Stichting Inclusive

Aangevraagd: € 34.000
Toegekend: € 0
Toegekend '17-'18: n.v.t.

Inleiding

Stichting Inclusive produceert muziekvoorstellingen met internationale en Amsterdamse artiesten. De focus ligt daarbij op niet-westerse muziek die weinig te horen is in het reguliere muziek- en theatercircuit. Inclusive maakt voorstellingen die aansluiten op de artistieke ambities van de musici en passen binnen het reguliere aanbod van theaterzalen. De stichting stelt dat de producties zowel aansprekend zijn voor het reguliere publiek van theaters en concertzalen als een voor deze podia nieuw publiek van vooral jonge leeftijd, afkomstig uit de Marokkaanse en Turkse gemeenschappen in Amsterdam die de weg naar het theater nog niet hebben gevonden. De huidige voorstellingen en die van de komende twee seizoenen hebben een muzikale band met Noord-Afrika, het Midden-Oosten en Turkije.

Inclusive wenst zich te ontwikkelen op artistiek vlak. Daarbij ligt het accent op het programmeren van muziek van de Imazighen in het theater. De Imazighen vormen de grootste etnische groep binnen de Marokkaanse gemeenschap in Nederland. De organisatie wil in kaart brengen welke artiesten, musici, componisten, tekstschrijvers en andere kunstenaars uit deze groep actief zijn in Nederland. Ook wil zij onderzoeken hoe ze op hoog niveau programma’s kan maken. De organisatie wil aanbod genereren met een nieuwe beleving van de muziek van de Imazighen.

Ook publieksbereik is een ontwikkeldoel van Inclusive. Daarbij gaat het hen er vooral om regulier theaterpubliek te werven voor artiesten en muziekgenres die nog niet bekend zijn bij dat publiek. Het team van Inclusive heeft naar eigen zeggen ruime ervaring in het bereiken van publiek binnen de Marokkaanse (Amazigh, Marokkaans-Arabisch), Turkse (Turkse, Koerdische) en Arabische (Libanese, Syrische, Egyptische) gemeenschappen in Nederland. Het bereiken van wereldmuziekliefhebbers en regulier publiek van theaterzalen vergt echter een andere benadering, andere kanalen en andere contacten. Tot dusver is Inclusive daarvoor afhankelijk van de marketinginzet van de theaterzalen die hun voorstellingen programmeren. Hoe groot die inzet is, hangt af van de prioriteiten van de zaal. Soms is dat zeer beperkt. Inclusive wil deze marketing daarom in de komende twee jaar zelfstandiger leren aanpakken, zodat de organisatie minder afhankelijk wordt van de inzet van de podia.

Inclusive vraagt alleen een bijdrage voor de ontwikkeling van de organisatie, op het vlak van artistieke kwaliteit en publieksbereik. Het gevraagde bedrag per jaar is gemiddeld € 34.000.

Artistieke kwaliteit

De commissie beoordeelt de artistieke kwaliteit als voldoende.
De commissie heeft vertrouwen in het vakmanschap van de organisatie. Het artistieke team is samengesteld uit ervaren experts die allen inhoudelijk werkzaam zijn op het terrein van de wereldmuziek. Er worden duidelijke en sterke keuzes gemaakt in de programmering van de activiteiten. Maar de commissie plaatst ook een kritische kanttekening. Hoewel de voorstellingen artistiek-inhoudelijk weloverwogen overkomen, weten de programma’s niet altijd het beoogde publiek aan te spreken. Dit constateert de organisatie zelf ook. Inclusive betoogt in het ondernemingsplan dat er een grote terughoudendheid is onder zalen om aan Noord-Afrika, Midden-Oosten of Turkije gerelateerde muziekvoorstellingen te programmeren, en dat er op dat vlak onvoldoende kwalitatief hoogstaande programma's worden gepresenteerd. Er is voldoende publiek maar dat weet hetzij de weg naar het theater niet te vinden, of het publiek is niet bekend met de toonaangevende artiesten in deze specifieke genres. De reden daarvoor ligt ook in het genre: de muziek van de Imazighen heeft een maatschappelijke en politieke functie en wordt doorgaans niet in een theatrale context gepresenteerd. Of de opzet van de beoogde uitvoeringen het theaterpubliek of een nieuw publiek (voor het theater) kan aanspreken, wordt summier toegelicht in de aanvraag. De commissie is bijgevolg niet overtuigd van de zeggingskracht.

Inclusive merkt in de aanvraag artistieke kwaliteit als ontwikkeldoel aan. Daarom wordt binnen dit criterium tevens de kwaliteit van de ontwikkeling op artistiek vlak beoordeeld.
De beginsituatie is duidelijk verwoord in het ondernemingsplan. Inclusive ontwikkelt programma’s met muziek uit (Arabisch) Noord-Afrika en het Midden-Oosten. De organisatie wil een rol spelen bij de culturele emancipatie van deze muziekstromingen en een impuls geven aan het maken van kwalitatief hoogstaande en vernieuwende muziekprogramma’s met muziek van de Imazighen. Er is op dat gebied weinig aanbod, maar wel een publiek. Daarnaast constateert Inclusive dat muziek van Turkse bekende artiesten niet kan worden afgestemd op de theaterseizoenscyclus. Voor de weinige artiesten die dat wel lukt, geldt dat die via de theaters alleen het reguliere theaterpubliek bereiken en minder een jonger en diverser publiek. Inclusive geeft aan daar juist wel goed in te zijn en wil dit met een gepaste programmering uitbouwen.

Het is de commissie duidelijk wat de noodzaak is van deze gewenste ontwikkelingen. Waarom specifiek de muziek van de Imazighen en uit Turkije belangrijk is en meer podium en publiek verdient, kan de commissie echter niet goed opmaken uit het plan. De noodzaak wordt gevoeld door Inclusive, maar volgens de beschrijving niet door de podia waar het volgens de aanvrager lastig binnenkomen is. Er wordt een einddoel verwoord in de vorm van een toekomstperspectief met intenties, namelijk meer muziek van de Imazighen op de Nederlandse podia.

De ontwikkelinstrumenten die Inclusive wil inzetten zijn een producent en een onderzoeker om muziekprogramma's te ontwikkelen. Volgens de commissie zijn dit weinig effectieve middelen om het gestelde doel te bereiken. Zij meent dat de organisatie er meer belang bij heeft eerst in kaart te brengen op welke manier de betreffende muziek een plaats op de Nederlandse podia kan veroveren en hoe de programmeurs van theaters daarvan overtuigd kunnen worden.

Zakelijke kwaliteit

De commissie beoordeelt de zakelijke kwaliteit als onvoldoende.
Inclusive werkt op bescheiden schaal en met beperkte middelen op projectbasis. De commissie constateert dat de weerbaarheid van de organisatie gering is. Inclusive heeft geen eigen vermogen meer vanwege het verlies in 2017. Tegenvallers kunnen daardoor niet opgevangen worden. Dat maakt de bedrijfsvoering fragiel en de commissie is van oordeel dat deze geen voldoende basis geeft om de voorgenomen programmering te realiseren en het beoogde publiek de komende twee jaar te bereiken.
De Governance Code Cultuur is nog niet geïmplementeerd. Het valt de commissie op dat de organisatie drie directeur-bestuurders heeft, wat veel is voor een kleine organisatie.

De voorliggende begroting is in de ogen van de commissie niet realistisch. De organisatie verwacht een grote groei wat betreft de inkomsten, maar de onderbouwing daarvoor ontbreekt. In de aanvraag constateert Inclusive dat de Nederlandse podia matige belangstelling tonen voor de specifieke projecten. Dit rijmt niet met de begroting, die inzet op veel hogere bezoekersaantallen en -inkomsten dan in 2017 werden gerealiseerd. Bovendien meent de commissie dat het effect van grotere zichtbaarheid op de podia en meer divers publiek in de zaal pas op langere termijn merkbaar zal worden in de vorm van een inkomstengroei.
Naast de publieksinkomsten worden er ook sponsorinkomsten verwacht, bestaande uit een mix van sponsoring in geld en in natura van diverse bedrijven. Een concrete toelichting op deze bedragen ontbreekt, waardoor de commissie niet kan beoordelen of dit een realistische mix van inkomsten is.

Publieksbereik

De commissie beoordeelt het publieksbereik als zwak.
Inclusive besteedt in de aanvraag veel aandacht aan de problematiek van de publieksopbouw. De organisatie is afhankelijk van de marketing van de zalen waar de activiteiten plaatsvinden. Voor de eigen programmering spreekt Inclusive de eigen achterban aan. De bedoeling is deze specifieke genres binnen de wereldmuziek uit de marge te halen en volwaardig op te nemen in het aanbod. Zo wil men een groter publiek bereiken.
Het valt de commissie op dat Inclusive niet stilstaat bij de oorzaken van het probleem; in de aanvraag mist een analyse waarom het publieksbereik tekort schiet. De aanvraag gaat niet in op de samenstelling van het bestaande theaterpubliek noch van het beoogde nieuwe publiek, waardoor er geen helder beeld is van de manier waarop het huidige publieksbereik verbeterd kan worden. Inclusive constateert dat er wel een behoefte is aan het aanbod van de organisatie, maar weet niet goed welk publiek die behoefte heeft.

Met het oog op voorgaande, kan de commissie ook niet beoordelen of de aard, diversiteit en omvang van het publiek dat Inclusive wil bereiken logisch aansluit op de aard van de activiteiten.

Niettemin voert Inclusive ambitieuze publieksaantallen op. De commissie is niet overtuigd van de haalbaarheid daarvan omdat een visie op de publieksgroei en/of een gemotiveerd groeimodel ontbreekt. Ook verwoordt Inclusive geen concrete aanpak op het vlak van publieksbereik.

Inclusive heeft bij de aanvraag publieksbereik als ontwikkeldoel aangegeven. Daarom wordt binnen dit criterium tevens de kwaliteit van de ontwikkeling op vlak van publieksbereik beoordeeld.
De wens tot ontwikkeling is duidelijk, alsook de noodzaak. Voor het bereiken van wereldmuziekliefhebbers en regulier publiek van theaterzalen is Inclusive afhankelijk van de inzet van de marketing van theaterzalen. Deze kan, afhankelijk van de prioriteiten van de zaal, beperkt zijn. De belangen voor Inclusive zijn hiervoor te groot en de organisatie wil derhalve in staat zijn om deze marketing zelf te voeren onafhankelijk van de theaterzalen.
Daarvoor wil Inclusive een marketingcoördinator aanstellen om de bestaande marketingactiviteiten te stroomlijnen en een strategie te bepalen. Het doel van de marketingstrategie is om zelf, zonder afhankelijk te zijn van de podia, het reguliere muziekpubliek beter te bereiken en zo nieuw publiek te bereiken van buiten de eigen niche van het genre. Daarnaast wil de organisatie langer van tevoren publiek interesseren. Een andere prioriteit is een marketingonderzoek op te zetten om meer inzicht te verwerven in het huidige en gewenste publiek.
Hoewel de commissie het aanstellen van een marketingcoördinator hiervoor een gepast instrument vindt, is zij kritisch over de manier waarop Inclusive dat wil inzetten. Aangezien een heldere analyse van het probleem ontbreekt, is het ook niet mogelijk om een gerichte strategie te kunnen bepalen. Het is bovendien onduidelijk welk concreet einddoel de organisatie wil bereiken en hoe zij dat wil doen. Het plan is optimistisch over de korte termijneffecten van acties die de nieuwe marketingmedewerker moet gaat ondernemen, maar hoe de organisatie dit op lange termijn denkt te bestendigen, wordt niet aangegeven.

Bijdrage aan de veelzijdigheid van het cultuuraanbod in de stad

De bijdrage aan de veelzijdigheid van het Amsterdamse cultuuraanbod beoordeelt de commissie als voldoende.
De commissie constateert dat er in het Kunstenplan verschillende organisaties opgenomen zijn die zich bezighouden met wereldmuziek. Inclusive creëert kwalitatief goede programma’s die weliswaar niet zo ruim voorhanden zijn in het Amsterdamse aanbod, maar die ook niet uniek zijn.

Conclusie

Op grond van bovenstaande overwegingen adviseert de commissie de aanvraag van Stichting Inclusive niet te honoreren.

De aanvraag van Stichting Inclusive is beoordeeld binnen de adviescommissie Podiumkunsten & Letteren.