan stelt de Roode Bioscoop dat de organisatie niet in staat is om binnen redelijke termijn een nieuw en cultureel divers publiek op te bouwen. Er wordt geen specifieke marketingstrategie ingezet om deze doelgroepen te betrekken. De aanvrager heeft wel de ambitie om via de al genoemde samenwerking met het platform El Hizjra een programmering te realiseren die cultureel diverse doelgroepen kan aanspreken. Het plan gaat hier echter niet uitgebreid op in. Daarom is de commissie er niet van overtuigd dat het ondernemingsplan bijdraagt aan het bereiken van een cultureel divers samengesteld publiek.

Op dit moment is het personeelsbestand en het bestuur van de Roode Bioscoop volgens de commissie niet cultureel divers samengesteld. De Roode Bioscoop heeft wel de intentie om de cultureel eenzijdige samenstelling van de organisatie te veranderen. De aanvrager wil werken aan een cultureel diverser personeelsbestand en bestuur door gerichter te gaan werven met behulp van gespecialiseerde bureaus. De commissie vindt dat een goede stap maar vindt het voornemen te summier uitgewerkt in het plan.


Conclusie

De commissie adviseert op grond van bovenstaande overwegingen de aanvraag van de Roode Bioscoop gedeeltelijk te honoreren met een bedrag van € 78.000 per jaar. Hiermee wordt het oude subsidieniveau bestendigt en geïndexeerd. Volgens de commissie zijn de plannen voor de komende periode nog niet voldoende uitgewerkt en moet de bedrijfsvoering stabieler worden. De commissie constateert dat er na beoordeling van alle aanvragen onvoldoende budget beschikbaar is om de aanvraag te honoreren.

De aanvraag is beoordeeld binnen de adviescommissie Muziek en Muziektheater.