Eddie the Eagle Museum

BFNA
Aangevraagd: € 162.500
Toegekend: € 0
Toegekend 2013-2016: n.v.t.

Inleiding

Het Eddie The Eagle Museum stelt zich ten doel een subversief museum te zijn, dat spart met verschillende kunstenaars en instellingen binnen een spectrum van disciplines. De organisatie heeft geen vaste locatie en collectie, maar maakt site-specific installaties. De organisatie neemt verschillende rollen aan: kunstenaar, curator, concept-ontwikkelaar of platform voor andere kunstenaars. Door bepaalde inhoud of thema’s in een andere context te plaatsen, onderzoekt men samen met de partners nieuwe (betekenis)lagen in bijvoorbeeld tentoonstellingen, performance, theater en film. Het publiek staat bijna altijd centraal in de projecten van het Eddie the Eagle Museum. De organisatie ambieert letterlijk en figuurlijk een open ruimte binnen bepaalde kaders te creëren en doet dit door zich te focussen op een vrije mentaliteit en het lef om te durven falen. Het draagvlak wordt gecreëerd door het netwerk en de inhoudelijke samenwerkingen met verschillende organisaties, instituten en initiatieven zoals: Festival Pluk de Nacht, de Warme Winkel, Monnik, Art Bruut, Stichting Doek en individuele kunstenaars.

De programmering die het Eddie the Eagle Museum wil realiseren in de periode 2017-2020 richt zich op zelf geïnitieerde projecten en crossovers tussen verschillende disciplines: een film, een expositie, een theaterstuk en een blinde veiling. Daarnaast wil Eddie The Eagle een breed palet van inhoudelijke samenwerkingen realiseren en langdurige projecten opzetten. De organisatie wordt ook regelmatig door instellingen en initiatieven benaderd om kunstprojecten en concepten voor hen uit te voeren. In januari 2017 opent in de Indische buurt in Amsterdam Oost het Eddie the Eagle Kindermuseum, met horecagelegenheid, expositieruimte en opvang voor kinderen van twee tot twaalf jaar.

De subsidie die aan het AFK wordt gevraagd bedraagt gemiddeld € 162.500 per jaar en is alleen bedoeld voor de activiteiten van het Eddie the Eagle Museum, niet voor het Eddie the Eagle Kindermuseum.

Artistiek-inhoudelijke kwaliteit

De commissie beoordeelt de artistiek-inhoudelijke kwaliteit als zwak. De commissie vindt de artistiek-inhoudelijke visie weinig overtuigend uitgewerkt in een samenhangende programmering. Zij mist reflectie op de positie die de organisatie inneemt in de stad en op het aanbod van de activiteiten die men ontplooit. De uitwerking van 'de luis in de pels'-gedachte in de programmering straalt, in de ogen van de commissie, vooral veel bravoure en energie uit. De programmering bestaat, in de ogen van de commissie, uit een verzameling losse, nog weinig inhoudelijk uitgewerkte projecten, waarvan de inhoudelijke noodzaak en onderlinge samenhang niet is onderbouwd. Die onsamenhangendheid is op zich passend bij de visie, maar de commissie mist in de visie en in de daaraan gekoppelde programmaonderdelen hoe de organisatie werkelijk bestaande structuren wil veranderen en ontwrichten. Daarvoor is, in de ogen van de commissie, een meer gelaagde en geconcentreerde aanpak noodzakelijk. Bij de expositie is het concept ‘de kleur geel’ als uitgangspunt bijvoorbeeld erg minimaal en bovendien weinig vernieuwend voor een organisatie die een andere mentaliteit beoogt te bewerkstelligen. Hetzelfde geldt voor het onderwerp dat de tentoonstelling aan wil snijden: het bevragen van de marktwerking en de toekenning van waarde aan kunst. De blinde veiling lijkt daarnaast een herhaling van zetten ten opzichte van eerder gerealiseerde blinde veilingen door Eddie The Eagle zelf. De commissie verwacht dan ook niet dat het doel van "revolutionair omgooien van de perceptie van wat kunst kan zijn", wordt bereikt.

Ook de onderscheidende kracht van de visie is matig in de ogen van de commissie. Het karakter van de hedendaagse kunstenaar en kunstsector is, naar mening van de commissie, sowieso gericht op het doorbreken van vaststaande ideeën over kunst en onderzoek doen naar vernieuwende presentatie- of productiemodellen. Hiermee sluit Eddie The Eagle eerder aan bij de gangbare praktijk van de hedendaagse kunst dan dat het deze doorbreekt.

De activiteiten van Eddie The Eagle sluiten aan op de trend van vermenging van clubcultuur en lifestyle met kunst. Daarmee weet de organisatie een breed en jong publiek aan te spreken. De organisatie doet veel en zoekt nadrukkelijk de ruimte op om te kunnen falen. Dat waardeert de commissie. Gevolg is wel in de ogen van de commissie dat vakmanschap en zeggingskracht van de projecten niet altijd even consistent zijn.

Zakelijke kwaliteit

De commissie beoordeelt de zakelijke kwaliteit als zwak. De organisatie werkt met een klein kernteam, dat niet of nauwelijks bezoldigd wordt. De organisatie wil daarin verandering brengen door twee leden van het kernteam parttime in dienst te nemen, zodat een stabiele basis voor de organisatie kan worden gevormd. In het licht van de ambities begrijpt de commissie de behoefte om een stevigere basis te creëren.

De commissie is echter van mening dat het op te veel punten schort aan de bedrijfsvoering, om vertrouwen te kunnen hebben in een stabiele, daadkrachtige organisatie die de beoogde plannen kan realiseren. Zo wil de organisatie de innovatieve waarde van Eddie The Eagle ook naar voren laten komen in de bedrijfsvoering. Men kiest daarom voor "een generalistische vorm waarbij hiërarchie vertaald is naar expertise en talent". Het is de commissie niet duidelijk wat hiermee wordt bedoeld. De twee leden die in dienst genomen worden, maken ook deel uit van het kernteam dat het kindermuseum op gaat starten. In de aanvraag ontbreekt inzicht in hoe geborgd wordt dat de kernleden hun uren op een realistische manier kunnen verdelen. De stichting heeft verder een klein negatief eigen vermogen, waarmee het onvoldoende weerstandsvermogen heeft om tegenvallers op te vangen. Er wordt in de aanvraag geen melding gemaakt van risico's en hoe hier mee om te gaan. Op grond van de ontwikkeling van de solvabiliteit over de afgelopen jaren, valt te twijfelen aan de continuïteit van de stichting.

Het realisme van de begroting is daarnaast nauwelijks in te schatten. Veel van de activiteiten zijn nieuw voor de organisatie, waaronder het maken van een film in 2019 en een theaterstuk in 2018, waardoor de cijfers in de aanvraag niet te vergelijken zijn met de gerealiseerde exploitatie over de afgelopen jaren.

De begrote gemiddelde kosten en baten voor de komende jaren liggen ver boven de begroting van de voorgaande jaren. Dit onder andere doordat de stichting grotere activiteiten wil ontwikkelen dan voorheen. De gevraagde subsidie van het AFK maakt bovendien bijna 50% van de baten uit. De enorme stijging van de kosten wordt daarmee voor een belangrijk gedeelte met subsidiemiddelen mogelijk gemaakt. Dat vindt de commissie geen wenselijke situatie. In het verleden heeft de organisatie laten zien in staat te zijn een mix van inkomsten te realiseren, met daarin een groot aandeel eigen inkomsten. Door de enorme schaalvergroting verwacht de commissie echter niet dat het de organisatie lukt om de beoogde eigen inkomsten te realiseren. Zo staan er substantiële eigen inkomsten uit het Kindermuseum op de begroting, maar het kindermuseum moet in 2017 nog opgestart worden. Verder groeien in de begroting ieder jaar de inkomsten uit het bedrijfsleven, maar hoe dat te realiseren wordt niet onderbouwd in het plan. De activiteiten zijn weliswaar schaalbaar, maar de commissie heeft op basis van het voorgaande weinig vertrouwen in de financiële kant van de aanvraag.

Omdat de organisatie wil professionaliseren heeft het oprichtingsbestuur besloten het bestuur om te vormen tot een bestuur-directiemodel waarbij het de Governance Code Cultuur toepast. Dit proces is momenteel gaande. In de aanvraag wordt niets gezegd over de culturele diversiteit van bestuur en personeel. In het nieuw te vormen bestuur en het personeel van de organisatie is van culturele diversiteit geen sprake.

Publiek

De commissie beoordeelt het criterium publiek als voldoende. De commissie is van mening dat er van een visie op het investeren in het behouden en uitbreiden van publiek geen sprake is, maar constateert wel dat Eddie The Eagle het publiek soms centraal stelt door ze tot onderwerp te maken. Doelgroepen worden benoemd, maar zijn vrij algemeen: Amsterdamse cultuurliefhebbers, lokale bewoners uit diverse gemeenschappen en van alle leeftijden en landelijke cultuurbezoekers. De, zelf in te zetten, eigen marketingmiddelen zijn traditioneel en summier uitgewerkt. Er zijn geen marketingacties per doelgroep gedefinieerd. Er is geen publieksonderzoek gedaan. Bijdragen aan bereiken van publiek met een niet-westerse achtergrond probeert men wel, door activiteiten in alle stadsdelen en cross-overs te maken in disciplines. Verdere uitwerking van dit onderwerp ontbreekt.

De organisatie is goed in het aangaan van samenwerkingen met partners en via die weg heeft Eddie the Eagle de afgelopen jaren een aanzienlijk publiek weten te bereiken. Eddie the Eagle is voor het vasthouden en uitbouwen van het publiek vooral afhankelijk van de publieksbenadering van de partnerinstellingen. De organisatie heeft daarom zelf weinig invloed op de uitbreiding van het publieksbereik.

Belang voor de stad: verbinding en spreiding

De commissie beoordeelt de verbinding als voldoende. De hoeveelheid incidentele samenwerkingen van de afgelopen vijf jaar binnen de culturele sector is bijzonder groot (twee pagina’s), van musea tot poppodia tot theater. Met verschillende culturele partners als Het Eddie the Eagle Kinder Museum, de Warme Winkel, Pluk de nacht, Monnik, ArtBRUUT en stichting Doek wordt de komende periode een coalitie aangegaan. Maatschappelijke verbindingen worden vooral incidenteel gelegd.

De commissie beoordeelt de spreiding als goed. De activiteiten zijn verspreid over de verschillende stadsdelen, met de nadruk op de stadsdelen West, Oost en Noord.

Conclusie

Op grond van bovenstaande overwegingen adviseert de commissie de aanvraag van stichting Eddie the Eagle niet te honoreren.