Amsterdamse Bostheater

Theater
Aangevraagd: € 400.000
Toegekend: € 0
Toegekend '17-'20: € 265.230

Inleiding

Het Amsterdamse Bostheater (Bostheater) wil een laagdrempelig theater zijn met een gevarieerd aanbod van podiumkunsten. Het presenteert en (co)produceert voorstellingen, muziekconcerten en jeugdvoorstellingen, waarbij de locatie in het bos onderdeel is van de beleving. Daarbij heeft talentontwikkeling een belangrijke plaats binnen de organisatie.
Het Bostheater onderscheidt zich naar eigen zeggen van reguliere theaters door de omvang van het openluchtpodium en de tribune (ca. 1350 zitplekken). En door een breed publiek, hoge bezoekersaantallen en grootschalige voorstellingen. Om een toegankelijk theater te zijn hanteert het een vriendelijk prijsbeleid, mogen bezoekers bij de voorstellingen hun eigen consumpties meebrengen, zijn de zitplaatsen op de tribune ongeplaceerd en biedt het diverse faciliteiten voor bezoekers met een fysieke beperking en voor niet-Nederlandstalige bezoekers. Centraal staat de ontmoeting, met het publiek onderling en met het getoonde werk. Het Bostheater voorziet bovendien in de behoefte aan contact met de natuur in de uitbreidende verstedelijkte omgeving.

De artistieke doelstelling voor de periode 2021-2024 is het blijven sturen op een hoge kwaliteit van de voorstellingen, zowel bij de coproducties als de reguliere programmering. Deze bestaat uit een jaarlijkse coproductie in samenwerking met de Veenfabriek, ITA, Orkater en De Warme Winkel die 35 keer speelt. Tevens zal er gastprogrammering zijn van onder andere Oostpool en NNT, aangevuld met (internationale) gasten. Er is verdiepende randprogrammering rond de voorstellingen. Tevens zullen er 25 concerten per jaar plaats vinden. Tenslotte is er ieder jaar een Boslab Theaterfestival met tien à twaalf voorstellingen van veelbelovende talenten. 
De interne doelstellingen zijn het verbeteren van de publiekservaring en het vergroten van de diversiteit van het publiek en het Boslab Theaterfestival duurzaam verstevigen. Tevens wil het Amsterdamse Bostheater de interne organisatie versterken, de renovatie van het theater begeleiden en het fundament bouwen van het toekomstige Cultuureiland, het initiatief van de gemeente om in het Amsterdamse Bos een aantrekkelijk cultuurgebied te ontwikkelen.

Het Amsterdamse Bostheater ontvangt een vierjarige subsidie 2017-2020 binnen het Kunstenplan van € 265.231 per jaar (incl. indexatie 2020). 
Voor de periode 2021-2024 vraagt de organisatie bij het AFK een bijdrage van gemiddeld
€ 400.000 per jaar in het kader van het Kunstenplan. 


Artistiek belang

De commissie beoordeelt het artistiek belang als goed.
De artistieke eigenheid van het Amsterdamse Bostheater wordt volgens de commissie gekenmerkt door het bieden van toegankelijk kwalitatief (theater)aanbod op een unieke buitenlocatie. De commissie ziet de artistieke eigenheid en kracht van de organisatie in de verscheidenheid van de programmering op deze locatie. Het theater heeft vanaf vorige kunstenplanperiode een voornamelijk presenterende, maar ook coproducerende taak. De organisatie maakt ten aanzien van de coproducties volgens de commissie voor de komende periode prikkelende keuzes voor interessante gezelschappen en namen als de Veenfabriek en De Warme Winkel, waar de nodige originaliteit van mag worden verwacht. In het plan onderbouwt het Bostheater echter niet op basis waarvan deze artistieke keuzes zijn gemaakt, behalve dat er affiniteit is met het spelen op een buitenlocatie van bijvoorbeeld de Veenfabriek. Daardoor is niet duidelijk hoe de samenwerkingen van invloed zullen zijn op de signatuur van het Bostheater in de coproducties. 
Het theater is een openluchttheater middenin de natuur en heeft hierdoor een eigen sfeer, wat de eigenheid van het podium duidelijk mede bepaalt. De commissie constateert dat de verbinding met de natuur niet zozeer terug te zien is in de keuzes voor de zomerproducties. Zo is The Damned van ITA oorspronkelijk geproduceerd voor het theaterfestival in Avignon. Bij het Boslab Theaterfestival, waar jonge makers op en rond het hoofdpodium kleine voorstellingen laten zien, ziet de commissie wel dat de geselecteerde makers zich verhouden tot de bosrijke omgeving. Dit leidt volgens de commissie dan ook tot voorstellingen die niet alleen ideeënrijk zijn, maar ook een eigen en bij de locatie passend karakter hebben. Ook in de jeugdprogrammering ziet de commissie originele keuzes terug, met aanbod dat op het kleine podium tussen de bomen wordt gespeeld, en speciaal voor het Bostheater wordt gemaakt, zoals de voorstelling van Meneer Monster. Dit vindt de commissie een aansprekende aanvulling op het programma van het grote podium. 

Het Bostheater richt zich op een breed publiek; het wil van artistieke betekenis zijn voor alle lagen van de bevolking. De commissie is van mening dat het bezoek aan het sfeervolle theater op zichzelf al een belevenis is voor het publiek, waar het gaat om een totaalbeleving, onder het genot van zelf meegebrachte hapjes en drankjes. Het Bostheater biedt een rijk programma met de grote zomerproducties, het Boslab Theaterfestival, jeugdprogrammering, live concerten en gastprogrammering. Dit wordt de komende periode uitgebreid met een voor- en een najaarsprogramma. Door deze diversiteit in aanbod wordt het brede publiek volgens de commissie inderdaad aangesproken. Het theater profileert zich daarnaast in de programmering overtuigend als een podium waar ook de minder geoefende theaterbezoeker terecht kan. Door de in de ogen van de commissie toegankelijke keuzes in makers, gezelschappen en thema’s is het podium laagdrempelig. Er bestaat een zeker risico dat de keuze voor een meer toegankelijk hoofdprogramma en toegankelijke theatrale vormen ten koste gaat van de artistieke betekenis voor een meer geoefend theaterpubliek. Het Boslab Theaterfestival vindt de commissie daarom een goede aanvulling om artistieke betekenis te geven aan dit geoefender theaterpubliek en ook jong publiek aan te spreken. De programmering van de jonge makers in dit festival biedt volgens de commissie een mooie balans tussen risicovol aanbod en ongedwongen contact met publiek in een intieme setting. 

De aanvrager reflecteert helder op de voorgaande perioden en verbindt hier omvangrijke artistieke ontwikkelingen aan. Het Bostheater heeft zich na het advies voor de vorige Kunstenplanperiode volgens de commissie op lovenswaardige wijze omgevormd van een producerende naar een presenterende en coproducerende instelling. De afgelopen zomerproducties zijn een succes gebleken bij zowel het publiek als de pers. De uitbreiding naar jeugdtheater is daarbij volgens de commissie een passende en interessante stap gebleken. Het Bostheater wil hier komende periode logischerwijs op voortbouwen.
Met het Boslab Theaterfestival dat afgelopen periode is ingezet en waarin nieuw talent tien tot twaalf korte voorstellingen per avond presenteert, wil de organisatie een talentontwikkelingstraject bieden en de artistieke ontwikkeling van nieuwe makers een plek in de organisatie geven. Maar doordat in het plan niet wordt ingegaan op de in-, door- en uitstroom van talent, is het niet helder op welke manier de begeleiding in de professionele ontwikkeling van makers daadwerkelijk vorm krijgt. Ook een artistieke onderbouwing van de keuze van makers, het soort werk en de onderlinge samenhang daarbinnen ontbreekt. De nieuwe makers kunnen vooral gebruik maken van de faciliteiten van en in het theater. In hoeverre er sprake is van artistieke begeleiding komt in het plan niet aan bod. In het plan wordt verder niet ingegaan op de professionele ontwikkeling van de artistiek leiding of de uitvoerenden. 


Belang voor de stad

De commissie beoordeelt het belang voor de stad als voldoende.
Het Bostheater legt in bepekte mate verbinding met de stedelijke samenleving. 
Het Bostheater legt, als bijzondere plek in Amsterdam, een duidelijke inhoudelijke verbinding tussen het culturele programma en de groene omgeving. Er wordt bovendien aansluiting gezocht met bewoners van de stad door samen te werken met Amsterdamse gezelschappen die vertrekken vanuit grootstedelijke thema’s, zoals Orkater met de productie Decamerone een voorstelling wil bieden die uitnodigt met elkaar in gesprek te gaan en verhalen te delen. Maar een uitgesproken verbinding met de stedelijke samenleving buiten de theaterprogrammering komt niet overtuigend uit de plannen naar voren. Er is geen sprake van een praktische of inhoudelijke verbinding met bewoners, de buurt, of samenwerking met maatschappelijke organisaties. 

Het Amsterdamse Bostheater is een podium met activiteiten op één locatie in Zuid waar het ook al het publiek ontvangt. Door de ligging van het podium draagt het logischerwijs niet bij aan de spreiding van een cultuuraanbod buiten Amsterdam Centrum en Amsterdam Zuid, al komt het publiek wel vanuit de hele stad. Het Bostheater ontplooit geen (rand)activiteiten in andere stadsdelen, waarmee het elders dan op de eigen locatie publiek bereikt. 

De aanvrager heeft voor wat betreft het eigen accent gekozen voor het thema Groene stad. De organisatie heeft een heldere kijk op duurzaamheid, die varieert van het gebruik van ledverlichting tot recyclebare bekers. Daarnaast geeft de organisatie zelf nog een aanvullende betekenis aan het thema, door te stellen dat het publiek in een feeërieke en gastvrije sfeer wordt uitgenodigd even te ontsnappen aan de stedelijke drukte. Mensen mogen daarbij hun eigen consumpties meenemen of kunnen een picknickmand bestellen met lokale, duurzame producten. Het Bostheater levert daarmee volgens de commissie een voor de organisatie passende bijdrage aan Amsterdam als circulaire, schone stad.  


Uitvoerbaarheid

De commissie beoordeelt de uitvoerbaarheid als voldoende.
De voorgenomen plannen borduren in de ogen van de commissie voort op de ingeslagen weg. 
Het kernteam bezit over voldoende kennis en ervaring om tot de beoogde resultaten te komen. In de afgelopen periode is volgens de commissie op een sterke wijze een organisatorische verandering doorgevoerd om te transformeren van producerende naar presenterende en coproducerende organisatie, met een toename in activiteiten en publiek. 
De programmering wordt komende periode uitgebreid met een voor- en een najaarsprogramma en ook de activiteiten rond het Boslab Theaterfestival worden geïntensiveerd. De commissie vindt dat deze uitbreiding de organisatie kwetsbaar maakt, doordat zij niet evenredig meegroeit met het aantal activiteiten en doordat zij zwaar leunt op de inzet van vrijwilligers. De commissie mist in het licht hiervan een overtuigende visie van het Bostheater op de inrichting en werkwijze van de organisatie en in het bijzonder op de verdere versterking en expertise die voor de uitbreiding nodig zijn. Hierdoor vindt de commissie het plan voor wat betreft de schaalvergroting in activiteiten ten opzichte van voorgaande periode niet realistisch. 

De bedrijfsvoering is in de ogen van de commissie gezond om de beoogde voornemens ten uitvoer te brengen, maar kent risico’s om de organisatie op langere termijn effectief te laten functioneren. De organisatie is relatief klein en de financiële druk groot. Het Bostheater heeft afgelopen periode laten zien de bedrijfsvoering op orde te kunnen houden, met beperkt programmeringsbudget. Dit, en de keuze voor solide coproducenten voor komende periode, als ITA en Orkater, geeft de commissie vertrouwen dat de beoogde voornemens kunnen worden uitgevoerd. De commissie ziet daarbij wel financiële risico’s in de beoogde uitbreiding van het Boslab en het nieuwe voor- en najaarsprogramma, omdat er weinig reserve is om grote risico’s het hoofd te kunnen bieden.
De stijgende kosten voor de huur en voor het onderhoud zouden het functioneren van het theater op de langere termijn kunnen bemoeilijken. Het Bostheater erkent deze risico’s maar is nog zoekende naar hoe deze het hoofd te gaan bieden en zal daarin een nieuw meerjarenonderhoudsplan opstellen in samenwerking met Gemeente Amsterdam. Het Bostheater heeft ook andere risico’s, zoals weersafhankelijkheid en grote afhankelijkheid van vrijwilligers, goed in beeld. Door het aanbieden van verschillende typen activiteiten, een versterking van de organisatie en het borgen van kennis en kunde door te werken met vaste vrijwilligers, weet de organisatie volgens de commissie deze risico’s op passende wijze in te perken. 

De commissie vindt de begroting realistisch en passend bij het plan, maar zet kanttekeningen bij de financieringsmix. De kosten op de begroting passen bij het plan en zijn in de ogen van de commissie realistisch begroot: de begroting ten opzichte van voorgaande periode stijgt om de beoogde schaalvergroting mogelijk te maken, het Boslab Theaterfestival te realiseren, de verhoogde huur op te kunnen brengen en om medewerkers te kunnen honoreren conform de Fair Practice Code. 
De financieringsmix is in de ogen van de commissie zeer divers, maar niet optimaal. Het merendeel van de inkomsten bestaan uit publieksinkomsten. Hierin valt een groei te verwachten met de uitbreiding van het aantal stoelen na de renovatie in 2022. De publieksinkomsten zouden evenwel aanzienlijk hoger kunnen zijn wanneer het Bostheater de recettes en horecaopbrengsten van de popconcerten zou ontvangen. Deze komen op dit moment direct ten goede aan Friendly Fire. Deze partij koopt tegen kostprijs horeca en personeel van het Bostheater in, het Bostheater ontvangt een vaste afdracht per bezoeker. Friendly Fire draagt het financiële risico, wat het Bostheater naar eigen zeggen niet zou kunnen gezien de omvang van de kosten van een concert. De commissie vindt de mate van inkomsten die het Bostheater met deze constructie ontvangt echter nu aan de lage kant. De commissie vindt daarnaast het aandeel subsidie dat bij het AFK wordt gevraagd (30% van de inkomsten) niet in verhouding met de aanvraag die gedaan zal worden bij de gemeente Amstelveen ter hoogte van 2% van de financieringsmix. Het Bostheater richt zich immers op de bewoners van beide steden. Ook zou een hogere bijdrage vanuit private fondsen goed zijn voor een meer evenwichtige samenstelling van de inkomsten. 

De commissie vindt het marketingplan realistisch en passend voor het beoogde brede publieksbereik. Het Bostheater heeft recentelijk publieksonderzoeken gedaan. Het heeft de huidige publieksgroepen goed in beeld. De organisatie signaleert dat de samenstelling van het publiek nogal verschilt per programmaonderdeel. Het marketingplan is daarom vooral ingegeven door de koppeling aan het programma en met name gericht op marketing voor de zomerproductie. De commissie vindt dit passend, al ziet zij daar niet veel verrassende acties. Voor de publiekswerving wordt onder meer gebruik gemaakt van het netwerk van de gezelschappen en makers die optreden. Er wordt ook een aantrekkelijk prijsbeleid gevoerd, met kortingen voor bezoekers die minder te besteden hebben en sponsoring van entreekaarten voor de minima. Dit is volgens de commissie in lijn met de missie van het Bostheater om toegankelijk te zijn voor een breed publiek.
De organisatie is van plan meer aandacht aan de marketing te gaan besteden. Daartoe zal ook een extra communicatiemedewerker worden aangetrokken. De commissie verwacht dat dit ertoe zal leiden dat het publieksbereik toeneemt. 


Diversiteit en inclusie

De commissie beoordeelt de bijdrage aan diversiteit en inclusie als onvoldoende.
Het plan draagt in artistieke zin volgens de commissie nauwelijks bij aan culturele diversiteit van het Amsterdamse cultuuraanbod. Het Bostheater maakt voor wat betreft de zomerprogrammering geen keuze voor samenwerking met partijen die zich expliciet richten op een cultureel diverse canon en ook in de thematiek van de zomerproducties voor komende periode ziet de commissie dit niet terug. 
Met het Boslab Theaterfestival wordt weliswaar naar een cultureel divers en inclusief pakket van voorstellingen van jonge, diverse makers gestreefd. Maar dit is in het plan volgens de commissie onvoldoende concreet gemaakt om erop te kunnen vertrouwen dat dit een overtuigende bijdrage zal gaan leveren aan de culturele diversiteit van het aanbod in de stad.

Ook aan het bereiken van een cultureel divers samengesteld publiek draagt het plan in de ogen van de commissie maar zeer beperkt bij. Er is geen concreet plan van aanpak voor het bereiken van een cultureel meer gevarieerd publiek met het Boslab Theaterfestival. Ook het voornemen om in het voorjaar een voorstelling te programmeren voor een specifieke doelgroep wordt niet verder toegelicht of uitgewerkt. Tot slot heeft de organisatie voor de zomervoorstellingen geen concreet plan van aanpak voor uitbreiding naar een meer cultureel divers samengesteld publiek. Het beoogde aanbod geeft daar ook geen zicht op; de gezelschappen die geprogrammeerd worden als ITA en de Veenfabriek hebben in de ogen van de commissie niet overtuigend een cultureel diverse achterban.

De commissie constateert dat het Bostheater een weinig overtuigende visie op of overtuigend plan voor het vergroten van de culturele diversiteit binnen het personeel en het bestuur heeft. Door de bescheiden financiële slagkracht van de organisatie heeft het theater weinig vaste medewerkers. Binnen deze minimale bezetting is culturele diversiteit geen prioriteit. Ook het bestuur van het theater is niet cultureel divers. Over de samenstelling van de vrijwilligers en in hoeverre deze cultureel divers is wordt in het plan niet ingegaan. Hoewel de organisatie zich wil ontwikkelen tot een afspiegeling van de grootstedelijke samenleving en men hiertoe bewustwordingscursussen volgt, zijn hier vooralsnog geen concrete plannen voor. 


Conclusie

De commissie adviseert het Amsterdamse Bostheater te honoreren voor de bestaande activiteiten en een versterking van de organisatie en programmeringskosten ten opzichte van voorgaande periode. De commissie honoreert niet de uitbreiding van de activiteiten van het Bostheater met de voor- en najaarsprogrammering omdat ze deze uitbreiding risicovol vindt voor de haalbaarheid van het plan in relatie tot de kleine organisatie. 
De commissie adviseert op grond van bovenstaande overwegingen om de aanvraag van het Amsterdamse Bostheater te honoreren op een bedrag dat in verhouding is met voorgaande periode met een vermeerdering ten behoeve van een versterking van de organisatie en programmeringsbudget. 

De commissie adviseert daarom om de aanvraag van het Amsterdamse Bostheater gedeeltelijk te honoreren met een bedrag van € 315.000 per jaar.

De commissie constateert dat er na beoordeling van alle aanvragen onvoldoende budget beschikbaar is om de aanvraag te honoreren. 

De aanvraag is behandeld in de adviescommissie Theater.