Touki Delphine

Muziek/Muziektheater
Aangevraagd: € 80.000
Toegekend: € 0

Inleiding

Touki Delphine is een collectief van muzikanten, beeldend kunstenaars en performers. Muziek is het fundament bij de productie van hun eigenzinnige concertprogramma’s, muziektheatervoorstellingen en installaties. Vanuit een klassiekemuziekachtergrond en -traditie creëert Touki Delphine beeldend werk en performances. Het gezelschap beweegt zich tussen de concert- en poppodia en de muziek- en theaterfestivals in, en creëert activiteiten die de randen van de podiumkunsten opzoeken. In Nederland heeft Touki Delphine een aantal artistieke evenknieën: kunstenaars als Boogaerdt/VanderSchoot, Theun Mosk, Nicole Beutler en De Warme Winkel met wie er ook samenwerkingen worden aangegaan. Het gezelschap creëert veel in coproductie. Als coproducent is de organisatie vaak verantwoordelijk voor het creëren van composities met muziek, beeld en installatie. Touki Delphine wil een zintuiglijke beleving veroorzaken bij het publiek en hedendaagse veranderende omstandigheden in een nieuw licht zetten. 

In de periode 2021-2024 wil Touki Delphine de huidige lijn voortzetten, verder ontwikkelen en onderzoeken vanuit verschillende perspectieven tegelijk. Jaarlijks produceert het gezelschap een concertprogramma en een installatie en wordt er naar een groot gesamtkunstwerk in 2024 toegewerkt. Het activiteitenplan omvat acht premières en gemiddeld veertig uitvoeringen per jaar. Met het uitbrengen van muziekalbums en videoclips wil Touki Delphine de komende jaren de online bereikbaarheid vergroten.

Touki Delphine ontvangt geen meerjarige subsidie binnen het Kunstenplan 2017-2020. 
Voor de periode 2021-2024 vraagt de organisatie bij het AFK een bijdrage van gemiddeld 
€ 80.000 per jaar in het kader van het Kunstenplan.


Artistiek belang

De commissie beoordeelt het artistiek belang als goed.
Touki Delphine maakt een hybride vorm van muziektheater waarin verschillende disciplines samenkomen. Het creëert concerten, installaties en performances waarin de zintuiglijke beleving centraal staat. Dit vindt de commissie een prikkelende combinatie. Het heeft afgelopen jaren gezocht naar een eigen signatuur. In het verleden zijn er verschillende succesvolle muziektheatervoorstellingen gemaakt zoals Voyager One: Billy the Kid en Encyclopedie voor de Moderne Huisvrouw. De voorstellingen waren speelse en absurdistische montagevoorstellingen, zonder leidend verhaal. De commissie vindt dat Touki Delphine hierin zijn signatuur heeft gevonden. Dit uit zich het meest in de recente voorstellingen Firebird en Botanical Wasteland. In die voorstellingen combineert het gezelschap op originele wijze muziek, licht, video en een uitgesproken enscenering tot een zintuiglijke beleving. Ze schept een nieuwe theatrale omgeving waarvan het publiek onderdeel wordt. In deze voorstellingen heeft Touki Delphine zijn eigen signatuur verder aangescherpt. De commissie vindt deze producties interessant, eigen en prikkelend. 
De commissie meent dat de uitgangspunten van de voorstellingen tot de verbeelding spreken: van de ritmische paringsdans van Zuid-Afrikaanse kevers tot het uitgestrekte wortelstelsel van bomen en paddenstoelen. In Bush Bush Orchestra benoemt de organisatie een aantal spannende samenwerkingspartners zoals met componist Eblis Álvarez en mezzosopraan en alleskunner Nora Fischer. In Paviljoen werkt het gezelschap samen met meerdere kunstenaars, onder wie beeldend kunstenaar en video-artist Tabita Rezaire en theatermaker Nicole Beutler. Deze samenwerkingen prikkelen de nieuwsgierigheid van de commissie en ze meent dat hiermee de artistieke zoektocht van het gezelschap aan betekenis kan winnen. 
De commissie is van mening dat Touki Delphine goed tot zijn recht komt op locaties, buiten de geijkte podia en theaters, waar de tocht ernaartoe en de beleving van het landschap van belangrijke toegevoegde waarde zijn, zoals bij de productie Firebird op Oerol. Hoewel de organisatie niet ingaat op een artistieke visie op de ruimtelijke enscenering van haar installaties en de keuze voor de speelplekken, ziet de commissie die verbinding met alternatieve locaties als een artistieke kracht in het werk van Touki Delphine. 

Touki Delphine wil zijn voorstellingen de komende jaren presenteren op diverse podia, van het Minimal Music Festival, Holland Festival en Muziekgebouw aan ‘t IJ tot kleinschalige clublocaties zoals De School en Sexyland. Deze podia hebben doorgaans een vaste achterban die zich kenmerkt als cultureel ontwikkeld en hoogopgeleid. Ook wil het gezelschap concerten geven op andere plekken in de stad buiten de podia. Daarbij sluit ze soms aan bij bestaande evenementen of stadsfestivals zoals Museumnacht, waarvoor geregeld installaties ontwikkelt worden die daarna op verschillende plekken getoond kunnen worden. Touki Delphine omschrijft het eigen publiek als concert- en festivalbezoekers, avonturiers, ‘boomers’, muziek- en theatervolgers, die trouw en nieuwsgierig zijn en niet terugdeinzen voor een bepaalde mate van abstractie. Het publiek reageert positief op het installatiewerk van Touki Delphine zoals bij de productie Firebird en de proeftuin Botanical Wasteland. De commissie vindt dat door de installatie als presentatievorm te kiezen, de ervaring meer een rituele functie krijgt zoals bij de installatie werken van bijvoorbeeld het festival Burning Man in Amerika. De commissie ziet hiervoor bij vooral het werk Firebird dat er potentieel een breed publiek aangesproken kan worden. 

De artistieke ontwikkeling van het gezelschap vindt de commissie niet duidelijk omschreven in het plan. Touki Delphine reflecteert summier op zijn eerdere werk. De commissie vindt dat het gezelschap snel voorbijgaat aan de programma’s die genoemd worden. Welke uitkomsten uit onderzoek, successen of leerpunten van invloed zijn op de keuzes die de organisatie de komende jaren maakt, staat niet omschreven. Hierdoor wordt onvoldoende duidelijk waar het gezelschap naartoe beweegt en ook waarom bijvoorbeeld nu juist wordt ingezet op meer spelen ín - in plaats van buiten - het theater. Touki Delphine maakt daarnaast een vrij radicale keuze om te focussen op muzikale installaties en performances waarin niet zozeer het verhaal centraal staat, maar de zintuiglijke beleving. Ook daarvoor ontbreekt een duidelijke motivatie. De organisatie geeft aan bij voorkeur vanuit haar artistieke intuïtie te blijven produceren. De commissie vindt deze intuïtie weliswaar een belangrijke artistieke kracht van Touki Delphine, maar als leidraad voor de toekomst niet concreet genoeg. 
De komende jaren stelt de organisatie de moeizame relatie tussen mens en natuur centraal. Dit overkoepelende thema werkt Touki Delphine uit in verschillende voorstellingen die inhoudelijk toewerken naar het slotproject Paviljoen waarin inzichten en materiaal uit de producties samenkomen. Het overkoepelende thema geeft artistieke focus en daarmee de gelegenheid tot verdieping. Doordat de projecten summier zijn uitgewerkt kan de commissie onvoldoende beoordelen of deze in uitwerking blijven verrassen. Er is een risico dat het thema sleets wordt.
De organisatie werkt ook regelmatig in opdracht van andere muzikanten, omroepen en theatergezelschappen. Met deze activiteiten kan zij haar artistieke netwerk en vocabulaire verrijken.


Belang voor de stad

De commissie beoordeelt het belang voor de stad als voldoende.
De commissie constateert dat Touki Delphine de meeste verbinding met de stedelijke samenleving aangaat met culturele organisaties op het artistieke vlak. Op maatschappelijk vlak ziet zij dat de organisatie vooral door middel van de pop-upactiviteiten met installaties die door een groot deel van de stad te zien zijn, verbinding maakt. Via die locaties en de daarbij behorende samenwerkingspartners wil Touki Delphine in contact komen met de buurten waar het gezelschap speelt. Hoewel interessant vindt de commissie dat de organisatie hierover nog veel moet uitwerken en vindt hierdoor dat de organisatie maar een bescheiden impact heeft op de verbinding met de stedelijke samenleving. 

De commissie constateert dat Touki Delphine een beperkte bijdrage levert aan de stedelijke spreiding van cultuuraanbod het publiek daarvoor. Het merendeel van de activiteiten vindt plaats in het centrum. Omdat het gezelschap gemiddeld twee eigen producties per jaar uitvoert zijn de mogelijkheden voor spreiding van activiteiten en publiek beperkt in de stad. De rest van de activiteiten, coproducties, presentaties en specifiek het stadsproject Oh Alexander vindt plaats in Noord, Oost, West en Zuid.

Touki Delphine kiest in haar plan voor aansluiting bij het eigen accent Wereldstad. De uitwerking van dat thema vindt de commissie toereikend. Als internationale samenwerking vermeldt het plan de productie Bush Bush Orchestra met de Colombiaanse componist Eblis Alvarez. Dit project in samenwerking met Holland Festival worden geproduceerd. Het doel met dit project is om geluiden van ver buiten Nederland via de producties van Touki Delphine over te brengen naar de Nederlandse podia. De aanvraag weidt echter niet uit over hoe dat doel bereikt wordt. De commissie vindt dat het thema Wereldstad summier is uitgewerkt in de aanvraag maar ziet wel de culturele waarde van het gezelschap voor de stad.


Uitvoerbaarheid

De commissie beoordeelt de uitvoerbaarheid als zwak.
De commissie heeft vertrouwen in het artistieke vakmanschap van de makers. Alle vier de leden van Touki Delphine zijn artistiek leider. Er is ruime artistieke ervaring en het collectief werkt al enige jaren succesvol samen. Maar organisatorisch vindt de commissie dat Touki Delphine nog stevige stappen te maken heeft. De organisatie voorziet in het plan een bescheiden uitbreiding voor de backoffice en een deeltijd productieleider. Voor de komende periode staan er productioneel gezien complexe presentaties op het programma die een niet te onderschatten logistieke overview vereisen in de ogen van de commissie. Dit geldt met name voor de overkoepelende productie Paviljoen waarbij alle installaties en het publiek van vier jaar samenkomen in een grote voorstelling eind 2024. De commissie vindt de omvang van de organisatie zelfs met de beoogde uitbreiding te klein om er vertrouwen in te hebben dat ze deze ambitieuze plannen uit kan voeren. 

De commissie is van mening dat de bedrijfsvoering geen stabiele basis geeft om de voorgenomen plannen ten uitvoer te brengen en op langere termijn effectief te functioneren. De artistieke basis van de organisatie is goed. Het plan wekt echter de indruk dat de organisatie vooral op administratief en strategisch vlak nog moet professionaliseren. Ondanks de jarenlange ervaring van Touki Delphine met het (co)produceren van theater en locatietheater vindt de commissie dat de organisatie geen gedegen financieel raamwerk heeft gebouwd waarop de ambitieuze plannen tot uitvoering kunnen worden gebracht. De organisatie heeft bovendien geen buffer om eventuele tegenvallers op te vangen. De resultaten uit het verleden laten de commissie een grillig beeld zien van de algehele financiële positie van Touki Delphine. Het plan reflecteert hier niet op en geeft geen inzicht in een aanpak om de bedrijfsvoering op dit vlak te versterken. 

De commissie vindt de begroting niet realistisch. Ze plaatst kanttekeningen bij zowel de opbouw van de kosten, als bij de financieringsmix. De organisatie wil het plan laten financieren uit meerjarige subsidies van zowel het AFK als het Fonds Podiumkunsten en directe inkomsten. De commissie constateert dat de organisatie daarbij voor bijna twee derde leunt op meerjarige subsidies. De rest van het dekkingsplan bestaat voor een groot deel uit publieksinkomsten, inkomsten uit coproducties en private inkomsten. De inkomsten uit coproducties en private inkomsten staan nog niet vast omdat de gesprekken of aanvragen hierover nog niet zijn afgerond. De organisatie stelt dat de publieksinkomsten in de komende periode gaan stijgen, zonder dat het plan verduidelijkt op grond waarvan. Ook geeft de organisatie aan dat ze meer wil inzetten op inkomsten uit muziekuitgaven. Er zijn hier echter geen verdienmodellen voor beschreven. Het is voor de commissie daarom niet duidelijk of er genoeg reserve wordt opgebouwd met deze inkomsten om eventuele tegenvallers zoals uitvallende coproducenten op te kunnen vangen. De organisatie zegt zelf de reserve te hebben aangevuld in 2019, maar uit de gegevens in de aanvraag blijkt dat de financiële positie eind 2018 nog niet stabiel te noemen was. 
De commissie concludeert daarom uit het bovenstaande dat de financieringsmix onevenwichtig overkomt en dat de risico’s niet voldoende zijn gespreid. Het valt daarbij op dat vooral de materiële lasten zullen stijgen in de komende periode. Vanwege de intensivering van het bouwen van de installaties voor de verschillende activiteiten is dit uitlegbaar. Dat de vaste personeelslasten en de activiteitenlasten personeel daarbij nagenoeg gelijk blijven over dezelfde periode vindt de commissie niet realistisch, in het licht van de logistieke en productionele complexiteit van de voorgenomen activiteiten. Hierdoor krijgt de commissie de indruk dat niet met een voortschrijdend inzicht is begroot. 

Het marketingplan van Touki Delphine vindt de commissie onvolledig. 
Touki Delphine heeft veel ervaring met festivals en het bereiken van avontuurlijke cultuurliefhebbers voor wie niet alleen de voorstellingen zelf, maar ook de beleving en ervaring er omheen van belang zijn. De organisatie heeft daarbij zijn voordeel kunnen doen met de aantrekkingskracht van de festivals, die grote aantallen bezoekers trekken die bovendien niet alleen voor één naam komen. De stap die Touki Delphine nu wil maken naar podia waar het werk van Touki Delphine zelf meer centraal komt te staan, heeft naar verwachting invloed op de binding en mogelijk ook de samenstelling van het publiek. De commissie vindt dat de organisatie zich daar weinig rekenschap van geeft in het plan. Ze heeft de indruk dat de organisatie zich onvoldoende verdiept in de samenstelling van haar eigen publiek om ervan op aan te kunnen dat dat Touki Delphine zal volgen naar de naar andere locaties. 
De organisatie wil het vertrouwde publiek van concert- en festivalbezoekers behouden, en streeft er met de verandering van artistieke koers en locaties daarnaast naar om nieuwe publieksgroepen te bereiken. Hierbij noemt ze kunst- en techniekstudenten, gamers, galerie- en museumbezoekers en gezinnen. De organisatie zoekt dit publiek in de eerste plaats op via de samenwerkingspartners, de locaties zelf en met eigen online- en offlinecampagnes. Een meer concrete aanpak die ingaat op de kenmerken van de nieuwe publieksgroepen en de daarbij passende benadering met gerichte marketinginstrumenten, is echter niet aanwezig in het plan. De vraag is bovendien of en hoe Touki Delphine voor het publiek de spanningsboog naar het overkoepelende project Paviljoen in 2024 zal weten vast te houden. Hiervoor is geen aanpak opgenomen in de aanvraag. 


Diversiteit en inclusie

De commissie beoordeelt de bijdrage aan diversiteit en inclusie als voldoende. 
De commissie vindt dat Touki Delphine bescheiden bijdraagt aan de culturele diversiteit van het aanbod in de stad. Een deel van de programmering heeft de focus op cultureel divers aanbod. Het eclectisch muzikaal idioom van de organisatie, waarin zowel klassieke westerse als niet-westerse culturele invloeden samenkomen, vormt een vruchtbare bodem om aan culturele diversiteit bij te dragen. Het Turks-Koerdische culturele erfgoed van zangeres en actrice Meral Polat wordt in de aanvraag genoemd als inspiratiebron en zij is samenwerkingspartner voor een van de projecten in de komende periode. Ook de producties Tropicalia Electric met mezzosopraan Bernadeta Astari en Bush Bush Orchestra met componist Eblis Alvarez zijn voorbeelden van werk met een cultureel diverse oriëntatie.

De organisatie geeft daarnaast de belofte af dat voor het einde van 2024 er tenminste vijf producties zijn gemaakt in samenwerking met kunstenaars met een niet-Europese achtergrond. Dit vindt de commissie een positief voornemen. Touki Delphine zegt een gemêleerd publiek te bereiken op locaties met een van nature breed publiek. Dit doet zij door via andere kanalen dan de podia hun aanwezigheid kenbaar te maken via podcasts, radio, social media en door het maken van videoclips. De commissie vindt het een te gemakkelijke aanname dat hiermee ook nieuwe, cultureel diverse publieksgroepen worden bereikt. De organisatie heeft nog geen directe band met cultureel divers publiek opgebouwd in de afgelopen jaren. De doelgroepen die Touki Delphine nu zou willen bereiken zijn niet nader omschreven en de organisatie heeft geen visie op de wijze waarop zij te interesseren zijn voor de producties. De commissie leest geen gedrevenheid en overtuigende aanpak om het publiek daadwerkelijk te diversifiëren, noch om te doorgronden wie het huidige publiek is. 

De visie en het plan op de culturele diversiteit van het personeelsbestand en het bestuur/toezicht van Touki Delphine zijn met name gericht op de lange termijn. De organisatie wil in de toekomst gaan bijdragen aan een cultureel diverser personeelsbestand. Eind 2024 stelt de organisatie zich ten doel om in het bestuur twee nieuwe bestuursleden met een niet-westerse achtergrond te werven. Op dit moment blijft het bij intenties en is er geen diversiteit in het personeelsbestand of bestuur. De commissie is van mening dat er ook met relatief kleine inspanningen al eerder winst op dit gebied zou kunnen worden geboekt dan pas over vier jaar. 


Conclusie 

De commissie vindt de begroting niet realistisch en is niet overtuigd van de financieringsmix om de ambitieuze plannen op deze manier te realiseren. 
De commissie adviseert daarom de aanvraag van Touki Delphine gedeeltelijk te honoreren met een bedrag van € 60.000 per jaar. 
De commissie constateert dat er na beoordeling van alle aanvragen onvoldoende budget beschikbaar is om de aanvraag te honoreren.

De aanvraag is beoordeeld binnen de adviescommissie Muziek en Muziektheater.